Fred van Kan

Haagse Elite

tot 1572

GEERSBERGEN - GROESBEEK.

GEERSBERGEN, MR. FRANS VAN

geb./ovl.

Ovl. 1553/'54 (Archief Confrérie Sint Joris 53 fol. 3 en 10 - uitvaart)

functie(s)

hoofdman sacr.gasth. 1551/'52, '52/'53; procureur postulant voor het Hof van Holland , verm. 4 jan. 1540 en later (Veldhuijzen, Repertorium Rekenkamer 1478)

beroep

-

overige gegevens

Bezat een huis in het Noordeinde, verm. 4 jan. 1540 (Veldhuijzen, Repertorium Rekenkamer 1478). Zoon van Gijsbert van Geersbergen (Ons Voorgeslacht 1990, p. 89, Kennemerland). Ovl. van Jan Fransz. van Geersbergen beluid 16 apr. 1563 (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 46); 23 nov. 1564 Angeniet mr. Frans van Geersbergens dr. begr. (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 50) Frans, proc. post., en Jutgen (Jorisdr., zr. van Jacob Jorisz., zie ald.) testeerden 2 juni 1541 op het Leidse stadhuis in het bijzijn van schout Claas van Berendrecht en raad Pieter Hendriksz. Buys, maakten langstlevende tot erfgenaam, al moest kinderen legitieme portie worden gegeven (Archief Weeskamer 123 fol. 80-81) Overdracht d.d. 8 juli 1569 van een rente door Jutgen Jorisdr., wed. Van Geersbergen, met Sebastiaan van G., haar zoon en Jan Wolff, rentmr. van Neeltgen Gerritsdr. en Gerrit Jansz., haar broers weeskind, allen erfgenamen van Jacob Jorisz. in den Engel (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 803) Jutgen Jorisdr., wed. van Frans van Gheersberge, in leven procureur voor het Hof van Holland, verkoopt 4 juli 1565 rente met mr. Boudewijn Jacobsz. van Vrelandt, advocaat; o.m. gevestigd op haar deel van een woning c.a. met 9 morgen land, haar aangekomen van wijlen haar broer heer Dirk Jorisz., pr., haar broer Jacob Jorisz. en zr. Susanna Jorisdr. (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 953) Zoon: Sebastiaan Fransz. van Geersbergen (verm., volwassen, 25 jan. 1560, optredend voor wijlen Jacob Jorisz. bij afhoring van diens rek. van 1558 (Archief SacramentsgasthuisA 4 rek. 1558 fol. 1), samen met Barthout Gerritsz. Proclamatio et institutio van honesti juvenis Sebastiaan Fransz. van Gerrsbergen op vicarie S. Antonius in St.-Jacob, vacant na resignatie door Johannes van Geersbergen (19 dec. 1547); door huwelijk kwam de vicarie vrij en 1555/6, 3 mrt. Rumold Willemsz. in zijn plaats (Grijpink, Register op de parochiën 130).

GERDYNSZ., WILLEM (GERRIT DYNSZ.)

geb./ovl.

-

functie(s)

geestmr. 19 okt. 1403 (Archief Heilige Geest 2 fol. 22-26vo)

beroep

-

overige gegevens

Verm. te Haagambacht 14 jan. 1368 in belending aan een hofstede [latere Spuistraat] Ghert Diin (Archief Heilige Geest 739); later, 22 febr. 1383 belending door zijn weduwe Lysebet (Archief Heilige Geest 740). Dirk Hugo Geryt Dynsz. verm. in een belending 19 okt. 1403 (Archief Heilige Geest 2 fol. 22-26vo); Bertelmeeus Ghardynssoen is belender 9 apr. 1412 aan Spui-Oz., samen met Hendrik Jansz. en Simon Gerritsz. (Archief Heilige Geest 692). M.i.v. ma na 11 nov. 1387 betaling aan Dirk Hugo Gerrit Deynsz. van 1 penn. per hoed aangebrachte schelpen (De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage I 56). Willem Gerrit Dijnsz. verkocht 9 mei 1410 als voogd van zijn neef Adriaan een jaarlijkse rente van 20 sch. en 3 hoenders uit een stuk land van Adriaan, aan Claas Pietersz. (Archief H. Geest Scheveningen 1 fol. 10). Willem trad 30 apr. 1403 op als voogd voor Yditgen van Scerpenesse (Archief Heilige Geest 620).

