Fred van Kan

Haagse Elite

tot 1572

DAEMENZ. - DUYCKER

DAEMENZ., JAN

geb./ovl.

-

functie(s)

hoofdman sacr.gasth. 1452, 1453

beroep

-

overige gegevens

-

DAM PIETERSZ., CLAAS VAN

geb./ovl.

-

functie(s)

ontving 28 nov. 1413 met Foyken, kamerling van de gravin, commissie tot het Haagse klerkambt (De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage III 180= Nationaal Archief, Archief Graven van Holland 237 fol. 189)

beroep

-

overige gegevens

6 juni 1416 in de adelstand verheven met zijn broers Philips en Dirk, en met Gerard, zoon van Dirk van Dam, door roomskoning Sigismund (Plomp, 'Adelsgunsten', 235). Claas van Dam doet bezegeling voor St.-Nicolaasgasth. 1439 (Archief Archief Nicolaasgasthuis 22 fol. 62vo). Een Claas van Dam verm. 31 mei 1432 (verwerving van een rente, Archief Heilige Geest 609) en 14 juni 1435 (belending in het Benoordenhout, evenals heer Philips van Dam) (Archief Heilige Geest 492), zie ook reg. Memorie 14 juli 1433. Claas van Dam erkende 22 juni 1454 als voogd van Geertruud Pieter van Dammendr., zijn nicht, non in St. Elisconvent, enkele rentebrieven onder zich te hebben (Kloosters Delfland p. 61, reg. 26). Claas kocht 2 mei 1447 rente van 50 sch. Holl. op 2 morgen land in Westambacht (Ibidem p. 407 reg. 56). Claes van Dam en zijn zuster Aechte, de weduwe van Jan Hugen kochten 16 okt. 1434 2 1/2 morgen land te Maasland, tussen Lyerweg en Boyrdyxen weg en 3 morgen land tussen Boyrdijxenweg en de Scheyde, gemeen met Clays Tou Aerntsz. en Alijt, de weduwe van Jan Zuet, verpacht aan Jacob Jansz. van Vlaerdinge en belast met tijns; 25 nov. 1436: Claes van Dam verkocht 25 nov. 1436 e.e.a. weer (C. Hoek, `Acten betreffende Maasland', Ons Voorgeslacht 1969, 142). Pieter van Dam trad 4 juni 1406 op als voogd voor Katrijn Pieter Willemsz. (Archief Nicolaasgasthuis 94 fol. 17). Zoon: Jan Huge Claasz. van Dam, klerk. Bezat sinds 14 juli 1433 een rente van 40 sch. Holl. op een huis en erf aan de noordzijde van de kerk, was daarvan ten w. belender met zijn uitweg (gemeen met Wermbrecht Pietersz.) en ten n. (Archief memoriemeesters fol. 67 en vo) en sinds 2 mei 1447 een van 50 sch. Holl. op 2 morgen land in het Westambacht aan de oostzijde van de Leyweg (Ibidem fol. 68 en vo). Trad 18 jan. 1443 op als voogd van Lijsbeth Cleymans weduwe (Archief Nicolaasgasthuis 94 fol. 74). Een Pieter van Dam verm. Voorburg 1450 als belender aan Lewensteyn (Ons Voorgeslacht 1978 p. 493).

DAM, CLAAS ADRIAANSZ. VAN

geb./ovl.

-

functie(s)

burgemeester 1567/'68, 1568/'69, 1571/'72; schepen 1563/'64, 1564/'65, 1565/'66, 1566/'67, 1570/'71; vroedschap 1569/'70; geestmr. 1564-'71 ('65 en '68 ontbreken); sacr.gasthmr. 1564/'65-'72/'73 ('65/'66 ontbr.); weesmr. 1565, '70, substituut-baljuw 12 mrt.-26 apr. 1571 (zie Guillaume le Grandt)

beroep

-

overige gegevens

Plomp, in Liber Amicorum p. 247 en 235: aan Claas' zoon Jan van Dam gaf koning Philips II 23 apr. 1598 een bevestiging van de adelsbrief door keizer Sigismund 6 juni 1416 verleend aan Gerard, zoon van Dirk van Dam en Claas, Philips en Dirk, zonen van Pieter van Dam. Daar melding van Adriaan van Dam, ook zoon van Claas die bij het beleg van Maastricht was gesneuveld. Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 52, 2 apr. 1539: Magdalena Wsdr., echtg. van Claas van Dam (die ziek is) met zonen Willem en Jan van Dam. Een Claas van Dam is ca. 1527 substituut-procureur en advocaat-fiscaal (Waph 1905 p. 193). Rentmr. voor de kinderen van Jacob Coppier, verm. 1561/'62 (kohier 1561 nr. 1152). Aangezien de andere Claas van Dam dan reeds ovl. is, moet hij de Claas van Dam zijn wonend in het Noordeinde die bij de memorie van mr. Floris van Dam (ovl. 1492), de tekenen leverde (Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 2).

DAM, CLAAS VAN

geb./ovl.

-

functie(s)

substituut-schout ? (Verhoeven, in geschiedenis van Dordrecht)

beroep

-

overige gegevens

Zie artikel Copal in de Ned. Leeuw. Tr. Magdalena Willemsdr.; zoon: Joost van Dam (Wapenheraut 1905 p. 193). Ca. 1521 kwam hij met de gasthuismrs. overeen een poort in noordmuur van zijn huis te mogen maken; tegen 15 stuivers p.j. mocht hij tevens gebruik maken van de gang lopend tussen 'Het Moerjaenshoeft' en de kapel van het gasthuis (Archief Sacramentsgasthuis26). Is hij de in een belending genoemde naast en achter huis op de Plaats (4 nov. 1532, Sacr. 64) en 8 mei 1535 alleen aan achterzijde verm.e (Archief Leprooshuis 166 fol. 43 en vo).

DAM, FLORIS I VAN

geb./ovl.

-

functie(s)

deken van sacr.gilde 1464

beroep

-

overige gegevens

Notaris en clericus, verm. 12 juli 1457 (Archief Ned. Herv. Kerkvoogdij 9), 1457/'58 (Van Gelder Die Haghe 1916 p. 121) en 5 apr. 1477 ('t Hart, Costumen 16). Floris Claasz. van Dam, pr., verm. 3 juni 1467 als een der arbiters tussen de Haagse cureit en kapelaan en buren van Scheveningen (Oud Archief 753 fol. 161vo.). 25 mrt. 1462 bevestigde Philips van Bourgondië de begeving van heer Floris van Dam met het officie van 3 wekelijkse missen door St.-Jorisconfrerie verleend, zoals ook diens oom Philips van Dam had genoten (Archief Confrérie Sint Joris 79). Mr. Floris van Dam, pr., koopt 2 mrt. 1478 1 morgen land benoorden het bos (Schuddegeest) (Eigendomsbewijzen van Particulieren 137 nr. 3). Jacob deed memorie (16e) voor Mr. Floris Claasz. van Dam, pr., gaf daarvoor 1 pd. 10 sch. Holl. op huis en erf in de Heulstraat (uit rente van 3 1/2 pd.) (Archief Memoriemeesters ..); bovendien voor Heer Philips en Mr. Pieter van Dam (Ibid fol. 13vo). Joost van Dam, ? secretaris van Den Haag 1484/'85 (Archief Confrérie Sint Joris 9 fol. 11). Claas Joostenz. van Dam tot vicarie op H. Geestaltaar aangesteld 1493/94 (Grijpink, Register op de parochiën 151). Mr. Philips van Dam was vicaris van St.-Nicolaasgasthuiskapel tot in 1487/88 (wsl. ovl.) (Grijpink, Register op de parochiën 162). Heer Philips van Dam en neef mr. Floris van Dam (Archief Confrérie Sint Joris 79); beider memorie in de Jacobskerk door de priesters(Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 4vo). 1521/22 op deze vicarie Jan van Dam Claasz., na resignatie door Floris van Dam; 1550/'51 Gijsbrecht Wsz. van Dam na Adriaan Dirksz. Proest (Grijpink, Register op de parochiën 152) Bedienaar van de kapel van Klooster Loosduinen 1445/46 Aarnd Ph. van Dam. Mr. Floris Claasz. van Dam's memorie in St.-Jacobskerk door de priesters, hij ovl. St.-Antonis 1492; 1560 gaf de tekenen: Claas van Dam in het Noordeinde (Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 2). Floris van Dam, pr., verm. 23 apr. 1551 (Archief Confrérie Sint Joris 82).

