Fred van Kan

Haagse Elite

tot 1572

BAIRTSZ. - BUYS

BAIRTSZ. (BARTOUTSZ.), PIETER

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1481/'82, 1492/'93 (indien = P. Bertoutsz.), geestmr. 1480, 1481, 1482, 1483, 1485; sacramentsgasthuismr. 1469/'79; weesmr. 1488, 1493-1506, tresorier verm. 10 aug. 1484-29 juni 1487 (Archief Weeskamer fol. 18)

beroep

-

overige gegevens

3 1/2 morgen land bij Kortenbosch, afkomstig van Bartout Pietersz., waren vervolgens in zijn handen en werden door hem 1479 overgedragen (bron?). Pieter Bertoutsz. bezat sinds 10 apr. 1499 een rente van 20 sch. Holl. op een huis en erf in Jan Hendriksz.straat (Archief Leprooshuis 166 fol. 6). 13 febr. 1498 belender in het Westambacht van DH (Archief H. Geest Scheveningen 1 fol. 3). Werd 24 aug. 1491 beleend met een rente van 4 Rijns gld. op 14 morgen onder Escamp; na zijn dood 20 juli 1507 belening van zoon Pieter; rente later door Jacob Coppier afgelost (Ons Voorgeslacht 1982 De Lek en Polanen p. 137). Bezat sinds 5 nov. 1477 een rente op 5 morgen land te Wassenaar, 1 morgen ald. alsmede een huis aan het Voorhout (Oud Archief 753 fol. 193vo). Hij tr. Bairt; beider memorie werd gedaan in St.-Jacob, waar zij werden begraven; Bairt Jacobs(dr.?) (Archief Memoriemeesters 1 fol. 4vo en 28); memorie ook verm. in memorieboekje H. Geest (Archief Heilige Geest 951 fol. 4vo). Baert ovl. 1502, voor 27 mei (Archief Nicolaasgasthuis 18 fol. 117); echter memorieboek St.-Jacob (Archief Memoriemeesters 1 fol. 4vo) meldt dat haar overlijden in juni viel, ante Jan Baptist! Was oudoom van vaderszijde van Willem Claasz. Deym, 5 juni 1489 (Archief Weeskamer 116 fol. 105) en grootvader van de kinderen van Gerrit Bruun en Dieuwer Pietersdr. aanwezig bij bewijzing moederlijk erfdeel (16 dec. 1496, Archief Weeskamer 117 fol. 56). Deed bij leven St.-Nicolaasgasthuis een schenking (Archief Nicolaasgasthuis 18 fol. 135). Bairtsz.z., Pauwels Pieter; ovl. 1524/'25 (betaling van zijn doodschuld, Archief Confrérie Sint Joris 29 fol. 3). Pachter der accijnzen te Den Haag, verm. 18 nov. 1519 (De Smidt e.a., Chronologische lijsten van de geëxtendeerde Sententiën II p. 223). Trouwde 1505 (eind jan. begin febr.), daarbij was zijn verwant Willem Claasz. Deym aanwezig (Archief Weeskamer 116 fol. 104vo). Testament van Pouwels Pietersz. en Beatris Pietersdr. werd 10 febr. 1522 bevestigd door schepenen; 11 apr. 1524 opnieuw testament; 13 nov. 1528 verscheen Beatris als wed. voor het Hof van Holland , verklaarde 1521 getesteerd te hebben; zij benoemden toen hun dochters kin deren tot erfg., wenste nu uitvoering van het testament, behoudens de wijzigingen daarin van 1524; enige der executeurs-test. zijn inmiddels ovl., daarom benoeming van Maarten Adriaansz.. Omdat veel der kleinkinderen onmondig zijn, verzoekt zij de weesk amer e.e.a. te beheren. Zij vraagt het Hof van Holland haar wil te bevestigen (Archief Weeskamer 2157). Beatris bezat 3 juli 1538 en 11 jan. 1539 helft van de woning en landerijen gen. de Groene woning (t.o. het Kortenbosch), waarvan Jan Bruynsz. en broers en zusters de andere helft bezaten (Oud Rechterlijk Archief 447 nrs. 1 en 37) Hij ging in beroep tegen interlocutoir vonnis van het Hof van Holland , dat eiser beval zekere pachttermijnen voorlopig aan twee Haagse tresoriers te betalen. Op beschuldiging van niet betaling van de pacht was eiser door verweerder Jacob Willemsz. (tresorier) gegijzeld. Gerecht van DH ontsloeg hem uit gijzeling. Beroep 18 nov. 1519 ongegrond verklaard; hoofdzaak naar het Hof van Holland terugverwezen (De Smidt e.a., Chronologische lijsten van de geëxtendeerde Sententiën II 223). Pouwels betaalde 1512-1530 landrente aan het Nicolaasgasthuis voor 8 morgen land in Escamp (Archief Nicolaasgasthuis 18 rek.)

BAIRTSZ.Z., PIETER PIETER (ALIAS JONGE PIETER BAIRTSZ. OF PIETER PIETERSZ.)

geb./ovl.

ovl. 1528/'29 (Archief Confrérie Sint Joris 33 fol. 3)

functie(s)

schepen 1508/'09, 1517/'18, 1518/'19; raammr. 1501, weesmr. 1527, hoofdm. Nic.gasth. 1519-'25 en 1526-'27; vroedschap 1516/'17 en 1517/'18; ?? Pieter Bairtsz., tresorier verm. na 10 okt. 1534 (Archief Weeskamer 1623)

beroep

-

overige gegevens

Verkocht ... 3 1/2 morgen land te Boeckelsdijck, Overschie en 3 1/2 morgen te Hillegersberg (de Sciltkamp); verzekerde de verkoop tegen evt. bezwaring op zijn land onder Vlaardingen op de Broeck (A.M. Verbeek, 'Het tweede "schuldboek" van Rotterdam (1521-1526), Ons Voorgeslacht, 286). Verkocht 9 apr. 1513 een huis en erf met klein huisje daarnaast bezuiden de kerk (Riviervismarkt) (Eigendomsbewijzen van Particulieren 131 nr. 57). Beleend met een rente van 4 R. gld. p.j. door heer van de Lek 20 juli 1507 na zijn vaders dood (Ons Voorgeslacht 1982 De Lek p. 137). Overdracht d.d. 29 aug. 1497 door magistraat van een erfl. losrente van 2 pond Vl. aan hem i.v.m. een geleende som gelds; 15 okt. 1510 verhoging van deze rente van de penn. 15 naar 16 (Oud Archief 2168); beide renten werden 23 jan. 1553 overgedragen door Cornelis Willemsz., geh.m. Anna de Milde Adriaansdr (Ibid). Pieter Pietersz. alias Jonge Pieter Bairtsz., w. DH, treedt op als voogd voor Jacobgen Pietersdr., zuster van wijlen Engel Pietersz., als deze met Foey Kuedief, w. te Delfshaven (namens zijn verwanten) mede namens de andere erfgenamen van vaders wege van Engel Pietersz., 8 hond land te Nootdorp verkoopt onder Nieuwveen (8 mei 1525) (Ons Voorgeslacht 1987 Schuldb. 2 p. 314). Een Pieter Pietersz. was 27 juli 1515 evenals Jan Bruynsz., Bastiaan Claasz. en Jacob Ariaansz. onder de verwanten van vaders zijde van Elsgen, dr. van Claas Willemsz., bij bewijzing door haar moeder Trijntgen Meeusdr.; verwant van moeders zijde was Jacob Pijnsz. (Archief Weeskamer 118 fol. 93). Jonge Pieter Bairtsz. trad 15 dec. 1526 op als een der arbiters in geschil tussen het begijnhof te 's-Gravenzande en Dirk Simonsz. c.s. (Kloosters Delfland p. 324 reg. 143). Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 8: In St.-Jacob memorie van hem en echtg. Baart.

BALLEMAKER, CORNELIS CORNELISZ.

geb./ovl.

ovl. 1498 (Archief Nicolaasgasthuis 18 fol. 86vo)

functie(s)

gasthuismr. van St.-Nicolaas 1497, 1498; schepen aug. 1468 met Aarnd Groeninc?

beroep

ballemaker (de Ballemaicker, kocht 1490 huiden (Archief Nicolaasgasthuis 18 fol. 36).