GERRITSZ., ADRIAAN

geb./ovl.

-

functie(s)

vroedschap 1517/'18, weesmr. 1524-'25; waardijn aangesteld 8 apr. 1558 (of een gelijknamige persoon?)

beroep

verwer (Oud Archief 1017)

overige gegevens

Adriaan Gerritsz. verwer droeg als erfgenaam van zijn zuster Lijsbeth Gerritsdr. een rente van 2 pond Holl. op een huis en erf in Naaldwijkerbroek onder Wateringen over aan de memorieheren van St.-Jacob te Den Haag ; Lijsbeth kocht de rente 20 okt. 1537 (Nationaal Archief, Geestl. Kantoor Delft doss. 612 sub Wateringen=Ons Voorgeslacht 1998 Delfland Hoek, p. 763).

GERRITSZ., DIERT

geb./ovl.

-

functie(s)

geestmr. 1454

beroep

-

overige gegevens

-

GERRITSZ., HUGO HEREN

geb./ovl.

-

functie(s)

baljuw van Haagambacht 1410-1412 (tot wederopzegging door Dirk Potter, comm. d.d. 8 juni 1410, Scheffer, Beveelboeken II 12= 893 fol. 17vo; 8 juli 1412 comm. zoals aan Dirk Potter, Scheffer, Beveelboeken II 24= 893 fol. 34; 25 aug. echter reeds Pieter Potter, zie ald.)

beroep

-

overige gegevens

-

GERRITSZ., JACOB

geb./ovl.

-

functie(s)

geestmr. 1431

beroep

-

overige gegevens

-

GERRITSZ., JAN

geb./ovl.

-

functie(s)

geestmr. 1438

beroep

-

overige gegevens

Is hij de 27 dec. 1447 vermelde wijnkoper aan de Plaats? (De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage III 322).

GERRITSZ., PIETER

geb./ovl.

geb. ca. 1421 (was 28 jan. 1472 ca. 50 jaar oud (Algemeen Rijksarchief Brussel, Grote Raad van Mechelen, Beroepen uit Holland nr. 1).

functie(s)

baljuw van Naaldwijk 20 juli 1471 (Ons Voorgeslacht 1961 p. 32, Register H.Geest Naaldwijk); schepen 1467/'68, 1484/'85, 1485/'86; kerkmr. 1486; weesmr. 1482-'85 ('86); schout te Monster verm. 16 juli 1453 (Kloosters Delfland p. 243 reg. 132), 9 mrt. 1457 (Ibid. 246 p. 143), 1461 (Pabon Pabon, Hofboeken p. 40), 26 jan. 1468 (Archief Heilige Geest Naaldw. p. 40/1), 1468 (Van Gelder, Draperye, Die Haghe 1910 287, van DH?), 28 maart 1487 (Archief Abdij Loosduinen inv.nr. 33) en 28 jan. 1497 (Archief Heilige Geest 947); ook 1502 (Archief Nicolaasgasthuis 18 fol. 117vo); gasth.mr. St.-Nicolaas 1480, '97, '98; hoofdman van sacr.gasth. 1453, '78 en '84 deken v.h. gilde; schout te Wateringen 10 sept. 1482 (Ons Voorgeslacht 1987 p. 490)

