Fred van Kan

Haagse Elite

tot 1572

CAMMAKER - CUPER

CAMMAKER, CORNELIS JANSZ.

geb./ovl.

ovl. 1514 (Archief Nicolaasgasthuis 18 fol. 362vo)

functie(s)

kerkmr. 1508; tresorier, verm. 10 okt. 1510 (Archief Leprooshuis 166 fol. 4 en vo), gasth.mr. St.-Nicolaas 1506-'14

beroep

-

overige gegevens

Bezat 15 mrt. 1510 3 pond rente op land in Over-Maas en ander land, gelegen in de Oude Corendijck in Charlois in het land van Boudijn Hart, in het dorp Poortugaal enz. (Haags Gemeentearchief, Bibliotheek Vf 14 nr. 12, aantekeningen uit archief Renswoude c.a., inmiddels originelen bij Haags Gemeentearchief). Cornelis Jansz. Cammaker bezat sinds 21 juli 1521 rente van 20 sch. Holl. op huis en erf aan de Vismarkt (Archief Nicolaasgasthuis 94 fol. 10vo). Bezat sinds 5 febr. 1501 rente van 3 pd. Holl. op huis en erf aan de Voldersgracht (Archief Leprooshuis 166 fol. 53vo). Had zijn woonhuis en erf aan de Hoogstraat en een ander huis en erf aan de Warmoesmarkt, vestigde hierop 6 juni 1510 een rente van 6 1/2 pd. groot Vl. (Archief Weeskamer 117 fol. 46). Ariaantgen Cornelis Cammakerswed. ovl. 1515 (Archief Nicolaasgasthuis 18 fol. 387). Cornelis Jansz. Kammaecker is een der voogden van de kinderen van Cornelis Balmaecker (8 mrt. 1505 en later) (Archief Weeskamer 117 fol. 87); is schoonvader van Gijsbrecht Dirksz. (Cammaker) (zie ald.) Jacob deed zijn memorie (Archief Memoriemeesters 1 fol. 62, vgl. Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248fol. 7vo); ook genoemd in memorieboek HG, zijn kleindr. is dan, 1557, omstr. St.-Jansmis, weduwe van Joost van Coulster en heeft kinderen (Archief Heilige Geest 951 fol. 3vo). 9 apr. 1516 verschenen voor weesmrs. Pouwels Cornelisz., Jan Corn.sz. Cammaecker en bewijzen Aaltgen Cornelis Bruynsz.dr, hun zr., oud ca. 17 jaar voor vaderlijk en moederlijk erfdeel een halve woning in het Benoordenhout met nog zeker land onder Haagambacht en Voorburg (waarvan brieven onder hun broer Joris), een rente van 3 pd. groten op Den Haag, 8 pd., 5 sch. 2 capoenen op land te Rijswijk, 2 morgen land te Voorburg, 7 hond land in de Binckhorst en rente van 1 1/2 pd. op huis en erf aan de westzijde van het Spui; vervolgens een opsomming van renten onder Dirksland en daarna de nodige landerijen en renten waarvan haar 1/5 toekwam; 6 mei 1517 verklaarde Mr. Cornelis Huyman als haar man voldaan te zijn (Archief Weeskamer 118 fol. 105-106vo). Cornelis Jansz. K. en Jacob Adr. vd. Wiele verklaarden 17 juni 1514 dat Willem Goudt, rentm.-gen. van Noord-Holland, zekere kooplieden te Antwerpen 4000 pd. heeft betaald, inzake verschuldigde gelden d.d. sept. 1512 (Nationaal Archief, Archief Staten van Holland 2194). Heer en Mr. Jacob Cornelisz. Cammaker; 1535/36 aangesteld op kapelanie van S.Cornelis in het Leprooshuis, was 1537/'38 ovl. (Grijpink, Register op de parochiën 161); betaalde St.-Joris geen doodschuld 1537/'38, liet geen goed na (Archief Confrérie Sint Joris 42 fol. 3). Mr. Jacob Cammaecker ontvangt 10 okt. 1536 betaling om op te meten de Biltlanden te Friesland (Navorscher 20 (1879) p. 90=Rekenkamer 'Bouck van den behoeften en necessiteyten van den Rekencamer in Den Hage 1516-'51). Cornelis en Pieter, natuurlijke zoons van Mr. Jacob Cammaicker, verklaarden 23 febr. 1554 van weesmrs. ontvangen te hebben een rentebrief van 1 pd. op een huis en erf in de Vlamingstraat, hen bij testament vermaakt door Pietergen Simonsdr. en door de pastoor aan de weesmrs. was overgedragen (Archief Weeskamer 123 fol. 103). Cornelis deed schenking bij zijn leven van 1 pond rente aan St.-Nicolaasgasthuis (Archief Nicolaasgasthuis 18 fol. 154).

Cammaker, Jan Cornelisz. (Kannemaeker)

geb./ovl.

was in 1543 ovl. (Sacr A 4 fol. 3)

functie(s)

tresorier van Den Haag verm. vanaf 29 juni 1520; afgezet op of kort na 21 jan. 1524, formeel 1 aug. 1524 ontslagen (Oud Archief 724, Oud Archief 6209=De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage III 362, Mem. Sandelin 3 fol. 47= De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage III 373-374); weesmr. 1523-'26; schepen 1526/'27, 1531/'32, 1532/'33, 1533/'34, 1534/'35, 1536/'37, 1537/'38, 1538/'39; vroedschap 1525/'26; geestmr. 1535, '36, '37; gasth.mr. St.-Nicolaas 1526-'30, '38-'39 (wsl. in de loop van '39 vervangen); hoofdman sacr.gasth. 1532/'33, '37/'38, '38/'39, '39/'40

beroep

-

overige gegevens

Verm.ing van het huis en de verwerij van zijn weduwe 1543 (Archief SacramentsgasthuisA 4 fol. 3); belender aan land in Haagambacht (onder Eikenduinen) 11 mei 1527 (Archief Memoriemeesters 2 fol. 76vo). Zijn weduwe verm. 29 jan. 1540 en 20 mei 1544 (Hyp nr. 115 en 437) en 26 juni 1541 in belending te Eikenduinen 26 juni 1541 (Archief Leprooshuis 222). Jan bewees 6 sept. 1508, met zijn vader Cornelis vergezeld, en in aanwezigheid van Willem Jansz. Schouten, grootvader en Adriaan Gerritsz., oom van moeders zijde, aan zijn zoon Pieter Jansz., verwekt bij Neelgen Willemsdr., oud 17 weken, diens moederlijk erfdeel, te weten 600 R. gld., 40 groten t stuk, verzekerd op woonhuis en erf in de Spuistraat; hij verzekerde dit bovendien op zijn huis en erf aan de Hoogstraat (Archief Weeskamer 117 fol. 109 en vo). 1552/3 De litteris jure dev. Petri Cannemaker, cleric. Traj., ad altare S. Georgii in S.Jacob na resignatie van Jacob Jansz. (Grijpink, Register op de parochiën V 139). Zijn bast.dr. Maritgen, non in St.-Marie Magdalena te Gouda, bezat een lijfrente van 7 1/2 pd. t.l.v. St.-Jacob te DH (kohier 1561 nr. 2967). Tekens voor memorie van Adriaan Claasz. en Dieuwer Jan Aarndsz.dr. worden geleverd door Adriaantgen Camaers en Blasius de coster (Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 9). Renteoverdracht 23 dec. 1560 door Gerrit Cammaecker Jansz. (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 518).

