Fred van Kan

Haagse Elite

tot 1572

AARND - ARYSZ.

AARND, JAN

geb./ovl.

-

functie(s)

treedt 1419 op t.b.v. de H. Geest

beroep

-

overige gegevens

-

AARNDSZ., BERTELMEEUS

geb./ovl.

-

functie(s)

schotontvanger verm. 31 okt. 1475 (Oud Archief 709)

beroep

-

overige gegevens

Is hij Bertelmeeus Aarndsz., geh.m. Hillegond, dr. van Claas Bruunsz.? (zie Bruun Albrechtsz.).

AARNDSZ, GERRIT

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1455/'56, 1467/'68; gasthuismr. St.-Nicolaas 1468

beroep

-

overige gegevens

Afkomstig van Scheveningen.

AARNDSZ. (AARTSZ.), HUGE

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1514/'15, 1515/'16, 1517/'18, 1523/'24, 1524/'25, 1525/'26, 1526/'27, 1527/'28, 1528/'29, 1529/'30, 1532/'33, 1534/'35; vroedschap 1517/'18; sacr.gasthmr. ca. 1521, weesmr. 1528-'30

beroep

-

overige gegevens

Zie Van Kan, `Wolbrand Aarndsz.', Ned. Leeuw 1999.

AARNDSZ. (ARNOLDI), PIETER

geb./ovl.

-

functie(s)

geestmr. 12 okt. 1460

beroep

wsl. de drapenier van 1468 (Van Gelder, Draperye, Die Haghe 1910 286)

overige gegevens

Wsl. het lid van St.-Jacobsbroederschap van die naam genoemd 4 nov. 1453 (Archief Ned. Herv. Kerkvoogdij 28 fol. 1-2). Is hij Pieter Aernt die op verzoek van Heyl Claas Pietersz. weduwe zegelt? (Archief Sacramentsgasthuis 42, zegel bewaard).

AARNDSZ., ADRIAAN

geb./ovl.

-

functie(s)

weesmr. 1493-'97

beroep

-

overige gegevens

-

AARNDSZ., CORNELIS

geb./ovl.

-

functie(s)

raammr. 1468 (Van Gelder, Draperye, Die Haghe 1910 286); schepen 1467/68

beroep

-

overige gegevens

Is hij Cornelis Aarndsz., wiens weduwe haar vier kinderen uit hun huwelijk hun bewijzing uit hun vaders nalatenschap deed? (Archief Weeskamer 1586, ongedateerd).

AARNDSZ., IJSBRAND

geb./ovl.

ovl. 25 sept. 1469, begr. kerk Scheveningen ('t Hart, Scheveningen, 45)

functie(s)

kerkmr. van Scheveningen verm. 29 jan. 1465 ('t Hart, Scheveningen, 45-46)

beroep

-

overige gegevens

Blijkens zijn grafzerk wsl. met adellijke geslachten verwant ('t Hart, Scheveningen, 8 en 45).

AARNDSZ., JAN

geb./ovl.

-

functie(s)

schout van Scheveningen 8 juni 1565 (Archief Weeskamer 125 fol. 287)

beroep

-

overige gegevens

-

AARNDSZ., PIETER

geb./ovl.

-

functie(s)

leproosmr. 1542; huiszittenmr. 1552

beroep

-

overige gegevens

-

AARTSZ., ANTHONIS

geb./ovl.

geb. ca. 1492-1500 ('t Hart, Costumen 20, 22, 42); ovl. voor 1561 (Pabon, Hofboeken 418)

functie(s)

schepen 1534/'35, 1535/'36, 1536/'37, 1537/'38, 1541/'42, 1542/'43, 1547/'48, 1551/'52 en 1552/'53 (Aarntsz.); vroedschap 1554/'55, 1555/'56; hoofdman sacr.gasth. 1537/'38, '48/'49; schout van Monster verm. 21 apr. 1542, 2-5 dec. 1545, 16 apr. 1551, 6 nov. 1554 en 13 jan. 1555 ('t Hart, Costumen 22; Die van Delf en Delfland voor de Grote Raad, E.A. doss. 479, noot 2, 't Hart, Costumen 42, 51 en 52); smaldeler van de West-Ambachten van Delfland 1529-1546 (Postma, Delfland, 130 en 417)

beroep

mr. in S.-Lucasgilde (schilder)? (vgl. Archieven van de Gilden 111 fol. 5=Bredius, ‘Sint Lucasgilde’, Archief Ned. Kunstgesch. dl. 4, p. 11, ald. verm. van een Anthonis Aartsz.)