overige gegevens

Tr. Jannegen, ovl. 1504 (Archief Nicolaasgasthuis 18 fol. 154). 30 aug. 1499 bewees Jannegen Cornelis Balmaeckers wed. haar kinderen vaderlijk erfdeel, betreft: Jacob Cornelisz., 19 j., Belygen C.dr. 5 jr., Aryane Cdr. 2 jr.; zij ontvingen 100 pd. gr. Vl. per kind, verzekerd op haar huis en erf in de Veenstraat; (Archief Weeskamer ...) 8 mrt. 1505 bewees Jacob Corn. Balmaecker zijn zrs., conform hun moeders testament voor hun vaders erfdeel 200 pond gr. Vl. paym. vooruit te nemen, de betreffende rentebrieven levert hij in, betreft Belygen (ca. 12 j.) en Ariaangen (ca. 8 j.), allen kinderen van Cornelis Balmaecker en Jannetgen Simonsdr., dit zoals hij vooruit nam bij zijn huwelijk. Aanwezig: vrienden Dirk Gerritsz. Brouwer, van Delft, Huge Dirksz., zijn zweer, van Delft, moeders ex.-test. Joost van Dam en Wigger Claasz., voogden van de meisjes, Claas Willemsz., Cornelis Jansz. Kammaecker en Wigger Claasz.; renten in de Ketel, Pynacker, Naaldwijk, Voorburg, Wassenaar, Vlaardingen, Den Haag; 23 juli 1505 had Jacob zijn zrs. voldaan met deze renten en een som gelds van vaderlijk erfdeel; Goederen afkomstig van moeder die werden bewezen aan beiden: som gelds; land te Monster en een gekochte rente te DH; gemeen hadden zij met broer: zilverwerk, twee huizen aan de Veenstraat, 3 huizen in de Spuistraat, 40 gemeten land te Steenbergen; vervolgens verm.ing van gekocht land t.b.v. de weeskinderen; Belytgen trouwde Mr. Cornelis Louwerusz. van der Morsch, [zie hoger: advocaat; Jvr. Belyt Cornelisdr. ,wed. van mr. Cornelis Morsch, advocaat verm. 28 apr. 1544 (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 462)] die als haar voogd 20 mrt. 1509 verklaarde volledig voldaan te zijn (Archief Weeskamer 117 fol. 87-95). Jannegen had gewoond tot dood aan de Veenstraat-zuidzijde (Archief Weeskamer 117 fol. 101vo) Memorie voor Ariaanken Corn. Balm.dr. door Jacob, begr. ald., daarvoor besprak zij 4 pd. Holl. en t.b.v. uitdelingen 20 pd.; 1/2 van dit testament werd voldaan door Mr. Cornelis Morsch, advocaat bij het Hof van Holland , andere 1/2 Jacob Corn. Balm.; de tekenen leverden 1560 de kinderen van Mors; begr. Jacobskerk (Archief Memoriemeesters 1 fol. 12; Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 4). Cornelis Mors 29 dec. 1518 beleend met 8 morgen land onder Rijswijk (in een stuk land geheten Stadewacht), na de dood van zijn tante Cornelie van der Morsch, weduwe van Jan Meynaertsz. (aan wie 27 okt. 1505 was opgedragen door Tielman van D.) (Nationaal Archief, Archief Nassause Domeinraad 46 fol. 1vo en 120vo= Ons Voorgeslacht 1982 p. 225). Jacob deed memorie van Cornelis Cornelisz. Ballemaker en diens echtg. Jannetgen Simonsdr.; zij bewees mem.heren 3 pd. op huis en erf in de Nieuwstraat tegenover Jacob Stalpert en 10 pond Holl. gelds (on 1/2 pd. rente te kopen); de tekenen leverde 1560 mr. Jacob Mors, raad in het Hof van Holland , w. Papestraat (Archief Memoriemeesters 1 fol. 43; Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 11vo). Beli Ballemaecksters, wed. van mr. Cornelis van der Mersche, begr. St.-Jacob 30 mrt. 1558 (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 58).

BALLEMAKER, JACOB CORNELISZ.

geb./ovl.

-

functie(s)

vroedschap 1516/'17, 1517/'18

beroep

ballemaker (kocht 1515 een ossehuid, Archief Nicolaasgasthuis 18 fol. 387vo)

overige gegevens

Verkocht Maria in Galilee 3 rentebrieven, resp. 20 pd. Holl., 1 1/2 pd (11 dec. 1518, Kloosters Delfland 92 reg. 162). Kocht, w te DH, 19 jan. 1525 ca. 4 1/2 hond land te Schoonderloo van Margriet Gijsbrecht Schayenwed. (daarmee gemeen gelegen) (Schuldboek Rotterdam 2 Ons Voorgeslacht 1987, 304) en 29 mrt. 1525 1/2 x 3/4 van 17 morgen 2 hond 25 roeden land met huis, boomgaard c.a. te Beukelsdijk en Overschie van Pieter Adriaansz. Karre en Jan Adriaansz. die Vet, broers; de andere helft behoorde mr. Cornelis Morsch en Jacob zelf; het resterende 1/4 was van Margriet Gijsbrecht Schayenwed.; alles gemeen gelegen; kocht tevens 1/2 van 2 morgen 2 1/2 hond 28 roeden land ald. waarvan de andere 1/2 behoorde aan mr. Cornelis en Jacob Ballemaker; hem werd vrijwaring beloofd, echter, de lasten erop gevestigd door Gerrit Martijnsz., geh.m. Adriaan Cornelis de Balmakersdr. bleven erop rusten (Schuldb. Rt 2 Ons Voorgeslacht 1987 p. 310). Was evenals echtgenote Katrijn lid van St.-Jacobsbroederschap (Archief Ned. Herv. Kerkvoogdij 28 fol. 16). Leende het gerecht grote som geld (zie Archief Heilige Geest reg. 566 en tresrek 1514, art. 28, zie ook De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage III p. 357-358= Oud Archief 6209: daar uitgaven gedaan door hem i.v.m. conflict met Willem Oem over baljuwsschap en inzake vernieuwing van het vroedschapsprivilege 1510-1514; p. 360: daarover een conflict om dat hij deze uitgaven zou hebben gedaan zonder instemming van de buren). Ging in beroep tegen vonnis Hof van Holland , dat Lauris Pietersz. toestond beslag te leggen op zijn goederen en hem te gijzelen tot deze cautie zou hebben gesteld ter vrijwaring van verweerder; beroep 15 jan. 1530 ongegrond verklaard (De Smidt e.a., Chronologische lijsten van de geëxtendeerde Sententiën II p. 496) Zaak tussen hem en baljuw, schout en schepenen van DH; had van genoemden opdracht gekregen zekere affairen betreffende de lakennijverheid te 'achtervolgen'; had daarbij een som gelds voorgeschoten die in 1518 door de tresoriers als betaald werd geboekt maar desondanks niet uitgekeerd; Hof van Holland veroordeelde tot betaling, daarop gingen bajuw c.s. voor Gr. Raad in hoger beroep (zaak diende ald. 1519) Ibid. B.H. doss. 358: Procedeerde rond 1529 tegen Jan Splinter Claasz., Adriaan Gerritsz. Paert, Gerrit Bruunsz. en andere leden van de vroedschap; verscheidene leden van vroedschap en rijkdom hadden conflict met baljuw Godschalk Oem van W. inzake enige keuren betr. de draperie; om aan geld te komen in dit geschil droegen zij Ballemaker op een partij lakens te kopen en die direct weer contant te verkopen; later gaven enkelen, met goedvinden van de gehele rijkdom, B. opdracht tot een tweede 'finantie' en een derde. De rijkdom had tevens een geschil met Willem Oem, broer van Godschalk, die ondeugdelijk baljuwscommissie had verkregen; beide geschillen werden m.b.v. de financiering door Ballemaker opgelost. Inzake betaling procedeerde B. voor Haags gerecht en vanaf 1523 voor het Hof van Holland . Zijn opposanten erkenden alleen de financiering door B. in 1514 van 300 Philippusgld. in opdracht van Adriaan Gerritsz., Willem Sonderdanck en Jan Splinter (dit was hem in 1518 terugbetaald). Hof van Holland veroordeelde tot betaling minus de 300 gld.; B. ging in beroep bij Gr. Raad. Procedeerde voor de Grote Raad tegen vroedschap en rijkdom, die hij geld had geleend ter verlenging van een privilege m.b.t. baljuwschap en vroedschap van DH, over de terugbetaling moeilijkheden, had van het Hof van Holland niet volledige genoegdoening verkregen; Grote Raad treft 24 dec. 1532 andere terugbetalingsregeling; eiser krijgt zwijgplicht (Chron. Lijsten III p. 62). Tegen hem procedeerde voor de Grote Raad Laurens Pietersz., koopman en poorter van Delft, die in beroep ging tegen vonnis van het Hof van Holland dat eisers vordering tot vrijwaring door verweerder tegen aanspraken van Joris Moetinck uit Antwerpen had afgewezen en eiser had veroordeeld tot betaling van de gevangeniskosten van Jacob. Jacob had zich met Willem Sonderdanck en Adriaan de Milde tot vrijwaring van eiser verbonden, onder zekerheidsstelling van goederen in Beukelsdijk en Schiedam. Het beroep werd 17 okt. 1533 ongegrond verklaard (De Smidt e.a., Chronologische lijsten van de geëxtendeerde Sententiën III p. 91/92=Die van Delf en Delflant, sent.833.68) Jacob verzette zich tevergeefs tegen de openbare verkoop krachtens vonnis van de G.R. van 17 okt. 1533, dat B. had verplicht Laurens Pietersz. te vrijwaren tegen aanspraken van de Antwerpse koopman Joris Mutinck. Mutinck had L.P. aangesproken (vonnis 26 febr. 1535). Laurens Pietersz. voornoemd procedeerde ook later tegen hem, daarbij opposanten Dirk Jansz. Deym, mr. Cornelis Morsch, advokaat voor Jacob Pietersz. van Buyten uit Delft en Jacob Adriaansz. van der Wiele alias Stalpaert, schout van DH, voogd voor de kin deren van wijlen mr. Jacob S., zijn zoon. Verzoek van Laurens tot goedkeuring van de openbare verkoop van goederen van Jacob B., gehouden krachtens vonnis van de Grote Raad d.d. 26 febr. 1535. Verkocht werden huizen in DH aan Spui en Zuideinde en stukken land in Overschie, Hillegom, Rotterdam en in Charlois. De openbare verkoop werd bekrachtigd, de rechten van de opposanten werden eerbiedigd (vonnis d.d.3 juni 1536); uitvloeisel van de zaak vonnis 31 okt. 1538 (De Smidt e.a., Chronologische lijsten van de geëxtendeerde Sententiën p. 164, 241 en 366; vgl. Die van Delf en Delflant, sent. 834.157, 836.16, 836.66) en 30 juli 1541, 841.57). Ging in beroep tegen vonnis Hof van Holland dat evenals gerecht van DH verweerder Jan Splinter Claasz. c.s.' vordering, dat een door hen getekende schuldbrief door eiser vernietigd moest worden, toewees, onder voorwaarde van bewijs door beide partijen; Gr. Raad 17 jan. 1522: eiser hoeft schuldbrief niet te vernietigen (De Smidt e.a., Chronologische lijsten van de geëxtendeerde Sententiën II 259) Die van Delf en Delfland voor de Grote Raad , sent. 829.78: 15 jan. 1530 beroep van hem in zaak tegen Lauris Pietersz. Caescooper van Delft ongegrond verklaard (vonnis Hof van Holland stond Lauris toe beslag te leggen op B. goederen en hem te gijzelen tot deze cautie zou stellen ter vrijwaring van Lauris). Cornelis Jacobsz. Ballemaker de Jonge, begr. St.-Jacob 6 dec. 1557 (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 57) 26 jan, 1549 Cornelis Jacobsz. Ballemaker de Jonge voor zichzelf en voor Dirk Fransz., zijn zwager, Jan Hugenz. Caescooper, voor hemzelf en voor Aarnd van Huessen, man en voogd van Machteld Hugendr., Neeltgen Hugendr., Leentgen Cornelisdr., Cornelis Co rnelisz. Caescooper voor henzelf en voor Eland Jansz. als man en voogd van Maritgen Cornelisdr, Rochus Cornelisz., als man en voogd van Pietertje Cornelisdr., Cornelis Jacobsz. als man en voogd van Anna Cornelisdr., en Jacob Splinter als man en voogd van zijn vrouw, alle erfgenamen van Mariken Pauwelsdr., wed. van Huge Dirksz. Caescooper, zijn verweerders in een zaak voor de Grote Raad aangespannen door de eisers Joost Joostezn. Sasbout, voor zichzelf en voor zijn broer Cornelis Joostez. Sasbout, Melchior Geurtsz., man van Aaltgen Dirksz.dr. en voor Machteld Dirksdr. zijn schoonzr., alle erfgenamen van Joost Pietersz. Sasbout (zn. van Pieter Dirksz. Sasbout en Margriet Duysten), die daarmee in beroep tegen een vonnis van het Hof van Holland d.d. 24 febr. 1547 waarbij, evenals bij twee vonnissen van het Delfts gerecht verweerders vordering van de helft van de nalatenschap van de ouders van Joost Pietersz. Sasbout werd toegewezen. Verweerders stelden dat na de dood van Anna, dr. van Maryken en vrouw van Joost Pietersz. Sasbout, deze goederen op grond van het aasdomsrecht aan Marykens erfgenamen toevielen; beroep en vonnis 1 quo vernietigd; bij nieuw vonnis vordering van verweerders afgewezen (Die van Delf en Delflant, sent. 849.142). Cornelius Balmacker studeerde te Orléans, verm. ald. vanaf 1519 (H. de Ridder-Symoens, `Studenten uit het bisdom Utrecht aan de rechtenuniversiteit van Orléans 1444-1546. Een overzicht', in: M. Bruggeman e.a., Mensen van de Nieuwe Tijd. Een liber amicorum voor A.Th. van Deursen (Amsterdam, 1996) 70-97, p. 85).