beroep

-

overige gegevens

Vermoedelijk was hij de Pieter Gerritsz. die 16 febr. 1470 een tuin en erf verkocht aan Maria in Galilea op het Spui (Kloosters Delfland p. 68 reg. 56). Schonk een woning met geboomte en land geldend 4 pond groot p.j. 28 jan. 1497 aan convent van St.-Barbara in Bethlehem te DH, onder beding van memoriediensten en een renteuitkering aan Martijn Simonsz.; was schout van Monster en buurman en inwoner van DH (Archief Heilige Geest 947); transfix hierbij d.d. 18 okt. 1501 waarbij St.-Barbara een som gelds erkend ontvangen te hebben van wijlen hun mater Geertruid Pieter Gerritsz. wed., en daarvoor o.m. memoriediensten zullen houden (Archief Heilige Geest 947). 21 jan. 1470 Pieter Gerritsz. verkoopt aan de heilige geestmeesters te Naaldwijk, een rente van 2 lb, verzekerd op 7 1/2 hond land te Monster, gemeen met Pieternelle van Berckenrode, Jan Aerntsz, Aerst Willemsz en Gerrit Harpsz. Hij schonk de eigendom van dit land aan de H.G. voor een memorie voor hemzelf, Gheertruut Claesd. en Fye Woutersd., zijn beide vrouwen (Register H. Geest Naaldwijk Ons Voorgeslacht 1961 p. 32=Arch. H.Geest te Naaldwijk inv.nr. 82). 8 1/2 hond land te Monster, met een aan hem behorende erfrente daarop droeg hij over aan de H. Geest te Naaldwijk, o.m. voor memoriediensten (GA Naaldwijk, Archief van de H. Geest inv.nr. 82). Tr. Truygen, ovl. 1501 (Archief Heilige Geest 947, Nic 18 fol. 117vo). In St. Jacob memorie van hem en zijn echtg. Geertruid (Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 6, Archief Memoriemeesters 1 fol. 21vo); tr. 1e Fye Wouters, 2e Geertruid Claasdr. (GA Naaldwijk, Archief van de H. Geest inv.nr. 82). Geertruid Claasdr. bezat met Pieter Gsz. bast.dr. Katrijn een lijfrente op de stad Gouda (verm. 1490) (Haags Gemeentearchief, Bibl. Du5 23). Trad 3 sept. 1481 op als arbiter in een geschil tussen Jan Boudijnsz. en Maria Galileeconvent (Kloosters Delfland reg. 91 p. 75/76). Was 25 juli 1464 een der arbiters in geschil tussen gilde van St. Sebastiaan en dat van St. Chrispijn en St. Chrispiaan (Oud Archief 5491).

GERRITSZ., WILLEM

geb./ovl.

-

functie(s)

geestmr. 1476

beroep

-

overige gegevens

-

GIJSBRECHTSZ., CLAAS

geb./ovl.

-

functie(s)

geestmr. 12 jan. 1462 en 3 jan. 1463; hoofdman sacr.gasth. 1453

beroep

bontwerker (Gemeentearchief Leiden, Archieven van de Kloosters 324, 3 jan. 1463)

overige gegevens

-

GILLISZ. (YELISZ.), POUWELS (SCOENMAKER)

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1455-'56

beroep

schoenmaker

overige gegevens

Lid St.-Jacobsbroederschap 10 aug. 1452 en 4 nov. 1453 (NH Archief Ned. Herv. Kerkvoogdij 28 fol. 1-2 en 5vo-6vo).

GILLISZ., PHILIPS

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1468/'69, kerkmr. 1476 (Archief Memoriemeesters 2 fol. 48vo), 1486

