Fred van Kan

Haagse Elite

tot 1572

JACOBSZ - JORISZ.

JACOBSZ., ADRIAAN

geb./ovl.

geb. ca. 1459 (Fruin, Informacie 339-340)

functie(s)

schepen 1509/'10, 1510/'11, 1511/'12, 1512/'13; vroedschap 1514 (Fruin, Informacie 339/340, okt.), 1516/'17, 1517/'18; raammr. 8 feb. 1501 (Archief Heilige Geest 685); weesmr. 1521, 1526; gasth.mr. St.-Nicolaas 1497-1525

beroep

-

overige gegevens

-

JACOBSZ., COEN

geb./ovl.

-

functie(s)

tresorier verm. 22 mrt. 1507 (Van Gelder, Excerpten, Die Haghe 1919/20 78)

beroep

-

overige gegevens

Zie onder Adriaan Jacobsz. Coninck.

JACOBSZ., DIRK

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1508/'09

beroep

-

overige gegevens

-

JACOBSZ., GERRIT

geb./ovl.

-

functie(s)

hoofdman sacr.gasth. 1453; getijdenmr. St.-Jacob 1476; geestmr. 1479; kerkmr. 1486; tresorier verm. 10 aug. 1484-29 juni 1487 (Archief Weeskamer 116 fol. 18)

beroep

-

overige gegevens

Is hij de Gerrit Jacobsz. die tr. Rusgen, dr. van Hendrik van Groesbeeck? (vgl. o.m. Pabon, Hofboeken 160) en zie onder Van Groesbeeck. Is hij de buurman die 27 juni 1494 werd ondervraagt t.b.v. de Enqueste (Fruin, Enqueste 256).

JACOBSZ., JOOST (VAN HOOGENHOUCK)

geb./ovl.

geb. 1513/'14 ('t Hart, Costumen 50) ovl. 1594 (Voet, Goudsmeden, 68)

functie(s)

schepen 1551/'52, 1556/'57, 1557/'58, 1558/'59, 1559/'60, 1560/'61, 1565/'66 (verm. 30 nov.-18 dec. 1565, zie Jacob Wsz. van Dorp); burgemeester 1561/'62, 1562/'63, 1563/'64, 1564/'65, 1565/'66; vroedschap 1567/'68, kerkmr. 1561/'62, 1562/'63, 1563/'64, 1565/'66; geestmr. 1543-'45 ('46-'47 ontbr.), rentmr. daarvan 1548-'50; weesmr. 1553-'56; gasth.mr. St.-Nicolaas 1556-'72; homan St.-Joris 11 mrt. 1543 (Archief Heilige Geest 65 fol. 1)

beroep

goudsmid en lakenkoper (1: Archief Heilige Geest 544, Archief Nicolaasgasthuis 20 fol. 94; 2: bij hem, burgemeester, 1564 aankoop van Maastrichts grauw (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 123))

overige gegevens

Verm. in belending 19 nov. 1563 aan St.-Jacobskerkhof (Archief Nicolaasgasthuis 243); verm. van zijn huis en erf aan het Noordeinde 1557 (Archief Heilige Geest 2 fol 153 en vo). Zoon van Jacob Jansz. en Elisabeth van Halmele, tr. Anna Gijsbrechtsdr. van Raephorst (Voet, Goudsmeden 68).

JACOBSZ., JORIS

geb./ovl.

ovl. 1536/'37 (Archief Confrérie Sint Joris 41 fol. 3)

functie(s)

geestmr. 1516, '34 en '35; hoofdman sacr.gasth. 1516; weesmr. 1534-'37

beroep

lakenkoper (2 mei 1511, Archief Weeskamer 117 fol. 46vo)

overige gegevens

Verklaarde 30 jan. 1531 4 pd. rente schuldig te zijn aan Jacob Coppier en diens erfg. wegens koop van 3 morgen land te Haagambacht (1560 ald. mr. Albrecht Jansz. advocaat) (Archief Heilige Geest 952). Baarte, zijn weduwe, met Thieus Pietersz. als voogd verkocht 22 juni 1522 een huis en erf in de Veenstraat, belast met 7 Rijns gld. en 2 stuivers rente (Archief Sacramentsgasthuis 144).

JACOBSZ., LEENDERT (VAN SCHILPEROORT)

geb./ovl.