BARBIER, MR. GERRIT

geb./ovl.

-

functie(s)

zie Gerrit Dirksz. barbier

beroep

-

overige gegevens

-

BAULENT, JAN GERRITSZ.

geb./ovl.

-

functie(s)

hoofdman sacr.gasth 1450

beroep

-

overige gegevens

-

BEECK, CORS PIETERSZ. VAN DER

geb./ovl.

geb. ca. 1476 ('t Hart, Costumen); ovl. 1553 (lijst Archief Weeskamer, 1553/'54 betaling van zijn doodschuld, Archief Confrérie Sint Joris 53 fol. 3), Jacob deed memorie; ald. begr. (Archief Memoriemeesters 1 fol. 16vo, Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 4vo)

functie(s)

schepen 1503/'04 (Ons Voorgeslacht 1987 p. 771), 1526/'27, 1527/'28, 1528/'29, 1529/'30, 1530/'31, 1531/'32, 1532/'33, 1533/'34, 1534/'35, 1536/'37, 1537/'38, 1538/'39, 1540/'41, 1542/'43, 1543/'44, 1545/'46, 1546/'47, 1547/'48, 1548/'49, 1549/'50; vroedschap 1550/'51; weesmr. 1536-'39, 1542-'45, 1551-'53; tresorier 1 mei 1551-30 apr. 1552 (Oud Archief 981); rentmr. van St.-Nicolaasgasthuis 1528-'51; geestmr. 1534, '35, '38, hoofdman sacr.gasth. 1540/'41, '41/'42, '44/'45, '45/'46, '46/'47, '47/'48, '48/'49, '49/'50

beroep

-

overige gegevens

Zoon van Pieter, zoon van Aarnd Buys, zie ald. Was gehuwd met een dochter van Martijn Pietersz., broer van Bertelmeeus Pietersz. Verkocht 14 nov. 1514 een huis en erf in het Noordeinde, belast met 42 sch. Holl. rente (Archief Sacramentsgasthuis 134); tevens schuldbrief van 9 pd. t.l.v. de koper aan hem die dag overgedragen (Ibid.). Belender in het Noordeinde westzijde 22 apr. 1510 (Archief Sacramentsgasthuis 133) Belender aan de Papestraat 22 aug. 1516 (Archief Heilige Geest 2 fol. 185 en vo). Belender benoorden het hout (zijn erfg.) (20 aug. 1566, Archief Leprooshuis 166 fol. 78 en vo); belender in Tendenhout zuidzijde 9 okt. 1541) (Archief Heilige Geest 2 fol. 154vo/155); belender (erfg.) aan huis en erf in de Spuistraat-zuidzijde (Archief Leprooshuis 166 fol. 125 en vo). Lostte 1 pd. van 4 pd. rente op een huis en erf ten noorden van de kerk (Mem 2 fol. 67), Hij transporteerde 10 sept. 1528 4 hond land t.z. van DH (Archief Leprooshuis 166 fol. 52). Zijn weduwe Grietken Martijnsdr. en Jacob Kerstiaansz. voor zich en zijn broers en zrs., verklaren dat zij door gijzeling door de bode van DH gecompelleerd waren te voldoen de 1/2 van 60 pond 9 sch. die wijlen Kors Pietersz. van der B. bij de afsluiting van zijn rekening schuldig was gebleven als medetresorier van Den Haag voor het jaar eindigend op 30 apr. 1552, mits zij daartegenover ontvangen de helft van 38 pond 4 sch. 3 penn., door de voorgaande tresoriers verschuldigd en 3 Car.gld. 10 st. die Baartgen Dirk Martijnsz. moest betalen voor het maken van de rekening van haar man met Maarten Deym Jorisz., met nog de helft van 1 pond Vl. betaald aan Floris van Dam, schout, van een jaar rente verschenen ao 1551. Zij verzoeken protestatie door de gezworen bode bij Maarten Deym Jorisz. als het genoemd tresorierschap gevoerd hebbend (Oud Archief 981). Zijn weduwe, Gryetgen, werd 11 juli 1563 begr. in St.-Jacob, beluid 10 juli (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 69 en 47). Procedeerde 1522/'23 tegen St.-Joris voor provisor en deken van Delfland en de deken van de Hofkapel als pauselijk delegaat inzake diensten door wijlen zijn heeroom mr. Willem Buys verricht; hem werd een som gelds toegewezen (Archief Confrérie Sint Joris 27 fol. 5vo). Een Costijn van der Beeck verm. 27 juli 1466 (Kloosters Delfland p. 125 reg. 11). 8 juli 1562 testeerden Albert Thonisz. Kyevi(d)t en Martina Korstiaan Pietersdr. van der Beeck, zij was ziek; maakten hun zoon Korstiaan Albertsz. tot erfgenaam, echter vruchtgebruik voor de langstlevende (Archief Weeskamer 125 fol. 125-126); 11 sept. 1562 werd Korst iaan door vader moederlijk erfdeel bewezen (150 car.gld. van 40 gr. Vl.), verzekerd op Alberts huis op hoek Schoolstraat tegenover St.-Jacob, in aanwezigheid van zijn moeders broers Jacob en Aarnd Korstiaansz. (Archief Weeskamer 125 fol. 126vo-127); 9 juni 1568 legde Albrecht Anthonisz. Kieviet, deurw. Hof van Holland 3 testamentkopieën over aan weesmeester: 1. van Margriete Maartensdr., wed. van Cors Pietersz. van der Beeck d.d. 23 aug. 1562, de weeskamer vroeg en kreeg een ander, van 5 febr. 1559, waarbij zij haar zoon Jacob Korstiaansz. 12 R. gld. p.j. vooruit gaf, m.i.v. haar sterfdag tot zijn dood, terwijl hij bovendien in de deling van haar nalatenschap zou worden betrokken; de drie drs. kregen alleen een lijftocht. De reeds gehuwden ontvingen bij hun huwelijk reeds 200 R. gld. ineens; wie meer eiste, zou slechts de legitieme portie ontvangen (Archief Weeskamer 125 fol. 127-128) Albrecht Anthonisz. Kievit verkreeg van de stadhouder het deurwaarderschap, droeg dit 13 juni 1565 tegen een som van 700 ponden Vl. weer over (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 954). Renteoverdracht 29 apr. 1568 door Arend Corstiaansz. van der Beeck (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 748); idem 7 mrt. 1568, nu aan zr. Maritgen (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 741). Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248fol. 17vo: Aarnd Buys Korstensz. huis in de Spuistraat; Ibidem fol. ... Aarnd Buys Korstenz. van der Beeck! ? Cors Pietersz. doet bewijzing 11 jan. 1514 aan Aagte, zijn dr. bij Jannegen Gerritsdr. (Archief Weeskamer 118 fol. 26); 10 mrt. 1518 verklaarde Pouwels Fransz., man van Aagte door Kors voldaan te zijn (Ibid. fol. 27vo); oom van Aagte was Arent Gerritsz. (vgl. Archief Weeskamer 118 fol. 54, waar Kors een brief lostte die Arent de weesmrs. had gebracht als moederlijk bewijs). Transp.reg. Wass. 9 apr. 1584 fol. 7 en transp. reg. GV 3 dec 1560 fol. 37 zouden hem verm.en; daar zal wsl. uit blijken dat hij twee drs. had, Jannetgen en Aaltgen (die geh. was met Pieter Michielsz.). Cosse van der Beeck verm. 1468 (Pabon, Hofboeken 42).