DAM, FLORIS II VAN

geb./ovl.

geb. ca. 1508 ('t Hart, Costumen 57, Ekkart, 'Portretten', De Leidse Hofjes 1982 p. 30) begr. 15 aug. 1563, beluid 15 sept. (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 47)???? is 5 sept. 1563 nog schout (Oud Archief 753 fol. 184)

functie(s)

schout 1553-'63 (tot zijn dood; Nationaal Archief, Archief van de Rekenkamer, Registers 494 fol. 167 en 290vo, 495 fol. 29 en 61, Oud Archief 894); rentmr. Bewesterschelde verm. 18 juni 1545 (Ons Voorgeslacht 1984 p. 324); kerkmr. 1550, 1555/'56, 1556/'57; deken van sacr.gilde 1555/'56-'57/'58; dijkgraaf van de wateringen van de Vijfambachten in het kwartier van Walcheren (Nationaal Archief, Archief van de Rekenkamer, Registers 493 fol. 248 en 259vo)

beroep

-

overige gegevens

Ekkart meende dat voor 1553 Floris van Dam woonachtig was in Zeeland (p. 32), klopt blijkens funkties. Wapen (Ekkart, 'Portretten', De Leidse Hofjes 1982 p. 33) gevierendeeld, 1 en 4 ankerkruis, 2, 3: drie torentjes (2 : 1). Dit wapen maakt hem tot nakomeling van een van de in 1416 genobiliteerde zonen van de broers Dirk en Pieter van Dam (Plomp, `Adelsgunsten', 235). Zoon van Joost van Dam Jansz., baljuwsbode 1497 en jvr. Uytttenhage (M.A. van Rheede van Kloot, 'Aanteekeningen omtrent de Regeerings-familien van 's-Gravenhage en Scheveningen', De Navorscher ....; 'Ds. Klaes van Dam', De Wapenheraut ..). Bezat het achtste tiendblok en de smaltienden van der Made onder Delfland, beleend door de grflh. 18 juni 1545; na zijn dood 18 okt. 1564 overdracht door Joost van Dam namens zijn erfgenamen (Ons Voorgeslacht 1984 p. 324/5). Stichter van naar hem genoemd hofje (zie Archief van het Hofje van Floris van Dam nr. 1 en 94), cf. testament van 5 sept. 1563 (vgl. De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage II 579) (zie ook W. Louwrier, `'t Oude Wyfkenshuys van die Van Dam', De Leidse Hofjes 11 (1982) 17-26 en R.E. Ekkart, `De portretten van Floris van Dam en zijn echtgenote' (Ibidem) 27-35). Tr. Maria Willemsdr. [van Dorp] (Lots, Genealogie Van Dorp) = Martgen van Dorp (ovl. voor 5 sept. 1563, Oud Archief 753 fol. 184; Floris verklaarde toen na te laten aan zijn broeders en zusterskinderen al zijn goederen, waarbij hij nadere bepalingen maakt betreffende de fundatie van twaalf cameren volgens mutueel testament van hem en vrouw d.d. 26 aug. 1555, waarover hij nu in proces was met de erfgenamen van zijn vrouw). Voegde 6 sept. 1563 aan zijn testament toe dat hij de kinderen van zijn broer Willem van Dam uitsloot, maar diens kleinkinderen tot erfgenamen benoemde (Oud Archief 753 fol. 186). Vgl. een Claas van Dam tr. Marie Claasdr., dr. van Claas Colijn en Neeltgen Roelofsdr. (Archief Weeskamer 122 fol. 37). Voor portretten zie naast Ekkart, 'Portretten', De Leidse Hofjes 1982: De Witt, `De Van Dam-portretten', Mededelingen van de Dienst voor Schone Kunsten der gemeente 's-Gravenhage 8 (1953) 16-24. Jacob deed memorie voor Claas van Dam en zijn echtg. Barbara (Archief Memoriemeesters 1 fol. 60vo). Weduwe van Claas van Dam verm. aan de Plaats 6 okt. 1546 (Andries, Beroepen I 61 (6) ). Magdalena, weduwe van Claas van Dam, ovl. 15 juli 1557 (NH Archief Ned. Herv. Kerkvoogdij 18 fol. 23vo), begr. St.-Jacob 18 juli (Ibid fol. 26=Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 56). Jolente van Dam, begr. St.-Jacob 7 sep. 1557 (Archief Ned. Herv. Kerkvoogdij 18 fol. 27). Mr. Jan van Dam, rekenmr., ovl. 24 apr. 1568 (De Man Centraal Bureau voor Genealogie 1947 112); cie. d.d. .... (Nationaal Archief, Archief van de Rekenkamer, Registers 495 fol. 130vo.); zijn vrouw leverde 1560 de tekenen voor het doen van uitdelingen bij de memorie van Lijsbeth Claas die Wildendr. (Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 15vo). Mr. Jan van Dam, griffier van het Hof van Holland 1543-'57 (Van Gouthoeven, Chronycke p. 107; eerste cie. 21 aug. 1543 (Nationaal Archief, Archief van de Rekenkamer, Registers 494 fol. 39vo; zie ook fol. 155)); ontving 22 mrt. 1557 cie. als raad en mr.ordinaris van de rekeninge van Holland (Nationaal Archief, Archief van de Rekenkamer, Registers 494 fol. 244vo).

