Fred van Kan

Haagse Elite

tot 1572

HAEFTEN - HUYBRECHTSZ.

HAEFTEN, MR. MELIS VAN

geb./ovl.

-

functie(s)

buitenvader Burgerweeshuis 1568-'69 (Hardenberg, Burgerweeshuis 283); advocaat voor het Hof van Holland , verm. 20 dec. 1569 (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 824)

beroep

-

overige gegevens

Jan Jansz. Hemelaer voor zichzelf en echtg. Maryken Jan de Febres dr., draagt 2 okt. 1563 rente over op Mr. Melis van Haeften, advocaat voor het Hof van Holland (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 667b). Was ex.-test. van heer Jan van Cuyl, kanunnik ten Hove (Archief Oostduin 116). Ons Voorgeslacht 1978 p. 197: Een rente van 20 schelling per jaar op een kamer en erf in het Voorhout in den Hage (1496: belend ten noorden: Joost de oud- schoelapper, ten oosten: het Busch, ten zuiden.: Nyesse, weduwe van Jan Dircxz. en ten westen: het Voorhout). 29 juli 1562: Cornelis van Haeften, procureur voor het Hof van Holland, na opdracht uit eigen volgens de schepenbrief d.d. 30 sept. 1496, waarin Anthony Cornelisdochter verklaart de rente schuldig te zijn aan Egge Heynricxz. 31 jan. 1564: Meester Melis van Haeften, wonende in Den Haag bij dode van zijn vader Cornelis van Haeften. 28 jan. 1577: Harper Melisz. van Haeften, onmondig, hulde door Vranck Moyael, bij dode van zijn vader meester Melis van Haeften. 12 febr. 1577: Harper Melisz. van Haeften doet zelf hulde. 29 dec. 1586: Cornelis van Haeften bij dode van zijn broer Harper van Haeften. Cornelis van Haeften al 18 sept. 1553 als procureur voor het Hof van Holland verm. (Ons Voorgeslacht 1984 p. 328).

HAERLEM, MR. JAN VAN

geb./ovl.

-

functie(s)

kerkmr. 1557/'58

beroep

-

overige gegevens

Memorie van Marri Dirksdr., wed. van mr. Jan van Haerlem; overdracht van rente van 8 pd. Holl. op land te Eikenduinen 23 dec. 1544 door haar ex. test. (Archief Memoriemeesters 70vo); betreft een mr. Jan die ovl. voor 28 nov. 1536 (vgl Archief H. Geest Scheveningen 1 fol. 15). Anna, dr. van mr. Jan van Haerlem, liet St. Jacob land na in het Noordland van 's-Gravenzande (Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenbruch 248 2e fol. vóór fol. 1); zij stichtte de viering van St. Annadag in de Jacobskerk; de deken van Delfland leverde 1560 de tekens (Ibidem fol. 11).

HALMALE, PIETER VAN

geb./ovl.

ovl. beluid 10 dec. 1562 (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 45)

functie(s)

kerkmr. 1555/'56, 1556/'57; weesmr. 1558-'62

beroep

-

overige gegevens

Woonde 15 dec. 1539 aan het Voorhout (Hyp nr. 103; volgens Wijsenbeek, Lange Voorhout p. 249 LV 13 1544 verm. met zwager Cornelis Stalpert van der Wiele Jacobsz. en 1561 en 1566 hier Aafgen, wed. van Adriaan Stalpert van der Wiele); hij ald. 3 juni 1556 verm. met huis dat afkomstig was van Aarnd Cobel (Veldhuijzen, Repertorium Rekenkamer 2174); ald. 4 okt. 1565 zijn wed. in belending verm. (Veldhuijzen, Repertorium Rekenkamer 2181). 1 okt. 1549 beleend met een woning met 9 morgen land te Zuidwijk, Raephorsts leen (Ons Voorgeslacht 1974 p. 104). Jvr. Margriet van Hallemael, wed. van Jhr. Loys tSeraets verm. 27 okt, 1569 (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 817). Renteoverdracht 23 mei 1561 door jvr. Margriet van Halmale, wed. van Loys Tseraerts, met Godschalk van H., haar zoon en Pieter van Halmale haar vader, gevestigd op Pieters nieuwe woonhuis en erf aan het Voorhout (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 552) Deed, w. te Den Haag, 6 aug. 1545 leenhulde voor Jan en Pieter van Halmal, resp. op de Canarische Eilanden verblijvend en oud-schepen van Antwerpen (Ons Voorgeslacht 1973 Rept. de Lier, p. 107), die hem neef noemden, waarvan oom is Jasper van Everdingen (zn. van Diedewaert, dr. van Oude Jan Ruychrock) [Jan en Pieter voornoemd zijn broers; Jasper van Everdingen ovl. voor 31 juli 1549 en tr. Agnes van der Heyden, verwante van Anna van Zwieten, vrouwe van Opmeer, vgl. Die van Delf en Delfland voor de Grote Raad voor de Grote Raad sent. 851.128]. Tr. Christina van Wijngaerden, die met zijn Raephorsts leen na zijn dood werd beleend (21 okt. 1563); 3 okt. 1575 belening van hun zoon Godschalk van Halmale (Ons Voorgeslacht 1974 p. 104). Trad 4 mrt. 1556 op voor zijn schoonzr. Johanna van Wijngaarden, wed. van Frans van Rhoon (Ons Voorgeslacht 1989 p. 56: Repertorium op de lenen van de hofstad Putten 1229-1650 JC Kort) Collectie Bylsma IX 8: Christine Oem van Wijngaarden, dr. van Godschalk en Margaretha van Boschuysen, tr. Pieter van H.; kinderen o.a. Godschalk, Margaretha (tr. Lodewijk Tseraets, baljuw van DH), Agnes tr. Jan van Bassen, die ovl. 1597. Christine Oem van Wijngaarden, was 26 okt. 1565 wed. van Pieter van Halmale (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 973); ook 15 nov. 1568 verm.(Ibidem nr. 774). Ons Voorgeslacht 1970 Maasland p. 89 o.m. Halmale, andere tak - Mr. Jasper van H., tr. Cornelia de Heuyter. 15.. belening van Christina Oem van W., dr. van Godschalk (hulde door haar man Pieter van Halmale) met 123 gemeten land te Albrandswaard; 3 okt. 1575 belening na haar dood van haar zoon Godschalk van Halmale (Kort, De leenkamers van de heren van Egmond Ons Voorgeslacht 1983 p. 451). 14 mei 1554 kocht Pieter lijfrenten voor zijn kinderen Godschalk (23 jr. oud), Margrieta (22), Agnyeta (17), Hillegondt (16) en Pieter (9) (Van der Spiegel, Lijfrenten Den Haag, Ned. Leeuw 1999 kol. 455).