CAMP, AARND VAN (DEN)

geb./ovl.

voor 27 aug. 1464 (vgl. belening van zijn zoon)

functie(s)

8 jan. 1435-7 mei 1440 verm. als schout van Monster (Archief Heilige Geest 823, Haags Gemeentearchief, Kopieën Collectie Opt Straet van der Molen betr. Loosduinen p. 15-29); schepen 1459/'60

beroep

-

overige gegevens

Uit het geslacht van de oude heren van Monster? (zie Holl. Studiën). Zegelde als schepen 18 jan. 1460 t.b.v. Jan Steffenz. (Archief Heilige Geest 2 fol. 463vo-464). Hield te Monster van de heer van Naaldwijk 2 1/2 morgen land in leen sinds 31 okt. 1433, en was 27 aug. 1464 dood (belening van zijn zoon Engebrecht van Camp, die 12 dec. 1486 dood was, waarop diens dr. Pieternelle werd beleend; zij tr. voor 11 sept. 1515 Bartout van Garwen (Ons Voorgeslacht 1972 hofstad Hontshol p. 193)).

CAMP, ENGEBRECHT VAN

geb./ovl.

geb. ca. 1439 (was 28 jan. 1472 ca. 32 jaar oud (Nationaal Archief Brussel, Grote Raad van Mechelen, Beroepen uit Holland nr. 1).

functie(s)

klerk van Den Haag verm. 28 jan. 1472 (Algemeen Rijksarchief Brussel, Grote Raad van Mechelen Beroepen uit Holland nr. 1).

beroep

-

overige gegevens

zie bij zijn vader Aarnd van (den) Camp. Engebrecht van Camp was in 1469 met Adriaan van Reygersberghe en Dirk Jansz. Backer inner van de lopende bede en van de gift van de blijde inkomste (Algemeen Rijksarchief Brussel, Grote Raad Mechelen, Beroepen uit Holland nr. 1).

CARBON, NICOLAAS

geb./ovl.

ovl. 1519, voor 20 nov. (Archief Nicolaasgasthuis 19 fo. 71vo)

functie(s)

schepen 1509/'10, 1510/'11, 1511/'12, 1511/'12, 1512/'13, 1513/'14, 1518/'19

beroep

wijntapper 1513 (schuttap) (Archief Confrérie Sint Joris 22 fol. 2vo)

overige gegevens

is hij verwant met Nicolaas Carbon, baljuw van Zevenbergen verm. 2 dec. 1531? (Nationaal Archief, Archief Graven van Holland 726 ZH fol. 19-20vo). Bezat een huis en erf aan de Hoogstraat-westzijde, bel. n. de Papestraat; zijn exs.test. en zijn weduwe verkochten dit huis voor 12 jan. 1523 (Archief Leprooshuis 166 fol. 40). Tr. Margriet, ovl. na 12 jan. 1523 (Archief Leprooshuis 166 fol. 40).

CATS, JAN VAN

geb./ovl.

-

functie(s)

(substituut)baljuw van Den Haag 1479, samen met Jan Oem van Wijngaarden de Oude, na overdracht door zijn broer Lieven (Van Gent, Pertijelike Saken, 210 en zie bij Jan Oem).

beroep

-

overige gegevens

Zoon van Laurens van Cats, heer van Wolfertsdijk enz. en Elisabeth van Heenvliet, tr. Maria, dr. van Floris van Borselen (Mario Damen, De staat van dienst, 467-468).

CATS, LIEVEN VAN

geb./ovl.

-

functie(s)

baljuw van Haagambacht 1477-1479 (Nationaal Archief, Archief van de Rekenkamer, rekeningen 3927-3928); commissie 28 febr. 1477 voor 10 jaar, m.i.v. 1 apr. d.a.v.; indien hij voortijdig zou overlijden, dan zou het ambt gaan naar Jan Oem de Oude, die ook de gelden leende (Nationaal Archief, Archief van de Rekenkamer, Registers 491 fol. 21vo), droeg 1479, voor 8 febr., zijn ambt over aan zijn broer Jan van Cats en zijn oom Jan Oem van Wijngaarden de Oude als zijn substituten (Van Gent, Perteijelike Saken, 210).

beroep

-

overige gegevens

Zoon van Laurens van Cats, heer van Wolfertsdijk enz. en Elisabeth van Heenvliet, tr. een dr. van Poppe Haymansz. (Mario Damen, De staat van dienst, 467-468).

CLAAS HOBBENZ., DIRK

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1446/'47

beroep

-

overige gegevens

-

CLAASZ., ADRIAAN

geb./ovl.

-

functie(s)

gasth.mr. St.-Nicolaas 1478, 1483

beroep

-

overige gegevens

-

CLAASZ., ADRIAAN

geb./ovl.

-

functie(s)

weesmr. 1527

beroep

-

overige gegevens

-

CLAASZ., DIRK

geb./ovl.

-

functie(s)

geestmr. 1420

beroep

-

overige gegevens

-

CLAASZ., ELIAS

geb./ovl.

-

functie(s)

8 nov. 1421 verm. als geestmr. van Scheveningen (Kon. Bibliotheek, Register Capitulum Naaldwijk fol. 119vo)

beroep

-

overige gegevens

In de bron: `Eeluaes Clayszoen'.

CLAASZ., GIJSBRECHT

geb./ovl.