BEEST, JAN VAN

geb./ovl.

-

functie(s)

kerkmeester verm. 24 november 1414 (C. Hoek, `Acten betreffende De Lier, Maasland en Schipluiden', Ons Voorgeslacht 1991 p. 28).

beroep

-

overige gegevens

Bezat sinds 4 sept. 1424 een rente op de helft van een woning benoorden Den Haag, in zijn geheel 9 morgen groot (Archief Heilige Geest 796).

BEIEREN, WILLEM VAN, HEER VAN SCHAGEN

geb./ovl.

-

functie(s)

baljuw van Haagambacht 1437 (m.i.v. 1 dec. 1437, Dek, Genealogie graven Holland 70)

beroep

-

overige gegevens

-

BEKENSTEYNE, JAN VAN

geb./ovl.

-

functie(s)

baljuw van Haagambacht 1354-'55 (Nationaal Archief, Archief Graven van Holland 1442; Van Riemsdijk, Tresorie 11); houtvester van de Haarlemmerhout 1352 (Wapenheraut 7 (1903) 302)

beroep

-

overige gegevens

Mogelijk vader van Wouter van Bekesteyn en zoon van Jan Jans heer Hendriksz. van Heemskerk (Ibidem).

BENNINCK, ADRIAAN MATTHIJSZ.

geb./ovl.

geb. ca. 1514/'16 ('t Hart, Costumen 113, 42 en 50) ovl. DH 22 okt. 1589 ('t Hart, Costumen, VIII) begr. Gr.K. 27 okt. 1589 (Fölting, Vroedschap 2)

functie(s)

substituut-bode 1528-1534, klerk van Jan Plumeon, secretaris van DH, in 1535, substituut-secretaris 1543, pachtte vanaf 12 juli 1550 het klerkambt van zijn schoonvader; klerk van Den Haag voor 6 jaar bij commissie d.d. 23 aug. 1550, ingaande 1 juli 1551; ontving opnieuw cie. 6 mrt. 1556 (eed: 21 dec. 1559), in functie tot 28 okt. 1574 (Nationaal Archief, Archief van de Rekenkamer, Registers 494 fol. 153vo en 301, Fölting, Vroedschap 1; 't Hart, Costumen VII; pachtte zijn ambt voor 66 pd. p.j., kohier 1561 nr. 2778); substituut-baljuw 1558-'59 (Fölting, Vroedschap 1); ontvanger-particulier van de morgengelden van het kwartier Den Haag en Haagambacht in dienst van de St. van Holland verm. 1545-1547 (Nationaal Archief, Archief Staten van Holland 2226-2227, 2259); rentmr. sacr.gasth. 1541-'49; ontving 8 juni 1549 commissie tot het innen van het restant van de tiende penning en va de bede (Nationaal Archief, Archief van de Rekenkamer, Registers 494 fol. 105)

beroep

-

overige gegevens

Een mr. Johan Benninck bezoldigd raad-extra ordinaris 1 juli 1518-31 dec. 1533, onbezoldigd 1510-17 (Memorialen Rosa XLV). Hij werd 20 aug. 1566 verm. als belender benoorden het bos (Archief Leprooshuis 166 fol. 78 en vo). Vestigde 18 okt. 1570 een rente van 13 pd. 5 sch. 1 penn. op zijn woning en landerijen in Zuidwijk (Archief Oostduin 116). Verkocht 12 aug. 1568 rente van 1 pd. groot, afkomstig van de erfg. van heer Cornelis Deym, t.l.v. Den Haag (Archief Leprooshuis 166 fol. 104). Bewoonde 1561 huis in de Korte Hoogstraat westzijde (de Cleyne Gheest), thans hoekhuis Prinsestraat/jufr. Idastraat, verhuisde 1566 naar Buitenhof thans 3, ald. tot in 1574; verwierf na ovl. van schoonvader de Dorpenwoning (Arentsdorp), vergrootte deze tot ca. 49 morgen land en verkocht het geheel 28 okt. 1586 (Fölting, Vroedschap , 1-2). Kocht van Jacob Coppier de eigendom van de kapel van het oude H. Graf aan de zuidzijde van de St.-Jacobskerk, aan de o-zijde van de zuidelijke deur (9 juni 1565, Archief Heilige Geest 503). Hij tr. voor 1548 Alyd Plumeon, ovl. DH 27 febr. 1590, dr. van Jan (zie ald.; (Fölting, Vroedschap , 2). Matthijs Benninck is 18 okt. 1577 29 jr. ('t Hart, Costumen 113). Hij is schoonzoon van de secretaris Jan Plumeon (verm. 12 mrt. 1566, Archief Ned. Herv. Kerkvoogdij 5); ingevolge vonnis van het Hof van Holland van 25 okt. 1564 ontving hij 15 mrt. 1566 de som gelds die zijn vader al in 1549 zou ontvangen van de kerkmrs. van St.-Jacob (Herv. kerkdij 5). Zijn zoon Balthasar was aanvankelijk clericus en werd 1574/75 aangesteld tot beneficium om 4 missen p.w. te doen te Delft (Grijpink, Register op de parochiën V 118). Trad 15 juli 1559 op als gekoren voogd voor heer Pieter Martijnsz. Houttuyn (Archief Leprooshuis 166 fol. 139vo-140) en 24 apr. 1561 als gekoren voogd voor broeder Adriaan de Molenare, prior Bernardieten te Wateringen (Archief Leprooshuis 225). Kreeg 31 dec. 1568 kwijtschelding van 30 pond van 40 groten Vl. aan pacht van het secretarisambt, nu zijn inkomsten waren verminderd door het vertrek van veel inwoners en de vele notarissen die geadmitteerd worden (Veldhuijzen, Repertorium Rekenkamer 2736).

BERENDRECHT, WILLEM VAN DER MEER VAN

geb./ovl.

-

functie(s)

onbezoldigd secretaris van het Hof van Holland sinds 1552, week juli 1572 uit naar Utrecht (Memorialen Rosa LXIV); buitenvader Burgerweeshuis 1564-72 (Hardenberg, Burgerweeshuis 67, 81, 83 en 283), secretaris van het hoogheemraadschap van Delfland 1547-1573 (Postma, Delfland 416)

beroep

-

overige gegevens

Zoon van Frank van der Meer, schout van Delft, en N. van Berendrecht; tr. Anna Sandelijn, dochter van Arend en Machteld de Jonge, zij ovl. 9 aug. 1568 en werd begr. te Den Haag; hij ovl. 1594 en werd begr. te Delft. Zij hadden 14 kinderen (Beelaerts, Sandelijn, kol. 273-4). 19 juli 1561, 19 juli 1562, 12 nov. 1564, 23 febr. 1565 en 20 aug. 1567 werd een kind van hem in St.-Jacob begr. (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 66, 67, 73 en 75); nov. 1557 werd jfr. Clara van Berendrecht beluid (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 29). Cornelis Sandelyn tr. jvr. Jacomyne van der Meer, verm. als wed. 22 apr. 1559 (GA Dordr, Stadsarchief 551); Jacomyne was een zr. van Willem van Berendrecht en ovl. na 16 nov. 1565 (Ibidem 551 (16) en (14)). 20 nov. 1525 verm.ing van wijlen Willem van Berendrecht (dat jaar ovl.) (Archief Nicolaasgasthuis 19 fol. 208). Ned. Leeuw 1915 kol. 108: Clara, dr. van Joost van Berendrecht en Maria van Roon. Willem van Berendrecht procedeerde voor zijn vrouw Anna Sandelijn samen met mr. Adriaan Sandelijn, pensionaris van Amsterdam [Anna's broer, vgl. Beelaerts, Sandelijn, kol. 274] tegen dijkgraaf en heemraden van West-Barendrecht inzake beknotting van hun visrechten te West-Barendrecht (afkomstig van grootvader Adriaan Pietersz. Sandelijn) (aanvankelijk Hof van Holland , later Gr. Raad; zaak speelde 1555-1566 en later) (Die van Delf en Delfland voor de Grote Raad B.H. doss. 521).

BERG, VAN DEN, MR. MICHIEL CLAASZ.

geb./ovl.

geb. ca. 1498 ('t Hart, Costumen 20, 42 en 50)

functie(s)

schepen 1539/'40, 1540/'41, 1542/'43, 1546/'47, 1547/'48, 1550/'51; burgemeester 1567/'68; vroedschap 1553/'54, 1555/'56, 1556/'57, 1557/'58, 1558/'59, 1564/'65, 1565/'66, 1559/'60, 1568/'69; weesmr. 1544, 1546-'47; gasth.mr. van St.-Nicolaas 1541-1552, leprooshuismr. 3 jan. 1550; waardijn aangesteld 8 apr. 1558

beroep

drapenier? (vgl. optreden als waardijn van de draperie).

overige gegevens

Bezat 1557 een huis en erf, dat eerder behoorde aan Willem Bertelmeeusz. erfg., aan de Veenstraat; hierop had HG rente; afgelost door zijn weduwe 13 apr. 1569 (Archief Heilige Geest 2 fol. 235 en vo). Zoon van Claas Frankenz. van den Berch, schepen van Delft (ovl. 20 mrt. 1517) en Johanna, dr. van Michiel Poulss., burgm. van Delft, en Maria Jan Roondr.; zou derde kind zijn; andere kinderen: Frank van den B. [raadsheer in de Grote Raad te Mechelen, ovl. 1559, De Boer e.a., De Nederlanden in de late middeleeuwen, 264 (art. van Woltjer)], Maria, tr. Mr. Jan van Montfoirt, ovl. 1596, Alijd, non, Maria, subpriorin te Koningsveld, ovl. 1547, Magdalena, tr. Gerrit, hr. van Abbenbroeck, ovl. 29 mrt. 1529 (?); Michiel zelf tr. Anna Willemsdr. van Dorp, waaruit een zoon Mr. Claas van den Berch, ovl. 1557 kinderloos (Smit, Van Sainc Jur, Ned. Leeuw kol. 294-295, vgl. voor dit geslacht ook art. van Woltjer, 264-265). Magdalena Claasdr. van den Berch, wed. van Gerrit van Abbenbrouck (te Delft) verkoopt rente 8 mrt. 1565 (Archief Heilige Geest 2 fol. 503vo/504vo). Hij tr. Anna Willemsdr. [van Dorp] (zie ald.). Zijn zegel (Ned. Leeuw 1909 kol. 251, beschreven naar zegel in Nationaal Archief): twee hoekige dwarsbalken beurtelings over elkaar heengaand (zesmaal), als een latwerk. Helmteken een hoge vaas met tuit en oor, lijkend op een ouderwetse koffiekan. Rands. Nicola ...