DAM, JAN HUGE CLAASZ. VAN

geb./ovl.

ovl. 1495/'96 (Archief Confrérie Sint Joris 17 fol. 11)

functie(s)

kerkmr. 9 aug. 1474 (Archief Nicolaasgasthuis 156), bekleedde klerkambt volgens grfl. commissie, had daarover geschil met Philips Willem Engebrechtsz., die eveneens commissie had; 12 dec. 1457 in beider plaats tijdelijk Andries Jacobsz. (De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage III 180/181); hij weer verm. dec. 1466 en 31 dec. 1474 (Ibid 182), ook verm. 1492/'93 (Archief Confrérie Sint Joris 14 fol. 17); geestmr. 1485, 1498; weesmr. 1484-'85, 1486-'88 en 1493-'98; schotontvanger verm. 31 okt. 1475; als (algemeen) ontvanger 13 juni 1486 (Oud Archief 709, Grote Raad van Mechelen, Beroepen uit Holland doss. 128); secretaris van het college van heemraden van Delfland ca. 1468-1475 (Postma, Delfland 416)

beroep

-

overige gegevens

Zoon van Claas van Dam Pietersz., zie ald. Johannes Hugo filius Nicolai Dedam verm. evenals (zijn broer wsl.) Floris Claasz. van Dam, pr., verm. 3 juni 1467 als een der arbiters tussen de Haagse cureit en kapelaan en buren van Scheveningen (Oud Archief 753 fol. 161vo.). Kocht 30 apr. 1453 1 morgen land benoorden Hagehout (tegenwoordig Schuddegeest), z. Houtweg (Eigendomsbewijzen van Particulieren 137 nr. 1). Jacob deed zijn memorie (Archief Memoriemeesters 34) en van hem en zijn vrouw (Ibid. fol. 56vo; Van Vredenburch fol. 9vo) (ook verm. Archief Heilige Geest 951 fol. 4vo). Trad 3 sept. 1481 op als arbiter in een geschil tussen Jan Boudijnsz. en Maria Galileeconvent (Kloosters Delfland reg. 91 p. 75/76). Lid Jorisschutterij (Archief Confrérie Sint Joris 14 fol. 17). Met Adriaan Claasz. en Gerrit Aalmansz. door Floris Claasz. van Zaeck aangewezen tot collatoren van de door hem gestichte vicarie in St.-Jacobskerk; 6 sept. 1473 droegen zij voor het eerst een vicaris voor (Ontvanger der Geestelijke Kantoren 589, 's-Gravenhage, Cornelisaltaar).

DAM, JOOST VAN

geb./ovl.

-

functie(s)

weesmr. 1567, '68, '70, '71 en '72; secretaris van het Hof van Holland 1553-1572 (onbezoldigd, Memorialen Rosa LXIV); werd als extraordinaris secretaris benoemd 20 febr. 1553, legde 25 febr. d.a.v. de eed af (Nationaal Archief, Archief Hof van Holland 2e Mem JvDam fol. 55)

beroep

-

overige gegevens

25 sept. 1510 deed Hof van Holland uitspraak in het proces tussen Joost van Dam en het Haagse gerecht en verklaarde dat Van Dam de brieven van verpachting van het bodeambacht subreptys en obreptys had verkregen en dat deze geen effekt sorteren en dat Den Haag voort mag gaan met de verpachting van dit officie (Oud Archief 180 fol. 5). Zoon van Claas van Dam, secretaris van het Hof van Holland (zie ald.). Tr. (vgl. Wapenheraut 1905) Catharina vd. Bouchorst. 6 juni 1568 beleend met 5 hond land aan het einde van het Noordeinde, grfl. leen, bij dood van zijn broer Jan; diens wed. Sibille van Coulster behield haar lijftocht (Ons Voorgeslacht 1985 p. 23; mr. Jan van Dam, broer van Joost, raad en mr. van de rekeningen, was 18 sept. 1563 beleend; 7 mrt. 1617 belening van Claas van Dam, bij dood van vader Joost). Zoon: (Ds.) Claas van Dam ('Ds. Klaes van Dam', Wapenheraut 9 (1905) 193) had dr. Anna van Dam die tr. Johan Doubleth (De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage II 579). Joost van Dam, secretaris (kohier 1561, nr. 2042, voor 37 pd.). Jan van Dam substituut van de procureur-generaal; werd 18 maart 1541 benoemd tot secretaris extraordinaris in het Hof van Holland, legde 23 maart d.a.v. de eed af (3e Mem JdJ fol. 45vo); substituut-proc.-gen., tijdelijke commissie m.i.v. 11 apr. 1535 (s.c.?) (2e Mem JdJ fol. 31).

DAM, ZEGHELIJN VAN

geb./ovl.

-

functie(s)

rentmr. sacr.gasth. 2 juni 1569-1 juni '71

beroep

-

overige gegevens

-

DAMMASZ., CLAAS

geb./ovl.

-

functie(s)

hoofdman van sacr.gasth. 1475, '78, '84

beroep

-

overige gegevens

-

DAMME, AARND VAN DEN

geb./ovl.

-

functie(s)

baljuw van Haagambacht 1359-'61 (Van Riemsdijk, Tresorie 188; Nationaal Archief, Archief Graven van Holland 1445 fol. 2 en inv.nrs. 1513 en 1515); schout van Voorschoten, verm. 24 dec. 1342 (Rijksarchief Noord-Holland, Abdij Egmond inv.nr. 583) en 25 jan. 1350 (Gemeentearchief Leiden, Oud Rechterlijk Archief Arch. Weeshuis 428 fol. 98vo)

beroep

-

overige gegevens

Bastaard van heer Philips (III) van Wassenaer (Van Kan, Sleutels tot de macht, bijl. 8: van (den) Damme - (van der) Horst).

DANIELSZ., CORNELIS

geb./ovl.

-

functie(s)

leproosmr. 1556/'57, 1558/'59, 1559/'60, gasthmr. St.-Nicolaas 1553-'72 (1558 niet bekend)

beroep

-

overige gegevens

-

DANIELSZ., GIJSBRECHT

geb./ovl.

-

functie(s)

De graaf verleende hem 15 nov. 1410 het schrijfambt van DH, samen met Jan Woutersz., gen. Lankasser; is dan bottelier van de gravin; beiden deden van dit ambt 28 nov. 1413 afstand (Nationaal Archief, Archief Graven van Holland 237 fol. 118 en 189), ook dan (Gijske de bottelier) en in 1420, als geestmr. (Gijstgen Bottelgier), bottelier genoemd (De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage III 179/180)

beroep

-

overige gegevens

-

DECKER, CLAAS

geb./ovl.

doodgeslagen nov. 1477 (Rekrek 3927; Glaudemans, 'De hand van de dode', Die Haghe 2000 p. 27)

functie(s)

schout van Scheveningen 1477 (Rekrek. 3927; Glaudemans, p. 27; Van Gelder, 'Excerpten', Die Haghe 1919/20 p. 69)

beroep

-

overige gegevens

-

DEYM, CLAAS (WILLEMSZ.)

geb./ovl.

Was 6 juli 1520 ovl. (zie hierna)

functie(s)

schepen 1504/'05; gasth.mr. St.-Nicolaas 1499, 1500, 1501 (CWsz.); verm. als lid van de 'rijcdom' 9 nov. 1509 (Nationaal Archief, Archief van de Rekenkamer, Registers 30 fol. 50)

beroep

verwer (21 febr. 1491, Oud Archief 753 fol. 193vo)

overige gegevens

Zie Van Kan, `Deym', Ned. Leeuw 1999.

DEYM, DIRK JANSZ.

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1510/'11, 1511/'12, 1524/'25; weesmr. 1514-'15, 1517, 1522-'23; vroedschap 1517/'18, 1525/'26

beroep

-

overige gegevens

Zie Van Kan, `Deym', Ned. Leeuw 1999.

DEYM, GERRIT WILLEMSZ. ('IN DEN ROESTER')

geb./ovl.

Geb. ca. 1459 Ovl. 1539/'40

functie(s)

schepen 1513/'14, 1514/'15, 1515/'16; vroedschap 1516/'17, 1517/'18

beroep

lakenkoper 12-3-1495 (Archief Nicolaasgasthuis 87)

overige gegevens

Zie Van Kan, `Deym', Ned. Leeuw 1999.