-

functie(s)

geestmr. 1423

beroep

-

overige gegevens

Dezelfde als het lid van St.-Jacobsbroederschap 4 nov. 1453? (Archief Ned. Herv. Kerkvoogdij 28 fol. 1-2). In St.-Jacob werd door de memorieheren de memorie verzorgd van Lijsbeth geh.m. een Gijsbrecht Claasz. (deze geestmr.?); daarvoor was een rente bewezen op land te Teylingerhorst, Wassenaar (Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 5vo). Tot zijn nageslacht behoorde mogelijk, gezien diens naam Heer Gijsbrecht Claasz., pr., hij stichtte 12 mrt. 1487 een vicarie, o.m. voor zieleheil van zijn vader Claas Gijsbrechtsz.; gaf daaraan ca. 4 morgen in het Westambacht; eerste possesseur was Matheus Pietersz., zijn neef; de collatie zou na zijn dood voor zijn zr. Elisabeth (Else) Claasdr. zijn; collatie was later in handen van Jan van Uyttenbroeck c.s. (17e eeuw); deze bezaten ook de vicarie van Claas Hoffdyck, Soetgen H. Sonderdanck en die van S. Maria in Leidse St.-Pancras (met o.m. bezit van Foytgens oude steenplaats) (Nationaal Archief, Geestl. kantoor Delft inv.nr. 589). Vgl. ook Claas Gijsbrechtsz. en diens vrouw Bairte, voor wie in de Jacobskerk memoriediensten werden gehouden (Archief Memoriemeesters 1 fol. 31).

CLAASZ., HENDRIK ALIAS COMAN HEYN

geb./ovl.

voor 27 dec. 1561 (´t Hart, Costumen 99-100)

functie(s)

1561 verm. als voormalig schout van Scheveningen, gedurende twee verschillende ambtsperioden (´t Hart, Costumen 99-100, Pabon, Hofboeken p. 388)

beroep

-

overige gegevens

-

CLAASZ., HUGE

geb./ovl.

-

functie(s)

gasth.mr. St.-Nicolaas 1470

beroep

-

overige gegevens

-

CLAASZ., JACOB

geb./ovl.

-

functie(s)

geestmr. 12 jan. 1462 (Kloosters Delfland reg. 52, p. 27)

beroep

-

overige gegevens

Is hij identiek met Jacob Claasz. Vleyshouwer ?(Archief Weeskamer 116 fol. 12).

CLAASZ., JAN (I)

geb./ovl.

geb. ca. 1420 (was 28 jan. 1472 ca. 51 jaar (Algemeen Rijksarchief Brussel, Grote Raad van Mechelen, Beroepen uit Holland nr. 1).

functie(s)

schepen 1459/'60, 1465/'66; kerkmr. 1460, 1465, wsl. identiek: geestmr. 1445

beroep

drapenier (onderhandelaar namens Den Haag met de Hanze inzake Haagse lakens, zie hieronder); identiek met de 21 febr. 1491 verm. verwer? (Oud Archief 4206)

overige gegevens

Werd 12 aug. 1466 met Aarnd Wolbrandsz. en Adriaan van Reygersberch afgevaardigd door de magistraat voor onderhandelingen met de Hanze over de Haagse lakens (H.E. van Gelder, Draperye, Die Haghe Jrb. 1910 p. 212).

CLAASZ., JAN (II)

geb./ovl.

-

functie(s)

vroedschap 1570/'71; geestmr. Schev. 1562, '65

beroep

bakker

overige gegevens

Woonde te Scheveningen

CLAASZ., JOOST

geb./ovl.

geb. ca. 1514 ('t Hart, Costumen 87)

functie(s)

vroedschap 1558/'59, 1559/'60, 1563/'64; verklaarde 29 sept. 1564 schepen van Geervliet te zijn geweest ('t Hart, Costumen 87)

beroep

-

overige gegevens

Bezat een huis in de Torenstraat (23 nov. 1558, Oud Archief 913).

CLAASZ., JORIS

geb./ovl.

-

functie(s)

vroedschap 1569/'70

beroep

timmerman

overige gegevens

Joris Claasz. huurde 11 mei 1517 voor 5 jaar ca. 17 hond land in Escamp, woonde aan de andere zijde van Loosduinen (Kloosters Delfland p. 133).

CLAASZ., MARTIN

geb./ovl.

-

functie(s)

hoofdman sacr.gasth. 1453

beroep

-

overige gegevens

-

CLAASZ., PIETER

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1446/'47

beroep

-

overige gegevens

-

CLAASZ., PIETER (I)

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1455/'56; geestmr. 27 aug. 1445; hoofdman Archief Sacramentsgasthuis 1450

beroep

-

overige gegevens

Een Pieter Claasz. wordt 10 aug. 1452 en 4 nov. 1453 verm. als lid van St.-Jacobsbroederschap (Archief Ned. Herv. Kerkvoogdij 28 fol. 1-2 en 5vo-6vo).

CLAASZ., PIETER (II)

geb./ovl.

-

functie(s)

vroedschap 1516/'17, 1517/'18

beroep

-

overige gegevens

Een Pieter Claasz. pachtte land te Voorburg (2 mrt. 1502), na hem ald. Pouwels Zevenbrootsweduwe (Archief Heilige Geest 2 fol. 361 en vo). Een Pieter Claasz. bezat 23 aug. 1495 rente van 3 pd. Holl. op huis en erf in het Zuideinde (Archief Leprooshuis 166 fol. 49) Misschien identiek met de gelijknamige verwer, verm. 1488 (Archief Weeskamer 116 fol. 103, zie Deym).

CLAMP, CLAAS JACOBSZ.

geb./ovl.

-

functie(s)

hoofdman sacr.gasth. 1547/'48, '48/'49, 49/'50

beroep

-

overige gegevens

Jacob Clamp is klerk van de rentmeester van Noord-Holland, verm. 18 aug. 1487 (Grote Raad Mechelen, Beroepen uit Holland doss. 124). Jacob Clamp was een van de stichters van St. Laurensbroederschap (rederijkerskamer) (M. Vandecasteele, ´Haagse rederijkerskamer´, 137). Vgl. voor Jacob Claasz. Clamp Van Heussen, Oudheden, 370.

CLAUWAERTSZ., WILLEM

geb./ovl.

was okt. 1309 ovl. (Smit, Rekeningen Holland III 135)

functie(s)

rentmeester van Noord-Holland verm. 1304 (Smit, Rekeningen Holland III 135)

beroep

-

overige gegevens

-

CLEMENTSZ., BAREND JAN

geb./ovl.

