Fred van Kan

Haagse Elite

tot 1572

MALSEN - MYE

MALSEN, OTTO VAN

geb./ovl.

geb. 1493/'94 ('t Hart, Costumen 50); ovl. 8 sept. 1558 (Memorialen Rosa LXIII) begr. 11 sept. 1558 (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 59)

functie(s)

weesmr. 1545-'58; secretaris ordinaris van het Hof van Holland 26 febr. 1549-tot zijn dood; onbezoldigd secretaris 1526-1529, 1532 en 1535 (Memorialen Rosa LXIII).

beroep

-

overige gegevens

De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage III 216=Archief Hof v. Holl. 32 fol. 94vo: Maakte bezwaar tegen een aanstelling tot schepen; daarom uitspraak Hof v. Holl. dat dit geen afbreuk zou doen aan zijn vrijheden als secretaris en suppoost van het Hof (19 febr. 1545). Tr. Margaretha, dr. van Jan Splinter Claasz.; zij ovl. voor 19 sept. 1550, dan belening van haar dr. Josina van Malsen met de helft van de ambachtsheerlijkheid De Naters c.a., Voorns leen, met hulde door vader; 9 sept. 1554 was zij echtg. van Godefroi van Haestrecht; deze droeg 28 mrt. 1565 als heer van Drunen voor haar over (Kort, Rept. op de lenen van de hofstede Voorne, Ons Voorgeslacht 1978 267). Te Herwijnen in de veertiende eeuw Otto van Malsen, met Hendrik, ridder, als vader (Ons Voorgeslacht 1988 p. 20). Behoorde ongetwijfeld tot de Brabantse van Malsens, waaruit heren van Tilburg (Van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek en Ons Voorgeslacht, diverse plaatsen). Vgl. over het geslacht Van Malsen: J. Anspach, De voormalige heerschappij Malsen en het geslacht van Malsen (Leerdam, 1894).

MARCELISZ., PHILIPS

geb./ovl.

ovl. 18 okt. 1531 (vgl. bestuurslijst weesmeesters)

functie(s)

weesmr. 1528-'31; gasth.mr. St.-Nicolaas 1518-'30

beroep

wijntapper (1513 ontvangst van schuttapgelden van hem, Archief Confrérie Sint Joris 22 fol. 2); in 1517 in 'De Oude Wyngaert' (Archief Confrérie Sint Joris 23 fol. 1vo)

overige gegevens

-

MARTIJNSZ., DIRK

geb./ovl.

-

functie(s)

huiszittenmr. 1552

beroep

-

overige gegevens

-

MARTIJNSZ., JACOB

geb./ovl.

ca. 1420 geb. (was 28 jan. 1472 omtrent 51 jaar oud, Rijksarchief Brussel Grote Raad Mechelen, Beroepen uit Holland nr. 1); ovl. voor okt. 1482 (Pabon, Hofboeken 63)

functie(s)

schepen wsl. ook 1462/'63 (Pabon, Hofboeken 72), 1465/'66, 1468/'69, 1471/'72, 1475/'76, geestmr. verm. 28 jan. 1472

beroep

-

overige gegevens

Bezat veel geest- en weiland met boomgaard en woning 'in de geesten, bij de Beek' (Pabon, Hofboeken 62). Tr. Alijd (Ibidem 63); zij ovl. voor mei 1486, hadden vijf kinderen (Ibidem 61); was 25 juli 1464 een der arbiters in geschil tussen gilden van St. Sebastiaan en van St. Chrispijn en St. Chrispiaan (Oud Archief 5491).

MAURIK (MOURIK), STEVEN VAN

geb./ovl.

-

functie(s)

baljuw van Haagambacht 1386-'87, 1388-'90 en 1395-'96 (Scheffer, Beveelboeken, Beveelboeken I 21= Nationaal Archief, Archief Graven van Holland 892 fol. 31; Nationaal Archief, Archief Graven van Holland 2002-2003, 2005-2006 en 2009-2010); tollenaar ter Goude, beveling 3 aug. 1399 met Gerrit van Ghiezen (Scheffer, Beveelboeken I 54= 892 fol. 78vo), verlenging 15 sept. 1399 (Ibidem 55= 892 fol. 81)

beroep

-

overige gegevens

Steven wordt genoemd onder de ridders en knapen van de Betuwe, Tieler/ en Bommelerwaard, 6 jan. 1377 (Is. An. Nijhoff, Gedenkwaardigheden uit de geschiedenis van Gelderland door onuitgegeven oorkonden opgehelderd en bevestigd (Arnhem, 1839) III p. 28). 15 mrt. 1402 verm. van Hendrik, dochter van Steven van Maurik, ovl. voor 11 sept. 1403, haar moeder Maria van Lisse, wed. van Steven van Maurik dan nog in leven, zij behoorde ongetwijfeld tot fam. Dever van Lisse (Ons Voorgeslacht 1993 p. 199). Aan jvr. Marie van Maurik en Gerrit van Giessen werden 10 aug. 1403 de tollen ter Goude bevolen (Scheffer, Beveelboeken, Beveelboeken I 73= Nationaal Archief, Archief Graven van Holland 892 fol. 131); 21 nov. 1404 commissie voor jvr. Mary Stevens wed. van Maurik en hr. Jan van Cralingen (Ibidem 81= Nationaal Archief, Archief Graven van Holland 892 fol. 143vo).