DEYM, MAARTEN JORISZ.

geb./ovl.

Beluid 7 aug. 1562

functie(s)

vroedschap 1556/'57 (hier Joostenz.), 1557/'58, 1558/'59, 1559/'60; tresorier 1 mei 1551-30 apr. 1552 (Oud Archief 981); rentmr. van St.-Nicolaasgasthuis 1525-'27; huiszittenmr. 1558/'59

beroep

kaarsenleverancier; deurwaarder van het Hof van Holland verm. 6 juli 1542 (Hyp nr. 287) 1538/'39 en 1539/'40 (Archief Confrérie Sint Joris 43 fol. 6 en 44 fol. 5vo)

overige gegevens

Zie Van Kan, `Deym', Ned. Leeuw 1999.

DIEPENBURCH, CLAAS VAN

geb./ovl.

ovl. aug. 1440 (Dek, Graven van Holland 33)

functie(s)

kapitein van Den Haag 1425 (Dek, Genealogie graven Holland, 33) 1426-'31 (Dek, 33, vgl. ook Nationaal Archief, Archief Graven van Holland 1530, 6 okt. 1427 en Archief Heilige Geest 2 fol. 62vo-63vo, 21 sept. 1431); opnieuw commissie per 12 mrt. 1434 (voor een jaar,Nationaal Archief, Archief Graven van Holland 896 fol. 45, Pabon, Dieh Haghe als ambacht 130-131); raad van Philips de Goede 1436 (Dek 33)

beroep

-

overige gegevens

Heer van Diepenburch en leenbezitter van Kortenbosch (beleend 4 nov. 1410); tr. Aleid van Zwieten, dr. van Boudijn en Lutgard van Nyenrode (Van Kan, Van Zwieten II), ovl. 12 mrt. 1467, begr. Den Haag (hertr. Everhard van Hoogwoude, zie ald.) (Dek, Graven v. Holland 33).

DIEPENBURCH, GIJSKIJN VAN

geb./ovl.

ovl. voor 4 nov. 1410 (Dek 33)

functie(s)

baljuw van Haagambacht 1387-'88 (Nationaal Archief, Archief Graven van Holland 2004); secretaris van Albrecht 1390; hoogheemraad van Delfland 1396; raad van Albrecht en Willem VI 1399-1409 (Dek 33)

beroep

-

overige gegevens

-

DIRKSZ. JAN (CUPER)

geb./ovl.

Geb. ca. 1514 ('t Hart, Costumen 87)

functie(s)

vroedschap 1563/'64; leproosmr. 1557/'58, 1559/'60, 1560/'61, 1563/'64

beroep

wijnverlater (Oud Archief 609 fol. 51) (= cuper)

overige gegevens

Belender als kuiper 30 aug. 1550 bij de Voldersgracht (Archief Heilige Geest 502); verm. als lid van gilde van St.-Jozef en St.-Ewout 16 nov. 1483 (Gilden 85).

DIRKSZ., ADRIAAN

geb./ovl.

-

functie(s)

leproosmr. 1542; gasth.mr. St.-Nicolaas 1537-'52

beroep

-

overige gegevens

Zijn weduwe 1561 verm. in de Lapstraat (Van Breemen p. 161). Tr. Machteld Jacobsdr., die in 1567 was uitgeweken naar Delft; kinderen Dirk (zn.), en wsl. dr. Neeltgen, tr. Cornelis Waelincx en dr. Adriaantgen (Van Breemen p. 161, daar uitgebreide gegevens over zijn bezit te Den Haag).

DIRKSZ., DAMMAS

geb./ovl.

-

functie(s)

geestmr. 1431

beroep

-

overige gegevens

6 juni 1431 verklaarde Jan Arndsz. Gerrit Pietersz. rente van 20 sch. Holl. schuldig te zijn op een huis en erf aan het Noordeinde; later schonk Dammas Dirksz. de rente met zijn vrouw Aagte aan de HG (Archief Heilige Geest 2 fol. 146 en vo) Willem Dammasz. verklaarde 13 nov. 1431 Dammas Dirksz. 40 sch. Holl. rente schuldig te zijn op zijn woonhuis en erf, bel. o. de Heerstraat (Archief Heilige Geest 2 fol. 236vo-237). Bezat sedert 6 sept. 1431 rentebrief van 20 sch. Holl. op huis en erf op het Spui (Archief Memoriemeesters 2 fol. 50vo); kocht 17 dec. 1431 van Philips Smeedsz. 2 morgen broekland onder Zuidwijk (Archief Heilige Geest 560). Aarnd Jansz. verklaarde hem 23 apr. 1432 20 sch. Holl. rente schuldig te zijn op zijn huis en erf aan de Molenstraat; schonk de rente met zijn echtgenote Aagte later aan de HG (Archief Heilige Geest 2 fol. 134 en vo). Bezat sinds 30 nov. 1433 40 sch. Holl. rente op een huis en erf aan het Voorhout, later door hem met echtg. Aagte aan HG geschonken (Archief Heilige Geest 2 fol. 162vo-163).

DIRKSZ., GERRIT (GERRIT DIRKSZ. BARBIER)

geb./ovl.

-

functie(s)

hoofdman sacr.gasth. 1443, '64; geestmr. 1449, 1454 (d.w.z. aangenomen dat hij identiek is met Gerrit Dirksz. zonder verdere toevoeging)

beroep

barbier (barbitonsorus; Oud Archief 753 fol. 161vo)

overige gegevens

Gerrit Dirksz. barbitonsoris verm. 3 juni 1467 als een der arbiters tussen de Haagse cureit en kapelaan en buren van Scheveningen (Oud Archief 753 fol. 161vo). In de myente van Eikenduinen bezat Jan Willemsz. van Veen samen met mr. Gerrit barbier 10 morgen land (verm. 1458-); later geheel in handen van Jan (Pabon, Hofboeken p. 194). Memorie van hem en echtg. Neeltgen in St.-Jacob (Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 14vo). verm.ing 1466 van Mr. Gerrit Berbierszoon kapelanie op St.-Anthonisaltaar; land bij het bos gelegen, behoorde aanvankelijk (in en voor 1458) aan Stijn Pietersdr. (Pabon, Hofboeken p. 29 en 273); 1468 kwam de vicarie in handen van heer Dirk Simonsz. (Pabon, Hofboeken p. 29; zie voor deze vicarie ook Grijpink, Register op de parochiën). Was 3 juni 1467 arbiter met Jan Huge Claasz.z. van Dam (zie ald.) en 25 juli 1464 een der arbiters in geschil tussen gilden van St. Sebastiaan en van St. Chrispijn en St. Chrispiaan (Oud Archief 5491). Trad 7 dec. 1435 op als gekoren voogd voor Kateryn Willemsdr. (Archief Heilige Geest 656). Verm. als belender 27 okt. 1436 in de Nieuwstraat-oostzijde, later opschrift: bij het 'stehuus' (Archief Nicolaasgasthuis fol. 94 fol. 76vo).

DIRKSZ., JAN

geb./ovl.