BERTELMEEUSZ. (MEEUSZ.), WILLEM

geb./ovl.

ovl. 1525/'26 (betaling doodschuld, Archief Confrérie Sint Joris 30 fol. 3) voor 1 juni 1525 (zie hierna)

functie(s)

vroedschap 1525/'26; weesmr. 1521 en 1523-'25; gasth.mr. St.-Nicolaas 1523-1525; tresorier 1514 (De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage 358= Oud Archief 6209) en 1518 (Die van Delf en Delfland voor de Grote Raad B.H. doss. 286)

beroep

-

overige gegevens

Zie J.J.F. Lots, Genealogie Van Dorp, in Zuidhollandse Genealogieen (Rotterdam, 1986) 82-94. Gijsbrecht Dirksz. verklaarde 1513 5 R. gld. 6 1/2 stuivers ontvangen te hebben van de verhoging van het schoutambt van Den Haag van Willem Bertelmeeusz. (Archief Nicolaasgasthuis 278).

BERWAERDE, ADAM VAN

geb./ovl.

-

functie(s)

baljuw van Haagambacht 1355-1356 en 1357-1359 (Van Riemsdijk, Tresorie, 11, Nationaal Archief, Archief Graven van Holland 244 fol. 82vo; Brokken, Hoekse en Kabeljauwse twisten (Zutphen, 1988) 384 noot 17, Nationaal Archief, Archief Graven van Holland 224 fol. 139, Pabon 124-125); 1357 baljuw van Zierikzee (Van Riemsdijk, Tresorie 11, Dek, Graven van Holland 41)

beroep

-

overige gegevens

Zijn memorie werd besproken in de St.Jacob door zijn zoon Gijskijn (Archief Memoriemeesters 1 fol. 64vo). Tr. de moeder van schout Claas die Brune (Dek, Genealogie der graven van Holland 41).

BEVEREN, JAN VAN

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1459/'60

beroep

wijnkoper verm. 1447 (De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage III 322)

overige gegevens

Woonde 27 dec. 1447 aan de Plaats en handelde daar in wijn (De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage III 322).

BEVEREN, MR. JAN JANSZ.

geb./ovl.

geb. 1447-1449 (Ons Voorgeslacht 1994 p. 90, Lijfrenten De Moor); ovl. voor 13 jan. 1524 (melding van Mr. Jan van Beveren zaliger; Archief Nicolaasgasthuis 19 fol. 182vo)

functie(s)

schepen 1510-'11

beroep

graankoper 1488-89 e.v., 1490/91 e.v. ook houtkoper (De Moor Centraal Bureau voor Genealogie 1991 p. 73)

overige gegevens

1465 ingeschreven aan de universiteit van Keulen (De Moor Centraal Bureau voor Genealogie 1991 p. 73). Bezat 1482-1483 een lijfrente t.l.v. de stad Haarlem (Ibidem). Kocht 1498 4 morgen land in Noordwijkerhout, verkocht die 1502 (Centraal Bureau voor Genealogie 1991, 73-74); bezat nog ander land ald. (Ibidem p. 74). Het convent van Maria in Galilee ontvangt 22 dec. 1504 van mr. Jan van Beveren 52 Rijnse gld., komend van Alijd Jansdr., zr. in het convent, als haar deel in de erfenis van haar grootmoeder Katrijn van Beveren en haar moeder Aagte (Kloosters Delfland p. 85 reg. 131).

BOE, MR. BOUDEWIJN WILLEMSZ. VAN DER

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1553/'54, 1554/'55; raad en rekenmr. van de keizer te Zutphen 29 juli 1561 verm. (Kort, Leenrept. Egmond Ons Voorgeslacht 1983 p. 484); commies van de rekenkamer (Nationaal Archief, Archief van de Rekenkamer, Registers 494 fol. 193 en 224).

beroep

-

overige gegevens

Werd 26 apr. 1559 beleend met 3 morgen land in Haagambacht aan de Denneweg in het Noordveen; droeg 29 juli 1561 weer over (Ons Voorgeslacht 1983 p. 483-4).

BOLL, MR. JACOB

geb./ovl.

-

functie(s)

kerkmr. 1564/'65, 1567/'68; weesmr. 1566, '67, '68, '69; ontvanger van de beden in Holland 1558-'59 en tresorier van de oorlog ter zee (resp. Nationaal Archief, Archief Staten van Holland 2356 en 2355), ontvanger-generaal van de Staten van Holland 1568-1571 (Nationaal Archief, Archief Staten van Holland 2308)

beroep

-

overige gegevens

Beleend 28 febr. 1564 met 7 morgen land in Schulenborg, grfl. leen, na ovdr. door Dirk Coebel van der Loo, droeg 5 dec. d.a.v. zelf weer over (Ons Voorgeslacht 1984 p. 555). Bezat 19 apr. 1571 een 'zomerhuisje' naast Elis.convent te DH (Kloosters Delfland p. 46 reg. 145/146). Zoon van Agatha Stalpaert van der Wiele en Maarten Bol, koos 1572 voor Philips II, ovl. 1580, tr. 1) Catharina, dr. van Mr. Jan de Jonge, griffier vh. Nationaal Archief, Archief Hof van Holland tot 1543 en 2) Anna van Heemskerck van Bekesteyn (Koopmans, De Staten van Holland en de Opstand, 104-105). Te Dordrecht een familie Bol: daaronder 4 nov. 1581 minderjarige Jacob Bol Maartensz. alsmede Jacob Bol Jansz., die weduwe Maryken Woutersdr. van Dullecum (Dulkum) na, haar kleinzn. was Jacob Bol Jansz., zeepzieder, verdere erfg. van Maryken: Pieter Bol, tevens vgd. voor genoemde Jacob Maartensz., de weeskinderen van Jan Bol, Willem Bucquet als voogd voor Maria, zijn dr. (? of vrouw?), en Huge Snouck als voogd en man van Maria Bucquet Willemsdr. - 4 nov. 1581 (Gem.archief Dordrecht, 18/22 fol. 240-241).

BOM, FRANS AARNDSZ

geb./ovl.

(Fölting, Vroedschap , 31 geeft fam.nm.) ovl. aug. 1573 (Wapenheraut 1902 p. 411)

functie(s)

vroedschap 1568/'69, 1569/'70, 1570/'71, 1571/'72

beroep

-

overige gegevens

Woonde 1571 Noordeinde westzijde (Oud Rechterlijk Archief 333 fol. 151vo-152vo). Zijn zoon bij Suzanna Cornelisdr. was Aarnd Fransz. Bo(o)m, ovl. na 1597, vroedschap van Den Haag, goudsmid (Fölting, Vroedschap 30-31, vgl. Voet, Goudsmeden 37), ook een zoon Cornelis Fransz. Bom, goudsmid, deken 1615 (Haags Gemeentearchief, aantekeningen Mensonides).

BONEEM, DIRK VAN (ADRIAANSZ)

geb./ovl.

tussen 4 juli 1509 en 14 juni 1510 (Hoek, Rept. Matenesse, Ons Voorgeslacht 1984 p. 605).

functie(s)

schepen 1508/'09; klerk van het register van de privileges en lenen van Holland, Zeeland en Friesland (verm. 25 nov. 1508 en 04-07-1509) (Ons Voorgeslacht 1985 p. 20, Ons Voorgeslacht 1984 p. 605); zal deze functie reeds veel eerder hebben bekleed gezien zijn optreden als leenheffer vanaf de jaren 1480.

beroep

-

overige gegevens

Met patroniem Adriaansz. verm Ons Voorgeslacht 1979 p. 149.
25 nov. 1508 beleend met 4 morgen land met een woning onder de duinen, Haagambacht (nadat hij al 27 jaar onbezoldigd had gediend; leen mocht komen op een dochter; is echter verstorven (Ons Voorgeslacht 1985 p. 20). Tr. Anna, bast.dr. van wijlen Nicolaas van Assendelft (Ons Voorgeslacht 85 p. 20); zij bezat als weduwe na dood van grfl. leenman Albert van Driel 3½ morgen 80 roeden bij de Ladijk van Rijswijk voor haar leven (Ons Voorgeslacht 85 p. 21). Dochter: Margaretha van Boneem, ovl. na 30-09-1518 (Hoek, Rept. Matenesse, Ons Voorgeslacht 1984 p. 605). Onzeker of dit familie betreft: Rombout van Boneem 1482 verm. als klerk van stadhouder Josse de Lalaing (Kokken, Staten van Holland, 247). Dirk van Boneem trad 31 dec. 1485 op voor Jacob Heerman Gijsbrechtsz., bij een belening met Voorns leen (Kort, Voorne, Ons Voorgeslacht 78 p. 429); trad 25 juli 1490 op t.b.v. Beatrijs van Alkemade inzake een belening (Ons Voorgeslacht 1985 p. 7). Ook getuige 15 juli 1496 (Ons Voorgeslacht 1968 p. 233/4). Dieric van Boneem op 23 febr. 1507 als leenman verm. (Ons Voorgeslacht 1976 p. 199, Hoek, Rept. Poelgeest). 4 1/2 morgen en 1 1/2 morgen land in het land van Ameide in de Twaalfhoeven, onder Meerkerk werden 4 juli 1509 toegewezen aan Dirk van Boneem, klerk van het register van de lenen, na de dood van Elias Govertsz., vervolgens werd 14 juni 1510 IJsbrand van Schoten beleend t.b.v. Margaretha van Boneem bij dode van Dirk, haar vader, die stierf voor de belening; 30 sept. 1518 droeg de heer van Assendelft het leen voor Margaretha over (Kort, Rept. Lenen Arkel, Ons Voorgeslacht 1984 p. 605).