-

functie(s)

vroedschap 1570/'71

beroep

-

overige gegevens

-

CLEMENTSZ., JAN

geb./ovl.

geb. 1492/'93 ('t Hart, Costumen 20) begr. 29 nov. 1561 en die dag beluid (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 66 en 43)

functie(s)

schepen 1547/'48; vroedschap 1555/'56 (in de plaats van Pieter Aertsz.), 1556/'57, 1557/'58, 1558/'59, 1559/'60; meester van het H.Kruysgilde 29 juli 1539 (Archief Heilige Geest 2 fol. 446vo), leproosmr. 1542; huiszittenmr. 1552; gasth.mr. St.-Nicolaas 1552-'53 ('54-'55 ontbr.), '56-'61; hoofdman sacr.gasth. 1541/'42

beroep

bontwerker (o.m. Hyp nr. 173, 22 nov. 1540, Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 66)

overige gegevens

Kocht 4 sept. 1484 van het gerecht een huis en erf in de Papestraat-noordzijde, belast met een eeuwige rente van 7 pd. 3 sch., verkocht dit 16 dec. 1519 aan Frederik Jacobsz. (Archief Sacramentsgasthuis 138). Kocht 26 apr. 1549 een huis en erf op de hoek Westeinde-noordzijde-Vleersteeg tegen een schuldbrief van 400 car. gld. (Archief Weeskamer 120 fol. 240 en vo). Belender aan een huis en erf op de Geest (2 mei 1503, Archief St.-Nicolaasgasthuis 94 fol. 41vo). 19 mei 1523 is sprake van wijlen Jan Clementsz. (Archief Nicolaasgasthuis 19 fol. 161v). 24 mrt. 1526 bewees Jan Cleymentsz. zijn kinderen Annegen Jansdr. (4) en Jan Cleymentsz. (2 j) moederlijk erfdeel (van moeder Lijsbet Pietersdr.), te weten 80 ponden groten Vlaams (i.p.v. overeenkomst d.d. 26 febr. 1526 van hem met tante van de kinderen, Ymmegen Pietersdr., w. te Dordrecht - mede voor haar heerbroer en haar zr.); verzekerd op zijn huis aan de noordzijde van de Papestraat; een der getuigen is Matthijs Hendriksz. bontwercker (Archief Weeskamer 119 fol. 97). 3 dec. 1544 verklaardde Jan Jansz. Hemeler van Mechelen, als destijds getrouwd hebbend wijlen Anneken J.C.dr. voldaan te zijn van A. erfdeel (Ibid. fol. 97vo) (zie Hemeler). Jonge Jan Clementsz. verklaarde 10 juni 1545 van vader in mindering van mederlijk erfdeel 18 car. gld. ontvangen te hebben van 40 groten t stuk, t.b.v. koopmanschap; 17 aug. 1552 verklaarde hij voldaan te zijn (Ibid. fol. 97vo). Verm.ing van wijlen heer Clemens Jansz. 7 dec. 1573, vicaris op altaar van St.-Anna in 's Heren Graf in de Jacobskerk (Klo Delfl p. 148 reg. 119). Gijsbrecht Jan Clementsz. beluid en begr. 9 nov. 1564 (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 50 en 73). Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 9vo: Memorie voor hr. Jan Hendrik 'Widisietsz.', pr., ovl. 5 juli 1520, plotseling, in de kerk; Scholastica, wed. van Jan Clementsz., geeft 1560 de tekenen. Scholastica Gijsbrechtsdr. verm. als wed. van Jan Clementsz. 30 apr. 1568 (Die van Delf en Delfland voor de Grote Raad Grote Raad E.A. doss 779). Jvr. Anna Clementsdr. tr. mr. Adriaan van der Houff: zie Van Montfoort, Cornelis Jansz. Heer Joost Clementsz., pr. w te Leiden 29 sept. 1561 (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 573). Jan Clementsz. stelde zich met Cornelis van Bronchorst, beiden buurman, 14 juni 1532 borg voor wat heer Jan Willemsz., koster van de Hofkapel, als secretaris van het kapittel onder zich mocht hebben (Archief van het Hofkapittel 50).

COEBEL VAN DER LOO, DIRK

geb./ovl.

geb. 1498/'99, ovl. Den Haag 4 okt. 1578 (Van Kan, `Coebel', Ned. Leeuw 1999)

functie(s)

kerkmr. 1542/'43, 1543/'44, 1550/'51; baljuw 1527-'30, hoogheemraad van Delfland 1555-1567 (Postma, Delfland 414)

beroep

-

overige gegevens

Zie Van Kan, `Coebel', Ned. Leeuw 1999.

COEBEL, MR. AERNT

geb./ovl.

-

functie(s)

kerkmr. 1555/'56, 1556/'57; ontvanger-generaal van Holland sinds 1546, wrnd. landsadvocaat 1561, raad in het leenhof van Holland verm. 1556-1565, rentmr. van de Lek voor de prins van Oranje verm. 1542 en 1558 (Van Kan, `Coebel', Ned. Leeuw 1999)

beroep

-

overige gegevens

Zie Van Kan, `Coebel', Ned. Leeuw 1999.

COEBEL, PIETER

geb./ovl.

geb. ca. 1440, ovl. 1504 (Van Kan, `Coebel', Ned. Leeuw 1999)

functie(s)

schepen 1493/'94

beroep

-

overige gegevens

Zie. Van Kan, `Coebel', Ned. Leeuw 1999.

COELEN, DIRK JANSZ. IN

geb./ovl.

-

functie(s)

-beroep

-

overige gegevens

zie Dirk Jansz. Duycker

CONINCK, ADRIAAN JACOBSZ.

geb./ovl.

ovl. voor 7 juni 1527 (Kort, Rept. Den Haag, Ons Voorgeslacht 1985, 5)

functie(s)

raammr. 21 febr. 1491 en 8 febr. 1501; schepen 1519/'20, 1521/'22, 1522/'23, 1523/'24; vroedschap 1525/'26; tresorier vanaf 29 juni 1520, afgezet op of kort na 21 jan. 1524, formeel 1 aug. 1524 ontslagen (Oud Archief 724, Oud Archief 6209=De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage III 362, Mem. Sandelin 3 fol. 47= De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage III 373-374)