MEECKERK, DIRK VAN

geb./ovl.

-

functie(s)

rentmr. St.-Nicolaas 1572-'79

beroep

-

overige gegevens

-

MESSING, CORNELIS COENRAADSZ.

geb./ovl.

geb. ca. 1516 ('t Hart, Costumen 87)

functie(s)

schepen 1567/'68, 1568/'69, 1569/'70; vroedschap 1559/'60, 1563/'64; leproosmr. 1560, '63 en '68; hoofdman sacr.gast 1552/'53, '67/'68-69/'70 (na 9 juni niet meer verm.)

beroep

goudsmid, verm. 29 sept. 1561 (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 573)

overige gegevens

Kocht 29 febr. 1564 de 'Cleyne woninghe' te Wassenaar tegen een rente van 36 car. gl. p.j. van Willem van Zoutelande; verkocht deze 9 mrt. 1569 aan zijn broer François Messing, voor een koopsom van 1535 gld. 6 st. 7. penn., die Cornelis zijn broer schuldig was vanwege de weeskinderen van wijlen Anneke Messing, hun zr.; 2 juni 1569 verkoop door Cornelis namens François, wonend te Antwerpen (Archief Archief Oostduin enz. 61). Hij droeg 4 nov. 1564 een rente over op zijn huis en erf, 't Berckenrijs in de Hoogstraat (belend n. de wed. van Jan Clementsz. en Cornelis M. zelf) t.b.v. de vijf nagelaten kinderen van Anneken Messing Coenraadsdr., waar vader van is Nicolaas Bucquet Blasiusz. (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 915) (zie artikel betr. geslacht Boucquet in Ned. Leeuw, ook voor de Antwerpse afkomst van de Messings).

MICHIELSZ., IJSBRAND

geb./ovl.

voor 27 dec. 1561 (´t Hart, Costumen 99-100)

functie(s)

1561 voormalig schout van Scheveningen (´t Hart, Costumen 99-100)

beroep

-

overige gegevens

-

MICHIELSZ., LOUF

geb./ovl.

-

functie(s)

vroedschap 1567/'68, 1568/'69

beroep

-

overige gegevens

Zie Van Kan, `Nageslacht Arend Pietersz.', Ned. Leeuw 2003 kol. 94.

MICHIELSZ., LOURIS

geb./ovl.

-

functie(s)

schout van Scheveningen (kohier 1561 nr. 587 en ´t Hart, Costumen p.99)

beroep

-

overige gegevens

-

MIEROP, CORNELIS VAN

geb./ovl.

-

functie(s)

baljuw van Haagambacht 1573 (De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage II 45)

beroep

-

overige gegevens

-

MILDE, ADRIAAN CLAASZ. DE

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1510/'11, 1511/'12, 1520/'21, 1521/'22, 1522/'23, 1523/'24, 1527/'28; vroedschap 1525/'26; sacr.gasthmr. ca. 1521, tresorier verm. 10 okt. 1510-1512 (Archief Leprooshuis 166 fol. 4 en vo en Fruin Informacie 341); tresorier van Den Haag met Jan Cammaicker en (sinds 29 juni 1520) Adriaan Jacobsz. Coninck (Oud Archief 724), afgezet op of kort na 21 jan. 1524, formeel door Karel V ontslagen 1 aug. 1524 (Oud Archief 6209= De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage III 362; De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage III 373-374=Nationaal Archief, Archief Hof van Holland, memoriaal Sandelin III fol. 47)

beroep

goudsmid, verm. 29 sept. 1561 (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 573); damastkoper, verkocht dit 1527/'28 en 1541/'42 (Archief Confrérie Sint Joris 32 fol. 5vo en 46 fol. 9)