geb. Schev., ovl. voor 23 apr. 1575 (Nijgh, Van Schilperoort, 138)

functie(s)

schepen 1557/'58 (Schev.), geestmr. Schev. 1551, vroedschap, schepen, burgemeester te Rotterdam (Nijgh, Van Schilperoort, 138)

beroep

? viskoper

overige gegevens

Zie onder Adriaan Jacobsz. Coninck. Woonde eerst te Schev., kocht 12 juni 1559 een huis te Rotterdam (Nijgh 138). 4 aug. 1557 benoemd tot een van zijn ex.-test. door Walraven Jansz. te Scheveningen (Heilige Geest Schev 1 fol. 22); deze was behuwdoom van Martina en Magdalena Martijnsdrs. (28 sept. 1548, Archief Weeskamer 122 fol. 43). [Walraven Jansz. weduwe verm. met huis aan de Keizerstraat 19 juli 1558, (Veldhuijzen, Repertorium Rekenkamer 1169); Walraven Jansz. is 1540 kerkmr. van Schev. en tr. Schev. 1e Jannetje Mattheusdr., ovl. voor 1556 (tr. eerder Jacob Adriaansz.) (Nijgh 139)]. 27 jan. 1540 bewees Jannetje de voorkinderen van Jacob Adriaansz. - op Scheveningen - bij wijlen Maritgen Gijsbrechtsdr. geb. te Zandvoort, hun vaderlijk erfdeel; betrof Adriaan Jacobsz., 12 j. en Aagte Jacobsdr. ca. 15 j. hun moederlijk erfdeel (3 1/2 morgen land te Tetrode, 2 hond daarbij, 12 car. gld. 10 stuivers rente op land onder Haastrecht bij Gouda en de som van 100 car. gld. (die zij voor Lichtmis 1541 moet uitbetalen); in presentie van de ooms van vaders zijde heer Jan Adriaansz., pr. en Huych Gijsbrechtsz. en die van moeders zijde Jacob Simonsz. en Dirk Jacobsz. (Archief Weeskamer 120 fol. 90); tezelfdertijd gaf zij Huuch Gijsbrechtsz. voornoemd een brief betreffende transport van 2 pd. groot 10 stuivers op het land onder Gouda (Archief Weeskamer 120 fol. 90 en vo). Deze brief betrof het volgende: Gijsbrecht Willemsz., man en voogd van Aagte Jacobsdr. erkent ontvangen te hebben uit handen van heer Jan Adriaansz. en Jacob Pietersz. de verm.e rentebrief van 12 car. gld. 10 stuivers (Archief Weeskamer 120 fol. 90vo). 5 mrt. 1548 overeenkomst tussen Gijsbrecht Willemsz. voor zijn echtgenote en Adriaan Jacobsz. enerzijds en Leendert Jacobsz. voor zijn echtgenote anderzijds, waarbij de eersten verklaarden voldaan te zijn van hetgeen hen aankwam van hun moeder alsmede een pd. losrente hen aangekomen van hun tante Goeltgen Adriaansdr., zoals hen door hun grootmoeder Trijntgen Adriaan Gerritsz. [zie Adriaan Jacobsz. Coninck] was besproken; voor het totaal zal Leendert 25 car. gld. van 40 groten betalen; kwijting door Gijsbrecht Willemsz. voor zijn dochter Marytgen Gijsbrechtsdr., oud 2 jr., en Adriaan Jacobsz. d.d. 6 aug. 1550 (Archief Weeskamer 121 fol. 90vo). Jannetgen bewees de kinderen van haar en Jacob Adriaansz. dezelfde dag hun vaderlijk erfdeel; het betrof Matheus, 7 j., Maarten, 5 jr., Cornelis, ca. 3 jr. (Archief Weeskamer 120 fol. 91 e.v.). 4 jan. 1548 traden als ooms van vaders zijde voor deze drie kinderen op: Jacob Pietersz. (als man van Maritgen Adriaansdr.) en Gerrit Adriaansz. (Archief Weeskamer 121 fol. 94). 27 juli 1554 Agniesgen Claasdr., weduwe van Adriaan Jacobsz., verm. met kinderen Jacob en Trijntgen (Archief Weeskamer 123 fol. 111). Leendert bewees zijn drie weeskinderen bij Jannetgen Matheusdr. 26 juni 1556 hun moederlijk erfdeel, in aanwezigheid van hun halfbroers van moeders zijde Matheus en Cornelis Jacobsz. (totaal 1587 pd. 15 sch. 1 penn. van 40 groten t stuk) (Archief Weeskamer 123 fol. 181 en vo). Leendert Jacobsz. tr. 2e ca. 1556 Dieuwertje Adriaansdr., ovl. Rotterdam 16 apr. 1611 (Nijgh 139). Uit 1e huwelijk: Berber Lennartsdr. van S., geb. Schev. 1542, 26 juni 1556 14 j. (Archief Weeskamer 123 fol. 181); Erkenraad van S., geb. Schev. 1546, 26 juni 1556 10 jr. (Archief Weeskamer 123 fol. 181), ovl. Rotterdam 5 mei 1580, begr. ald. Gr.K., (Nijgh 140), tr. Simon Pietersz. van Couwael de Jonge, begr. Rotterdam 18 jan. 1620, brouwer, geestmr., gasthuismr., leproosmr. en kerkmr. te Rotterdam; Maritgen Lennartsdr. van S., geb. Schev. 1549, 26 juni 1556 7 jr. (Archief Weeskamer 123 fol. 181), ovl. Rotterdam 4 sep. 1595, begr. Gr.K. ald., (Nijgh 141), tr. voor 22 dec. 1575 Fop Pietersz. (Archief Weeskamer 123 fol. 181vo-182) van der Meyden, geb. 1549, vroedschap, schepen en burgemeester te Rotterdam, ovl. Rotterdam 3 sept. 1616 (Nijgh 142). Leendert Jacobsz. behoorde met Huge Gijsenz. en Jacob Simonsz. tot de naaste magen van de kinderen van wijlen Jan Willemsz. Bruyn bij Crijtgen Florisdr. (die tr. 2e Adriaan Willemsz.) (1541) (Archief Weeskamer 121 fol. 130-131).