beroep

-

overige gegevens

9 febr. 1477 beleend met 3 morgen land onder Haagambacht, in Escamp (Hoek, Rept. Egmond, Ons Voorgeslacht 1976, 87). 7 jan. 1477 beleend met 5 pd. 10 sch. op het huis van Engelbrecht Dirk Jagersz., waar Jan Stark in woont, 1527: Hoogstraat DH en 12 sch. op het huis van Jan Hugenz., waar Willeboort die Tinnegieter in woont, in de Hoogstraat (1527), gen. 't Hart, na overdracht door broer Jan Jacobsz. (Kort, Repertorium Den Haag, Ons Voorgeslacht 1985 p. 5) 29 nov. 1516 verklaarde hij 1 pd. Vl. schuldig te zijn aan Bethlehem op zijn huis en erf aan Zuideinde, met gang naar Vlamingstraat (Kloosters Delfland 109 reg. 8) Tr. Trijntje Jacobsdr., die lijftocht had aan rentelenen in de Hoogstraat (p. 5); zn.: Adriaan Adriaansz., tr. Elisabeth Arensdr.; beleend met vaders leengoed onder Escamp na diens dood 27 juni 1527; Adr. Adr. ovl. 152., toen werd zijn in Den Haag wonende neefzegger Jacob Coensz. beleend (Hoek, Rept. Egmond, Ons Voorgeslacht 1976, 87; zie over Jacob Coenen, zn. van Coen Jacobsz. ook p. 96 en Kort, Repertorium Den Haag, Ons Voorgeslacht 1985 p. 5); aan Hoogstraatlenen door jonge Adriaan de Koning 7 juni 1527 lijftocht gegeven voor echtg. Elisabeth; na zijn dood zijn neef Jacob Coenenz. (21 aug. 1528) (p. 5); 12 nov. 1546 Adriaan Maartensz. voor Barbara, dr. van Cornelis Jacobsz., zijn nicht, bij dood van haar vader, die aankwam van diens vader Jacob Coenenz., maar verzuimde omdat de weduwe van A. de Koning lijftocht heeft; 19 juni 1562 Jan Jacobsz. voor echtg. Barbara Cornelisdr.; 26 apr. 1564 Adriaan Maartensz. voor schoonzr. Margaretha Jacobsdr. bij dood van haar tante Barbara (p. 5). Matthijs Willemsz., roedrager van de graaf, beleend 28 mei 1385 met 1 pd., ½ oud schild, 26 sch. op huizen en erven te Haagambacht/DH, 1 pd. op 2 morgen land in Escamp; ½ morgen bij de Eekhorst; na hem, 138., Aleid, dr. van zijn broer, geh.m. Isak; 1390 zij met ledige hand (Ons Voorgeslacht 1985 p. 4-5) [Isak: de stadsklerk? -]; Matthijs Wsz. droeg HGeest 18 okt. 1384 verschillende renten over op huizen en erven te DH, onder beding van vruchtgebruik en vervolgens vigilie, jaargetijde en brooduitdeling (Archief Heilige Geest 2 fol. 189-190). Matthijs Wsz. 10 sept. 1385 beleend met ½ van 10 morgen land te Monster bij Kwintsheul alsmede 3 morgen land ald., 1390 de 1/2 van 10 morgen: Aleid, geh.m. Isak, met ledige hand (Ons Voorgeslacht 1983 p. 578/9 en 582); beide leencomplexen (Ons Voorgeslacht 1983 p. 579) vervolgens: 17 aug. 1428 Maarten Isaksz., bij dood van moeder, 4 apr. 1449 Adriaan Maarten Isaksz., bij dood van vader, 4 okt. 1458 Jacob Maarten Isaksz. bij dood van broer, 7 jan. 1477 Jan Jacobsz. bij dood van vader Jacob Maartensz.; na opdracht door Jan 7 jan. 1477 belening van diens broer Coenraad Jacobsz. met ½ van leen te Monster (na deze 21 apr. 1513 Adriaan Jacobsz. te DH bij ovdr. door broer Coenraad, die overdroeg op Jacob Adriaansz. van der Wiele die 5 aug. 1518 werd beleend; Ons Voorgeslacht 1983 p. 579); na opdracht door Jan 15 apr. 1477 belening van diens broer Maarten (tijdens Karel de Stoute), gevolgd 22 nov. 1508 door diens zn. Isak Maartensz. na vaders dood; deze droeg op t.b.v. derde (beleend 21 mei 1517) (Ons Voorgeslacht 1983 p. 579). Na Jan Jacobsz. beleend met renteleen 22 mei 1511 heer Cornelis Jacob Maartensz., pr. (hulder Adriaan Jacobsz., zijn broer); na diens dood 11 apr. 1516 Jacob Coen Jacobsz., bij vaders dood, die aankwam van broer heer Cornelis (Ons Voorgeslacht 1985 p. 5) Matthijs Wsz. 28 mei 1385 beleend met 5 pd. 10 sch. enz. (zie bezit, hoger), zelfde gang ws. als 'renteleen'. Hoger genoemde 3 morgen land te Monster (Ons Voorgeslacht 1983 p. 582) 1390 Willem Messelgier, met ledige hand; 3 mei 1411 Isak voor Aleid, zr. van Willem Messelgier, bij diens dood; vervolgens beleningen als voornoemde 1/2 van 10 morgen land; echter: 22 mei 1511 Adriaan Jacobsz. voor zijn broer hr. Cornelis Jacob Maartensz., pr., bij dode van broer Jan Jacobsz.; 11 apr. 1516 Jan Coen Jacobsz., bij dood van vader, die aankwam van hr. Cornelis, na verzuim (Ons Voorgeslacht 1983 p. 582); 25 okt. 1521 Jacob Coenenz. verm.; 4 jan. 1527 overdracht door deze (p. 583). 21 sept. 1378 Matthijs Wsz. beleend met 2 geersen land te Limmen, de 'Hoge Kamp', bij opdracht aan hr. v. Egmond, evt. te komen op neef Jacob; 7 febr. 1410 belening van Izak voor zijn vrouw Aleid, dr. van Jacob Berwoutsz.; 4 febr. 1451 belening van Jacob Reinersz., zwager van de leenheer (Ons Voorgeslacht 1979 Kort, Repertorium op de lenen van de hofstede Egmond p. 404). Kort, Repertroium Egmond, Ons Voorgeslacht 1976 p. 96: belening 5 febr. 1383 na opdracht uit eigen van Matthijs Willemsz. met 4 morgen te Monsterambacht; later te komen op broer Willem Berwoudsz. of Jacob Berwoudsz., of oudste kind daarvan. Matthijs Willemsz.: klerk van de kost (zie Van Riemsdijk, Tresorie p. ...). Adriaans broer: Coen Jacobsz.; bewees 14 juni 1494 zijn kinderen bij Margriete Simonsdr. hun moederlijk erfdeel; betrof Jacob Coenen (ca. 15 j.), Adriaan Coenen (ca. 13 j.), Marytgen (ca. 10 j.), Aeltgen (ca. 8 jaar) en Cornelis Coenendr. (ca. 2 jaar), voor ieder 20 pd. Vl., alsmede kleinodiën; daarbij waren aanwezig de tante van de kinderen, Jannetge Simonsdr., en haar man Bertelmeeus Pietersz. (Archief Weeskamer 117 fol. 33). 8 juni 1515 bewees Coen Jacobsz. zijn kinderen bij Zoetgen Simonsdr., te weten Aaltgen Coenendr. (16 jr.) en Simon Coenenz. (ca. 12 jr.) moederlijk erfdeel van 20 pd. groot Vl.; verzekering op zijn goed; waarborgen: Jacob Coenenz. en Theeus Pietersz. (Archief Weeskamer 118 fol. 78). Coen Jacobsz., was, als buurman van DH 27 juni 1494 betrokken bij Enqueste, Coen 36 jaar oud (Fruin, Enqueste, 256). Verband onduidelijk: Archief Weeskamer 123 fol. 224 en vo - 17 febr. 1557 - Arend Jacobsz., tr. Katrijn Adriaansdr., met kinderen Jacob Arendsz. Coninck en Petronella Arendsdr. (tr. Huybrecht Huybrechtsz.) te Scheveningen; Katrijn voornoemd had bij hr. Adriaan Gerrit sz., pr., w. te Scheveningen, vicaris ald., een zoon Jacob Adriaansz., nu 16 jaar; een broer van heer Adriaan was Adriaan Gerritsz. te Scheveningen. Archief Weeskamer 121 fol. 57: 13 sept. 1542 erfenis van Jaap de Keyser en Neeltge Gerritsdr.; zoons: Adriaan Jacobsz. tr. Katrijn Adriaansdr. - uit dit huwelijk Jacob (geb. 1524) en Nelletge (1527) - en Dirk Jacobsz. Keyser, scheepmaker te Scheveningen. Lid St.-Jacobsbroederschap, w in het Zuideinde (Archief Ned. Herv. Kerkvoogdij 28 fol. 16). Matthijs Willemsz. bezat vanaf 12 juni 1379 een rente op een huis en erf te Haagambacht, bel. w. mr. Philips van Leyden; droeg deze rente 18 okt. 1384 met 2 andere over op de HG in ruil voor vigilie, jaargetijde en brooduitdeling (Archief Heilige Geest 2 fol. 188vo-190). Matthijs Willemsz., janitor en virgifer van Albrecht, stichtte 6 mei 1379 een vicarie op altaar van St.-Catharina in de Hofkapel, begiftigde deze met 10 morgen land in Poeldijk onder Monster; behield zelf de collatie en regelde de vererving daarvan; aan gehecht bekrachtiging door hertog en deken en kapittel (Archief Hofkapel reg. 60-62).