overige gegevens

Pabon, Hofboeken, 418: 1561 oostzijde van de Nieuwstraat: de wed. van Anthonis Aartsz. met een stal; Ibidem, 425: oostzijde Zuideinde, hoekhuis ten noorden van de gracht, bij St.-Anthonisbrug; Ibidem, 452: aan de Korenmarkt 'Int Paerdeken' (vgl. Archief Heilige Geest 2 fol. 90vo, 1557-1579 aflossing van de hypotheek door Jan Wolff, schepen). Hij woonde in 't Paerdeken, was medeschepen en kreeg van Nic.gasthmrs. 21 nov. 1537 toestemming een loods te bouwen tegen de zuidmuur waar nu de baaierd is, op nader omschreven voorwaarden (Archief Nicolaasgasthuis 118). Henrica, zr. van Anthonis Aartsz. ovl. 14 nov. 1557 (Rek. Jacobskerk fol. 25vo=Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 28). Belytgen Pietersdr., zijn weduwe, oud 73 jr., verklaart 13 febr. 1566 dat haar woonhuis in de Torenstraat toebehoort aan Willem Hendriksz. (Archief Weeskamer 126 fol. 23) Zij verkocht 21 juni 1564 aan Aam Aartsz. een woning met 13 morgen land onder Monster (Oud Rechterlijk Archief 331 fol. 79); 2 dec. 1566 verkocht zij een huis en erf in de Nieuwestraat tegenover het stadhuis (Oud Rechterlijk Archief 331 fol. 399vo). De memorieheren werd 19 jan. 1564 een rente toe gepacht van 36 sch. 6 penn. Holl. op het huis van Belyken, Anthonis Aertsz. weduwe, in de Torenstraat (Kloosters Delfland, 144 regest 98) Archief Weeskamer 91 fol. 1: Anthonis in 't Paerdeken stelt zich borg voor Anna Willemsdr. voor som van 24 car. gld. min 4 stuiv.; Anna heeft de som uit handen van de weesmrs. ontvangen (1533). Attentie voor Archief Weeskamer 117 fol. 121 (2 mei 1510): Katrijn Hendrik Anthonis Smoutenwed., zoon Corn. Hendr. Smout, moeie van Corn.: Adriaen Anthonis Claes Smoutendr., tante en Anthonis Michielsz., haar zoon. Hij trad 17 nov. 1529 op als voogd voor Trijntgen Gerritdr., toen die verklaarde voldaan te zijn door vader Gerrit Aartsz. van moederlijk erfdeel (Archief Weeskamer 119 fol. 31vo, vgl. fol 31 en vo: Gerrit was molenaar, moeder was Lijsbeth Gijsbrechtsdr.) Of er verband bestaat met Thonis Aertsz., stuurman te Vlaardingen 152.. is niet zeker (Schuldboek Rotterdam 2, Ons Voorgeslacht, 314). Hij procedeerde voor de Grote Raad tegen de ambachtsbewaarders van 's-Gravenzande en eiste betaling door hen van hun aandeel in de kosten van een proces tegen de erfgenamen van Pieter Simonsz.; de eis werd 24 dec. 1548 toegewezen (E.A. doss. 479 en Sent. nr. 849.126, Die van Delf en Delfland voor de Grote Raad voor de Gr. Raad).

ADRIAANSZ., HUGE (VAN DEN VELDEN)

geb./ovl.

geb. ca. 1483/'84 ('t Hart, Costumen 20 en 42)

functie(s)

schepen 1533/'34, 1535/'36, 1537/'38, 1538/'39, 1539/'40, 1542/'43, 1543/'44, 1544/'45, 1546/'47, 1549/'50, 1550/'51, 1551/'52; kerkmr. 1542/'43; gasth.mr. van St.-Nicolaas 1537-1551; geestmr. 1536, '37, '38

beroep

goudsmid

overige gegevens

Maritgen, zijn weduwe, werd 14 juni 1560 begr. en 14 en 15 juni beluid (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 64 en 40); Jansdr. genoemd bij begr. (Voet, Goudsmeden 119). Hij was 1528 gijzelaar na de brandschatting door de Geldersen, evenals zijn zoon Aarnd (Voet, Goudsmeden 119 naar Jaarboek Die Haghe 1911). Jan Tisen (Tyson) alias Fourier, uit DH, procedeerde tegen hem, goudsmid en ging in beroep tegen vonnis Hof van Holland , dat evenals schout en schepenen van DH de eis tot teruggave van een som gelds, die door eisers vrouw Barbara aan verweerder ter belegging was gegeven, afwees. Verweerder zou overeenkomstig de lastgeving van Barbara, die als openbaar koopvrouw volgens het gewoonterecht van Holland handelingsbevoegd was, hebben gehandeld; beroep 13 apr. 1538 ongegrond verklaard (De Smidt e.a., Chronologische lijsten van de geëxtendeerde Sententiën III p. 338). Pabon, Hofboeken, 344: 1512 zijn huis en erf Noordeinde o-z. tussen Heulstraat en Plaats.

ADRIAANSZ., JASPER

geb./ovl.

-

functie(s)

gasth.mr. van St.-Nicolaas 1564, '65 (tot juli/nov.)

beroep

-

overige gegevens

-

ADRIAANSZ., MAARTEN

geb./ovl.

ovl. 1538 (vgl. functie; St.-Joris ontving zijn doodschuld 1538/'39, Archief Confrérie Sint Joris 43 fol. 3)

functie(s)

schepen 1503/04 (Ons Voorgeslacht 1987 p. 771), 1523/'24, 1524/'25, 1525/'26, 1529/'30, 1530/'31, 1531/'32, 1537/'38; in leven rentmr. van de H.Geest (Archief Heilige Geest 613); weesmr. 1527-'35 en 1538; gasth.mr. St.-Nicolaas 1537-1538 (na zijn ovl. een ander); wsl. de schotvanger verm. 8 aug. 1523 (samen met Pouwels de Vries) (Archief Nicolaasgasthuis 19 fol. 167)

beroep

goudsmid (zie Archief Weeskamer 121 fol. 51)