beroep

-

overige gegevens

Jan en Danijs van Leefdael, broers, mede voor zuster Van Brakel, verkochten 6 juni 1506 aan hun oom Claas Willemsz. 1/6 van een 1/2 huis en erf te Den Haag aan de oostzijde van het raadhuis, hen aangekomen van tante Geertruid Ph.G. wed. (Oud Archief 4076; vgl. ook sub Joost Willemsz.). 10 sept. 1506 erkende Kunera van Leefdael Danijsdr. van Claas Willemsz. ontvangen te hebben t.b.v. Jan en Danijs van Leefdael en haar nicht Van Brakel 5 pond gr. Vlaams voor de verkoop van 1/6 van 1/2 huis afkomstig van Geertruid Ph.G. wed. (Oud Archief 4076). Dirk Korstenz., pr., verkocht 7 juli 1506 aan de gemene erfg. van Geertruid Philips Gillisz., te weten mr. Jacob Willemsz., Joost Willemsz. en Claas Willemsz., broers, 1/4 van de erfenis hem aangekomen van wijlen Philips Gillisz., van moederszijde, alsmede 1/4 van een 1/2 huis en erf naast het Haagse raadhuis, dat hij aan Claas Willemsz. alleen verkocht (borg: Willem Pietersz.) (Oud Archief 4076); eenzelfde verkoop 7 juli 1506 door Jutte Bartholomeus Hugenz.wed. (ook afk. van moederszijde) (hierbij Lijsbeth Duystenwed. borg (Oud Archief 4076); eenzelfde verkoop 12 juli 1506 door Jan Venijn - met zelfde herkomst (borg Wermbout Simonsz.).; zelfde verkoop 12 juli 1506 door Catharina Pieter Hendriksz.' vrouw - met zelfde herkomst - (borg mr. Jacob Holy) (Oud Archief 4076). Philips Gillisz. verkocht 1 juli 1463 3 morgen 2 hond land in het Westambacht (Archief Heilige Geest 2 fol. 468) Belender bezuiden het hout 30 jan. 1464 (Archief Heilige Geest 946). Vgl. adelsverheffingen Sigismund: 1416 aan Philips Gillisz. uit Den Haag (Plomp, in Liber Amicorum van Valkenburg; de akte in extenso in Ned. Leeuw 1913 kol. 44); hij belendde 13 mei 1416 aan een huis erf dat noordelijk van de kerk, oostwaarts, was gelegen (Archief Memoriemeesters 1 fol. 67). Een Gillis Philipsz. hield in leen/bezat een huis en hofstede aan de Hoogstraat, waarmee, omdat hij balling was, 20 febr. 1424 Jan Deym werd beleend (Ons Voorgeslacht 1985 p. 7). De goederen van Gillis Philipsz. worden in 1424 verm. onder het goed van Hoekse ballingen .Het betreft een huis in de Hoechstraat, met een poort uitkomend aan de Plaats en andere goederen (de laatste waren aan zijn vrouw toegewezen). (Hoek, Delfland, Ons Voorgeslacht 1997 p. 797). 21 dec. 1400 verkoopt Philips Gillisz. het land dat hij gemeen heeft met zijn vader Philips en dat hij geërfd heeft van zijn moeder, gelegen in het leen van Willem Jansz., aan de oostzijde van de Dennenweg die men gaat tot de Binckhorst; bezegeld door z ijn zwager Jan Hendriksz. (Archief H. Geest Scheveningen 1 fol. 6) 19 sept. 1410 ontvangt Gillis Philipsz. 9 1/2 morgen land te Zoeterwoude, Tedingerbroek, grfl. leen, ten eigen (Ons Voorgeslacht 1990 p. 176). 30 apr. 1506 verkocht Cornelis Hendriksz. als erfgenaam van Philips Gillisz. en vervangende al de anderen die pretenderen erfgenaam te zijn, 1/4 van een huis en erf naast het raadhuis met een uitgang in de Gasthuisstraat, zoals nagelaten door Philips' weduwe (belast met 3 pond rente) (Oud Archief 4076).

GLAASMAKER, ZWEER DE

geb./ovl.

ca. 1421 geb. (was 28 jan. 1472 omtrent 50 jaar oud, Algemeen Rijksarchief Brussel, Grote Raad van Mechelen, Beroepen uit Holland nr. 1).

functie(s)

huiszittenmr. verm. 28 jan. 1472 (zie hierboven); hoofdman sacr.gasth. 1475

beroep

glazenmaker

overige gegevens

Bezat 1464 en later een erf onder Haagambacht (Pabon, Hofboeken p. 86).