COPPOENSZ., ROBBE

geb./ovl.

-

functie(s)

8 nov. 1421 verm. als geestmr. van Scheveningen (Kon. Bibl, Register Capitulum Naaldwijk fol. 119vo)

beroep

-

overige gegevens

-

CORNELISZ., LENAARD

geb./ovl.

Begr. 's-Gravenhage 11 september 1573 (Van der Marel, `Westerbaen', 166-167).

functie(s)

vroedschap 1568/'69, 1569/'70, 1570/'71, 1571/'72

beroep

lijndraaier (zie hierna)

overige gegevens

Zoon van Cornelis Frederiksz. (zie ald.) Het volgende is geciteerd uit A. van der Marel, `Westerbaen, Een Zuid-Hollands geslacht van lijndraaiers, dichters, kunstschilders en theologen', Ned. Leeuw 1962 kol. 167: "Zijn zusters en broer waren: - Adriaentgen Cornelisdr. genoemd 1564 (Oud rechterlijk Archief nr. 331 fol. 88 vo), ovl. in 1578. - Anneken Cornelisdr. gehuwd met Barent Vos, deurwaarder van het Hof van Holland, wonende in het Zuideinde in 1564 (Ibidem fol. 88vo). - Cornelis Cornelisz., gehuwd met Lijsbeth Maertijnsdr., weduwe van Roelandt de Cocq, tinnegieter in het huis ,,den Back" in de Hoogstraat in 1564 (Ibidem fol. 88vo). De pasteibakker, in hetzelfde huis wonend van 1570-1578, eveneens Cornelis Cornelisz. geheten, is wsl. de zoon van bovengenoemde Cornelis. - (?) Neeltgen Cornelisdr. In 1531 is er sprake van Neel Lijndrayers (De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage, Costumen p. 52), maar zij zou ook familie kunnen zijn van een vorige bezitter van de lijnbaan in het Westeinde, in het Hofboek van 1466 verm. als Gerijt die lijndrayer. De pasteibakker Cornelis Corneliss. die naar Delft trok, waar hij (of zijn zoon) als notaris voorkomt, heeft m.i. de naam Westerbaen bedacht, geïnspireerd door de lijnbaan aan de westkant van `s-`Gravenhage, waar zijn grootvader en daarna zijn oom het beroep van touwslager (lijndraaier) uitoefenden. In de akte van 1587 (Oud rechterlijk Archief nr. 334, fol, 173 v.) noemt hij zich Cornelis Corneliss Westerbaen en geeft die naam tevens aan de laatste touwslager in de familie, zijn oom Lenert Corneliss. Westerbaen. Jacob Dammass, lijndrayer, die ,,huys, erff ende lijnbaen met alle de gereetscappe tot de lijndraeijerije behoorende in `t Westeijnde" kocht vond deze naam blijkbaar zo treffend, dat hij en zijn nakomelingen deze ook gingen voeren".

COSTIJNSZ., GERRIT ('IN SINTE MARTEN')

geb./ovl.

ovl. 1540/'41 (betaling doodschuld, Archief Confrérie Sint Joris 45 fol. 3)

functie(s)

hoofdman Archief Sacramentsgasthuis ca. 1521

beroep

-

overige gegevens

-

COUCK, FLOOR

geb./ovl.

na 27 dec. 1561 (´t Hart, Costumen 99-100)

functie(s)

1561 verm. als voormalig schout van Scheveningen (´t Hart, Costumen 99-100)

beroep

-

overige gegevens

-

CROOCK, JAN (CROECK)

geb./ovl.

geb. ca. 1454 (Fruin, Enqueste, 256) ovl. tussen Vastenavond 1498 en Catharina 1499 (Archief Confrérie Sint Joris 20 fol. 1, doodschuld), wsl. in 1499 (bespreking van zijn memorie door nabestaanden in St.-Jacob, Archief Memoriemeesters 1 fol. 57vo); voor 16 aug. 1499 (Archief Weeskamer 117 fol. 63)

functie(s)

schepen 1492/'93, 1493/'94 (Fruin, Enqueste, 256); getijdenmr. St.-Jacob 1482

beroep

herbergier (verhuurde kamers aan Leidse gedeputeerden ter dagvaart (1483-'85, Kokken, Steden en Staten 204); wijntapper ( vgl. schuttapbetaling 1495/'96 (Archief Confrérie Sint Joris 17 fol. 5))