JACOBSZ., SIMON

geb./ovl.

-

functie(s)

geestmr. 1438

beroep

-

overige gegevens

-

JACOBSZ., WILLEM

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1508/'09, 1509/'10; vroedschap 1517/'18; weesmr. 1519, 1521

beroep

-

overige gegevens

Was waarschijnlijk dezelfde als de Willem Jacobsz., Haags buurman, die van het gerecht een erfelijke rente kocht van 2 pd. (24 juni 1505, Archief Heilige Geest 868).

JACOBSZ., WISSE

geb./ovl.

ovl. jan. 1534 (Archief Confrérie Sint Joris 38 fol. 3)

functie(s)

weesmr. 1518; gasth.mr. St.-Nicolaas 1502-'30; 1512 verm. als klerk van de rentmr. van Noord-Holland (Pabon, Hofboeken 278)

beroep

-

overige gegevens

-

JACOBSZ., WITTE

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1514/'15

beroep

-

overige gegevens

-

JANNE JAN

geb./ovl.

voor 27 dec. 1561 (´t Hart, Costumen 99-100)

functie(s)

1561 voormalig schout van Scheveningen (´t Hart, Costumen 99-100)

beroep

-

overige gegevens

-

JANSZ., CLAAS BAKKER

geb./ovl.

-

functie(s)

hoofdman van sacr.gasth. 1464

beroep

bakker

overige gegevens

Is hij de Claas Jansz. wielmaker, verm. als lid van St.-Jozef en St.-Ewoutgilde 16 nov. 1483 ? (Gilden 85).

JANSZ., CORNELIS (IN DEN OS)

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1516/'17; vroedschap 1517/'18; geestmr. 1516, sacr.gasthmr. 1516, huiszittenmr. 1552

beroep

-

overige gegevens

Zijn huis was `in den Os' (Archief Heilige Geest 42 o.m.). Verkocht 29 nov. 1547 rente van 2 pd. Holl. op zijn huis en erf in de Geest, aan de achterzijde belend door het Agnietenzusterhuis (Archief Heilige Geest 2 fol. 411vo).

JANSZ., DIRK

geb./ovl.

-

functie(s)

geestmr. 1479, 1483, 1485

beroep

-

overige gegevens

Mogelijk identiek met Dirk Jansz. backer die met Engebrecht van Camp en Adriaan van Reygersberghe in 1469 inner was van de lopende bede en van de gift van de blijde inkomste; hij was 28 jan. 1472 ca. 33 jaar (Algemeen Rijksarchief Brussel, Grote Raad van Mechelen, Beroepen uit Holland nr. 1).

JANSZ., FLORIS

geb./ovl.

-

functie(s)

gasth.mr. St.-Nicolaas 1437, '41, '42

beroep

-

overige gegevens

Mogelijk identiek met Floris Jansz. Cuper, geh.m. Elsby (Archief Heilige Geest 64 los briefje bij fol. 66), waarvoor memorie in St.-Jacob door de Heilige Geest werd verzorgd (Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 16).

JANSZ., GERRIT

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1467/'68

beroep

-

overige gegevens

-

JANSZ., GOVAARD

geb./ovl.

-

functie(s)

huiszittenmr. 1476

beroep

-

overige gegevens

Misschien verwant van Jan Croock, die een zoon, Govaard Jansz. had.

JANSZ., HENDRIK

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1453/'54 (Nationaal Archief, Archief Hof van Holland 20 fol. 107vo, vgl. De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage III 99 nt. a), kerkmr. 1460, 1465, 9 aug. 1474 (Archief Nicolaasgasthuis 156) en midden mrt. 1476 (Archief Memoriemeesters 2 fol. 48vo); deken van sacr. gilde 1443

beroep

? goudsmid

overige gegevens

Hij is mogelijk dezelfde als de goudsmid van die naam, wonend aan de Nieuwstraat 1458-'81, waar vervolgens zijn weduwe Haze woonde (Pabon, Hofboeken ). Misschien de Hendrik Jansz. die 13 mrt. 1450 voorkomt als neef van Willem Engelbrechtsz. en toen zegelde met een geruit schuinkruis, met 4 lelies (Gemeentearchief Leiden, Archieven van de Kloostersosters 29). Is hij de Hendrik Jansz., geh.m. Haasgen, wier memorie de Heilige Geest in St. Jacob verzorgde in ruil voor 12 pd. rente (lagen buiten begr.) (Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 3).