-

functie(s)

-

-beroep

-

overige gegevens

zie Jan Dirksz. van der Weghe

DIRKSZ., MR. GIJSBRECHT (CAMMAKER)

geb./ovl.

ovl. voor 4 okt. 1536 (Archief Weeskamer 91 ongefol.); betaling van zijn doodschuld 1536/'37 (Archief Confrérie Sint Joris 41 fol. 3); zijn memorie in St.-Jacob; begr. op het koor (Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 4vo)

functie(s)

schepen 1518/'19, 1519/'20, 1520/'21, 1521/'22, 1522/'23, 1523/'24, 1525/'26, 1528/'29, 1530/'31; vroedschap 1516/'17, 1517/'18; hoofdman Archief Sacramentsgasthuis ca. 1521 en 1532/'33; gasth.mr. St.-Nicolaas 1528-'30; geestmr. 1534; weesmr. 1532-'33

beroep

-

overige gegevens

Mr. (Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 4vo). Zijn weduwe Grietgen Gerritsdr. verscheen 4 okt. 1536 voor weesmrs. en overlegde zijn testament van 8 okt. 1534 i.v.m. de bewijzing aan hun kinderen. Het betreft Dirk Gijsbrechtsz., 21 j., Zoetgen Gdr., 18 j., Neeltgen Gdr., 16 j., Frans Gz., 14 j., Geertgen Gdr., 11 jr., Anna Gdr., 9 j., Jacob Gsz., 8 j., Magdalena 6 j. en Claartgen, 3 jr.); in zijn testament had Gijsbrecht vastgelegd dat zijn drie kinderen bij Neeltgen Cornelisdr. ieder 300 car. gld. zouden erven boven dat wat hen aan hun moederlijk erfdeel ontbrak, te betalen binnen drie jaar na zijn dood; een dergelijk bedrag zou ook zijn voor de negen kinderen uit het tweede huwelijk (bij hetr. direkt bewijzing/overdracht door haar aan de kinderen); wie tegen het testament handelde/was, zou slechts legitieme portie van 100 car. gld. ontvangen, restant voor zijn broers/zrs.; bij de overlegging waren aanwezig de grootvader der negen kinderen, Gerrit Frankenz., Grietges broer Jacob Gsz., Simon Doe Dirksz., oom van vaders zijde en Hendrik Jansz. behuwdoom van vaders zijde (Archief Weeskamer 91 ongefol. en 120 fol. 145-147). Grietge Gijsbr. weduwe ovl. in of na 1557, maar voor 1586 (Archief Heilige Geest 2 fol. 122vo); zij werd 30 juli 1561 verm. in belending van een huis en erf aan de Hoogstraat (...). Hij bewees 12 apr. 1514 zijn kinderen bij Cornelia Cornelisdr., Marrige, 9 j., Neelgen, 3 j. en Katrijn, 1 jr., 600 R. gld. 40 groten t stuk en bij huwelijk of overgang in geestelijke staat met goed vinden van vader of grootvader Cornelis Jansz. Cammaker nog eens 700 gld. (d.w.z. zal p.p. zijn), alles verzekerd op zijn huis en erf op de hoek van de Veenstraat; 26 aug. 1534 erkende Jacob die Milde voldaan te zijn door schoonvader voor vrouw Katerine (Archief Weeskamer 118 fol. 60); voor Maritgen verklaarde haar man Willem Claasz., secretaris van het Hof van Holland 5 apr. 1536 voldaan te zijn door zijn schoonvader (Ibid. fol. 60vo); 13 jan. 1546 via procuratie verklaring voldaan te zijn door Cornelia, aan Margriete, wed. van Gijsbrecht Dirksz. (Ibid). Hij verklaarde 1513 van Willem Bertelmeeusz. 5 R. gld. 6 1/2 stuiver ontvangen te hebben van verhoging van het schoutambt in Den Haag (Archief Nicolaasgasthuis 278); was 3 nov. 1513 arbiter in geschil tussen Maria Galilee en Ruert Jansz. en echtg. (Kloosters Delfland p. 87 reg. 143). Een Gijsbrecht Dirksz. is 28 sept. 1519 oom van Ariaan Ariaansz., zoon van zijn broer, Katerine Dirksdr. wordt dan tante genoemd (Archief Weeskamer 118 fol. 254).

DIRKSZ., POUWELS

geb./ovl.

-

functie(s)

bode van Den Haag verm. 1523 (Archief Weeskamer 119 fol. 79, zie ook Archief Jorisconfrérie)

beroep

herbergier in 't Houfijser (Archief Confrérie Sint Joris 92 (6)

overige gegevens

Bewees zijn kinderen d.d. 18 nov. 1523 hun moederlijk erfdeel (Archief Weeskamer 119 fol. 79, zie voor hem ook Archief Weeskamer 120 fol. 123).

DIRKSZ., WILLEM (APTEECKER)

geb./ovl.

-

functie(s)

hoofdman sacr.gasth. 1540/'41

beroep

apotheker

overige gegevens

-

DIRKSZ.Z., AARND WILLEM

geb./ovl.

-

functie(s)

huiszittenmr. 1460

beroep

-

overige gegevens

-

DOES, SIMON VAN DER

geb./ovl.

-

functie(s)

baljuw van Haagambacht 1421 (31 juli) verm. (Gemeentearchief Leiden, Archieven van de Kloosters 681; bij Hoek 1978 ten onrechte schout genoemd).

beroep

-

overige gegevens

Zegelt dan t.b.v. Jan van Nes Dirksz. van de Werve. Zoon van Philips van der Does, schout van Voorburg, verm. in 1361 (12 mrt. 1372 genoemd als neef van Aelbrecht van der Wateringe (Ons Voorgeslacht 1966 p. 169). In 1375 door Albrecht van Beieren beleend met 13 morgen land gelegen in Zoeterwoudeambacht in Tedingerbroek. Ovl. 1378-1384; tr. Juffer van Vlaardingen. Zij voerde als wapen: In blauw een klimmende zilveren hazewindhond (Ons Voorgeslacht 1973 p. 59). 1384 door Albrecht van Beieren beleend met 13 morgen land gelegen in Zoeterwoudeambacht in Tedingerbroek. Krijgt met zijn vaders erfgenamen op 15-5-1384 van hertog Albrecht een boete van 20 oude schilden. Bezat het Huis Leeuwestein in Voorburg met de landen daartoe behorende, 19 morgen land binnen Zoeterwoude en Tedingerbroek, welke bezittingen zijn zoon bij diens huwelijk geschonken werden. Hij overleed na 26-3-1415 en was gehuwd met Maria van der Wateringe (Ons Voorgeslacht 1973 p.57; vgl. voor echtgenote ook Ons Voorgeslacht 1986 p. 353). Zoon: Philips van der Does, kamerling van Jacoba van Beieren; door zijn huwelijk Heer van Heerjansdam; baljuw van Zuid-Holland in 1419, als dijkgraaf van Zwijndrecht verm. in 1420. In 1430 nog genoemd als Heer van Heerjansdam. Overleden verm. vóór 1435 wanneer Jan van der Linden dijkgraaf van Zwijndrecht is. Hij huwde verm. in 1413 Heilwich van Rosendael heer Jansdr. (p. 56-57).