HANNEMAN, MR. NICASIUS

geb./ovl.

-

functie(s)

geestmr. 1566-'67 ('65 en '68 ontbr.); advocaat, verm. 18 nov. 1561 (Ons Voorgeslacht 1987 p. 624, Acten Schieland)

beroep

-

overige gegevens

27 juli 1526 beleend met 16 morgen land te Tedingerbroek onder Zoeterwoude, grfl. leen, na de dood van zijn vader Pieter Hanneman; droeg 13 febr. 1542 op (Ons Voorgeslacht 1990 p. 174); 11 febr. 1548 beleend met een zwaan p.j. uit het huis en de hofstad Honsthol, dan stadhouder van de lenen van Naaldwijk enz. genoemd (Ons Voorgeslacht 1972 p. 303, Hontshol). Zie voor een fam. Hanneman (Jan en Pieter) ook Ons Voorgeslacht 1985 p. 417. Pieter Hanneman kocht 17 juli 1500 met Karel Grenier huis op (werd verdeeld, voor Pieter de oostzijde) aan Noordeinde bij de Heulstraat (ter plaatse nu paleis Kneuterdijk); later bewoonde zijn weduwe Catharina Jansdr. van Warren het huis; zij droeg het 1550 met instemming van de andere kinderen, over op haar zoon Jan, rentm.-gen. van Holland, ovl. 1573. Pieter Hanneman werd 23 nov. 1511 benoemd tot commissaris van de rekenkamer; 1514 gecontinueerd, nog 1519 als zodanig verm.; 1525 was hij ovl. Mr. Tho mas Cassiopijn, tr. Maria Hanneman, ovl. 1516, wsl. een dr. van Pieter (Jhr. D.P.M. Graswinckel, herz. door Mr. H. Hardenberg, Het paleis Kneuterdijk in de loop der eeuwen (z.j., z.pl., zonder paginering). Pieter Hanneman een van de stichters van St. Laurensbroederschap (rederijkerskamer) (M. Vandecasteele, ´Haagse rederijkerskamer´, 137).

HEEREMAL, JHR. HENDRIK VAN (HENDRIK HEERMALE)

geb./ovl.

geb. 1527 (J.P. de Man, 'Heermale (van)', Ned. Leeuw 1940, kol. 93) ovl. na 10 nov. 1589 (Ibid), voor 16 apr. 1606 (Ons Voorgeslacht 1985 Blois p. 38)

functie(s)

kerkmr. 1567/'68; raad in het Leenhof van Holland (Ons Voorgeslacht 1985 p. 38); advocaat, verm. 18 nov. 1561 (Ons Voorgeslacht 1987 p. 624, Acten Schieland)