BOOT, MR. AARND

geb./ovl.

-

functie(s)

schout 1518-'25 en baljuw van Haagambacht 1522-'26 en 1530-'36 (Van Kan, Coebel, Ned. Leeuw 1999, kol. 420)

beroep

-

overige gegevens

Studeerde, afkomstig van Den Haag te Orléans, verm. ald. vanaf 1506 (H. de Ridder-Symoens, `Studenten uit het bisdom Utrecht aan de rechtenuniversiteit van Orléans 1444-1546. Een overzicht', in: M. Bruggeman e.a., Mensen van de Nieuwe Tijd. Een liber amicorum voor A.Th. van Deursen (Amsterdam, 1996) 70-97, p. 85). Eigenaar van een huis aan het Lange Voorhout (nu nr. 32), verm. 1543 (momenteel Van Lanschot Bankiers (Wijsenbeek, Lange Voorhout, 263).

BOOT, MR. FRANK

geb./ovl.

ovl. 1557, overluid sept., begr. 11 sept. (Archief Ned. Herv. Kerkvoogdij Archief Ned. Herv. Kerkvoogdij 18 fol. 24vo en 27= Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 resp. 27 en 57, daar Bert genoemd); volgens hs. Van Buchell, Wapens Den Haag (=Univ. Bibl. Utrecht Hs 1648) fol. 219 ovl. 11 sept. 1557.

functie(s)

geestmr. 1544, '45 ('46 en '47 ontbreekt), 1548-'51 ('52 ontbreekt), 1553-'57, advocaat voor het Hof van Holland (Archief Heilige Geest 2 fol. 499vo-501vo, Archief Heilige Geest 518), 21 juli 1549 (Archief Heilige Geest 959), vaste advocaat van de Staten bij het Hof van Holland ca. 1540-155 (Koopmans, De Staten van Holland en de Opstand p. 111)

beroep

-

overige gegevens

Zie Van Niekerken, Booth, De Ned. Leeuw 1985. Studeerde, afkomstig van Den Haag te Orléans, verm. ald. vanaf 1506 (H. de Ridder-Symoens, `Studenten uit het bisdom Utrecht aan de rechtenuniversiteit van Orléans 1444-1546. Een overzicht', in: M. Bruggeman e.a., Mensen van de Nieuwe Tijd. Een liber amicorum voor A.Th. van Deursen (Amsterdam, 1996) 70-97, p. 85). Tr. Christina van Oudshoorn; ovl. 26 aug. 1529, begr. St.-Jacob (Van Buchell, Wapens Den Haag fol. 219, 'annos nata 36. unico tantum edito filio decessit ao. 1529 26 Aug.). zijn zr. Machteld tr. Nicolaas Coebel (zie ald.) Mr. Aarnd Booths erfg. belenders aan de Heulstraat Zijn weduwe woonde om niet in het huis van Joost van den Bye aan het Noordeinde (1561/'62) (kohier 1561 nr. 1804); zij werd 25 sept. 1565 begr. en die dag beluid (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 74 en 52) Archief Leprooshuis 166 fol. 78 en vo: Marie Willem Hoochstratendr. weduwe van Mr. François Booth (20 aug. 1566) Zijn weduwe Marie Wsdr. met voogd Adr. Benninck verkoopt 15 febr. 1561 burgm. van DH twee rentebrieven, van 10 nov. 1412 (reg. 12) en 13 juli 1431 (reg. 17). De oudtante van Martine Dirk Hoogstraatsdr. was Maritgen Willemsdr., die tr. Mr. Frank Booth, dezen 19 aug. 1530 nog in leven (Archief Weeskamer 119 fol. 247 en 250vo) vgl. de genealogie in De Ned. Leeuw 1985. Een dochter van Frank, Clara, tr. Joost Jacobsz. de (van den) Bye, proc. post., zij testeerden 30 sept. 1559, wensten in Kloosterkerk begr. te worden (Archief Weeskamer 124 fol. 217vo-220); echtgenote van hem werd 26 jan 1559 beluid (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 34 SIC); Joost compareerde 12 jan. 1560 voor weesmeesters, en toonde genoemd testament, zijnde de bewijzing aan zijn kinderen: Arend (23), Christina (20), Cornelis (19), Marytgen (18) (geh.m. Gerrit van Kersberghen), Frank (15), Claas (14), Bertelmeeus (13), Machteld (8); als oom van moeders zijde trad Dominicus Boot op; hij verzekerde de bewijzing op twee naast elkaar gelegen huizen en erven in het Noordeinde, door hem bewoond resp. door Maria, wed. van Frank Boot (Archief Weeskamer 124 fol. 217). Mr. Dominicus Boot studeerde, afkomstig van Den Haag te Orléans, verm. ald. vanaf 1536 (H. de Ridder-Symoens, `Studenten uit het bisdom Utrecht aan de rechtenuniversiteit van Orléans 1444-1546. Een overzicht', in: M. Bruggeman e.a., Mensen van de Nieuwe Tijd. Een liber amicorum voor A.Th. van Deursen (Amsterdam, 1996) 70-97, p. 85).

BOSCH, PIETER VAN (DEN)

geb./ovl.

-

functie(s)

hoofdman van sacr. broederschap 1443; geestmr. 1438, 27 aug. 1445

beroep

-

overige gegevens

-

BROEDERSZ., DIRK JAN

geb./ovl.

-

functie(s)

baljuw van Haagambacht 1455 (bij afwezigheid van Joost de Brune, aan wie een bedevaart was opgelegd naar Santiago de Compostella, bij commissie van 17 jan. 1455; 16 sept. 1455 was Joost weer in funktie, Nationaal Archief, Archief Hof van Holland , Memoriaal en Sententieboek E fol. 8 en 87)

beroep

-

overige gegevens

Bezat een huis aan het Lange Voorhout later nr. 28, verm. 1458-1462 (Wijsenbeek, Lange Voorhout 261) Beleend 4 sept. 1448 met 10 pd. Holl. p.j. op 20 morgen land te Monster (Ons Voorgeslacht 1966 Rept. Wateringen p. 499); ontving van Willem, heer van Naaldwijk, als voogd voor zijn vrouw Willem van Egmond van de Wateringe 50 groten p.j. op 2 1/2 morgen land onder Monster ten eigen, die zijn vader in leen had gehouden (22 juni 1438); een dag later verkocht hij de rente aan de abdij van Loosduinen (Kon. Ned. Gen. Gesl. en Wapenk., Collectie Optstraet van der Moelen p. 486). Zijn zwager was Jan Willemsz. (Pabon, Hofboeken 29); verm.ing van zijn dochter 1458-'66 (Pabon, Hofboeken p. 30). Dirk Jan Broersz. bezat een huis, dat juni 1466 werd overgedragen door jvr. Bruelis als boedelhoudster (Pabon, Hofboeken p. 138). Dirk Jan Broedersz. verkocht 16 apr. 1443 18 morgen land in Monster, ten noorden de Grote, ten zuiden de Cleyne Gantel ((Ons Voorgeslacht 52 (1997) Acten betreffende Delfland II, C. Hoek, p. 756). De goederen van Dirk Jan Broedersz. komen voor onder het goed van Hoekse ballingen (1424). (Ibidem p. 791).

BROEDERSZ., JORGEL JAN

geb./ovl.

-

functie(s)

kerkmeester 1414

beroep

-

overige gegevens

-

BROEKE, DIRK WOUTER DIRKSZ. UTEN

geb./ovl.

-

functie(s)

13 aug. 1391 verm. als schout van Rijswijk (Ons Voorgeslacht 1987 p. 490); baljuw van Haagambacht 1392-'93 (Nationaal Archief, Archief Graven van Holland 2007; Scheffer, Beveelboeken, Beveelboeken I 2=Nationaal Archief, Archief Graven van Holland 892 fol. 4vo en I 8= Nationaal Archief, Archief Graven van Holland 892 fol. 15)

beroep

-

overige gegevens

Bezat te Haagambacht de Ooievaarskamp, de Paardekamp, 1/2 morgen over de weg en geestland ald. (1403 de Bergkamp), grfl. lenen (bij de Broekwoning); bovendien, leen van de Leidse burcht, 9 morgen 1 hond in de Broic te Haagambacht (in de 14e eeuw in handen van het geslacht Van Zijl) (Ons Voorgeslacht 1978 83). Zijn neef was heer Gerrit van den Zijl, ridder, die 7 sept. 1413 voor hem zegelde, toen hij Machteld, geh.m. Engel Scoute 3 morgen land te Wateringen verkocht (C. Hoek, Acten betr. Naaldwijk, 's Gravenzande, Monster, Wateringen en Den Haag in het cartularium van het oude gasthuis te Delft (inv. nr. 517) Ons Voorgeslacht 1989 p. 281-282). Zoon van Dirk uten Broeke (die ws. zn. was v. Dirk heer Dirksz. uten Broeke) (Ons Voorgeslacht 1985 p. 3 e.v.) Ons Voorgeslacht 1977 p. 408: Willem Alewijnsz. uten Broek bezit onder Monster een hofstede in het Broek. Harper uten Broeck (Ons Voorgeslacht 1982 p. 242; zie ook Klo Lei. reg. 1480). Pieter uten Broeck Willemsz. stichtte 7 mei 1434 met heer Pieter Jansz. van Ouwen, vicaris in de Hofkapel, een vicarie in St.-Jacob; collatie was in de zeventiende eeuw in handen van Jan Jacobsz. Jongeneel, schepen van Rotterdam (met neef Cornelis Corne lis Jongeneel) (Ontvangers Geestelijk Kantoor Delft 589). Pieter Willemsz. uten Broec, klerk, dienaar, behorend tot grfl. huisgezinde, 12 apr. 1404 aangesteld tot bedienaar van de kapelanie in St.-Nicolaasgasthuis (De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage I 441/2) Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol ...: Memorie van heer Pieter uten Broeck, Willem zijn vader, Alijd zijn moeder en zijn broers en zrs.; hij ovl. 4 aug. 1478; Ibid. fol. 17: Memorie van Willem uten B. en echtg. Alijd). Willem uten Broek, zeevonder te Scheveningen bij commissie d.d. 1386, do na Matthijs (Nationaal Archief, Archief Graven van Holland 226 fol. 423vo).