overige gegevens

Trad als leenman-getuige op bij de bevestiging van een belening vanwege de grafelijkheid (Nationaal Archief, Archief Graven van Holland 834, 1 jan. 1494). Is hij de Jan Croeck die 7 mei 1493 optrad voor Johanna Jacobsdr. bij een belening met leengoed onder Zuiderwoude (Ons Voorgeslacht 1985 p. 761). Belender in Haagambacht aan de Dennewech 15 mrt. 1434: Jan Kroeck (Arch. Archief Sacramentsgasthuis 153); zijn erfg. ald. 14 dec. 1448 (Ibid. 31); belender 15 mei 1422 benoorden DH, tegen ambacht Wassenaar (Archief Nicolaasgasthuis 94 fol. 60vo). Belender 30 sept. 1419 in Benoordenhout Jan Croeck (Archief Heilige Geest 2 fol. 403). Belender aan huis en erf in Juffrouw Idastraat: Jan Croeck, samen met Baarte Gerrit die Ballemakers (9 febr. 1442 en 8 mrt. 1443, Archief Heilige Geest 627 en 628). fam.: bewees zijn kinderen Claas (6 jr.), Maryeken (4), Lauris (2) en Pieter (1) moederlijk erfdeel (36 ponden groten Vl. p.j.) in aanwezigheid van grootvader Jan Claasz. van Eeten (14 jan. 1486) (Archief Weeskamer 116 fol. 46). Zijn weduwe Katrine met man Hendrik Smout bewees kinderen bij Jan Crock vaderlijk erfdeel, betreft: Govaert Jansz., 7 j., Lijsbeth, 4 j. en Nellegen, 3 jr. 32 pd. Vl. tezamen, verzekerd op huis en erf 'Den bonten hont' in de Hoogstraat, dat Jan bewoonde; gedaan in aanwezigheid van Gijsbrecht Dirksz., Claas Jansz., Louweris Jansz., Pieter Jansz. en Maregen Jansdr. (uit 1e huw.!) (16 aug. 1499, Archief Weeskamer 117 fol. 63). 15 sept. 1518 verschenen voor weesmrs. Jan Hugenz. glaesmaeker, voogd van Louweris Jansz. en Pieter Jansz., voorkinderen van Jan Crook bij Barber Jansdr. en 3 kinderen gewonnen bij Katrijn Jan Croken vrouw, ook verscheen Aarnd Baarndsz., als man van Lij sbeth Jansdr. en Jan Jansz. als man en voogd van Nelletgen, verklaren allen voldaan te zijn (Archief Weeskamer 117 nr. 63vo). Archief Weeskamer 117 fol. 64: Jan Hugenz. is echtg. van Maeregen Jan Krokendr., verklaart voldaan te zijn (verm. 30 apr. 1501). Hyp 1538-1570, nr. 348: Marijtgen Croecken, wed. van Jan Hugenz. glasmaker, met Huig Jansz., glasmaker, haar zoon (20 jan. 1543). Klapper Hypotheken nr. 431: 29 mei 1544 verm. van Maritgen Jan Croecke, wed. wijlen JH glsm. Jan Hugenz. glasmaker verkoopt 30 jan. 1515 met Cornelis Sybrandsz. jrlkse losrente van 8 pd. op Den Haag, hen aanbestorven van hun tante Dirksgen Dirksdr. (Oud Archief 2176). Erfdeel van Barbera Jan Claasz.dr. bestaat uit renten, 20 pd. op huis aan de Vijverberg en te Overmaas, land van Oostvoorne 16 pd. Holl. (fol. 64). 5 apr. 1505 verklaarde Pieter voldaan te zijn (fol. 64vo) 7 jan. 1558 deed Mathijs Hendriksz. mesmaicker bewijzing aan 4 kinderen bij Grietgen Jansdr. Croeck; hun oom van moederszijde is daarbij: Huych Jansz. Croeck, glaesmaicker; oudste kind is zeventien (Archief Weeskamer 123 fol. 275 en vo) 1493/'94 aanstelling Laurens Jansz. Croeck, clericus tot St.-Jacobskapelanie in St.-Jacob, vacant na dood van Mr. Chrispijn Willemsz.; 1504/'05 een ander na diens dood (Grijpink, Register op de parochiën V 139-140) 1568/69 aanstelling hr. Jacob Laurensz. Croeck tot vicaris op Sebastiaansaltaar in S. Jacob (Grijpink, Register op de parochiën 149) 8 nov. 1527 bewijst Lijsbeth Jan Croeckendr. met man Matthijs Pietersz. haar zoon Arent Arentsz. oud 6 jr., gewonnen bij Arent Barentsz., haar eerdere man, bij consent van de oom van het kind, heer Willem van Duvoerde, pr., w. te Voorschoten, diens vade rlijk erfdeel (4 gouden car. gld.) (Archief Weeskamer 119 fol. 136) Lourijs Croeck Cornelisz., voorspraak, is met Lenaard IJsbrandsz. neef van moeders zijde van de kinderen van Willem Jansz. mesmaecker en wijlen Geertruid Hendriksdr. (22 juni 1558) (Archief Weeskamer 124 fol. 34) Louris Croock, taalman, verm. o.a. 7 apr. 1554, dan ca. 47 jr. en 5 jan. 1568 ('t Hart, Costumen 50 en 97) Laurens Cornelisz. Talman beloofde 16 mrt. 1566 het St.-Elisabethsconvent schadeloos te houden voor zeker officie van 6 pd. Vlaams p.j. belast met 7 missen p.w. welk genoemd convent gegeven heeft aan Jacob Laurensz., clericus, w te Gv., om tot priester gewijd te worden; hij verbindt hiervoor zijn woonhuis, erf en tuintje op de Geest (Klo Delfl. reg. 138 p. 44). Laurens Cornelisz. Croock, taalman verm. 29 jan. 1568 en 31 mei 1570 (nrs. 733 en 843). Door ovl. van Jacob Laurensz. Croeck is de vicarie van S. Severinus op Sebastiaanaltaar vacant; 2 jan. 1586 verm. (p. 151 reg. 129, Klo Delfl). Gerrit Kroec erkent 12 apr. 1383 voor sch. van DH Pieter Tol die smit 1 pd. Holl. schuldig te zijn op 1 morgen land, t.o. de Denneweg; 'bener'den Hout, aan 'dat die Wateringe plach te wesen' (Gemeentearchief Leiden, Archief H. Geest 1557 fol. 42= Gasthuizen 1356 fol. 40vo). Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248fol. 16vo: memorie van Jan Croeck in St.-Jacob.

CRYEP, ADRIAAN WILLEMSZ. VAN

geb./ovl.

ovl. voor 2 okt. 1581 (Ons Voorgeslacht 1986 p. 191)

functie(s)

schepen 1570/'71, 1571/'72; procureur bij het Hof van Holland, verm. 5 juni 1561 (Fölting, Vroedschap 8; hij zou het procureurschap na zijn vaders dood ontvangen; Archief Weeskamer 124 fol. 125vo-127vo; Ons Voorgeslacht 1986 360)

beroep

-

overige gegevens

31 okt. 1559 beleend met zijn vaders renteleen te Aalsmeer (Ons Voorgeslacht 1986 p. 191). Bewoonde een huis Nobelstraat-zuidzijde, naast het huis de Oude Lombaert, verm. 22 dec. 1563 (Bibliotheek Haags Gemeentearchief Vf 14 nr. 66). Zoon van Willem Pietersz. Cryep (zie ald.). Vader van Gerard Criep (Ons Voorgeslacht 1986 p. 191). Lid St.-Joris 1556 (Archief Confrérie Sint Joris 88).