beroep

-

overige gegevens

Beleend als erfgenaam van zijn tante Vincentia Hendriksdr., wed. van Dirk Coebel van der Loo 26 nov. 1569 met 2 morgen land onder Ter Wadding, Voorschoten en de koren- en smaltiende van Leiden, Bloise lenen (Ons Voorgeslacht 1985 p. 38 en 46); kreeg 21 jan. 1570 octrooi om over zijn leengoed te beschikken; testeerde met zijn vrouw 19 nov. 1572, als erfgenaam van zijn vrouw 20 juni 1573 beleend met een rente, grfl. leen (De Man, Heermale 93). 19 jan. 1571 kreeg hij uitstel van hulde voor 3 morgen land onder Zoeterwoude, afkomstig van jvr. Vincentia Hendriksdr. geh.m. Dirk Cobel van der Loo; 28 jan. 1578 beleend bij dode van Vincentia (Hoek, De Leenkamer vd Hofstad te Liesveld Ons Voorgeslacht 1978 p. 321) Tr. Elisabeth van Drenckwaert (Balen, Dordrecht), ovl. kinderloos tussen 19 nov. 1572 en 20 juni 1573 (De Man, Heermale 93) [Corn. Maartensz. van Drenckwaert was 5 dec. 1565 44 jaar ('t Hart, Costumen 91)]. Zn. van Dirk Florisz. Heermale(n), schepen, tresorier en veertigraad van Leiden, en Josina, dr. van Hendrik Florisz., stadssecretaris, schepen, burgemeester en veertigraad van Leiden (De Man, Heermale 92-93, De Baar, Coebel 33-34). Zusters van hem waren: Ermgard (Emerentia) geb. ca. 1524, ovl. Den Haag 1595, tr. mr. Jacob de Jonge, heer van Valkenvoort, raad en rentmr. van de heren van Wassenaar, geb. 1523, ovl. 1605, zn. van mr. Jacob en Clemeynse Pijnss; Beatrix, geb. ca. 1526, ovl. begin sept. 1551, tr. heer Arnoult Sasbout, ridder, heer van half Spaland, kanselier van Gelre, zn. van mr. Joost (De Man 92-93); broer: Floris, geb. ca. 1518, kanunnik van Oud-Munster te Utrecht (De Man 93), proost, aartsdiaken en tresorier van dit kapittel verm. 16 apr. 1606; hij ovl. voor 21 apr. 1609 (Ons Voorgeslacht 1985 Blois p. 38) Renteoverdracht 6 aug. 1562 op Mr. Arnoud Sasbout, raad-ordinaris in het Hof van Holland, t.b.v. zijn vier drs., gewonnen bij jvr. Beatrix van Heermale (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 635). 27 febr. 1567 woonde Hendrik in het huis Van Rhoon in het Westeinde, dat hij had gekocht van jhr. Pieter van Duvelandt, heer van Rhoon, nam ter betaling rentelasten op zich (Bijdragen Bisdom Haarlem XII 145).

HEMELER, JONGE JAN (JAN JANSZ. HEMELAER)

geb./ovl.

-

functie(s)

weesmr. 1571, '72

beroep

-

overige gegevens

Erkende 30 apr. 1563 voldaan te zijn door weesmrs. van zijn erfdeel (Archief Weeskamer 125 fol. 171). 3 dec. 1544 verklaardde Jan Jansz. Hemeler van Mechelen, als destijds getrouwd hebbend wijlen Anneken J.C.dr. voldaan te zijn van A. erfdeel (Archief Weeskamer 166 fol. 97vo). Jan Clementsz., grootvader van Jonge Jan (Jansz.) Hemelaer; deze ontving t.b.v. deze 13 okt. 1561 200 pd. 40 groten Vl. t stuk t.b.v. koopmanschap (Archief Weeskamer 166 fol. 96-97); Archief Weeskamer 121 fol. 192 en vo= Archief Weeskamer 91 ongef.: 3 dec. 1544 verscheen Jan Jansz. Hameler de Jonge, geboortig van Mechelen, bewees Anneken, zijn kind bij wijlen Anneken Jan Jansz. Clementsdr. moederlijk erfdeel van 400 car. gld. en beloofde haar te onderhouden; v erzekering op zijn huis en erf op de Plaats, in aanwezigheid van grootvader Jan Clementsz. en Jan Jansz. bontwerker als oom vader Jan Jansz. Hemelaer, w te DH, testeerde 17 mei 1552 ald.; heeft geen kinderen bij vrouw Marie Claasdr.; alles na voldoening voornoemd moederlijk erfdeel van zoon Jan, voor zijn evt. weduwe, m.u.v. zaken die tot de winkel behoren en een aantal lega ten (Archief Weeskamer 121 fol. 193-194vo) Testeerde ook 23 juli 1552 (Archief Weeskamer 122 fol. 259; ald. uitgebreid over zijn nalatenschap). Begr. 23 mei 1563 kind van Jan Hemeler, bij Tryen IJsbrandsdr. in Sint Joris (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 69). Jan Jansz. Hemelaer voor zichzelf en echtg. Maryken Jan de Febres dr., draagt 2 okt. 1563 rente over op Mr. Melis van Haeften, advocaat voor het Hof van Holland (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 667b). Jan Hemeler ovl. 1552/'53 (Archief Confrérie Sint Joris 52 fol. 8vo).