BRONCHORST, WILLEM CLAASZ. VAN

geb./ovl.

-

functie(s)

vroedschap 1569/'70, 1570/'71, 1571/'72

beroep

goudsmid, verm. 23 juli 1564 (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 904)

overige gegevens

Willem van Bronchorst draagt 2 mrt. 1563 een rente over op zijn zwager Frans Huibrechtsz., procureur (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 694). Theodricus Bronchorst studeerde, afkomstig van Den Haag te Orléans, verm. ald. vanaf 1530 (H. de Ridder-Symoens, `Studenten uit het bisdom Utrecht aan de rechtenuniversiteit van Orléans 1444-1546. Een overzicht', in: M. Bruggeman e.a., Mensen van de Nieuwe Tijd. Een liber amicorum voor A.Th. van Deursen (Amsterdam, 1996) 70-97, p. 86).

BRUNE (BRUYNE), JOOST DE

geb./ovl.

1458, voor 7 juli (Nationaal Archief, Archief van de Rekenkamer, Registers 490 fol. 29-30vo en Archief Nicolaasgasthuis 22 fol. 43vo, ontvangst v.e. som gelds ingevolge zijn testament)

functie(s)

baljuw van Haagambacht 1449-1458 (De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage, II 28, Nationaal Archief, Archief Hof van Holland , Sent. reg. 3 nr. 5 fol. 6vo, Nationaal Archief, Archief van de Rekenkamer, Registers 490 fol. 29-30vo, Archief Nicolaasgasthuis 22 fol. 43vo)

beroep

-

overige gegevens

Belofte aan baljuw Joost de Bruyne dat hij niet uit zijn ambt zou worden gezet, voordat hij voldaan zou zijn van de penningen door hem aan Everhard van Hoogwoude betaald (2 sept. 1450) (Nationaal Archief, Archief Hof van Holland, Sent. reg. 3 nr. 5 fol. 6vo).

BRUNE, NICOLAAS DIE

geb./ovl.

-

functie(s)

schout 1383 (rek. 9 jan.-28 dec., Nationaal Archief, Archief Graven van Holland 2023)

beroep

-

overige gegevens

Als belender te Escamp verm. 23 nov. 1369, voorheen ald. Dirk Wouter, daarvoor jvr. uten Broeck (Ons Voorgeslacht 1985 p. 18). 9 okt. 1373 Claas die Brune, wiens moeder met Adam van Berwaerde is hertrouwd, zal na zijn moeders vaders dood een smaltiende van varkens in Naaldwijkerbroek in leen ontvangen van de graaf; 1390 belening met ledige hand, woont dan te DH (dan tevens bele ning met een koren (en 1392 smal)tiende in Poeldijk; 10 febr. 1392 belening met beide lenen bij dode van Gijskijn van Ammers, zijn grootvader (Ons Voorgeslacht 1983 p. 432 en 568). Hield 5 morgen in Burgersdijck in leen van de heer van de Lek (belender t.w. hijzelf) (Ons Voorgeslacht 1982 p. 166). Dek, Genealogie der Graven van Holland 41: Agniese van Ammers, dr. van Gijskijn, tr. 1e. .... die Bruun, uit welk huwelijk Nicolaas; zij tr. 2e Adam van Berwaerde, zie ald. Na Nicolaas' dood belening van zijn zn. Gerrit die Bruun met leen te Naaldwijkerbroek; opnieuw 5 jan. 1421 beleend (GdB van Burgersdijk), met lijftocht voor vrouw Aleid van Roden op de mindere helft (Ons Voorgeslacht 1983 p. 432); deze droeg bij hande van zijn neef Claas van Diepenburch het leen 28 apr. 1440 over (Ibid). Na Claas' dood belening van zn. Gerrit die Bruyn met Burgersdijck, vervolgens diens broer Willem na overdracht, 19 nov. 1443 Claas Willemsz. bij zijn vaders dood en daarna diens zn. Willem Bruyn Claasz. na vaders dood, droeg direkt over met toestemming van zijn vroegere voogd, die zijn leenvolger is, Joost Dever van Mynden, en op advies van zijn grootvader Jan Hugenz. (Ons Voorgeslacht 1982 p. 165/6) Gerrit de Bruyn van Burgdijck is 12 apr. 1434 schepen van 's-Gravenzande (Kloosters Delfland p. 363 reg. 111) Een Claas de Bruun is 1375/'76 schepen van Rotterdam (Unger, Bronnen p. 2).

BRUUNSZ., CORNELIS

geb./ovl.

ovl. 1513/'14 (betaling van zijn doodschuld, Archief Confrérie Sint Joris 22 fol. 5)

functie(s)

schepen aug. 1468?; schepen 1492/'93; kerkmr. 1508, is hij Corn. B., belast met een opdracht door de Staten van Holland, 31 aug. 1507? (StvH. 2361)

beroep

-

overige gegevens

zie Bruun Albrechtsz.; zie Cammaker; zie ook Pabon, Hofboeken p. 331, 334. Verkocht 10 mei 1503 ca. 4 hond land aan Coman Willems laan aan Maria Galilee (Kloosters Delfland p. 83 nr. 125). Een Cornelis Bruunsz. woonde aan de Spuistraat (zie Cammaker) (Archief Weeskamer 118 fol. 106vo). In Jacobskerk werd memorie gedaan voor Cornelis Bruunsz. en Katrijn Ariaensdr., zijn vrouw, de laatste droeg daartoe over: 2 pd. op huis en erf aan de Volresgracht, 2 renten samen 4 pd. op huizen en erven op het Spui bij Jans Bruyns tuin, 1 pd. op huis en erf op het Spui, 1/2 pd. op huis en erf aan Jan Symons laen en pond groot om rente van 1/2 pd. te kopen; tevens memorie van hun kinderen; dr. Ariaantgen Kammakers gaf 1560 de tekenen (Archief Memoriemeesters 1 fol. 13, Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 4). Katrijn ovl. 1515 (Archief Nicolaasgasthuis 18 fol. 386vo). Cornelis die Bruyn verkocht uit naam van Dieuwer, zijn vrouw 1482 land (dat 1458 op naam van haar, weduwe van Dirk Kerstantsz., stond) (Pabon 66). ? Beatris Brunen, echtg.v. Adriaan Gerritsz. Paert; St.-Jacob deed haar memorie, 1560 leverde Katrijn Brunen de tekenen (Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 9vo).

BRUUNSZ., GERRIT

geb./ovl.

was 27 juni 1494 30 jaar (Fruin, Enqueste 256, stemt overeen met Archief Weeskamer 117 fol. 56)

functie(s)

schepen 1506/'07, 1510/'11, 1524/'25, 1526/'27; vroedschap 1513/'14, 1516/'17, 1517/'18, 1525/'26; weesmr. 1508-'13, 1516

beroep

-

overige gegevens

Wijlen Bruyn Gerritsz. en broer mr. Pieter Bruynsz., pr., laatste treedt op voor kinderen van de eerste (24 juni 1536, Archief Heilige Geest 568); Gerrit was 3 nov. 1513 arbiter in geschil tussen Maria Galilee en Ruert Jansz. en echtg. (Kloosters Delfland p 87 reg. 143). Jacob deed memorie voor Mr. Pieter Gerrit Bruunsz., pr.; hij ovl. 26 okt. 1538 (Archief Memoriemeesters 1 fol. 57, Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 16). Mr. Pieter Bruynsz., pr., verkoopt 28 apr. 1537 2 morgen land in Bezuidenhout, die 9 juli 1466 waren gekocht door Albrecht Willemsz. Zeylmaker (Kloosters Delfland p. 98 reg. 187 en p. 66 reg. 48) Jacob deed (actum 1520) memorie van Albrecht Bruuns (Archief Memoriemeesters 1 fol. 10). Archief Weeskamer 116 fol. 67 bewijzing door Katherijn Bruynen aan kinderen Gerrit (22 jaar), Jan (16), Maryeken (15) en Grietkin (13) (23 juni 1486). Gerrit Bruuns bewijst zijn kinderen bij Dieuwe Pietersdr. moederlijk erfdeel, betreft zns. Bruun., 9 j., Pieter, 5 jr. en drs Trijntgen, 7 j. en Volcktgen 900 R. gld. en door moeder nagelaten kleinodiën, gedaan in aanwezigheid van grootvader, Pieter Bertoutsz. (16 dec. 1496, Archief Weeskamer 117 fol. 56). 30 jan. 1517 deed Aarnd Claasz. moederlijk bewijs aan Trijntgen, 14 j., gewonnen bij Maritgen Bruynendr., in aanwezigheid van broeder Thomas Claasz., haar oom, Mr. Claas Aarndsz., haar broer en Gerrit Bruynsz. als oom; bewijst helft van 2 ramen in de Ve enstraat (andere helft behoort aan Mr. Claas), half huis in de Spuistraat (Id.), 1/2 van stuk land in Bezuidenhout (10 pd. p.j.), 1/4 van veenland te Wilsveen, waarvan Claas ook vierde heeft en Aarnd Claasz. de andere helft; een raam bij de Hoechbrugge en 25 R. gld. geld, 1 pd. groten p.j. lijfrente op Katrijn Arentsdr., op de kerk van DH, haar aangekomen bij test. van mr. Albrecht Bruuns alsmede kleinodiën en huisraad (Archief Weeskamer 118 fol. 127 en vo). Mr. Albrecht Bruunsz. ovl. 22 febr. 1505, St.-Jacob deed zijn memorie, 1560 gaf Trijn Brunen de tekenen (Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 3vo). Bruun Cornelisz.: Grijpink, Register op de parochiën V 134, Bruun Jacobsz. 126, Herman Bruunsz. 158. Betaling van Cornelis Jan Bruunsz. doodschuld aan St. Joris 1529/'30 (Archief Confrérie Sint Joris 34 fol. 2vo). Lid van St.-Joris 1519/'21 (Ibidem 25 fol. 1vo).