JANSZ., IJSBRAND (IN ST.-JORIS) (STERK)

geb./ovl.

-

functie(s)

hoofdman sacr.gasth. 1537/'38 en '39/'40, '42/'43

beroep

-

overige gegevens

Misschien waren familie: Jan Stark, schepen (zie ald.) en mr. Jan (Johannes) Starck (Sterck), pr., 1512 verm. als vicaris van een kapelanie op St. Jacobsaltaar in St. Jacobskerk, ovl. 23 juli 1540 (Pabon, Hofboeken 294; Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 11vo). Pieter IJsbrandsz. Starck is deurwaarder 1562 (Pabon, Hofboeken 420, vgl. Archief Confrérie Sint Joris 78 tussen fol. 6 en 7). Een familie Starck (met naam IJsbrand) verm. te Geervliet; Putten (Ons Voorgeslacht 1976 p. 86).

JANSZ., JACOB

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1446/'47, 1453/'54 (Nationaal Archief, Archief Hof van Holland 20 fol. 107vo, vgl. De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage III 99 nt. a), 1457-'58 (Nationaal Archief, Archief Hof van Holland 20 fol. 116)

beroep

-

overige gegevens

Is hij dezelfde als Jacob Jansz. tinnegieter, hoofdman van Sacramentsgasthuis 1453?

JANSZ., JACOB (TINNEGIETER)

geb./ovl.

-

functie(s)

sacr.gasthuismr. 1453

beroep

tinnegieter

overige gegevens

identiek met Jacob Jansz.?

JANSZ., JAN

geb./ovl.

-

functie(s)

hoofdman sacr.gasth. 1464

beroep

bakker

overige gegevens

-

JANSZ., JAN, IN ST. JORIS

geb./ovl.

-

functie(s)

leproosmr. 1558/'59

beroep

-

overige gegevens

-

JANSZ., JORIS

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1467/'68

beroep

-

overige gegevens

Stond borg toen Philips van Wassenaar 26 sept. 1469 het baljuwsambt van Den Haag pachtte (De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage III 32).

JANSZ., OUDE GERRIT

geb./ovl.

-

functie(s)

hoofdman sacr.gasth. 1539/'40

beroep

-

overige gegevens

-

JANSZ., PIETER

geb./ovl.

-

functie(s)

kerkmr. 1465

beroep

-

overige gegevens

Mogelijk de Pieter Jansz., gehuwd met Machteld Jansdr. (zie Hoek, Tegenover de leprozen 149-150 en Van Kan, `Deym', Ned. Leeuw 1999, Vb) en de voor 1468 ovl. drapenier (Hoek, Leprozen 142) (met kinderen Haze, Joost, Cornelis, Pieter, en broer van Jan Jansz. upte Spoye, Hoek, Leprozen 142-143).

JANSZ., ROBBRECHT

geb./ovl.

-

functie(s)

geestmr. 1438

beroep

-

overige gegevens

-

JANSZ., WILLEM

geb./ovl.

geb. ca. 1464 (Fruin, Informacie 339-340) ovl. 1526 (Archief Nicolaasgasthuis 19 fol. 237)

functie(s)

schepen 1511/'12, 1512/'13, 1513/'14, 1519/'20, 1523/'24, 1524/'25; vroedschap 1516/'17, 1517/'18, 1525/'26; gasth.mr. St.-Nicolaas 1502-'14 (in '14 vervangen door een ander)

beroep

-

overige gegevens

Ook wel geheten Willem Jansz. In den Raem (Fruin Informacie 399).
Werd 1513/'14 lid St.-Joris (Archief Confrérie Sint Joris 22 fol. 6).

JOEDE, CLAAS JANSZ. DE

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1569/'70 (alleen bij De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage, III p. 119)

beroep

-

overige gegevens

-

JONGE JACOBSZ., JACOB DE

geb./ovl.

geb. 1523, ovl. 1605 (De Man, Heermale, 92-93)

functie(s)

kerkmr. 1550, 1555/'56, 1556/'57; deken sacr.gilde 1546/'47; buitenvader Burgerweeshuis 1566-1572 (Hardenberg, Burgerweeshuis 81, 83, 283); meester van de rekeningen (rekenkamer) in Holland, verm. 13 dec 1546, in dienst der Staten (Staten 1786), ook als zodanig verm. 27 sep. 1548, toen hij werd benoemd tot secretaris extraordinaris in het Hof (beëedigd 19 okt. d.a.v.) (2e Mem JvDam fol. 10; Memorialen Rosa LXIII); uitgeweken met het Hof naar Utrecht juli 1572 (Memorialen Rosa LXIII)