HENDRIKSZ., BERTELMEEUS

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1509/'10, 1514/'15, 1515/'16; vroedschap 1516/'17, 1517/'18; weesmr. 1517

beroep

-

overige gegevens

Kocht 29 juni 1515 een rente van 10 pd. Holl. (Delftse Statenkloosters p. 218, reg 424). Volgens Fölting (Fölting, Vroedschap 1) een Van Dorp, en kerkmr. van Naaldwijk, rentmr. van de abdij van Egmond, vader van Willem Bertelmeeusz. (zie ald.) en van professor Martinus van Dorp. Niet bij Lots, Genealogie Van Dorp: zwager van Coman Jan Bruuns die zijn dr. Alijd bewijzing doet (gewonnen bij Ariaan Jacobsdr.), in bijzijn van Cornelis Jansz., broederkind van vader van moederszijde en Geertruid Jacobsdr. als tante van moederszijde (12 sept. 1515, Archief Weeskamer 117 fol. 136 en vo). Memorieheren van St.-Jacob deden memorie van Baerte, zijn echtgenote, daarvoor gaf Bertelmeeus 2 pd. Holl. rente op huis en erf aan de Volresgracht d.d. 1509 (Archief Memoriemeesters 14; Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 4vo: Meesdr.! 1560 gaf Jan Wsz. van Dorp, wonend aan het stadhuis, de tekenen).

HENDRIKSZ., GERRIT

geb./ovl.

-

functie(s)

-

-beroep

-

overige gegevens

zie Goetlijf

HERMANSZ., CLAAS

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1510/'11; weesmr. 1513-'14, 1516-'17

beroep

lakenkoper 12 mrt. 1495 (Archief Nicolaasgasthuis 87)[indien identiek]

overige gegevens

Was mogelijk de Nicolaus f. Harmanni die 1494 onder de stichters van St. Laurensbroederschap (rederijkerskamer) voorkomt (Vandecasteele, De Haagse rederijkerskamer, 138).

HERMANSZ., HENDRIK

geb./ovl.

-

functie(s)

vroedschap 1558/'59, 1559/'60; leproosmr. 1557/'58, 1559/'60, 1560/'61

beroep

kramer, verm. 29 sept. 1561 (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 573)

overige gegevens

Zijn huis was `in de Blaesbalck' (23 nov. 1558, Oud Archief 913).

HERT, HEER NICOLAAS DIE

geb./ovl.

-

functie(s)

rentmeester van Noordholland 1354-1358 (Nationaal Archief, Archief Graven van Holland 1442-1444)

beroep

-

overige gegevens

-

HEYDE, CORNELIS PIETERSZ. VAN DER

geb./ovl.

-

functie(s)

hoofdman sacr.gasth. 1561/'62-'66/'67 ('65/'66 ontbr.); bode van Den Haag verm. 1 mei 1562, stond toen borg voor Dirk Joostenz. van Strevelant (zie ald.)., na zijn ovl. 11 sept. 1574 zijn zoon Cornelis Cornelisz. provisioneel tot bode aangesteld.

beroep

-

overige gegevens

-

HILLEBRANDSZ., ALBRECHT

geb./ovl.

-

functie(s)

vroedschap 1569/'70, 1570/'71, 1571/'72

beroep

-

overige gegevens

Was ongetwijfeld zoon van Hillebrand Albrechtsz. uit diens tweede huwelijk.

HO(U)VE, JOSEPH VAN

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1570/'71, 1571/'72; vroedschap 1567/'68, 1568/'69, 1569/'70; geestmr. 1556-'71 ('68 en '72 ontbr.); rector H. Kruysbroederschap 23 febr. 1564 (Kloosters Delfland p. 144 reg. 99)

beroep

goudsmid (vgl. ook Van Gelder St.-Joris 37)

overige gegevens

Tr. Aaltgen Cornelisdr., ovl. als weduwe 29 aug. 1573 (Voet, Goudsmeden 70, daar Joseph Maertensz. van der Houve geheten).

HOBIJN, JAN

geb./ovl.

-

functie(s)

leproosmr. 1568; getijdemr. 1568;GA procureur 1564 (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 p. 121) en 1568 verm. (als lepr.mr.)

beroep

-

overige gegevens

Begr. van zijn grootmoeder 6 juni 1559 (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 61), ovl. van zijn grootmoeder beluid 5-6 juni 1557 (Ibidem 35).

HODENPIJL, AARND VAN

geb./ovl.

-

functie(s)

baljuw van Haagambacht 1461 (29 dec.) verm. (Nationaal Archief, Archief Hof van Holland, 6e Memoriaal Bossaert J 3 fol. 260vo)

beroep

-

overige gegevens

-

HOGHE, MR. ARENT (AART) VAN DER

geb./ovl.