overige gegevens

Toepachting 6 mrt. 1538 aan hem van een jaarlijkse losrente van 13 1/2 sch. 1/2 penn. uit 10 hond land te Monster (Archief Heilige Geest 552). Zijn weduwe Neeltje Simonsdr. verkocht HG 27 aug. 1539 een rente van 4 pd. Holl. op een huis en erf in de Hoogstraat, onder verband van haar woonhuis en erf aan het Zuideinde (de rente was 19 mrt. 1509 in handen van Alijd Florenwed.) (Archief Heilige Geest 613). Tevens verkocht zij toen (opnieuw met voogd Adriaan Matthijsz.) rente van 4 pd., op zelfde woonhuis en erf verzekerd (Archief Heilige Geest 595; deze behoorde 9 mei 1459 mr. Pieter Dammasz. (d.w.z. 10 sch. op huis en erf aan de Vismarkt), Archief Heilige Geest 593, en 13 mei 1379 Dirk Aarndsz. (3 pd. 2 sch. op huis en hofstede) (Archief Heilige Geest 2 fol. 112vo), alsmede met dezelfde voogd 8 pd. Holl., gevestigd op 6 morgen land onder Monster (4 aug. 1511 in handen van Alijd Florys en erfg., Archief Heilige Geest 2 fol. 429 en vo). Zijn weduwe met haar zoon Dirk Maartensz. als voogd stonden 17 nov. 1548 borg bij een renteoverdracht, onder verband van haar huis en erf aan het Zuideinde; ook Dirk verbond zijn goederen (Archief Heilige Geest 2 fol. 249/250). Maarten Adriaansz. en Cornelia Simonsdr. testeerden 15 juni 1538, maakten een mutueel testament; langstlevende moet inventaris van alle goederen aan de weesmeesters overleggen; bij hertrouwen zou de kinderen hun vaderlijk erfdeel moeten worden gegeven; anders zouden de goederen in bezit der langstlevende blijven (Archief Weeskamer 120 fol. 107 en vo); 28 mei 1546 bracht Dirk Maartensz. uit naam van moeder Neeltgen Simonsdr., wed. van Maarten Adriaansz., inventaris in de weeskamer (fol. 107vo).

AER, ADRIAAN AERTSZ. VAN DER

geb./ovl.

geb. ca. 1517 ('t Hart, Costumen 83)

functie(s)

schepen 1559/'60, 1560/'61, 1561/'62, 1562/'63; schout 16 okt. 1563 (Nationaal Archief, Archief van de Rekenkamer, Registers 495 fol. 61)-22 apr. 1564 (Nationaal Archief, Archief van de Rekenkamer, Registers 495 fol. 62), deed afstand van schoutambt wegens promotie tot substituut-procureur-generaal bij het Hof van Holland

beroep

-

overige gegevens

Tr. Machteld Willemsdr. van Cryep (zie ald.), weeshuismoeder van het Burgerweeshuis sinds 1564 (Hardenberg, Burgerweeshuis 68). Memorie van jfr. Nelle van der Aa (Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 6).

AERTSZ., MR. PIETER

geb./ovl.

geb. ca. 1498 ('t Hart, Costumen 20); ovl. 1555/'56 en als vroedschap vervangen

functie(s)

vroedschap 1555/'56

beroep

-

overige gegevens

-

AICKEN, CORNELIS (CORNELISZ.) VAN

geb./ovl.

geb. ca. 1494/'97 (t Hart, Costumen 50, 42); ovl. voor 7 febr. 1567 (Archief Weeskamer 125 fol. 163vo); betaalde zijn doodschuld bij leven (Archief Confrérie Sint Joris 53 fol. 3, 1553/'54)

functie(s)

schepen 1533/'34, 1534/'35, 1538/'39, 1539/'40 (ws. opvolger Cornelis S. vd. W. Jacobsz.), 1544/'45, 1545/'46, 1546/'47 (alleen bij De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage), 1548/'49, 1549/'50, 1550/'51, 1551/'52, 1552/'53, 1553/'54, 1554/'55, 1555/'56, 1556/'57, 1557/'58, 1558/'59, 1559/'60, 1560/'61, 1561/'62, 1562/'63, 1563/'64, 1564/'65, 1565/'66 (alleen bij De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage); substituut-schout 1 aug. 1559 ('t Hart, Costumen, nr. 65); kerkmr. 1542/'43; geestmr. 1553-1566 (1565 ontbreekt); weesmr. 1548; leprooshuismr. 3 jan. 1550; hoofdman sacr.gasth. 1551/'52, '52/'53, '53/'54 ('54/'55 ontbr.), '55/'56, '56/'57, '57/'58, '58/'59, '59/'60 ('60/'61 ontbr.), '61/'62, '63/'64

beroep

viskoper (zie bezit)