CRYEP, WILLEM PIETERSZ. VAN DER

geb./ovl.

geb. 1489/'90 ('t Hart, Costumen 50) ovl. 2/5 nov. 1558, beluid 5-7 nov., begr. St.-Jacob (Archief Weeskamer 124 fol. 1, Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 32 en 60)

functie(s)

schepen 1553/'54, 1554/'55, 1555/'56, 1556/'57, 157/'58); weesmr. 1550-'58; procureur postulant bij het Hof van Holland verm. o.m. 11 okt. 1538 (Klo Delfl. p 112 reg. 19), 15 mei 1542 (Ons Voorgeslacht 85 p. 77) en 1555 (zoon Adriaan zou het procureurschap na zijn dood ontvangen; Archief Weeskamer 124 fol. 125vo-127vo)

beroep

-

overige gegevens

Kocht 14 febr. 1551 een rente van 3 car. gld. van 40 groten Vl. op huis en erf in de Nieuwe straat tegenover het stadhuis (Archief Heilige Geest 2 fol. 334vo/335vo). Jan Clementsz. kocht 26 apr. 1549 een huis en erf op de hoek Westeinde-noord- zijde-Vleersteeg, belend west en noordzijde W.P. Cryep (Archief Weeskamer 120 fol. 240 en vo). Verkocht 11 okt. 1538 een rente van 18 pd. 15 sch. Vl. op de vijf grote steden van Holland (Klo Delfl 112 reg. 19). 11 juni 1533 beleend na overdracht door Frans Duyck met 10 pond uit schot van Aalsmeer (Ons Voorgeslacht 1986 Velsen p. 191). 27 aug 1570 belening na dood van W.P. van zoon Mr. Willem van den Criep met een rente van 9 pd., 7 sch., 6 penn. uit woning met hennepwerf en 2 morgen land onder Monster (Nationaal Archief, Archief Nassause Domeinraad 47 fol. 68vo). Trad 15 mei 1542 op bij een belening (Ons Voorgeslacht 85 p. 77). Zijn weduwe Aagte Pietersdr. met Jan Wolff als voogd, Adriaan Cryep, procureur postulant voor zich, Adriaan van der Aer (medebroeder in de wet) en Gerrit Doedezn, voor hun echtgenoten, verklaren d.d. ....... dat Willem bij leven in aalmoes aan de HG een rentebrief van 3 car. gld. gegeven had, nu transport door de erfgenamen (Archief Heilige Geest 2 fol. 336) 19 apr. 1559 compareerden Aagen Pietersdr., wed. van Willem van Cryep Pietersz., met mr. Willem van Cryep, advocaat voor Hof van Holland [22 nov. 1570 verm. als raad-ordinaris in Hof van Holland , Archief Weeskamer 125 fol. 18vo], haar zoon, ook voor hemzelf, Adriaan van Cryep Wsz., Adriaan Aartsz., man en voogd van Machteld van C. Wsdr., Gerrit Doedenz., man van Maritgen van C. Wsdr., beiden procureurs postulerende voor het Nationaal Archief, Archief Hof van Holland en Mr. Frans Adriaansz., bgm. van Leiden, toeziender van vaders zijde van de weeskinderen van Cornelis Jansz. bij wijlen Anna van Cryep Wsdr. (Heiltgen Conr.dr. 11, Pieter Csz., 9, Jan Cornsz. 8, Crijntgen Cdr.7, Melis Csz. 5 [Jan en Melis Csz. geheten van Buytendijck 21 nov. 1579, dan vergezeld van Gerrit Doedez. van Medenblyck, behuwdoom, Archief Weeskamer 124 fol. 172vo]), en de genoemde Aagen caverende de rato voor de kinderen van wijlen IJsbrand Cornelisz., in zijn leven baljuw van Schiedam, verwekt bij wijlen Lijsbeth van Cryep Wsdr.; gezamenlijk brachten zij te boek navolgende brieven enz. t.b.v. de weeskinderen van C ornelis Jansz. voorschreven; allereerst een testament gemaakt door de grootouders, Willem van Cryep en Aagen; een contract tussen Aagen en de voorkinderen van Willem van Cryep, inventaris Willems nalatenschap en de verdeling (Archief Weeskamer 124 fol. 122 en vo) 24 juni 1548 testeerden WPsz. van C. en Aagen Pietersdr.; wensen op kerkhof bij St.-Jacob begraven te worden, aan de noordzijde, bij hun zoontje Pieterken begraven ligt; vermaken elkaar vruchtgebruik van alle goederen; wel boedelinventaris opmaken; kleinkinderen treden in plaats van ovl. ouders (Archief Weeskamer 124 fol. 122vo-125vo); wijziging op 14? nov. 1555: voor dr. Anna alleen legitieme portie; deze regeling omdat haar man Cornelis Jansz. alles 'verslindt' en erdoor jaagt, heeft dit al met haar huwelijksgoed gedaan; zoon Adriaan krijgt normaal aandeel, de andere kinderen hoeven echter niet in te brengen wat zij bij huwelijk ontvingen, want Adriaan kreeg het procureurschap van zijn vader! Overigens wordt Adriaan niet onterfd, waar hij gezien zijn levenswandel voor zijn huwelijk met Cornelia Gijsbrechtsdr. bang voor was (Archief Weeskamer 124 fol. 125vo-127vo). Overeenkomst tussen Agatha en Willems voorkinderen geheten Adriaan Wsz. van Cryep, Machteld Wsdr., tr. Adriaan Aartsz. van der Aer (2 jan. 1559) (Archief Weeskamer 124 fol. 127vo-128vo). Mr. Willem van Cryep, pensionaris van Delft verkoopt 12 okt. 1567 huis en erf aan het Achterom, bel. hijzelf (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 729). Mr. Willem van der Cryep is raad in het Hof van Holland sinds 20 sept. 1568; onbezoldigd 1567; week juli 1572 uit naar Utrecht (Memorialen Rosa XLVIII).

CUPER, JAN DIRKSZ.

geb./ovl.

-

functie(s)

-

-beroep

-

overige gegevens

zie Jan Dirksz.

Top Of Page

 

Auteur

Fred van Kan

Publicatie

Haagse Elite tot 1572

Home

Haags Gemeentearchief