-

functie(s)

kerkmr. 1557/'58, 1558/'59, 1559/'60, 1560/'61, 1561/'62, 1562/'63, 1563/'64, 1564/'65, 1565/'66, 1567/'68

beroep

-

overige gegevens

10 aug. 1562 huw.vw. van Dirck Arentsz. van der Hooch, vergezeld van zijn ouders mr. Arent Cornelisz. van der Hooch, advocaat van het Hof van Holland en Marie Jansdr. de Jonghe, en zijn naaste vrienden mr. Jacob Bol, ontvanger van de domeinen over Holland, en Jan Jansz. Sasbout, met Maritge Pieter Sasboutsdr., vergezeld van haar vader Pieter Sasbout, en haar naaste vrienden en voogden (mr. O.A. van der Meer, Huwelijkse voorwaarden, verleden voor schepenen van Delft, 1536-1594 (Gemeentearchief Delft, Oud Rechterlijk Archief inv. no. 305), Ons Voorgeslacht 1971 p. 294). Tot zijn verwanten behoorden mogelijk de leenmannen van de Lek Aarnd Dirksz. van der Hoech (1511), met zoons Jan en Quirijn (Nationaal Archief, Archief Nassause Domeinraad leen 114). Een graf geopend in St.-Jacob voor mr. Aarnd Verhoechs kind (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 56). Nam voor 200 pd. deel aan een oorlogslening (vgl. verklaring van Philips II dd. 1 nov. 1558 en kwitantie d.d. 10 jan. 1560, Nic 160). Misschien dezelfde als mr. Aarnd Jansz. Verhooch, alias schout Quatbeleet (Archief Weeskamer 125 fol. 277). Gehuwd met een De Jonghedochter? (Balen, Dordrecht sub De Jonghe).

HOOGENHOECK, JACOB JANSZ. VAN DEN

geb./ovl.

-

functie(s)

geestmr. 1534, '35 en '36; gasthuismr. van St.-Nicolaas 1539-'41; vroedschap 1555/'56 (in de plaats van Jacob Willemsz. Vermeij), 1556/'57, 1557/'58, leproosmr. 1556/'57 (dan van den Hogenhoeck genoemd, voordrachtsbrief, Oud Archief 1015 (2))

beroep

wantsnijder

overige gegevens

Regelmatig en aanvankelijk slechts met patroniem genoemd (o.m. als geestmr - J.J. de wantsnijder - en als gasthuismr). Nam voor 120 pd. deel aan een oorlogslening (vgl. verklaring van Ph. II dd. 1 nov. 1558 en kwitantie d.d. 10 jan. 1560, Nic 160). Vader van Joost Jacobsz., wiens nageslacht zich Van Hoogenhouck noemde.

HOOGEVEEN, MR. GERRIT MELISZ. VAN

geb./ovl.

geb. Rotterdam 8 aug. 1524, ovl. Leiden 7 dec. 1580 (Bibl. Lei 5717, afschr. genealogie in particulier bezit door Bijleveld; Gemeentearchief Leiden, Bibliotheek 5715: Ferwerda, Genealogie van het geslagte van Van Hoogeveen; Het Rapenburg en zijn bewoners dl. VIb, p. 620)

functie(s)

geestmr. 1560-'63; (tweede) pensionaris van Leiden sinds 1564 (Van Maanen, Secretarie II p. XXX); curator van de Leidse universiteit sinds 1575 tot zijn dood (6 jan. 1575 een der genen die commissie ontving van de Staten van Holland tot oprichting van de universiteit) (P.C. Molhuysen, Bronnen tot de geschiedenis der Leidsche Universiteit I ('s-Gravenhage, 1913), RGP 20, p. 1 en 5*, 5,6,7,9, 15); advocaat bij het Hof van Holland, verm. o.m. 20 jan. 1564 (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 68) en 26 febr. 1569 (Ons Voorgeslacht 1982 p. 142)