overige gegevens

Hofboek, 389: huis en erf in de Pooten (??) 1561; een ander huis en erf in de Pooten werd voor 1561 verkocht (Ibidem, 390). Verklaarde 26 mei 1565 de weesmrs. schuldig te zijn als executeurs-test. van Fransgen Jansdr., in leven zijn echtgenote, een jaarlijkse rente van 59 car. gld. 7 1/2 stuiver, die hij verzekerde op zijn huis en erf met de vishuizen daaraan staande op het Spui, o-zijde, daarvoor kocht hij de helft van dit huis (Archief Heilige Geest 703). fam. Tr. 1e Fransgen Jan Aamsz.dr., dr. van Jan Aamsz. en kleindr. van Aam Hendriksz. op 't Wout (zie Holl. stam- en naamreeksen p. 48); zij werd na de dood van haar broer Thou Jan Aamsz. 28 mei 1561 beleend met 6 morgen 1 1/2 hond land in het Elsgeestweer te Wateringen; 8 jan. 1569 belening van haar zoon Cornelis Pouwelsz., alias Cornelis Bruunsz., krankzinnig; 30 sept. 1570 na zijn dood diens zoon Pouwels Cornelisz. te DH; 2 mei 1579 overdracht door de laatste (Ons Voorgeslacht 1966, 490). Zijn echtg. Fransgen Jansdr. is 15 apr. 1563 ziek en testeert; had geen kinderen bij Cornelis, wel een voorkind Cornelis Pouwelsz. bij Pouwels Cornelisz. [Bruuns], die bij zijn vrouw Lysbeth Michielsdr. 6 kinderen heeft, deze vrouw had hem echter verlaten omdat hij niet bij zinnen is; haar zoon en kinderen maakt zij tot erfgenamen, met dien verstande dat Cornelis slechts het vruchtgebruik krijgt; indien zijn vrouw bij hem terugkeert, is er voor haar een lijftocht. Geeft haar mans nicht Reyntken Crijn Hendriksdr. van Aicken, die van jongsaf bij hen woonde een legaat (Archief Weeskamer 125 fol. 146); zij werd 22 apr. 1563 begr. en 21 apr. beluid (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902, 69 en 46) Cornelis van Aicken tr. 2e Anna van der Mersche, verm. 15 jan. 1565 (Archief Weeskamer 125 fol. 152). Beluiding van zijn kind 3 jan. 1568 (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 55) Stond 15 okt. 1552 borg voor Katryne Dirksdr., wed. van Wouter Jansz., w. te Delft (Archief Leprooshuis 166 fol. 91v-92) en 3 juni 1561 voor Pieter Huybrechtsz., deurwaarder bij het Hof van Holland , met zijn huis en erf aan de oostzijde van het Spui (Nationaal Archief, Archief Graven van Holland 2 fol. 304 en vo). Een Cornelis Claasz. van Aecken, goudsmid, poorter van Leiden verm. 13 mei 1557 (zie De Milde); deze werd 12 apr. 1579 beleend met 24 pond op 't Zijs, grfl. leen, Zoeterwoude, na zijn dood 8 juni 1587 zijn dochter Christina, oud 48 jaar (Ons Voorgeslacht 1990 p. 168, Rijnland). `Betaelt voer `t derdendeel van(de) kercke In xv st. voer den bode die den bryeff gedragen heeft in . , . . en(de) . . . . wedergebracht van Gerard van(der) Mersche ball(iu) tot Rotterdam alsmede executeur van Joffr. Anna van(derl Mersche zijne suster wed. wijlen Cornel van Aecken die in lijftochte bezeten heeft de goeden van(de) v(oor)sz. Cornelis van Aecken en(de) alsoe deur haer overlijden gecomen zyn vuyt crachte des v(oor)sz. van Aecken's testament aen(de) v(oor)sz. kercke, heyligen geest en(de) huyssitten(den) Inden Haghe en(de) belopen(de) v sch. (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902, 340).

ALBRECHTSZ., BRUUN

geb./ovl.

-

functie(s)

kerkmr. 9 aug. 1474

beroep

drapenier 1468 (Van Gelder, Draperye, Die Haghe 1910 286)