GOES, HENDRIK VAN DER

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1547/'48, 1548/'49, 1552/'53; vroedschap 1555/'56, 1556/'57, 1557/'58, 1558/'59, 1559/'60, huiszittenmr. 1556/'57

beroep

lakenkoper (Archief Weeskamer 122 fol. 101vo)

overige gegevens

Hendrik van der Goes Hendriksz. verm. 4 juli 1550 als zwager van Adriaan Hugenz. goudsmid (Archief Weeskamer 122 fol. 91). In St. Jacob memorie van hem en vrouw Katrijn, men ontving daarvoor een stuk land bezuiden Den Haag achter het grote zusterhuis (Archief Memoriemeesters 1 fol. 66). Opening van een graf voor Hendriks kind in St.-Jacob 19 sept. 1562 (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 70). Renteoverdracht 28 aug. 1560 op Hendrik van der Goes, t.b.v. beneficie van zijn zoon op St.-Sebastiaansaltaar in de St.-Jacobskerk (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 500). Betaling van zijn doodschuld aan St.-Joris 1551/'52 SIC! (Archief Confrérie Sint Joris 51 fol. 6).

GOES, PIETER VAN DER

geb./ovl.

geb. ca.1431 (was juli/aug. 1487 56 jaar) (Grote Raad Mechelen, Beroepen uit Holland doss. 124)

functie(s)

schepen 1467/'68; kerkmr. 1486; procurator heren van St.-Anthonis (Pabon, Hofboeken p. 126), verm. 1479 (Grote Raad Mechelen, Beroepen uit Holland doss. 124)

beroep

-

overige gegevens

Bezat een huis in de Nieuwstraat met achteruitgang in de Kerkstraat (later Schoolstraat) (Pabon, Hofboeken p. 85). Verm. van een Jan van der Goes, oom, en Pieter van der Goes, neef van Hendrik IJsbrand Pastebackersz., die, oud 18 jaar, zijn goed is overgedragen, w.o. 3 huizen (incl. woonhuis) in de Papestraat (15 aug. 1486) (Archief Weeskamer 116 fol. 8). Mrs. Adriaan en Christiaan van der Goes (Ons Voorgeslacht 1972 p. 242). Pieter van der Goes tr. Margaretha Willem Philipsz.dr (Hoogenhouckgroep), verm. 6 juni 1465; Was hebben twee zoons; ouders van Pieter: Hendrik van der Goes, secretaris, ovl. voor 16 jan. 1462 en Catharina Pieter Pottersdr. - die door man 25 okt. 1440 werd getocht - (Ons Voorgeslacht 1987 Rept. Rijnland p. 714); Willem van der Goes verm. als auditeur van de rekenkamer 2 juni 1495 (Ons Voorgeslacht 1987, Kort, Rept. Flevoland p. 749). Pieter trad 1494/'95 uit St.-Joris (Archief Confrérie Sint Joris 16 fol. 3vo) 1521 ovl. Cornelis van der Goes, vicaris 11.000 Maagdenvicarie (Van der Horst, pr., 'Kapellen in de parochiekerk van S. Jacobus in Den Haag, p. 439). Ons Voorgeslacht 1979 p. 162: Kort, Rept. Putten: 22 april 1499: mr. Willem van der Goes voor 2 pond groten Vlaams jaarlijks bij overdracht door Lodewijk van de Werve, zijn neef. 4 juni 1499: mr. Willem van der Goes voor 1 pond groten Vlaams jaarlijks. 1 febr. 1500: mr. Willem van der Goes, meester van de Rekenkamer, bij overdracht door Lodewijk van de Werve. 2 jan. 1503: Hendrik van der Goes bij dode van Willem, zijn vader. 28 jan. 1512: Filips van der Goes voor Cornelis van der Goes, zijn broer, bij ovl. van Hendrik, hun broer, waarna overdracht aan broeder Jan van Dam, procurator van de kartuizers buiten Antwerpen.