DOES, SIMON VAN DER

geb./ovl.

geb. Delft 18 apr. 1507 [vgl. 't Hart, Costumen 50], ovl. Den Haag 11 apr. 1587, begr. Grote Kerk (Fölting, Vroedschap 3)

functie(s)

schepen 1551/'52, 1552/'53, 1553/'54, 1554/'55, 1555/'56. 1556/'57, 1557/'58, 1558/'59, 1559/'60, 1560/'61, 1561/'62, 1562/'63, 1563/'64; werd in de loop van 1564 schout en als schepen vervangen (sinds 29 mei 1564 schout, tot in 1566 in funktie, deed zelf afstand, Nationaal Archief, Archief van de Rekenkamer, Registers 495 fol. 62 en 87); kerkmr. 1563/'64, 1564/'65; geestmr. 1555-'62, hoofdman sacr.gasth. 1557/'58-'63/'64 ('60/'61 ontbreekt) en 1568, buitenvader Burgerweeshuis 1564-65 (Hardenberg, Burgerweeshuis 67 en 283), deken Sacramentsgasthuis 1564/'65-'69/'70, konvooi- en accijnsmr. te Harlingen, baljuw van Vlieland, pluimgraaf van Wieringen.

beroep

-

overige gegevens

Woonde ca. 1538-1550 te Harlingen (Fölting, Vroedschap 3); te DH bezat hij 2 huizen aan de Vlamingstraat-zuidzijde, naast elkaar; kocht ca. 1564 een huis in de Papestraat (Fölting, Vroedschap 3); verm. als belender te Wassenaar 10 juli 1569 (Archief Heilige Geest 843). Beleend 9 juni 1562 met zijn vrouw Elisabeth Femsdr. t.b.v. hun kinderen met 25 pd. groten Vl. op huis c.a. 't Zijs, grfl. leen; 10 sept. 1588 na Simons dood zijn zoon mr. Dirk van der Does (Ons Voorgeslacht 1990 168). Zoon van Frank Willemsz. [betaling van Franks doodschuld 1540/'41 (Archief Confrérie Sint Joris 45 fol. 3), vgl. N.Adelsboek 1941: 222: ovl. 3 sep. 1540] en Dieuwer van Eversdijk Simonsdr. [N.Adelsb. 222: ovl. 5 nov. 1545]; tr. 1e ca. 1537 Elisabeth Semsdr. (Archief Weeskamer 125 fol. 187), ovl. DH 26 aug. 1558 (Fölting, Vroedschap 3), begr. Gr.K. [28 aug. d.a.v., Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 59], dr. van Sem IJsbrandsz. (Archief Weeskamer 125 fol. 187) en Vincentia Syvertsdr.; tr. 2e voor 9 okt. 1561 Maria de Milde Jacobsdr., begr Den Haag, Grote Kerk na 1596 (Fölting, Vroedschap 3); kinderen uit het 1e huwelijk, verm. 31 mei 1559: Vincentia, Sem, Willem, Dirk, IJsbrand, allen wonend te Den Haag (Archief Weeskamer 125 fol. 187). Simon van der Does tr. voor 4 dec. 1564 Maritgen, dr. van Jacob de Wilde (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 920) Neeltgen Frankendr. van der Does, wed. van Cornelis van Haeften te DH, alsmede haar zr. Vrouken Frankendr., wed. van Willem Robijn 17 mrt. 1570 (Ons Voorgeslacht 1987 p. 772, Acten Schieland) Archief Burgerweeshuis oudnr. 159: grootvader van Simon van der Does is Willem Sijbrandsz., broer van een in 1507 voorkomende Joost Sijbrandsz. Ned. Adelsboek 222: Frank Willemsz. was zoon van Willem van der Does, ovl. Delft 1505 en Mechteld van der Does Frankendr., ovl. Schoonhoven 1529. 4 mei 1560 aangesteld tot een der ex.test. van Chrispijn van Boschuysen (Haags Gemeentearchief, Bibliotheek Vf 14 nr 60).

DORP, JACOB WILLEMSZ. VAN

geb./ovl.

geb. ca. 1518 ('t Hart, Costumen 57)

functie(s)

schepen 1544/'45, 1545/'46, 1546/'47, 1548/'49, 1555/'56, 1556/'57, 1558/'59, 1559/'60, 1560/'61, 1561/'62, 1562/'63, 1563/'64, 1564/'65, 1565/'66 (voor het eerst verm. 31 dec. 1565, ws. opvolger van Joost Jacobsz. (van H.), die dan tussen 18 en 31 dec. burgemeester is geworden), 1566/'67, 1567/'68, 1568/'69; vroedschap 1556/'57, 1557/'58, 1568/'69, 1569/'70, 1570/'71, weesmr. 1553-'56 en '71-'72, tresorier verm. 17 mei 1552 (Archief Weeskamer 121 fol. 194), buitenvader Burgerweeshuis 1566-1567 (Hardenberg, Burgerweeshuis 283), schout van Monster 1563, 1565; geestmr. 1551 ('52 ontbr.), 1553-'54, 1563-'64 ('65 ontbr.)

beroep

-

overige gegevens

Notaris verm. 28 febr. 1557 (Fölting, Vroedschap 1). Verm. in belending 28 mrt. 1554 met het huis 'In de Valck' aan een huis en erf aan Hoogstraat-westzijde (Archief Leprooshuis 166 fol. 95-96); bezat sinds 1561 woning in de Hoogstraat-westzijde (Gouden Hooft) (Fölting, Vroedschap 1). Hij transporteerde 11 nov. 1570 aan Dirk Pauw Jansz., medebestuurder, een rente op zijn huizen en erven in de Hoogstraat gen. De Valck en Het Gouden Hooft (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 872). Zoon van Willem Bertelmeeusz. en Beatrix Pauw (Fölting, Vroedschap 1). In zijn opdracht stelde Willem Jacobsz., glasschilder, een wapenboek samen (vgl. Fölting, Vroedschap 1).

DORP, JAN WILLEMSZ. VAN

geb./ovl.

geb. ca. 1511 ('t Hart, Costumen 42)

functie(s)

schepen 1540/'41, 1541/'42; vroedschap 1550/'51, 1555/'56; kerkmr. 1557/'58, 1558/'59, 1559/'60; gasth.mr. St.-Nicolaas 1565 (tussen juli en nov. aangesteld) en 1566; leproosmr. 1556/'57, 1558/'59; schout van Monster verm. 19 jan. 1563 en 5 dec. 1565 ('t Hart, Costumen 84 en 91), alsmede 23 juni 1564 (Oud Archief 4076); (mr. Jan van Dorp: schout van Texel 21 apr. 1542 en 17 nov. 1544 ('t Hart, Costumen 18 en Nationaal Archief, Archief Hof van Holland 1898 ongef.)); wsl. hij: onbezoldigd secretaris Nationaal Archief, Archief Hof van Holland 1535 (Memorialen Rosa LXIII); smaldeler van de (waterstaats-)West-ambachten Monster, Rijswijk, Voorburg en Wateringen 1546-1565 (Postma, 417).

beroep

lakenkoper (verm. 21 nov. 1562, Ons Voorgeslacht 1989 p. 516, bij renteaankoop en Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 114)

overige gegevens

Tr. Geertruid Willemsdr. (Sonderdanck: zie Lots, Genealogie Van Dorp); zij werd 28 dec. 1567 begr. en 23 dec. beluid (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 76 en 55). Jan (voor de erfgenamen van Willem Meeusz., zijn vader) procedeerde voor de Grote Raad tegen Aarnd Dirksz., pr. (voor de erfg. van Jacob Claasz., pr. te DH); beroep tegen vonnis Hof van Holland d.d. 4 juni 1548, waarbij twee vonnissen van het Haags gerecht (d.d. 20 sept. 1532 en 26 juni 1533) en een vonnis van 21 mrt. 1533 vernietigd werden, alle betr. een stuk land ('t Nyeuwelandt') onder 's-Gravenzande, vroeger toebehoord hebbend aan het klooster Abkoude te Leiden, waarvan partijen het bezit betwistten en hetgeen uiteindelijk werd toegewezen aan verweerder; beroep 19 nov. 1552 ongegrond verklaard (Leidenaars voor de Grote Raad p. 208). 1555/56 werd `honesti iuvenis' Willem Jansz. aangesteld tot vicaris op altaar S. Pieter; 1573/'74 na diens dimissio een ander (Grijpink, Register op de parochiën 147).