overige gegevens

Bezat in het complex waarin ook klooster van Maria Galilea ligt, tussen Pooten en de vaarsloot, veel grond, langs Spui oostzijde en in de Pooten, o.m. het hoekhuis Hoek, Tegenover de leprozen, 151). Bezat sinds 30 jan. 1465 2 pd. Holl. rente op een huis en erf aan Spui-oostzijde, die hij bestemde voor zijn memorie (Archief Memoriemeesters 2 fol. 75). Bezat sinds 24 juli 1459 rente van 2 pd. Holl. op huis en erf aan de Volresgracht (Kloosters Delfland reg. 80, p. 413). Woonde aan het Spui (Pabon, Hofboeken 28, verm. 1475); belender aan Coman Willemslaan 20 dec. 1479 (Archief Heilige Geest 505); bezat sinds sept. 1464 erf te DH, 1478 ald. Cornelis Bruunsz. (Pabon, Hofboeken 24); Bruun ovl. in of na 1481 (Pabon, Hofboeken 25). Zoon van Albrecht Willemsz. te Scheveningen (Hoek, Tegenover de leprozen p. 151). Mr. Pieter Bruynsz., pr., verkoopt 28 apr. 1537 2 morgen land in Bezuidenhout, die 9 juli 1466 waren gekocht door Albrecht Willemsz. Zeylmaker (Kloosters Delfland 98 regest 187 en 66 regest 48). 17 april 1479 verklaarde Dirk Aaf, Claas Bruynsz.wed. de memoriepriesters schuldig te zijn 45 sch. Holl. op haar kamer en erf op het Spui, westzijde van de vaart, verdere belendingen o.m. het huis waar zij met man woonde, en haar zwager Bertelmeeus Aarndsz.; boven de akte staat pro memoria Bruun Albrechtsz. (Archief Memoriemeesters 2 fol. 57vo). Dirk Ave, wed. van Claas Bruynsz. en haar zwager Bertelmeeus Arentsz. verkopen Maria in Galilee op het Spui 2 1/2 morgen land, aan het einde van het Zieken (Kloosters Delfland 75 regest 88). Claas (Jan) Bruunsz. heeft zoon Adriaan (Pabon, Hofboeken 59 [1458/90]) en dr. Hillegond, tr. Coman Meeus Aarndsz., die Claas bezittingen bij Westerbeeck en de Pastoorswarande erfde (Pabon, Hofboeken 65 en 150 [1458/90], vgl. Hoek, Tegenover de leprozen p. 142) St.-Jacob deed memorie van Claas zn. van Jacob[/?] Johannes Bruunsz. en zijn vrouw Dirk Ave (Archief memoriemeesters 1 fol. 64vo). De woning achter Westerbeeck; behoorde 1458 en later Jonge Jacob Jan Bruunsz., 1474 Claas Bruunsz. vervolgens (voor 1490) Hillegond, zijn dr. met haar man Coman Meeus (Pabon, Hofboeken 64). Bruun Albrechtsz. stichtte een officie van 3 missen met zoon Mr. Albertus Brunosz., pr., op altaar van St.-Ursula te DH; 8 dec. 1484 verklaarden Mr. Albertus en Cornelis Brunosz. met hun broers en zrs. en Johannes Dammasz., gen. Coman Jan, deken van de broederschap van St.-Ursula, met homannen en rectoren daarvan, genoemd officie nooit te zullen vervreemden van genoemd altaar en de vergulde kelk en het missaal dat Albertus voor deze dienst bestemde, ook voor andere missen der broederschap te doen dienen (Kloosters Delfland 127 reg. 21). 1 sept. 1597 overdracht van collatie van St.-Ursulavicarie, gesticht volgens testament van Bruyn Albrechtsz. d.d. 30 nov. 1491 door diens weduwe Catharina Pouwelsdr., alsmede die geheten St.-Matthias in kerk van Den Briel, gesticht door Mr. Claas Jacobs z., pr. op 2 apr. 1480, door Bruyn Pieter Bruynsz., w Zierikzee en Adriaan Pieter Bruynsz., w Rotterdam op Pieter Adriaansz., zoon van Adriaan Pieter Bruynsz. (NN, De Oude protocollen der Notarissen in Nederland, Algemeen Ned. Familieblad 1883 nr. 40 p. 3). Mr. Claas Jacobsz., pr., stichtte 2 apr. 1480 St.-Mathijsvicarie in de St.-Catharinakerk in Den Briel; collatie zou na hem zijn voor zijn oom Bruun Albrechtsz. en diens nageslacht; vicaris zou de oudste priester of klerk uit zijn ooms geslacht zijn. Eerste vicaris zou Michiel Jansz. zijn en na hem Jacob Claasz., zijn natuurlijke zoon (GA Rotterdam, Archief van de vicarie op St. Pietersaltaar in de St. Jacobskerk te 's Gravenhage en van de vicarie op St. Michielsaltaar in de St. Laurenskerk te Rotterdam inv.nr. 130). 1504/05 aanstelling van Bruun Cornelisz. tot S.Ursulavicarie in S. Jacob, na de dood van Mr. Albert Brunonis (Grijpink, Register op de parochiën 156); na resignatie door Christianus Brunonis 1537/'38 Herman Jansz. op vicarie van Almachtige God, Maria Maagd en Alle Heiligen ald. (Grijpink, Register op de parochiën 156); na resignatie door Mr. Pieter Bruunsz. [zie mr. Pieter Bruunsz.] 1537/'38 een ander op S. Ursulavicarie (Grijpink, Register op de parochiën 156); Pabon, Hofboeken 1561 p. 392: bedienaar is Yeman Pieter Bruunsz. (vgl. Hoek, Tegenover de leprozen, onder Personalia); Pabon, Hofboeken 421: Maritgen Yemantsdr. wed. van mr. Pieter Bruunsz. Albrecht Brunenz. 'op 't Spoy' ovl. 1505 (Archief Nicolaasgasthuis 18 fol. 171) Verm.ing 30 juni 1437 van Agniese Bruynenwed. met zoon Aelbrecht, zij erkent schuldig te zijn 20 sch. Holl. rente op haar huis in het Voorhout tegenover het klooster, bel. w Heerweg, n. Voorhout (Kloosters Delfland 404 reg. 41). Jacob deed memorie van Bruun Albrechtsz. en echtg. Katrijn, begr. ald., daarvoor waren twee rentenbrieven ontvangen, 2 pd. op huis en erf 'op dat bleecfelt' en 20 sch. Holl. op de hoek van de Spuistraat (Archief Memoriemeesters 1 24vo). 28 juli 1563 wordt Cornelis Bruynsz. besteed, 31 juli 1563 Maryken Cornelis Pouwels Bruunsdr. (in St.-Agnietenzusterhuis) (Archief Weeskamer 125 fol. 148, zie Van Aicken). Bruun Albrechtsz. was wsl. een zoon van Albrecht Willemsz. (bezitter van een erf tussen Coman Willemslaan en Denneweg bezuiden het hout sinds 1466, ald. verm. 1473 van Bruun) (Pabon, Hofboeken p. ...). Zie ook Gerrit Bruunsz.

ALBRECHTSZ., HILLEBRAND

geb./ovl.

geb. ca. 1482 ('t Hart, Costumen 42)

functie(s)

schepen 1535/'36, 1536/'37, 1541/'42, 1545/'46; weesmr. 1538-'41 en '43; vroedschap 1550/'51, hoofdman sacr.gasth. 1538/'39, '39/'40, '40/'41, 42/'43, '44/'45, '47/'48