beroep

-

overige gegevens

Zoon van (mr.) Jacob de Jonge, eerste rekenmr. van de rekenkamer, ovl. 7 jan. 1554, 58 jr., was ca. 44 jr. in dienst van de rekenkamer (J.P. de Man, 'Sprokkels uit de registers van de Rekenkamer van Holland', Jaarboek Centraal Bureau voor Genealogie 1 (1947) 111). Hij was heer van Valkenvoort en raad en rentmr. van de heren van Wassenaar, zn. van mr. Jacob en Clemeynse Pynss; tr. Ermgard (Emerentia), zuster van Hendrik van Heermale, geb. ca. 1524, ovl. Den Haag 1595 (De Man, Heermale, 92-93; zie ook Hendrik van Heeremal). Een kind van hen werd 20 juni 1557 begr. in St.-Jacobskerk (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 56). Hij werd 9 jan. 1556, na ovl. van zijn vader Jacob, die gehuwd was met Clementia Jacobsdr., beleend met het huis te Valkenvoorde in Doeveren aan de Maas met 7 morgen land, Heusdens leen (Kort, Rept. Heusden, Ons Voorgeslacht 1997 345). In St. Jacobskerk werd de memorie gedaan voor mr. Cornelis de Jonge (zijn grootvader, zie hierna), rekenmr. van Holl., en Machteld van der Merwen, daarvoor overdracht van som gelds door een Jacob de Jonge d.d. 22 mrt. 1517 (Memorie St. Archief Memoriemeesters 12vo; vgl. Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 4: 'op haer graft', de tekens leverde Bronchorst in de Nobelstraat). 20 apr. 1501 deed Mr. Cornelis de Jonge hulde voor het hooggerecht Baardwijk t.b.v. vrouw Machteld, dr. van Nicolaas, bast. van de Merwede (zal zijn bij echtg. Margaretha, dr. van Willem Bogaard); 7 febr. 1505 overdracht door haar op zoon Mr. Reiner de Jonge; 17 mrt. 1515 belening van diens broer mr. Jacob bij Reiners dood; 29 febr. 1552 belening van mr. Jacob de Jonge en 18 febr. 1555 diens zoon na zijn vaders dood, mr. Cornelis de Jonge, raad en rekenmr. te Den Haag, evenals zijn vader; 27 apr. 1579 bij zijn dood zijn zoon mr. Cornelis de Jonge (Kort, Repertorium Heusden, Ons Voorgeslacht 1997 345).

JONGE, CORNELIS DE

geb./ovl.

-

functie(s)

deken sacr.gilde 1570/'71, '71/'72 en '72/'73; hoogheemraad van Rijnland 1545-1573 (Postma, Delfland 414)

beroep

-

overige gegevens

-

JONGENEEL, CORNELIS CORNELISZ. ALIAS

geb./ovl.

geb. ca. 1518 ('t Hart, Costumen 89)

functie(s)

schepen 1558/'59, 1559/'60, 1560/'61, 1561/'62, 1562/'63, 1567/'68 (Schev.); vroedschap 1564/'65; kerkmr. Schev. 1556, '66, '67

beroep

viskoper; huurde 1557 1 visbank van St.-Jacobskerk (...); ving 15 nov. 1566 een bijzondere vis bij Scheveningen (Hooft Ned.Hist. 119-120, gemeld door De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage I 59)

overige gegevens

Jongeneel van Scheveningen compareerde 21 juli 1553 in de weeskamer als voogd van Appolonia Joppendr., 10 j., zijn nicht, kleindr. van oude Neel en Baarte Matheusdr.; verklaarde dat in 1546 zijn moeder Baarte overleed, nalatend als erfgenamen hem en de dochter van wijlen haar zoon Job, Apolonia; liet zich door zijn vader, mede voor Apolonia, omstreeks mei 1547 uitkopen, in het bijzijn van heer Adriaan Gerritsz., vicaris te Scheveningen; hij bekende Apolonia voor haar deel schuldig te zijn 445 pd. 17 sch. 1 penn. van 40 groten t pond (gedeeltelijk in renten); bij de verklaring die hij aflegde waren aanwezig genoemde heer Adriaan, Cornelis Cornelisz. boterkoper en Cornelis Simonsz., magen van vaders zijde (Archief Weeskamer 123 fol. 49 en vo). 21 juli 1553 overlegde hij de inventaris van de goederen nagelaten door Oudeneel en diens tweede echtgenote Fytgen Pietersdr.; de totale boedel had een waarde van 2383 pd. 8 sch. van 40 groten, daaronder waren huizen, schepen en netten (Archief Weeskamer 123 fol 49vo-50vo); Jongeneel trad 6 juli 1553 op als voogd van zijn vaders en stiefmoeders vier weeskinderen; hun moeder bewees hen (vergezeld van haar vader Pieter Adriaansz.) hun erfdeel, tevens werd verklaard dat zij naar alle tevredenheid de boedel hadden gedeeld (de helft was voor de weduwe, de andere helft in vijven te delen) (Archief Weeskamer 123 fol. 62-63); verzekering op haar huis c.a. in de heer van Wassenaers straat; akte ondertekend door Cornelis Cornelisz. alias Jongeneel (Archief Weeskamer 123 fol. 63). Tenslotte bleef na het sterven der vier wezen alleen Jongeneel over (1 dec. 1557) (Archief Weeskamer 123 fol. 63-64) Hij verzocht met Cornelis Simonsz. als maag, en hijzelf als voogd, 19 juli 1553 om registratie van een akkoord inzake het vaderlijk erfdeel (uitkoop) van Apolonia tussen hen en anderzijds Alijd Jan de Coninxdr., moeder van het weeskind, weduwe van Job, met haar tweede man Fop Adriaansz., en Adriaan Jansz. Boen, aangetrouwd oom van moeders zijde (Archief Weeskamer 123 fol. 67). Jan Jacobsz. Jongeneel, schepen van Rotterdam, was begin zestiende eeuw collator van een vicarie gesticht 7 mei 1434 in St.-Jacobskerk in DH door hr. Pieter Jansz. van Ouwen en Pieter Willemsz. uyten Broec (Ontvangers der Geestelijke Kantoren 589, 's-Gravenhage). Engelbrecht, Vroedschap Rotterdam nr. 67: Cornelis Cornelisz. Jongeneel de Oude, 1603-'31 vroedschap, 1594 geestmr., 1599 en later schepen, gedeputeerde ter dagvaart 1608 en later, enz.; geb. Scheveningen 1543, ovl. Rotterdam 15 febr. 1632; zeilmaker, later koopman in haring, enz.; tr. 18 nov. 1582 Catharina Dirksdr., ovl. mrt. 1631; zoon van Cornelis Willemsz. alias Jongeneel, ovl. 1544. Cornelis Aartsz. alias Ouweneel, stuurman, wonende te Scheveningen 4 juni 1543 verm.; tr. 1e Aagte Aarndsdr. (Archief Weeskamer 119 fol. 47).