beroep

-

overige gegevens

Studeerde rechten te Leuven (Bijleveld en Ferwerda, Het Rapenburg dl. VIb p. 620). Beleend 16 juli 1566 met de ambachtsheerlijkheid Hoogeveen; opnieuw beleend 26 febr. 1569 met ledige hand (Ons Voorgeslacht 1982 p. 142) Ons Voorgeslacht 1985 p. 631: Willem Bisscop alias Willem Melisz., Weyntge en Annetge, de weeskinderen van wijlen Melis Adriaensz. van Hoeghenveen en Maritge Willem Bischopsdr. 7 dec. 1556: de moeder levert met haar voogd Jacob van der Duyn Jacobsz. een testament d.d. 9 aug. 1554 over, tot voogden worden benoemd meester Gerrit en Cornelis Melisz. en tot administrateurs de schepenen Doe Arentsz. van Bolgersteyn en Cornelis Huygensz.; 9 dec. 1556: De voogden leggen de volgende verklaringen voor schepenen vast: Toen Willem Bisscop 10 jaar oud was, is hij thuis bij het spelen met Allert Pietersz. van de trap van de voorkorenzolder gevallen en tussen de leuning beklemd geraakt. Dit wordt bevestigd door Allaert Pietersz., oud 38 jaar. Hillegondt Melisdr., nu 38 jaar, heeft Willem opgenomen en voor dood naar zijn kamer gebracht, dit wordt door haar moeder, oud 59 jaar, bevestigd. Meester Gijsbrecht Back, doctor in de medicijnen, en meester Symon van Tuernehoudt, hebben de hals van het kind, die stijf was en zeer ontstoken en gezwollen, weer rechtgezet, waarna het weer is bijgekomen. Emmetge Alewijnsdr., nu 30 jaar, maar toen 18 jaar, zegt dat het kind met zijn ogen strak op één punt staarde, dat hij volgens de medicijns in zijn memorie is geraakt, niet zou kunnen studeren en zich zeer stil moest houden. Dit wordt bevestigd door mr. Gijsbrecht, doctor. Gerrit Heyndricxz., 38jaar, gehuwd met Geert Willemsdr., 28 jaar, hebben 10 jaar ten huize van Melis Adriaensz. gewoond en komen daar nog regelmatig. Margriet Willemsdr., oud 30 jaar, heeft daar 5 jaar gewoond. Zij bevestigen samen met Cornelis Meynaertsz. en Adryaen Jacobsz. Tromper de verklaringen en ook dat de ouders het kind, om het stil te houden en wat te leren, het eerst te Leyden ten huize van meester Otto, rector van de grote school hebben gebracht. Hij is daarna op verschillende plaatsen geweest en vervolgens meer dan een half jaar achter elkaar binnenshuis gebleven zonder van zijn kamer af te komen, behalve om te eten en te drinken. Daarna is hij van andere zinnen geworden en bij Cornelis Meynaertsz. te Rotterdam op school geweest. Hij wilde zich niet voegen bij de andere leerlingen. Zoon van Amelis van Hoogeveen, burgemeester en kerkmeester te Rotterdam, ovl. 10 dec. 1555 en Marie Bisschop Willemsdr. (Bijleveld en Ferwerda, Rapenburg VIb p. 604 en 706); tr. (huw.vw. Leiden 29 aug. 1556) Eva (Aafgen) Albrechtsdr. van Quakenbosch, geb. ca. 1537, ovl. Leiden 13 dec. 1608 (Bijleveld, Ferwerda; Rapenburg en bewoners VIb p. 604 en 706); zns. o.m. Albrecht en Melis van Hoogeveen Gerritsz. (Ibidem) Voor een kind van hem werd in de St.-Jacobskerk 20 jan. 1564 een graf geopend (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 68). Werd 23 juli 1564 Leids poorter (Rapenburg en bewoners VIb 604 en 706), bewoonde sinds 1577 een huis aan het Rapenburg (Ibid 604). Collator (verm. 1579) en mogelijk 1538-1550 vicaris van een vicarie op St.-Johannes Baptistaltaar in de St.-Laurenskerk te Rotterdam (Moquette, `De vicarieën in de St. Laurenskerk te Rotterdam', Rotterdamsch Jaarboekje II 8 (1920) 88-89. Testeerde 7 nov. 1580, was toen ziek (Rapenburg en bewoners VIb p. 706) N.B. In Lakenhal portretten uit wrschl. Haagse periode.

HOOGSTRAAT, CORNELIS WILLEMSZ.

geb./ovl.

-

functie(s)

geestmr. 1498

beroep

-

overige gegevens

Bij zijn verm.ing als geestmeester Hoochstraat genoemd.

HOOGSTRAAT, DIRK

geb./ovl.

ovl. kort voor febr. 1486 (Pabon, Hofboeken p. 82)

functie(s)

-

geestmr. 1451; kerkmr. 1465; getijdenmr. St.-Jacob 28 sept. 1476

beroep

drapenier 1468 (Van Gelder, Draperye, Die Haghe 1910 286)