overige gegevens

Ons Voorgeslacht 1985 719: 40 sch. uit de herfstbede van Voorhout (Teilings leen): 9 mrt. 1488 belening van Nikolaas de Milde Jansz.; 12 mrt. 1505 Adriaan de Milde bij dode van Nikolaas, zijn vader; 1 juni 1554 mr. Jacob de Milde, secretaris van Leiden, bij overdracht door Laurens Pietersz., die kocht bij decreet van de Grote Raad te Mechelen, zoals wijlen Adriaan de Milde; 2 apr. 1565: François van Koudenhove voor Katharina, dochter van Gijsbert van Koudenhove, voor Willem de Milde, haar zoon, bij dode van Jacob, diens vader; 15 mei 1621: Gijsbert de Milde te Leiden bij dode van Willem, zijn vader. Adriaan werd 15 okt. 1522 beleend met leen te Maasland 15 okt. 1522; 22 okt. 1550 werd zijn zoon mr. Jacob de Milde beleend nadat de goederen van zijn vader volgens een sententie van de Grote Raad van 16 juli 1541 bij decreet waren verkocht wegens een schuld van 130 lb 15 sc. groot Vlaams die Adriaan had, samen met Jacob Cornelisz. Ballemaker, aan Augustin Turck, koopman te Antwerpen, waartegen geprotesteerd was door meester Jacob de Milde, Jan Franchet namens zijn vrouw, Adriaen Dircsz. namens de weduwe en erfgenamen van Willem de Milde en Jacob Herweyer namens zijn vrouw en namens Jannetge Claes de Mildedochter, voorzover het betrof leengoederen en de nalatenschap van Alitgen, de weduwe van Claes de Milde. De helft schijnt inderdaad bij decreet als allodium te zijn verkocht; 2 apr. 1565 werd hiermee beleend Willem de Milde, onmondig, hulde door Franchois van Couwenhoven als hiertoe gemachtigd voor notaris Pieter Adriaensz. Storm te Leyden en Giisbrecht van der Voort en Claes Jansz. Moeyt, getuigen, d.d. 24 mrt. 1565 door zijn zuster Catherine van Couwenhoven Ghiisbrechtsdochter, weduwe van mr. Jacob de Milde (Ons Voorgeslacht 1970, Grfl. lenen Maasland, 94/95). Leengoed te Maasland (Ibidem 101): 27 okt. 1521 Adriaen de Milde Claesz. na overdracht door mr. Jeronimus van Dorp; 28 juli 1530 Marie Willemsdochter, hulde door Vincent Dammasz., auditeur van de Rekenkamer, na overdracht door haar man Adriaan de Milde Claasz., omdat zij indertijd het leen van wijlen Jan van Dorp had gekocht; 14 apr. 1539 mr. Jacob de Milde bij dode van zijn moeder Marie Willemsdr. Nadat 7 morgen bij decreet zijn verkocht en 4 morgen 4 hond land niet meer te vinden zijn, resteert nog slechts een beperkt leen van 22 hond land; 2 apr. 1565 Willem de Milde, onmondig, hulde door Franchois van Couwenhoven, broer van Catherine van Couwenhoven, Giisbrechtsdochter zijn moeder, bij dode van zijn vader meester Jacob de Milde. 30 sept. 1568 deed Willem de Milde Jacobsz. doet zelf hulde. Hij kocht 24 juni 1505 een erfrente van 1 pd. groot Vl. van het gerecht (Archief Heilige Geest 2 fol. 337vo/339vo) Hij voor zich en gemachtigde van zwager Pieter Cornelisz. van Delft, Willem Claasz. de Milde, Vincent Claasz. de Milde, gebroeders en Jan Franchet als man van Maritgen Claasdr. de Milde droegen 2 mei 1520 voornoemde rente over (Archief Nicolaasgasthuis 95 fol. 13vo) [N.B. Jacob Franchetsz. is eerste deurwaarder van het Hof van Holland , 4 dec. 1561, Archief van het Hofkapittel inv.nr. 212)]. Cornelis Claasz. van Aecken, goudsmid, poorter van Leiden, man en voogd van Maritgen de Milde Adriaansdr., verklaarde 13 mei 1557 overeengekomen te zijn met schout en schepenen van Den Haag dat de twee rentebrieven op het corpus van DH zullen worden afge lost, n.l. de eerste van 1 pond Vl. p.j. t.n.v. Wijnen van Montfoort, tante van zijn vrouw en de ander t.n.v. de grootvader van zijn vrouw, Willem Jacobsz., waarvoor hij de somma van 147 pond 2 sch. ontvangen heeft uit handen vd. tresorier. Tijdens een proces tussen zijn schoonvader Adriaan de Milde en Agustijn Turck, koopman te Antwerpen, zijn de brieven verloren gegaan, daarom overlegging van kopieën van kopieën (Oud Archief 180 fol. 40). Adriaan stond 1529/'30 onder curatele van Jan Plumeon, in opdracht van het Hof van Holland (Archief Confrérie Sint Joris 34 fol. 5vo). Uitvaart van Willem de Milde 1540/'41 (Archief Confrérie Sint Joris 45 fol. 7). Een Maritgen Adriaansdr. de Milde genoemd 27 jan. 1564 onder het oude kapittel van het klooster van St.-Elisabeth (Archief Nicolaasgasthuis 120); was ald. mater, verm. nov.-dec. 1557 en 27 apr. 1560 (Kloosters Delfland p. 43 reg. 133, p. 44, reg. 136). Zij kocht als zr. in Elis. conv. ca. 1550 een rente van 2 pd. Holl. op 2 cameren en erven op de Volderslaan (Archief Leprooshuis 153). Zij kocht 21 apr. 1564 rente van 2 pd. Holl. op huis en erf aan de Volderslaan, droeg deze 9 dec. 1567 over aan haar convent o.m. voor memoriediensten (Archief Leprooshuis 219). Zie ook Ballemaker.