beroep

-

overige gegevens

Wsl. verwant van Albrecht Hillebrandsz. (zie ald.). Overdracht 5 apr. 1565 door Jan Jacobsz. Zeeuw, van der Goude aan Lijsbeth Maartensdr., wed. van Hillebrand Albrechtsz., zijn schoonmoeder (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 936). Hij bewees 16 jan. 1520 zijn kinderen bij Neeltgen Cornelisdr. hun moederlijk erfdeel, te weten: Aaltgen (dr., 11 jr.), Grietgen (d 9), Jacob (zn., 7), Annetgen, (d 5), Barbertgen (d 3), totaal 250 pd. Holl. ineens, verzekerd op zijn woonhuis en erf in het Noordeinde (Archief Weeskamer 118 fol. 279 en vo). 13 dec. 1531 verklaarde Jacob Sybrandsz., man van Alijd Hdr. voldaan te zijn; 23 jan. 1540 verklaarde Cornelis Jacobsz. voor vrouw Barbara hetzelfde; 3 sept. 1533 Jacob Hsz. zelfde; 12 nov. 1535 Gillis Joostenz. als man Griete Hdr. voldaan, ook van erfe nis van Annetgen (Archief Weeskamer 118 fol. 279vo). Cornelis Jacobsz. Groenen gez. Breedtfeld (nam naam Van Wouw aan) tr. Barbara Hillebrandsdr. van Waterland, uit dit huwelijk Jacob Cornelisz. van Wouw, geb. nov. 1545, ovl. DH 16 apr. 1620, begr. ald., vroedschap, schepen en burgemeester van DH, lakenkoopman (Fölting, Vroedschap 28:). Barbara Hillebrandsdr., weduwe van Coman Cornelis Jacobsz. [N.B. Hoek, Tegenover de leprozen 179: Cornelis Jacobsz. is zoon van Coman Jacob] bewees 29 juli 1552 haar 4 weeskinderen hun vaderlijk erfdeel; betreft Neeltgen Cdr., 10 j., Jacob Csz., 8 j., Hillebrand Csz., 4 j., Martijn Csz., 2 j., 15 pd. groten Vl. per kind; verklaarde verder niet te weten of zij zwanger is; aanwezig waren Coman Lijsbeth Dirksdr., grootmoeder, Adriaan Jacobsz., Pouwels Jacobsz. omen van vaderszijde van de kinderen, Hillebrand Albrechtsz., grootvader, Dirk Hillebrandsz., oom van moeders zijde [N.B. Barberken Jacob Reyersdr., wed. van Dirk Hillebrandsz., draagt 18 apr. 1562 een rente over (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 600)]; 27 juni 1565 verklaarde Jan Florisz., man van Neeltgen Cornelisdr. voldaan te zijn door schoomoeder inzake vaderlijk erfdeel en bovendien 5 pd. erfenis van broer Martijn (Archief Weeskamer 122 fol. 179 en vo). Hillebrand Albrechtsz. testeerde met echtgenote Lijsbeth Martijnsdr. 10 jan. 1555 in huis in het Noordeinde, elkaar tot wederzijds erfgenaam; zijn beiden oud; daaronder 14 gemeten land Over de Maas, 7 1/2 in ambacht Brabant en 7 gemeten ald. (zal de polder B. zijn in het Land van Putten). De 14 1/2 gemeten zal zijn na beider dood voor Martijn Hillebrandsz., hun zoon, om hem te onderhouden daar hij 'innocent' is, 'ende syn cost nyet winnen en mach', na diens dood te komen op de kinderen van beiden, niet op de Hillebrands voorkinderen, het was immers van Lijsbeths zijde gekomen; getuigen Corn. van Aicken, schepen, en Adriaan Mattthijsz, secretaris (Archief Weeskamer 118 fol. 317-318vo). Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 13vo: In St.-Jacob memorie van heer Dirk Pietersz. Houthuijn, kanunnik, die Jeruzalems heer was; tekenen levert 1560 Lijsbeth Coman Hillebrandsz. Voor de brooduitdeling was nog geen rente bewezen, Jacob Sybrandsz. bakte het brood echter. Ibidem fol. 13vo: Ald. memorie van Pieter Maartensz., tr. Lijsbeth, met ouders en kinderen; zelfde Lijsbeth levert de tekenen.

ALKEMADE, DIRK KERSTANTSZ. VAN

geb./ovl.

geb. ca. 1502 ('t Hart, Costumen 83)

functie(s)

weesmr. 1557 (vgl. hierna, m.i.v. 21 mei 1557); burgemeester 1560/'61, 1562/'63, 1563/'64, 1564/'65, 1565/'66, 1569/'70, 1570/'71, 1571/'72; vroedschap 1567/'68, 1568/'69

beroep

-

overige gegevens

Baljuw, schout, schepenen en regeerders, met consent van de vroedschap en advies van Mr. Cornelis Suys, raad-ord. in Hof van Holland en mr. Jacob de Jonge, mr. vd. rekenkamer, als commissarissen op de zaken van Den Haag, verklaren overeengekomen te zijn met Dirk Kerstantsz. van Alkemade dat hij in Den Haag zal mogen komen en blijven wonen en als andere edelen en vrije suppoosten, vrijdom van accijns, schot etc. genieten, en bij evt. vertrek vrijdom van exue, mits betalende t.b.v. het nieuwe voorslag van Den Haag 50 Car. gld. Op de rugzijde kwitantie d.d. 9 febr. 1547 van gen. 50 gld. en akte van non-prejuditie van baljuw, schout en schepenen bij aanvaarding van het weesmeesterschap door Dirk K. v. A. d.d. 21 mei 1557; met bevestiging van zijn voorrechten door de prins van Oranje, stadh.-gen., bij aanvaarding v.h. burgemeesterschap van DH door Dirk d.d. 10 apr. 1560 (Oud Archief 180 fol. 60). 13 febr. 1542 belening Dirk Kerstantsz. van A. met 16 morgen land te Tedingerbroek, grfl. leen, na hem Christiaan, zijn zoon, 10 nov. 1597 Jacob van A. na ovdr. door broer Christiaan (Ons Voorgeslacht 1990 174). Dirk van Alkemade bewoonde 28 dec. 1563 en 31 okt. 1566 een huis aan de Nobelstraat (Klapper Hypoth. 1538-1570 nr. 1035 en 1020). 16 sept. 1495 treedt een Gerrit Dirksz. van Alkemade op als verwant bij een bewijzing aan een weeskind (Archief Weeskamer 117 fol. 50). Volgens Fölting tr. hij Cornelia van den Eynde, zr. van de landsadvocaat Mr. Jacob en dr. van Hugo van den Eynde, secretaris en pensionaris van Delft en Elisabeth (van Bulgersteyn) van Zijl (Fölting, Vroedschap 24-26; vgl. inderdaad Ned. Leeuw 1953, kol. 292, J.P.W.A. Smit, Van Sainc Jur; H.J. Allard, 'Leden der Sociëteit van Jesus in het Haarlemsche geboren', Bijdr. Bisdom Haarlem I (1873) ...). Kerstant van Alkemade te Voorburg tr. Anna van der Goes, kinderen: a. Dirk tr. 1e Anna Sandelijn, ovl. 1610, 2e Catelijn Numans; b. Margriet tr. Arend van Brederode; c. Lijsbeth tr. Cornelis van Mierop, hr. van Hoogwoude, ovl. 1604 (Van Gouthoeven, Chronycke p. 17 4). Van Leeuwen, Batavia Illustrata, 834: Cornelia van den Eynde ovl. 1596, haar man begr. 1574 Haarlem. Ned. Leeuw 1953, Smit, Sainc Jur kol. 294 Maria, dr. van Michiel Poulss, burgm. van Delft en Maria Jan Roondr., tr. Corsten van Alckemade, burgm. van Delft, kinderen: Dirk, burgm. van DH, tr. Neeltgen van den Eynde (waaruit: Maria, tr. Arend van Reinesteijn, ho utvester; Elisabeth, tr. Cornelis van Mierop, ontv.-gen.; Corsten, Pauls, Jacob, Margriete, tr. Jan van Paffenrode/verder kol. 295/Magdalena; Petronella; een andere dr. van Michiel Poulss, Johanna, tr. Claas Frankenz. van den Berch, zie Van den Berch ( kol. 295). Dirk van Alkemade en Cornelia van den Eynde waren 'wesende van den grootsten Adel ende rykdom des lants, woonende in sgravenhaech, maer dat principalyk in haer pryselik is, dat dese waren treffelijk Catholyck en godsvruchtich ...' (Bijdr. Bisd. Haarlem I p. 103-104). H.J. Allard, Nadere aanteekeningen over de Alkemaden, Bijdr. Bisd. Haarl. I naast p. 380: Kinderen van Dirk en Cornelia: Jacob, Paulus, Elisabeth ovl. 1604, tr. Cornelis van Mierop, Magdalena, testeerde 24 juli 1611, Petronella en Margaretha, klopjes, M aria, tr. Arent van Brederode, hr. van Reynestein; Kerstant, heer van Leeuwenstein, tr. 1578 Anna van der Goes. Kerstant Dirksz. van Alkemade, ovl. 21 sept. 1537, o.m. veertig, burgmr., weesmr. en thesaurier van Delft (Boitet Beschr. 81, 118, 120, 121, 123).