JORISZ., DIRK

geb./ovl.

-

functie(s)

vroedschap 1555/'56

beroep

-

overige gegevens

Mogelijk verwant van Jacob Jorisz.

JORISZ., ENGELBRECHT

geb./ovl.

geb. ca. 1510 ('t Hart, Costumen 57); ovl. beluid 13 en 15 mrt. 1559 (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 34)

functie(s)

schepen 1552/'53, 1555/'56, 1556/'57, 1557/'58, 1558/'59; huiszittenmr. 1556/'57; klerk van Chrispijn van Boschuysen, rentmr. van het Archief van het Hofkapittel , werd 4 mei 1537 door het kapittel op verzoek van Chrispijn voor 10 jaar aangesteld tot rentmeester in diens plaats; opnieuw benoemd, nu voor 20 jaar, 31 mei 1549 (Nationaal Archief, Archief van het Hofkapittel inv.nr. 63)

beroep

-

overige gegevens

Woonde aan de Vijverberg (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 34); verm. van zijn huis op de hoek van de Vijverberg 2 dec. 1544 (Veldhuijzen, Repertorium Rekenkamer 2469); zijn echtgenote verkocht 1 mei 1560 het pand Lange Vijverberg 13 aan haar schoonzn. Willem Moons (Fölting, Vroedschap 11). Tr. Agniese Pietersdr. (sic!), verm. als zijn weduwe 13 febr. 1565 (Haags Gemeentearchief, Bibliotheek Vf. 14 nr. 79). Zijn dochter verm. 28 juli 1552 in een belending aan de (Lange) Vijverberg (Archief Leprooshuis 166 fol. 19); zij, dr. bij Agnieta Cornelisdr., tr. Willem Moons, geb. Den Haag 26 nov., ged. ald. Gr.K. 27 nov. 1525, ovl. na 26 mei 1574, burgemeester 1572/'73 en 1574, rentmr. van het kapittel van de Hofkapel (Fölting, Vroedschap 11). Wsl. is hij degene die met de weduwe van Frank van der Houve 16 okt. 1552 op trad (fam. banden?) (Nationaal Archief, Archief Staten van Holland 1801). Neef genoemd door Agniese Pietersdr., echtgenote van Chrispijn van Boschuysen, bij haar test. van 17 mei 1548 vermaakte zij hem o.m. een som van 400 car. gld., diens dr. Lijsbeth (A's petekind) ontving o.m. 200 car. gld.; Engelbrecht ontving bovendien de helft van het oude huis op de Vijverberg, zijn dr. Lijsbeth ontving bij test. d.d. 25 juli 1551 de helft van de helft van het nieuwe huis aan de Vijverberg Lid van St.-Joris (Archief Confrérie Sint Joris 39 fol. 2vo). Chrispijn van B. maakte 27 okt. 1536 o.m. zijn petekind Engelbrecht Jorisz. tot ex.-test. (Haags Gemeentearchief, Bibliotheek Vf 14 nr. 30), in diens plaats trad na zijn dood Simon van der Does; Engelbrecht was ook onder de ex.-test. van Agniese cf. test. d.d. 18 nov. 1544 (Ibidem nr. 32). Werd door de mede-ex.test. van Chrispijn en Agniese van B. 31 aug. 1551 tot administrateur benoemt (Ibidem nr. 40). Agniete Cornelisdr. bezat 1561 het zgn. Hof van Culenborch, Lange Vijverberg 12 (Jaarboek Die Haghe 1938).