BRUUNSZ., JAN

geb./ovl.

ovl. 1540 (was 15 mrt. 1540 nog in leven, zie hierna; 1539/40 betaling van zijn doodschuld, Archief Confrérie Sint Joris 44 fol. 3; werd 1513/'14 lid, 22 fol. 6)

functie(s)

schepen 1530/'31, 1531/'32; weesmr. 1515, 1520; geestmr. 1538; hoofdman sacr.gasth. 1515/'16, 1538/'39, '39/'40

beroep

-

overige gegevens

Zoon van Bruun Albrechtsz. (Hoek, Tegenover de leprozen p. 168); koopman (vgl. Pabon, Hofboeken 1512). Herbergier: vertering door St.-Jorisschutters bij Aaf Jan Bruunsz. 1521 (Archief Confrérie Sint Joris 25 fol. 3); vgl. ook de betaling aan de zoon van Jan Bruunsz. (Archief Confrérie Sint Joris 92 (4)). Archief Weeskamer 124 fol. 102 e.v.: Cornelis Jonckheer, bast. van Jan Coenenz. bij Catharina Jan Bruunsdr. (haar broer was Mr. Pieter Bruynsz.). Is hij Coman Jan Bruuns die zijn dr. Alijd bewijzing doet (gewonnen bij Ariaan Jacobsdr.), in bijzijn van Cornelis Jansz., broederkind van vader van moederszijde en Geertruid Jacobsdr. als tante van moederszijde, alsmede Bertelmeeus Hendriksz. als zwager (12 sept. 1515, Archief Weeskamer 117 fol. 136 en vo). Jacob deed memorie van Jacob Dirksdr. Jans Bruynen wed. en haar broers Mr. Jan Dirksz. en Pieter Dirksz. (Archief Memoriemeesters 1 fol. 57), voor rente van 2 pd. op huis en erf in de Veenstraat (Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 16). In Archief Weeskamer 118 fol. 63 verm.ing van Alijd Coman Jans Brunendr. en man Adriaan Jacobsz. (1514, 9 juli); 26 juli 1514 bracht Coman JB in de weeskamer een schepenbrief van 12 pd. groten t.b.v. haar (Ibid.) Jan Bruynsz. voor zichzelf en voor zijn zoon Pieter Bruynsz., en vervangend alle broers en zusters vestigt 14 mrt. 1540 t.g.v. de gemene boedel een rente op zijn (helft v.d.) woning en landerijen (gebruikt door Cornelia Thomasz.), gen. de Groene woning (t.o. het Kortenbosch) (Oud Rechterlijk Archief 447 nr. 121); 11 jan. 1539 en 3 juli 1538 andere helft in handen van Beatrijs wed. van Pouwels Pietersz. Bol (Ibidem nrs. 1 en 37). Vgl. voor Jans goederen ook Hoek, Tegenover de leprozen p. 168.

BRUUNSZ., MR. PIETER

geb./ovl.

geb. ca. 1509 ('t Hart, Costumen 60); begr. 20 jan. 1560 (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 63); zijn ovl. beluid 19-21 jan. 1560 (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 38)

functie(s)

vroedschap 1555/'56, 1556/'57, 1557/'58, 1559/'60

beroep

-

overige gegevens

Zie Bruun Albrechtsz. Zijn weduwe belendde met haar gang 10 febr. 1568 aan huis en erf aan Spui-westzijde (Archief Sacramentsgasthuis141), zn. van Jan Bruunsz., die ovl. tussen 16 mrt. 1540 en 4 mrt. 1541, zie P.J. van Breemen, Over des burggraven huur te Scheveningen en het buitengoed Zorgvliet, DH 1944 resp. p. 45 en 54). Hoek, Tegenover de leprozen 168/9) verwart hem met mr. Pieter Gerrit Bruunsz., pr. en noemt hem ten onrechte aanvankelijk pr.. Tr. (Van Breemen 169) Maritgen Yemantsdr., die hertr. Gerrit Cornelisz.; mr. Pieter bewoonde 28 apr. 1537 een huis aan de oostzijde van St.-Jacobskerkhof, volgens Van Breemen 'Middelburch' aan de Vismarkt en eerder (perceel althans) in bezit van zijn vader Jan Bruunsz. Jan Bruunsz. was een der vijf zoons van Bruun Albrechtsz. (anderen: Albrecht, pr., Bartholomeus, Cornelis en Gerrit) (Van Breemen p. 168).

BRUYN, JACOB DIE

geb./ovl.

-

functie(s)

geestmr. 1438

beroep

-

overige gegevens

-

BUEREN, FRANÇOIS VAN

geb./ovl.

-

functie(s)

hoofdman sacr.gasth. 1556/'57-'59/'60, '64/'65-'72/'73 ('65/'66 ontbr.); kastelein van de Hove verm. 1565 (Archief Confrérie Sint Joris 92 (31)).

beroep

-

overige gegevens

-

BURCH, HEER MATTHIJS VAN DER

geb./ovl.

-

functie(s)

rentmeester van Noordholland 1345-'48 (Brokken, Hoekse en Kalbeljauwse twisten (Zutphen, 1988) 526; Nationaal Archief, Archief Graven van Holland 1438)

beroep

-

overige gegevens

-

BUTTELGIER, JACOB

geb./ovl.

-

functie(s)

1423 geestmr. (Archief Heilige Geest 938)

beroep

-

overige gegevens

De H. Geest verzorgde in St.-Jacobskerk de memorie van Engebrecht van Hove, kamerling, zijn vrouw Lijsbeth en Jacob Bottelgier en Heijltgen, zijn vrouw en hun kinderen (Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 12).

BUYS, AARND

geb./ovl.

ovl. na aug. 1485 (Pabon, Hofboeken p. 192)

functie(s)

gasth.mr. Nic. 1480; meester van het H. Kruisgilde 23 nov. 1474 (Archief Sacramentsgasthuis179)

beroep

bontwerker (Archief Nicolaasgasthuis 94 fol. 12vo)

overige gegevens

Jacob Aarndsz. Buys is 1492 goudsmid (Die Haghe 1916 34). Aarnd Buys Pietersz. verklaart 2 mei 1483 een rente schuldig te zijn op land benoorden Den Haag langs de Molenweg (Kloosters Delfland p. 29 reg. 63). Aarnd Buys bontwerker verm. 1 maart 1462 als belender van achterste deel van een huis en erf aan de Papestraat (Archief Nicolaasgasthuis 94 fol. 12vo). Aarnd Buus bezit 1458 een rijstuin met een laan daarachter in gebied tussen 'Mijns Heerenlaen ende des Delfschen wech over Sint Anthonisbrugge' (Pabon, Hofboeken p. 11, 10); Aarnd Buys ook verm. aug. 1475 (Ibid. 62). Memorie van Aarnd Buys, Aagte zijn vrouw, mr. Philips Aarndsz. hun zoon; hiervoor bewezen rente van 20 sch., d.d. 22 juni 1519; ovl. Pieters Banden 1518 (Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 9vo); Aarnd Buys Korstensz. huis in de Spuistraat (Ibid. fol. 17vo); Aarnd Buys Korstenz. van der Beeck! 1518/'19 testeerlicentie voor mr. Philips Buys te DH (Grijpink, Register op de parochiën, Delflandia (V) p. 126). Ibid p. 130: Institutio van mr. Philips Aarndsz. Buys op vicarie van Maria Maagd en Elisabeth (1491/'92); deed 1495/'96 afstand; feria 4 na Petri ander in zijn plaats (Ibid p. 130-131); 1503/'04 hr. Philips op Mariakapelanie na dood van Jan Engelkampsz.; na zijn dood 1518/'19 een ander (Grijpink, Register op de parochiën p. 142-3). G.J. Vermaat, `Genealogische en andere merkwaardigheden in de Hervormde kerk te Poortugaal,', Ons Voorgeslacht 19 (1964) 153: Mr. Ph. Buijs 1503/04-09/10 kapelaan op het Maria-altaar in de kerk te Poortugaal, en (p. 154) 1499/1500-1513/14 op het altaar van het H. Kruis en St. Jan ald. Was hij kanunnik van Geervliet? Mr. Philips Buys en Jacob Buys, beiden zoon van Aarnd Buys en Costijn Pietersz., hun broers zoon, bewezen aan hun broer Jan Buys als vaderlijk erfdeel 7 hond land benoorden Den Haag, bel. z. de banwatering en gelegen ten westen van de heerweg naar Scheveningen (Archief Nicolaasgasthuis 109). Aernt Buys betaalde 1488-1493 met Hendrik Jansz. Hoen landrente aan het Nicolaasgasthuis voor 8 1/2 morgen land in Escamp (Archief Nicolaasgasthuis 18 rek.).

Top Of Page

 

Auteur

Fred van Kan

Publicatie

Haagse Elite tot 1572

Home

Haags Gemeentearchief