GOETLIJF, GERRIT

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1453/'54, 1455-'56 (Gerrit Hendriksz.), 1457-'58; substituut-schout 5 sept. 1458 (Archief Heilige Geest 955); weesmr. 1449, 1451, 1454 (Gerrit Hendriksz.); hoofdman sacr.gasth. 1464 (Gerrit Hendriksz.)

beroep

-

overige gegevens

Bezat twee huizen en erven aan het kerkhof sinds resp. 1458 of eerder en 1464 in zijn bezit, kwamen door besterf in handen van Aarnd Willemsz. te Delft (Pabon, Hofboeken , 190). 9 juni 1464 verm. van Gerrit Hendriksz. alias Guetlijff getuige (Archief Sacramentsgasthuis 55); een Gerrit Goetlijf belender te Marendorp, Leiden 10 apr. 1382 (Gemeentearchief Leiden, Archief H. Geest 946).

GOUDE, MR. JAN VAN DER

geb./ovl.

-

functie(s)

kerkmr. 1557/'58, 1558/'59, 1559/'60, 1560/'61, 1561/'62, 1562/'63, 1563/'64, 1564/'65, 1565/'66; getijdenmr. 1568; advocaat 31 jan. 1545 (Archief H. Geest Scheveningen 1 fol. 16)

beroep

-

overige gegevens

Tr. Anna Deym Dirksdr. (zie Van Kan, `Deym', Ned. Leeuw 1999). IJda Jacob Grebbersdr. tr. een mr. Jan van der Gouda, advocaat, die na haar stierf; beider memorie in St.-Jacob (Archief Memoriemeesters 1 fol. 38). Mr. Jan van der Goude Dirksz. treedt op te Den Haag 3 juli 1557 inzake een belening (Ons Voorgeslacht 78 p. 339, Lenen van de hofstad Hagestein).

GOUDT, JAN

geb./ovl.

-

functie(s)

rentmr. sacr.gasth. 1532/'33

beroep

-

overige gegevens

-

GRANDT, GUILLAUME LE

geb./ovl.

-

functie(s)

baljuw van Haagambacht 1566-1572 (verm. 23 apr. 1566 (Oud Archief 895), 29 jan. 1567 (Oud Archief 180 fol. 66vo), 14 juni 1570 (beëdiging) gecontinueerd (Nationaal Archief, Archief van de Rekenkamer, Registers 495 fol. 161vo) 1 (14) dec. 1570 (Oud Archief 753 fol. 206vo), 12 mrt. 1571 bij afwezigheid van Guillaume (gevangen te Antwerpen) tijdelijke aanstelling tot evt. terugkeer of andere vorstelijke beslissing, van de oudste schepen, Claas van Dam; 26 apr. 1571 in zijn plaats de schepen Dirk Paeuw (Ve mem B. Ernst fol. 268vo; Vie mem. fol. 4); 14 jan. 1572 gesuspendeerd (Nationaal Archief, Archief van de Rekenkamer, Registers 495 wsl. fol. 205vo); meesterknaap van de houtvesterij tot in 1570 (Nationaal Archief, Archief Hof van Holland, 5e memoriaal van B. Ernst, fol. 118)

beroep

-

overige gegevens

Tr. voor 18 mei 1549 Marie Gerritsdr. van Greverode; van die datum is willige condemnatie van Gr. Raad betr. overdracht door beiden van allodiale en leengoederen in Strijen, St.-Antoniepolder, Dordrecht, Crooswijk, Hillegersberg, Vlaardingen, Maasland, Schipluiden, Hodenpijl, Rijswijk, 's-Gravenzande, Den Haag, Wassenaar, Breskenszand, Gouda en Voorne, o.m. onder voorw. van recht van bewoning van het huis aan het Noordeinde in Den Haag en een lijfrente t.b.v. Marie na Guillaume's dood (Delf en Delfland voor de Grote Raad sent. 850.17); betreft goederen van Marie (vgl. sent. 852.40). Marie ovl. voor 20 febr. 1563 en tr. eerder Willem Gout, ontvanger van Noord-Holland (Ibid sent. 863.109) (zie voor testament van Willem en Marie Ons Voorgeslacht 1984 p. 124-126) Te Dordrecht Tielman van Greefrode (vgl. Gemeentearchief Dordrecht, databestand Dordtse elite). Guillaume le Grandt, baljuw, tr. Agatha Coebels; voor haar werd in de Grote Kerk 24 aug. 1573 een graf geopend, tevens voor Michiel de Grandt, zoon van Guillaume en 8 sept. 1573 voor Guillaume zelf (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902, Aanteekeningen uit de rentmeestersreekeningen der Groote- of St. Jacobskerk te 's-Gravenhage. Lopende over het tijdvak 1577-1584, De Wapenheraut 1902 p. 414-415).