ALKEMADE, ENGEL VAN

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1472/'73

beroep

herbergier en goudsmid (verhuurde kamers aan de Leidse gedeputeerden ter dagvaart (1485, Kokken p. 204); als goudsmid verm. 1483-1512 (vlg. Pabon, Hofboeken ; Voet, Goudsmeden 30; Archief St.-Nicolaasgasthuis 22 fol. 156: Betaling aan hem voor 'dat cruustgen te maken ende van vergulden te samen' (3 okt. 1470).

overige gegevens

Zie artikel Kort, Ned. Leeuw 1998. Zijn memorie werd in S.-Jacob door de H.Geest gedaan (Archief Heilige Geest 951 fol. 3vo). Engel was oom van moederszijde van de kinderen van Mattheeus Cornelisz. de Vleyschouwer In Sinte Jacop, verm. 5 nov. 1484 bij de bewijzing van hun moederlijk erfdeel (Floir 5, Jan 2, Neelken 6) (Archief Weeskamer 116 fol. 24).

ALLERTSZ., GERRIT

geb./ovl.

-

functie(s)

gasth.mr. St.-Nicolaas 1562-1572; vroedschap 1568/'69, 1569/'70, 1570/'71, 1571/'72; weesmr. 1569 en '70; hoofdman sacr.gasth. 1552/'53, '53/'54 (rekening '54/'55 ontbreekt), '55/'56, waardijn van de draperie aangesteld 8 apr. 1558

beroep

wantsnijder (Archief Weeskamer 123 fol. 18)/lakenkoper (Hofboek p. 419, Archief Heilige Geest 752: 18 mrt. 1546 en 20 sept. 1563 (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 669b))