DRIEL, HENDRIK VAN

geb./ovl.

-

functie(s)

10 dec. 1434 bepaalde de raad dat hij zijn oom Wouter Dammasz. in Den Haag voor de raad zou doen komen en dat deze zou meebrengen de documenten, die hij heeft betreffende het Haagse bodeambacht, om zich te verantwoorden tegen Gerrit Berthout, die beweerde recht te hebben op het roepambacht, terwijl Hendrik daarentegen beweerde dat hij op beide recht had (Memorialen Rosa nr. 270, p. 147). Uitspraak rond 10 jan. 1435 (Mem. Rosa 2 fol. 1vo)

beroep

-

overige gegevens

-

DUUC (DUYC) JAN GILLISZ.

geb./ovl.

ovl. voor 10 aug. 1498 (Kloosters Delfland p. 82 reg. 117)

functie(s)

kerkmr. 1482; weesmr. 1482; geestmr. 1476, '79; klerk van de rentmr.-gen. van Noord-Holland verm. 13 mei 1454 en 15 okt. 1465 (Ons Voorgeslacht 1984 p. 563, grfl. lenen Rijswijk, Ons Voorgeslacht 1986 lenen Velsen p. 190)

beroep

-

overige gegevens

Te Dordrecht verm.ing (nog in leven?) 1442 van Gillis Duyck, platijnmaker (1/14 nr. 2305). Werd 13 mei 1454 beleend met 4 morgen in Rijswijkerbroek en 5 schaar beesten; droeg dit leen 10 dec. 1480 over (Ons Voorgeslacht 1984 Rijsw. p. 563); 15 okt. 1465 beleend met de helft van 10 pond uit het schot van Aalsmeer, leen hofstad Velsen; 31 juli 1478 niet te versterven (Ons Voorgeslacht 1986 p. 190-191, Velsen); 1473 verm. als leenbezitter van een rente van 6 pd. 5 stuivers op 20 morgen land bij de kapel te Poeldijk onder Monster, leen van de hofstad Wateringen (Ons Voorgeslacht 21 (1966) Rept. Wateringe p. 499 en aanvull. Ons Voorgeslacht 1988 p. 249); Ons Voorgeslacht 1966 meldt belening van Jan 7 mei 1499; dit moet zijn zoon Pieter betreffen! (vgl. ook de aanvulling). Tr. Jaapgen (Jacoba) Pietersdr.; beider memorie werd door St.-Jacob gedaan (1501 daartoe bewezen 1 pd. rente in de Hoogstraat en 2 pd. op een woning te Wassenaar (Archief Memoriemeesters 1 fol. 25). Zij stichtten 12 dec. 1488 voor notaris Floris van Dam een vicarie op St.-Nicolaasaltaar in de St.-Jacobskerk, schonken daaraan 14 gemeten land onder Charlois, bel. o. zijzelf; collatie zou zijn voor hun nageslacht, met voorrang van mannen op vrouwen; indien niemand meer voorhanden zou zijn, dan kwam de collatie in handen van de deken en hoofdmannnen van St.-Nicolaasgasthuis (Gemeentearchief Leiden, Archieven van de Kerken 407 fol. 135a). Zij hadden drie kinderen: 1. Gillis Duyc Jansz., 2. Pieter Duyc Jansz. en 3. Margriet Duyc Jan Gillisz.dr.; zij tr. Cornelis Mast, burgemeester en schepen van Leiden (zij testeerden d.d. 8 juli 1520 te Leiden); kinderen van 2 (Pieter Duyc Jansz.): a. Frans Pietersz. Duyc, boekbinder te Den Haag in de Schoolsteech naast de school, kinderloos ovl. en b. Willem Pietersz. Duyc, met zoon mr. Cornelis Duyc, in leven rector te Haarlem, bijgen. Haechgen; mr. Cornelis tr. Anna Gerritsdr., bij wie vijf kinderen (Gemeentearchief Leiden, Archieven van de Kerken 407 fol. 136b, uitgeg.: Genealogische Bijdragen Leiden en omgeving 5 (1990) AL 399). Elders worden meer kinderen gemeld: Kloosters Delfland reg. 117 p. 82=Ons Voorgeslacht 1973 p. 23: mr. Gillis, Pieter, Joost, Lucas, Jans, Cornelia (geh.m. Claas Willemsz.), Katrijn (geh.m. Adriaan IJsbrandsz.) en Margriet; als erfgenamen van hun vader verkochten zij 10 aug. 1498 voor schout en schepenen van Charlois 5 morgen vrij vroonland ald. (2/3 aan Mariaconvent, 1/3 aan Elisabethconvent te DH). Frans Pietersz. Duyck werd 27 jan. 1547 aangesteld op de vicarie op St.-Nicolaasaltaar na de dood van Cornelis van Goes (Grijpink, Register op de parochiën V p. 145) [tevoren: 1528/'29 Cornelis van Goes na dimissio van heer Frans Duyst; 1521/'22 heer Frans Jacobsz. na de dood van Floris Jacobsz. (vicarie van Nicolaas en Catharina]. Frans Duyck. boekbinder te Den Haag 5 juli 1555 verm. met vicarieland in westelijke belending van 1 morgen vrije vronen in Charlois in de Kulck, belend ten oosten: de molenkade, ten zuiden: de gemene landweg (Ons Voorgeslacht 1972 p. 110, Hoek, Rept. Putten in Land van Poortugaal) Jans zoon Pieter Duyck Jansz. werd ... beleend met zijn vaders renteleen; 12 apr. 1524 zijn zoon Frans Pietersz. na zijn vaders dood; 13 sept. 1567 mr. Cornelis Duyck, rector te Haarlem, bij ovl. van zijn oom Frans en 6 jan. 1578 Willem Duyck te Haarlem, na zijn vaders dood (Ons Voorgeslacht 1966, Rept. Wateringe p. 499); belening 8 mrt. 1499 van Pieter, Jansz zoon, met de rente te Aalsmeer; 26 apr. 1524 na zijn vaders door Frans Duyck, die 11 juni 1533 overdroeg (Ons Voorgeslacht 1986 Velsen p. 191) Dirk Jansz. Duyck (Archief Sacramentsgasthuis reg. 92, 23 juni 1503); Pieter Jansz. Duyc's kinderen (12 juli 1513, Archief Weeskamer 117 fol. 135); Pieter Jansz. Duyck en Geertruid Hoogstraat, zijn echtgenote, pachtten 27 sept. 1512 met Anthonis Bouwensz. van het Archief van het Hofkapittel voor 10 jaar hun duinen en wildernissen buiten Den Haag (Archief van het Hofkapittel reg. 493). Pieter Duyc klerk van de weeskamer (Archief Weeskamer 117 en 118 passim); tot de vrienden van zijn kinderen behoorden Mr. Cornelis Hoen en Willem Sonderdanck (Archief Weeskamer 117 fol. 135, 12 juli 1513). Pieter Robe genaamd Duyck, klerk van de rentmr. van NH, vader van Agnes die tr. Chrispijn van Boschuysen (zie ook Plumeon) Cornelia Jan Duycksdr. ovl. 1513 (Archief Nicolaasgasthuis 18 fol. 337); voor haar (Neeltgen) en haar man Claas Willemsz. [identiek met lid Hogenhouckgroep, vgl. Oud Archief 180 fol. 9] werden memoriediensten gehouden in St.-Jacob, besproken 1523 (Archief Memoriemeesters 14, vgl. fol. 44); de tekenen en het laken voor de memorie werden 1560 geleverd door Frans Pietersz. Duyck, boekbinder in de Schoolstraat en andere helft door Thomas Brandeling in het Noordeinde en Joost Claasz. in de Torenstraat (Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 4vo). mr. Gillis Duyck verwierf 12 okt. 1515 een rente; 5 febr. 1540 droeg Jan Joostenz. Duyck de rente over (Klo Delfl. reg. 7 blz. 109 en 23 blz. 113). Memorie van Mr. Gillis Jansz. Duyck werd door Jacob gedaan, hij lag ald. begr. (Archief Memoriemeesters 44vo); tekens leverde Frans Duick, boekbinder (Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 12vo); ovl. 14 aug 1... (Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 ibid). Mr. Gillis Jansz. Duyck is ovl., erfg. is mr. Cornelis Claasz., pr., 9 apr. 1529 (Oud Archief 180 fol. 9). Hij ovl. 1527, voor 6 sept. (Archief Nicolaasgasthuis 19 fol. 262) Pieter Jansz. Duyck en vrouw, met Cornelis Hoon en Claas Wsz., voogden van de kinderen, verklaren beider kinderen schuldig te zijn 4 pd. rente, verzekerd op hun woonhuis in de Nieuwstraat, in aanwezigheid van Pieter Duyck voornoemd als gezworen klerk (15 juni 1515, Archief Weeskamer 118 fol. 299). Jan Duuc Gillisz. werd 13 juni 1460 beleend met een huis en erf aan de Plaats (1497: vroeger St.-Joris), Arkels leen; droeg dit 27 dec. 1461 over (Ons Voorgeslacht 1976 Rept. Arkel p. 271).