GREBBER, ADRIAAN JACOBSZ. DE

geb./ovl.

Geb. ca. 1518 ('t Hart, Costumen 83)

functie(s)

schepen 1560/'61, 1561/'62, 1562/'63, 1563/'64; vroedschap 1567/'68

beroep

goudsmid (Voet, Goudsmeden57)

overige gegevens

Adriaan Jacob Grebbersz., goudsmid, woont 16 jan. 1565 in de Veenestraat (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 930). Adriaan van Wijck=Adriaan Grebber (Archief Confrérie Sint Joris 56 fol. 2 en 178 fol. 1).

GREBBER, CLAAS DE

geb./ovl.

-

functie(s)

baljuw van Haagambacht 1458 (13 sept. 1458 verm. van zijn substituut Gerrit de Proest, Nationaal Archief, Archief Hof van Holland , 6e mem Bossaert J 3 fol. 88vo)

beroep

-

overige gegevens

Is ongetwijfeld de zoon van Willem de Grebber en Lysbeth, dochter van Willem Eggert.

GREBBERTSZ., JACOB (DE GREBBER) (VAN WYCK)

geb./ovl.

Ovl. 1541/'42 (Joris 46 fol. 3)

functie(s)

schepen 1537/'38; mr. van het H. Kruysgilde 29 juli 1539 (Archief Heilige Geest 2 fol. 446vo)

beroep

goudsmid (DH 1916 35)

overige gegevens

Zie Jan van Wijck Jacobsz. Zegelde (Voet, Goudsmeden, 57) evenals Claas de Grebber, baljuw van Den Haag 1458, in blauw een rood gebekte en gepote zilveren zwaan. IJda Jacob Grebbersdr. tr. mr Jan van der Gouda, advocaat, die na haar stierf; beider memorie in St.-Jacob (Memorie St. Archief Memoriemeesters 1 fol. 38). De memorieheren van St. Jacob verzorgden memorie van Hillegond Arendsdr., geh.m. Pieter Grebber (18 nov. 1516 gesticht door haar) (Nationaal Archief, Familiearchief van Vredenburch 248 fol. 17). Lid van St.-Joris sinds 1530 (Archief Confrérie Sint Joris 34 fol. 6vo). Verm.ing van De Grebbers te Beverwijk (Ons Voorgeslacht 1986 p. 517-518).

GRIJP, FLORIS

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1467/'68, baljuw verm. 17 dec. 1468 (Nationaal Archief, Archief Hof van Holland 11 nr. 86 fol. 172)

beroep

-

overige gegevens

-

GROENEWEGEN, FRANS REYERSZ. VAN

geb./ovl.

-

functie(s)

vroedschap 1567/'68, 1568/'69, 1569/'70, 1570/'71, 71/'72

beroep

koperslager (Oud Archief 608 fol. 1)

overige gegevens

-

GROENINC, AARND (AARND DIRK GROENINCXZ.)

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1463/'64, 1464/'65, 1467/'68, 1471/'72, 1472/'73

beroep

-

overige gegevens

Stond borg toen Philips van Wassenaar 26 sept. 1469 het baljuwsambt van Den Haag pachtte (De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage III 32). 8 mei 1464 vestiging van een rente t.b.v. hem, Aarnd Dirksz. Groeninc, op een huis en erf aan het Spui (Eigendomsbewijzen van Particulieren 142 nr. 76). Lid van St.-Jorisschutterij (Archief Joris). Beleend 31 jan. 1456 met 2 morgen land in de Stekelcamp, Monster, na ovdr., leen van de Lek; 22 jan. 1460 belening van een derde na ovdr. door hem (Ons Voorgeslacht 1982 p. 185).