overige gegevens

Woonde 1561 zuidzijde Korenmarkt (Pabon, Hofboeken, 419). Kocht 18 mrt. 1546 rente van 3 car. gld. op een huis en erf aan de o-zijde Veenstraat, was zelf belender met zijn huis (Archief Heilige Geest 752). Op zijn huis en erf bezaten Pieter Deym en later diens dr. een rente (Molenstraat, verm. 6 juli 1508, Archief Weeskamer 117 fol. 111). Kocht 8 juli 1546 rente van 6 car. gld. op huis en erf te DH (Archief Heilige Geest 596), 17 juli 1547 8 gouden car. gl. rente op 4 1/2 morgen weiland in de ban van DH (Archief Heilige Geest 815), 30 apr. 1548 1 1/2 gouden car. gld. rente op 3 morgen land in Teylingerbroek (Archief Heilige Geest 828). Oudtgaert Allertsz. snijder verklaarde 8 okt. 1538 verkocht te hebben voor zichzelf en zijn zrs. - erfgenamen van wijlen Allert Jansz. en Maritgen Gerritsdr. - aan Gerrit Allertsz. 4 pond Holl. rente, gevestigd op zijn huis en erf aan de Veenstraat. Deze rente heeft G.A. behouden, daar hij hem daarmede dato dezes dit huis verkocht heeft (Archief Heilige Geest 751). Wijlen Allert Jansz. is wsl. de lakenkoper die 5 sept. 1527 rente op huis en erf te Voorburg kocht van 1 1/2 car. gld. (Archief Heilige Geest 996) en degene die 13 aug. 1533 een rente kocht op een huis en erf in het Noordeinde (Archief Heilige Geest 662); vgl.: 30 apr. 1548 (bij rentevestiging voor G.All.) Maritge Pietersdr. verklaart schuldig te zijn 1 1/2 car. gld., niet langer op haar huis te Voorburg (zie hiervoor), maar op bij Gerrit genoemde 3 morgen land (Archief Heilige Geest 828). Gerrit A. vermaakte bij testament: zijn zr. Burch Allertsdr. een lijfrente van 2 pd. groot Vl., bij haar ovl. na zijn dood echter al haar bezit voor de armen; zijn zr. Beatris Adr. lijfrente van 3 pd. groot Vl., die zich in eerder genoemd beding moet schikken; bast.broer Jan Allertsz. te Marijs buiten Weert of diens kinderen 8 pd. groot Vl. ineens; aan de kinderen van de broers en zusters van zijn vader die te Hoorn wonen, samen 20 pd. Vl. ineens; Leprozen buiten DHG 4 pd Vl. ineens rest voor de armen (tot uitdeling door HG, die als ex.-test. optreedt en daarvoor 1 pd. ineens ontvangt). Indien Gerrit wettige kinderen nalaat, dan zijn alle bepalingen vervallen (Archief Heilige Geest 920) Archief Weeskamer 91 ongefol.: Maritgen Gerritsdr., wed. van Allert Jansz. doet bewijs aan dr. Burch Allertsdr. voor weesmrs. (9 juni 1536); Burch is niet bij verstand, reeds 35 jr. oud, bewijzing van vaderlijk deel van 500 pd. onder zekere voorwaarden; verder kost en inwoning bij moeder; verzekerd op haar woonhuis en erf aan de Vismarkt en aan de Venestraat en al haar goed; voogd: Gerrit Allertsz. (ws. van moeder?). Verwant? Hr. Cornelis Allertsz., memorieheer St.-Jacob (Archief Memoriemeesters 1 fol. 14vo).

ALLERTSZ., JACOB

geb./ovl.

-

functie(s)

schout van Scheveningen verm. dec. 1570-5 febr. 1572 (Oud Archief 6306, 753 fol. 206v= 754 fol. 281, ´t Hart, Costumen, p. 136 en J. Smit, Den Haag in den Geuzentijd 358-9).

beroep

-

overige gegevens

Broer: Claas Allertsz., verm. 1570 (.... fol. 2).

AMERONGEN, GILLIS VAN

geb./ovl.

ovl. 1524/'25 (Archief Confrérie Sint Joris 29 fol. 3)

functie(s)

klerk verm. 1499-1507 (Archief Weeskamer 117 fol. 45, De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage III 182, 't Hart, Costumen XII); 14 jan. 1516 voormalig klerk en op dat moment deurwaarder bij het Hof van Holland (Die van Delf en Delfland voor de Grote Raad B.H. doss. 262); ontving, na afstand door vorige vicaris, 5 okt. 1508 de vicarie van het H. Sacrament in St.-Jacobskerk (Archief Ned. Herv. Kerkvoogdij 13)

beroep

-

overige gegevens

Behoorde hij tot de familie verm. in Wittert van Hoogland, Hofsteden? (4e jg. p. 352-353). 24 mrt. 1504 verkoopt Katherijne Gillis van Amerongensdr. met voogd Gerrit Korstenz. voor schepenen van Den Haag een huis met erf en 2 kamers in Juffrouw Idastraat, alsmede een kamer met uitgang in de Nobelstraat (Ons Voorgeslacht 1987 p. 771, Acten Schieland). 30 jan. 1562 compareert in de weeskamer Catharina van Amerongen Gillisdr. [echtg. van Anthonius Nicasiusz. van Flory, zie ald.] en bewijst bastaard van David van der Houve, Hercules, gewonnen bij Magdalena van Flory Nicasiusdr. zekere penningen (Archief Weeskamer 125 fol. 58). Lid St.-Jacobsbroederschap , wonend Nuwestraat, klerk van DH (Archief Ned. Herv. Kerkvoogdij 28 fol. 15vo). 5 okt. 1508 deed Ancelinus f. Florentii, pr., vicaris op St.-Martinus in St.-Jacob afstand t.b.v. Egidius van Amerongen (Archief Ned. Herv. Kerkvoogdij 13).

AMMERS, GIJSKIJN VAN

geb./ovl.

-

functie(s)

baljuw van Haagambacht 1356-1357 (Van Riemsdijk, Tresorie, 11; Nationaal Archief, Archief Graven van Holland 224 fol. 1vo=Van Mieris, Groot Charterboek III 11=De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage I 839= Pabon, Die Haghe als ambacht 109-110)

beroep

-

overige gegevens

Zijn dr. Agniese tr. Adam van Berwaerde, baljuw van Den Haag voor en na hem, zie ald.

ANDRIESZ., CLAAS

geb./ovl.

-

functie(s)

leproosmr. 1560

beroep

metselaar, verm. 29 sept. 1561 (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 573)

overige gegevens

-

ANDRIESZ., JAN

geb./ovl.

-

functie(s)

gasthmr. St.-Nicolaas 1441, 1442 verm.; rentmr. daarvan 1439-1462

beroep

-

overige gegevens

-

ANTHONISZ., PIETER

geb./ovl.

-

functie(s)

gasthmr. St.-Nicolaas 1538-'52

beroep

-

overige gegevens

Woonde 1564 te Leiden, ald. werd bij zijn vrouw bericht gebracht dat zijn huis op de hoek van het kerkhof werd verkocht wegens achterstal (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 122).

ARYSZ., JACOB

geb./ovl.

-

functie(s)

hoofdman sacr.gasth. 1532/'33

beroep

-

overige gegevens

-

Top Of Page

 

Auteur

Fred van Kan

Publicatie

Haagse Elite tot 1572

Home

Haags Gemeentearchief