overige gegevens

Bezat 7 pd. 5 sch. Holl. rente op een huis en erf aan Delfwech-Wz. [Wagenstraat], 16 sept. 1399 gevestigd t.g.v. Diert Aarnd Costers zoonszoon; onder de akte staat `Deze renten comen van Dirck Hoogstraat voor zyn ende zyn wyfs renten ende die pangelinghe (ruil) van den lande achter tclooster dat Tyelman Oom heeft' (Archief Heilige Geest 2 fol. 245vo); 25 juni 1446 vestiging rente t.g.v. Griete Aarndsdr. op huis en erf in het Zuideinde (Wagenstraat), ook daaronder: brief gekomen van Dirk Hoochstraeten over zijn ende zijns wijfs lijfrenten als voor andander (Archief Heilige Geest 2 fol. 245vo-246) 4 okt. 1437 vestiging rente t.g.v. Margriete Aarndsdr. op huis en erf in de Veenstraat; later aan HG gekomen van Dirk Hoochstraten en Baerte zijn vrouws lijfrenten (Archief Heilige Geest 2 fol 235vo-236). Dirk Hugenz. Hoechstraet kocht 8 juni 1473 een woning benoorden Den Haag, ca. 18 morgen groot (Eigendomsbewijzen van Particulieren 137 nr. 2). 18 mrt. 1516 verklaarde Wouter Jacobsz. dat hij reeds ca. 25 jaar 2 morgen benoorden Hagehout pachtte van mr. Dirk H. (Ibid 137 nr. 5). Hij behoorde misschien tot het geslacht van Hoogstraat van Lipsen: Vgl. Grfl. lenen Rijnland, Ons Voorgeslacht 1990 p. 117, beleningen met Ter Lips: 23 apr. 1449 Dirk Hoogstraat, zoals zijn vader Gerrit (die een broer was van Jan Vos); 15 dec. 1451 lijftocht voor diens echtgenote Geertruida, dr. van Gerrit Potter van der Loo; 2 mei 1486 lijftocht van Gerberg, dr. van Gijsbrecht Pietersz., getr.m. Thomas Hoogstraat, gemaakt door diens broer Dirk, op de helft; p. 118: 28 febr. 1499 Jacob van Wijngaarden bij ovdr. door Dirk Hoogstraat. 1504 gift bij haar leven door Geertgen Hoichstraets aan het Nicolaasgasthuis (Archief Nicolaasgasthuis 18 fol. 154); ook 24 febr. 1511 is zij nog in leven (Archief Nicolaasgasthuis 18 fol. 282). Gerrit Potter van der Loo verklaarde 28 juli 1475 Dirk Hoogstraat van Lipsen rente van 12 pond Holl. schuldig te zijn verzekerd op zijn woning en land bezuiden het Hout (ca. 40 morgen), tevens verzekerd op zijn akker land in het Nieuwe Veen (Archief Nicolaasgasthuis 94 fol. 84 en vo).

HOOGSTRAAT, MR. DIRK

geb./ovl.

ovl. 1519 (Archief Weeskamer 119 fol. 200)

functie(s)

-

-beroep

-

overige gegevens

Tr. Maritgen Gerritsdr. (Archief Weeskamer 119 fol. 119vo); dr.: Martine, was 15 juni 1520 ca. 4 jr. (Archief Weeskamer 119 fol. 199); oom van Maritgen was: Cornelis Jansz. van Montfoort (Archief Weeskamer 119 fol. 119vo); haar voogd: Willem Sonderdanck Frsz. (Archief Weeskamer 119 fol. 200); ooms van vaders zijde vanwege hun vrouwen: Mr. Cornelis Hendriksz. Hoen [vgl. Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 7vo: Hendrik Jansz. Hoen en Catharina Pietersdr.] en Willem Sonderdanck; oudoom Claas Wsz. (Archief Weeskamer 119 fol. 209vo). Oomszoon van het kind is Claas Bouwensz. die te Delft 1520 zijn eerste mis las (Archief Weeskamer 119 fol. 226vo). Haar oudtante Maritgen Willemsdr. tr. Mr. Frank Booth, zij waren 19 aug. 1530 nog in leven (Archief Weeskamer 119 fol. 247 en 250vo). Memorie in St. Jacobskerk voor heer Dirk Hoechstraten, pr. ald. (Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 10vo).

HOOGSTRAAT, WILLEM

geb./ovl.

-

functie(s)

kerkmr. 1486; homan St.-Joris 1493/'94, dat jaar ovl. (Archief Confrérie Sint Joris 15 fol. 2vo, 10); raammr. 1468

beroep

-

overige gegevens

Verm. in belending benoorden Den Haag (17 mei 1485, Archief Weeskamer 1353). Zoon van Dirk Hoogstraat (ovl. voor febr. 1486, Pabon, Hofboeken p. 82); behoorde 25 mei 1493 tot de naaste magen van Aarnd Jans Vossenz. (Archief Weeskamer 117 fol. 19-20). St. Jacobskerk deed memorie van Willem Hoogstraat, Geertgen [Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 14: Geertruid] zijn vrouw en Mr. Cornelis H., hun zoon (Archief Memoriemeesters 49vo); hiertoe overdracht door Willem Sonderdanck d.d. 10 sep. 1514); tekens geven 1560 Maritgen Hoven in het Noordeinde of Jan Willemsz. aan het stadhuis (Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 14; Jan Willemsz. zal Van Dorp zijn, geh.m. Geertruid, dr. van Willem Sonderdanck). Cornelis Hoogstraat ovl. 1503, voor aug. (Archief Nicolaasgasthuis 18 fol. 135). ? Pieter Dirksz. Hoogstraat draagt 30 sept. 1530 Cornelis f. Willem Gerritsz. Hoogstraat voor tot de kanunniksprebende van S.Barbara in St.-Pancras te Leiden, vh. bediend door Floris Gerritsz. Diert (Gemeentearchief Leiden, Archief van de Kerken 435).