DUUCKER, JAN

geb./ovl.

ovl. 1493/'94 (Archief Confrérie Sint Joris 15 fol. 2vo)

functie(s)

schepen 1467/'68, 1468/'69, 1475/'76, 1477/'78, 1481/'82, 1485/'86; kerkmr. 1465; weesmr. 1485-'88; gasth.mr. van St.-Nicolaas en rentmr. 1488, '89, '90

beroep

-

overige gegevens

Is hij degene die 18 aug. 1453 een stal, tuin en erf kocht, bel. w. het Nicolaasgasthuis (erboven staat: renten in de Lapstraat; Archief Nicolaasgasthuis 101) Bezat 25 jan. 1468 een rentebrief op een erf in het Noordeinde, dit erf verhuurde hij tegen deze rente; hij belendde zelf aan beide zijden (Archief Nicolaasgasthuis 94 fol. 46 en vo). Verhuurde 8 jan. 1471 tegen 6 sch. 8 penn. Holl. 14 bij 5 roeden land in het Noordeinde (Archief Nicolaasgasthuis 94 fol. 46vo/47). Verhuurde 8 febr. 1474 tegen 3 schilden rente een huis en erf in het Noordeinde en nog een huis en erf ald., bel. hijzelf aan achterzijde (Archief Nicolaasgasthuis 94 fol. 44vo/45). Belender 14 mrt. 1475 nabij Noordeinde (Archief Nicolaasgasthuis 107) Verkocht 14 mrt. 1477 14 hond land in het Noordeinde an Nic.gasthuis (Archief Nicolaasgasthuis 108) Rente van 2 pd. Holl. op huis en erf in de Poten, sinds 21 sept. 1488 (Archief Nicolaasgasthuis 94 fol. 30vo) Belender 10 apr. 1469 aan land benoorden Den Haag (Archief Nicolaasgasthuis 241); 7 dec. 1470 eveneens ald. (Archief Nicolaasgasthuis 104); 17 apr. 1482 belender aan land in het Benoordenhout (Heilige Geest Scheveningen 1 fol. 2vo). Bezat sinds 10 okt. 1488 een rente van 8 pd. Holl. op huis en erf in de Hoogstraat ('in den Eenhoorn') (Archief Nicolaasgasthuis 94 fol. 24vo). Tr. Cornelia, zij verkocht als weduwe 27 jan. 1504 de helft van haar voormalige woonhuis aan de Coornmarkt c.a. (Oud Archief 180 fol. 166vo). Hij zegelde 25 apr. 1476 t.b.v. Jan Gerritsz. (Memorie St. Jacob 2 fol. 59vo/60). Trad 3 sept. 1481 op als arbiter in een geschil tussen Jan Boudijnsz. en het Maria Galileeconvent (Kloosters Delfland p. 75/76, reg. 91).

DUYCKER, DIRK JANSZ. (IN COELEN)

geb./ovl.

geb. ca. 1466 (Fruin, Informacie 339/340)

functie(s)

schepen 1508/'09, 1512/'13, 1515/'16, 1516/'17; vroedschap 1513/'14, 1517/'18, weesmr. 1518; gasth.mr. van St.-Nicolaas 1515-'17; tresorier 1513 en 1518, samen met Jan Splinter Claasz. (De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage III 378=Oud Archief 753 fol. 129vo en Die van Delf en Delfland voor de Grote Raad B.H. doss. 286)

beroep

tapper 1503 (Archief Confrérie Sint Joris 62 fol. 2vo)

overige gegevens

fam.: ? Heer Pieter Jansz. Duycker, memorie door Jacob (Archief Memoriemeesters 1 fol. 63vo) Heer Pieter werd ca. 1500 aangesteld tot vicaris van S. Crucis in St.-Jacob, na dood van Jan Florisz. (Grijpink, Register op de parochiën V 136); 1487/'88 de iure dev. pro Pieter Jansz. Duycker op kapel in St.-Nicolaasgasthuis vacant na mr. Philips van Dam (Grijpink, Register op de parochiën V 162) Heer Pieter was lid van St.-Jacobsbroederschap (NH Archief Ned. Herv. Kerkvoogdij 28 fol. 15) Dirk als zwager van Aerntgen Jansdr., weduwe van Ariaen Simonsz., timmerman, evenals een andere zwager, Cornelis Cornelisz., aanwezig toen Aerntgen 20 juli 1515 vaderlijk bewijs deed aan kind Neeltgen Ariaensdr., ca. 2 jr. (2 pd. groten), verzekerde dit op goed van haar en man Jan Matthijsz.; Dirk J. Duyker in Coelen stond borg (Archief Weeskamer 118 fol. 92) Jacob Jan Duuckerswed. ovl. 1507 (Archief Nicolaasgasthuis 18 fol. 206vo).

Top Of Page

 

Auteur

Fred van Kan

Publicatie

Haagse Elite tot 1572

Home

Haags Gemeentearchief