JORISZ., EWOUT

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1569/'70; vroedschap 1568/'69

beroep

-

overige gegevens

-

JORISZ., JACOB (IN DEN ENGEL)

geb./ovl.

ovl. 14 sept. 1559, begr. die dag (Archief Sacramentsgasthuis A 20 rek. 1559 fol. 1, Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 62, Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 14: memorie in St.-Jacob, zijn zr. Jutgen leverde de tekens)

functie(s)

hoofdman sacr.gasth. 1551/'52?, 56/'57 tot zijn dood; rentmr. Sacramentsgasthuis 1551-'59, tot zijn dood; geestmr. 1554/'59

beroep

bakker in den Engel (verm. 19 apr. 1542, Hyp nr. 272)

overige gegevens

Hij kocht 12 jan. 1559 een rente van 3 car. gld. op een huis en erf naast Sacramentsgildehuis in het Noordeinde (Archief Sacramentsgasthuis 200); 28 juni 1560 verkocht Jutgen Jorisdr., wed. van mr. Frans van Geersbergen met Jan Wolff als voogd, als erfgename van haar broer Jacob deze rente (Archief Sacramentsgasthuis 200). Verkocht de memorieheren van St. Jacob 1 pd. Holl. rente uit een huis in het Padmoes (13 apr. 1554, Kloosters Delfland reg. 170a p. 433); de rente was afkomstig van Jan Jansz. die deze 12 nov. 1498 verkreeg (Kloosters Delfland reg. 149a p. 428). Jacob Jorisz. droeg de memorieheren een rente over ter voldoening van een door zijn ouders gestichte memorie in St.-Jacob (13 apr. 1554, Kloosters Delfland p. 141 reg. 84; het betreft een rentebrief van 26 mei 1491 waarbij Jan Jansz. in bezit kwam van een rente van 20 sch. Holl. op een huis en erf in het Noordeinde (Kloosters Delfland p. 129 reg. 26). Hij testeerde 11 sept. 1559, vermaakte o.m. de memorieheren van St. Jacob, waar hij begraven wilde worden, een rente van 3 R. gld., voor twee eeuwige memoriediensten op zijn sterfdag en op die van zijn zr. Suzanna (Kloosters Delfland p. 142 reg. 89). St.-Jacob deed inderdaad de memorie van Susanna en Jacob, voor 4 pd. Holl. op een huis en erf in het Noordeinde (actum 24 juli 1569) (Archief Memoriemeesters 48; Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 13vo meldt de memorie van Sanna); hij ovl. 14 sept. 1569 (Ibidem fol. 48vo). In St.-Jacob memorie van heer Dirk Jansz. in den Engel, ovl. 13 mrt. 1554, begr. St.-Jacob (Ibidem fol. 4vo); memorie van Jutgen Claasdr. in den Engel; begr. St.-Jacob; tekens leverde 1560 Jutgen, dr. van Joris in den Engel (Ibidem fol. 6); memorie van heer Jan Dirksz. in den Engel, 1560 geeft Jutgen in den Engel de tekens (Ibidem fol. 7vo); memorie van Joris Dirksz., bakker in den Engel, dr. Jutgen geeft de tekens (Ibidem fol. 15). St.-Jacob deed memorie van Joris Dirksz. in den Engel (actum 1 okt. 1521) (Ibidem). Een Jasper Jorisz. trouwt voor 4 aug. 1514 Lijsbeth Jacobsdr. (Archief Weeskamer 117 fol. 84). 15 jan. 1521 bewijst Marritgen Jacobsdr., weduwe van Joris Dirksz., haar kinderen vaderlijk erfdeel ieder de som van 25 pd. groten Vl., betreft Neeltgen, 22 j., Jutgen, 21 j., Jacob, ca. 19 j., , Ydetgen, 11 jr., Annetgen, 4 jr.; verzekerd op haar woonhuis genoemd 'de Engel', in aanwezigheid van heer Dirk Jorisz., broer en voogd van de twee weeskinderen; oudste drie treden voor zichzelf op ; maag: Gerrit Kerstensz. 'in Sinter Maertijn' (Archief Weeskamer 119 fol. 26 en vo). 1568/'69 heer Dirk Jorisz. geproclameerd tot vicarie van Maagd Maria en Alle Heiligen in St.-Jacob, 1569/70 installatie, 1574/'75 ovl. en proclamatie van Everard Jorisz. (Grijpink, Register op de parochiën V 143). Archief Weeskamer 120 fol. 194 testament van 1537 van Joris Jacobsz. en Jacobmina Jansdr.; broer van Joris is heer Bruun; met uitgebreide inventaris. Cornelis Simonsz. tinnegieter (zie onder Cornelis Simonsz.) tr. Neeltgen Jorisdr.; hij bewees 8 okt. 1547 zijn kinderen bij haar (Simon, 14 j. en Zanna, 12 j.) samen 1000 car. gld. van 40 groten; verzekerd op zijn woonhuis in de Papestraat-zuidzijde en bovendien op 1/6 van 2 woningen afkomstig van Neeltgens moeder Marytgen Jacobsdr. gelegen resp. te Wassenaar in de Ashoop of Waalsdorp en in het Bezuidenhout onder Haagambacht; present: Jacob Jorisz., oom, mr. Frans van Geersbergen, man van Jutgen Jorisdr. [zijn dr. tr. Adriaan Ruysch, Archief Weeskamer 120 fol. 18 en vo)], Gerrit Bartoutsz., deurwaarder van het Hof v Holl (man van Yde Jorisdr.) en Sanna Jorisdr. tante der kinderen (Archief Weeskamer 122 fol. 24 en vo). 