HOOGWOUDE, EVERHARD VAN

geb./ovl.

ovl. 20 mrt. 1458, begr. St.Jacobskerk Den Haag (Dek, Graven van Holland, 61)

functie(s)

baljuw van Haagambacht 1448-1449, raad in het Hof van Holland (Dek, Graven van Holland 61, A.S. de Blécourt, `Sententiën van het Hof van Holland 1447-1448´, Tijdschrift voor Rechtsgeschiedenis 9 (1929) 422-425, Nationaal Archief, Archief Hof van Holland 15 fol. 71vo en De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage II 24-25).

beroep

-

overige gegevens

Heer van Hoogwouderban en Aartswoud met de tienden van Wognum (beleend door Jacoba 12 febr. 1429) (Dek, Graven van Holland 61). Bast.zn. v. graaf Willem VI; tr. 1e kort vr. 24 juni 1430 Jutte van Kijfhoeck, dr. van Floris en N. van Rossum (beleend met amb.hrlh. Overblokland 1435), ovl. voor 23 mei 1449; tr. 2e vr. 13 mrt. 1453 Alijd van Zwieten (zie Claas van Diepenburch) (Ibidem). In St. Jacobskerk memorie voor Alijd en haar ouders, Archief Memoriemeesters 1 fol. 62). Kinderen o.a. 1) Anthonis, bezat huis te Den Haag in leen 1453-1483; 2) Willem, erfde 1450 een huis van zijn grootvader Floris van Kijfhoeck in Den Haag (Dek, Graven van Holland 61).

HOUCK, ADRIAAN JANSZ.

geb./ovl.

begr. Schev. Oude kerk 4 nov. 1580 (Fölting, Vroedschap 297)

functie(s)

schepen 1568/'69, 1569/'70 (Schev.), 1570/'71 (Schev.); kerkmr. Schev. 1565

beroep

-

overige gegevens

Droeg 22 aug. 1574 voor schepenen van DH namens Willeboort Jacobsz.van Scheveningen een Raephorsts leen over (Ons Voorgeslacht 1974 p. 105).

HOVEL, JACOB VAN

geb./ovl.

-

functie(s)

geestmr. 1454

beroep

-

overige gegevens

Het Hofboek meldt Willem van Huevel, erfgenaam van Huge van Huevel; zie ook elders (Pabon). Reeds 1317 en 1334 een Willem van Huevel verm. onder degenen die erfhuur betalen in Claas Robbrechtsz.land (Hamaker, Rekeningen I 88 en 181).

HUETE, KERSTANT VAN DER

geb./ovl.

-

functie(s)

hoofdman sacr.gasth. 1450 en '53

beroep

-

overige gegevens

-

HUGENZ., MR. AARND

geb./ovl.

geb. ca. 1498 (zie Van Kan, `Wolbrand Aarndsz.', Ned. Leeuw 1999) ovl. DH, 12 okt. 1582, begr. St.-Jacobskerk (Ibidem)

functie(s)

schepen 1539/'40, 1540/'41, 1541/'42, 1543/'44, 1545/'46, 1546/'47; vroedschap 1555/'56, 1556/'57, 1557/'58, 1558/'59, 1559/'60, 1562/'63, 1563/'64, 1564/'65 , 1565/'66, 1567/'68, 1568/'69, 1571/'72 en na 1572: 1575/76 (vgl. Fölting, Vroedschap 5); geestmr. 1540, 1543, 1544; weesmr. 1547-49; waardijn aangesteld 8 apr. 1558

beroep

drapenier (vgl. optreden als waardijn; 7 jan. 1547 hij met consorten genoemd als vellecooper (Bronnen Handel Engeland 1405-1585 nr. 799)

overige gegevens

Zie Van Kan, `Wolbrand Aarndsz.', Ned. Leeuw 1999.

HUYBRECHTSZ., FRANS

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1564/'65, 1565/'66, 1566/'67; kerkmr. 1565/'66; procureur, trad als zodanig op voor deken en kapittel van Leidse St.-Pancras 22 mrt. en 21 apr. 1547 (Gemeentearchief Leiden, Archieven van de Kerken 704)

beroep

-

overige gegevens

Verm. in belending 26 okt. 1534 aan de Schoolstraat (Archief Heilige Geest 762); vestigde 29 jan. 1568 een rente op zijn twee huizen, waarvan hij er een zelf bewoonde (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 733). Tr. Aagte Jacobsdr., begr. 12 apr. 1558, 1 en 2 apr. beluid (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 58 en 29). Outgher Hendriksz., man en voogd van Baarte mr. Jan Hubrechtsz.dr. en Willem Coppertsz. en Frans Hubertsz., ooms en voogden van de kinderen van mr. Jan Hubrechtsz. machtigden 24 apr. 1540 als eisers mr. Peter Boullin om als procureur voor de Grote Raad op te treden (Andries, Beroepen I doss. 53). Trad 10 mrt. 1553 op als voogd voor de vijf weeskinderen van zijn broer Govert Huybrechtsz. (Archief Weeskamer 122 fol. 266). Willem van Bronchorst droeg 2 mrt. 1563 een rente over op zijn zwager Frans Huibrechtsz., procureur (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 694).

Top Of Page

 

Auteur

Fred van Kan

Publicatie

Haagse Elite tot 1572

Home

Haags Gemeentearchief