GROESBEEK, HENDRIK VAN

geb./ovl.

-

functie(s)

--

beroep

-

overige gegevens

Archief Heilige Geest 954: 31 aug. 1439 vidimus van schepenen van akten behorend aan de vicarie door wijlen Russent Hendrik van Groesbeeks echtgenote gesticht; deze werden op die datum door Jacob Hendriksz. van Groesbeek in de kist van de H. Geest gelegd, in St.-Jacobskerk. Collatie van de vicarie behoorde toe aan Jacob Hendriksz. van Groesbeek en diens erfgenamen of bij ontstentenis Hendrik van Groesbeek of diens erfgenamen. Memorialen Rosa VII-X p. 208=VIII fol. 112: Belofte van Jacob van Groesbeek om tussen nu en Pinksteren (16 mei) op aanmaning van de raad verweer te voeren tegen de beschuldiging van medeplichtigheid aan de poging van zijn dienstbode Heylyn om zijn vrouw met rattekruid om het leven te brengen. Zijn vader Hendrik van Groesbeek had zich voor deze belofte borg gesteld. Op 9 maart had Heylkyn hem in tegenwoordigheid van enige raden (met namen genoemd) en de Haagse baljuw Pieter Engelsz. beschuldigd van medeplichtigheid, in een uitvoerige verklaring over het gebeurde, nadat men haar had 'doen besoecken mitter poleije ende koirde'. Op 10 maart kwam zij voor de raad hierop terug en zij de verklaring als gevolg van de marteling te hebben afgelegd. Jacob van Groesbeek was lid van St.-Jacobsbroederschap (...). Hendrik van Groesbeeck bezat sinds 21 juni 1461 een rente van 1 pond Holl. op een huis en erf aan de westzijde van het Spui, droeg deze over aan St.-Jacob t.b.v. de memorie van hem en vrouw Russent. Belening 13-10-1464 van Gerijt Jacobsz., gehuwd met jonkvrouwe Russent Heinricxdochter van Groesbeeck, na overdracht door heer Lodewijck van Treslong, ridder met een huis en erf aan de Plaats (1497 geheten: vroeger St.-Joris) (Rept. Arkel, Ons Voorgeslacht 1976 p. 271) 25-8-1453: Heinrick van Groesbeeck verkoopt aan Dirc van Haestrecht, rector van het klooster van Sint Agniet te Delf, 8 morgen land in de Vrijenban, belend ten zuiden: de heren van Ruven, ten noorden: de proost van Conincxvelt, ten oosten: de banweg en ten westen: tot in de Schie; 4 morgen 1% hond hiervan in Arlewijnszate zijn belast met 21 sc. 3 p. per jaar ten behoeve van de graaf. Met het zegel van Heinrick: een kruis, het kanton rechts boven beladen met een.. . (tandrad met 16 punten?) en van Heinric Jansz. : een gedamasceerd, versmald Sint Andrieskruis, vergezeld van 4 lelies 1, 2, 1. (Ons Voorgeslacht 1987 p. 495).22-3-1438: Jan Witte Louwerijsz. verkoopt aan Heynrick van Groesbeeck 8 morgen land in de Vrijenban, belend ten zuiden: de heren van Ruven, ten noorden: de proost van Conincvelt, ten oosten en westen: de banweg, belast met 70 gr. Hollands en 21 sc. herengeld voor de graaf. Bezegeld door Dirc Willemsz. van Oistgeest: een krukkenkruis, en door Witte Willemsz.: 3 gaande windhonden 2, 1 (Ons Voorgeslacht 1987 p. 495).

Top Of Page

 

Auteur

Fred van Kan

Publicatie

Haagse Elite tot 1572

Home

Haags Gemeentearchief