11 dec. 1551 bewijst Gerrit Berthoutsz., w. in het Moriaenhooft, in het Noordeinde, zijn 5 kinderen bij Yda Jorisdr. moederlijk erfdeel; Barthout, ca. 11 j., Joris, ca. 9 j., Jan, ca. 7 j., Willem, ca. 5 j. en Neeltgen, ca. 2 j.; betreft 1/2 van 1/6 van 1 woning te Waalsdorp en 1 te Haagambacht (woning Bronchorst), zoals hem en vrouw aanbestorven van Marytgen Jacobsdr. in den Engel, schoonmoeder; 1/2 van 25 pd. van 40 groten op het goed van de prins van Gavere, graaf van Egmond; 1/2 van 3 brieven totaal 65 pd. p.j.op Jan Pynss. goed, 1/2 van een rente van 6 pd.; 1/2 van de inschulden tot bedrag van 173 pd., 1/2 van 46 pd. gereed geld in de boedel; aanwezig laken ter waarde van ca. 800 pd. (1/2); 1/2 van het voorhuis 't Moriaenhooft met huisraad e.d. (400 pd.), 1/2 van een huis en erf aan het Kerkhof (200 pd.), verder kleinodiën, lijfgoed enz. van moeder en haar moeder; aftrek: 1/2 van schuld te Antwerpen van 336 pd.; hier nog buiten gebleven part van een schip en van een buis; aanwezig: Jacob Jorisz. en Sanna Jorisdr., Mr. Frans van Geersberge (tr. Jutgen) en Jutgen zelf (Archief Weeskamer 122 fol. 153-154vo). Gerrit Bartoutsz. was een zoon van Baert Gerritsz., burgemeester van Alkmaar en Fye Jacob Heermansdr. (Leidse geslacht); beiden overleden te Alkmaar 11 mei 1532 aan een 'heete brande coorse gelijck peste' en werden ald. begraven (in St.-Andrieskapel); a ndere kinderen van dit echtpaar waren: Jacob Heerman, kastelein van Purmerend, Joost Bartoutsz. te Amsterdam, Louf Bartoutsz. te Haarlem en Yef Bartoutsdr. die tr. Vincent Robbrechtsz. alias Annoque, rentmr. te Geervliet (Hoge Raad van Adel, Fam.archief Van Slingelandt nr. 114) Jacob Jorisz. (voor zichzelf en namens kinderen van Gerrit Bartoutsz., deurwaarder, Susanna Jorisdr., Jutte Jorisdr., wed. van Frans van Geersbergen treden 18 febr. 1559 op in proces en verklaren dat Marytgen in de Engel de woning de Aschhoep bezat bezu iden het bos met meer dan 60 morgen land; zij had 6 kinderen (Eigendomsbewijzen van particulieren 9, nr. 1) 25 apr. 1560 vermelding van Louff Barthoutsz., impostmeester te Haarlem oom en bestorven voogd van vaders zijde van voornoemde kinderen wijlen Gerrit Bartoutsz. en Mr. Boudewijn van Vrelandt, advocaat voor het Hof van Holland , als man van Marytgen Fransdr., dr. van Jutte Jorisdr., benoemen een administrator voor goederen van de weeskinderen (Archief Weeskamer 122 fol. 155). Susanna Joris Inden Engel begr. 5 sept. 155 (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 62). Overdracht d.d. 8 juli 1569 van een rente door Jutgen Jorisdr., wed. Van Geersbergen, met Sebastiaan van Geersbergen, haar zoon en Jan Wolff, rentmr. van Neeltgen Gerritsdr. en Gerrit Jansz., haar broers weeskind, allen erfgenamen van Jacob Jorisz. in den Engel (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 803). Jutgen Jorisdr., wed. van Frans van Gheersberge, in leven procureur voor het Hof van Holland, verkoopt 4 juli 1565 rente met mr. Boudewijn Jacobsz. van Vrelandt, advocaat; o.m. gevestigd op haar deel van een woning c.a. met 9 morgen land, haar aangekomen van wijlen haar broer heer Dirk Jorisz., pr., haar broer Jacob Jorisz. en zr. Susanna Jorisdr. (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 953).

Top Of Page

 

Auteur

Fred van Kan

Publicatie

Haagse Elite tot 1572

Home

Haags Gemeentearchief