MILDE, CLAAS DE

geb./ovl.

ovl. 1504 (vgl. ontvangst cf. zijn testament, Archief Nicolaasgasthuis 18 fol. 153vo)

functie(s)

weesmr. 1499-1503

beroep

-

overige gegevens

Tr. Petronella van Beaumont, dr. van Goverd van Beaumont en Claas (Nicole) Willemsdr. (Balen, Dordrecht, II 929). Neeltgen, wed. van Claas de Milde, buurman van DH, kocht van het gerecht 24 juni 1504 een rente van 2 pd. groot Vl. (Archief Nicolaasgasthuis 95 fol. 12vo/13); Neelgen ovl. 1519, voor 23 mrt. (Archief Nicolaasgasthuis 19 fol. 71vo) Neelgen Jan van Beaumontsdr., wed. van Claas de Milde bewijst 12 aug. 1506 kinderen vaderlijk erfdeel, betreft Willem (ca. 18 j.), Vinchent (ca. 14 j.), Maritgen (ca. 13 j.), de som van 3000 R. gldf. 40 gr. t stuk, verzekerd op haar woonhuis in de Hoogs traat en in aanwezigheid van de oudste broer der kinderen, Adriaan Claasz. (Archief Weeskamer 117 fol. 108). Machteld Claas de Mildendr. begr. 15 apr. 1560 (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 63). Claas Jansz. de Milde kocht april 1482 een huis (Pabon, Hofboeken 123).

MOELEN, DIRK VAN DER

geb./ovl.

ovl. beluid 5 sept. 1565 (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 51)

functie(s)

buitenvader Burgerweeshuis 1564-'65 (Hardenberg, Burgerweeshuis 67, 283), secretaris van het Hof van Holland (Ibidem 67); weesmr. 1563-'65

beroep

-

overige gegevens

Zoon van Frans Dirksz. van der Molen, burger van Schoonhoven; ovl. voor 10 juli 1566, als leengoed ingevolge zijn dood overgaat op een ander (o.m. Ons Voorgeslacht 1985 p. 594).

MOERBEECK, JOOST VAN

geb./ovl.

na 27 dec. 1561 (´t Hart, Costumen 99-100)

functie(s)

1561 verm. als voormalig schout van Scheveningen (´t Hart, Costumen 99-100)

beroep

-

overige gegevens

-

MOIJALEN PIETERSZ.

geb./ovl.

geb. ca. 1531/'32 ('t Hart, Costumen 97) begr. Jacobskerk 1583 (Fölting, Vroedschap 7)

functie(s)

schout 1566-'70 (Nationaal Archief, Archief van de Rekenkamer, Registers 495 fol. 87 en 160vo, bij afwezigheid (gedagvaard ten Hove) sinds 27 okt. 1569 in zijn plaats Adriaan van der Lindt, zie ald.); gasth.mr. St.- Nicolaasgasthuis 1572

beroep

-

overige gegevens

Voor zijn patroniem Pietersz. zie Klapper Hypotheken 1538-1570 nr 996.
Ws. geboren te Gorinchem (Fölting, Vroedschap 7). Kocht 18 nov. 1564 een huis en erf in de Warmoesstraat, belast met 12 pd. rente (...?); verm. aan de Warmoesmarkt met huis 15 okt. 1568 (Veldhuijzen, Repertorium Rekenkamer 0561). Hij kocht 18 apr. 1566 van zijn zuster Lijsbeth Pietersdr., wed. van Adam Servaasz., boogmaker, w in de Voetboge, op de hoek van de Nobelstraat, een rente op dit huis (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 996). Lijsbeth droeg ook 22 apr. 1569 een rente over aan haar broer (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 792). 4 juni 1563 verm. als collecteur van de tol te Dordrecht (Gemeentearchief Dordrecht, Stadsarchief 551 (25)).

MONTFOORT, CORNELIS JANSZ. VAN

geb./ovl.

geb. ca. 1476/'77 ('Van Kan, `Nageslacht Arend Pietersz.', Ned. Leeuw kol. 91)

functie(s)

schepen 1514/'15, 1529/'30, 1530/'31 (alleen bij De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage), 1542/'43, 1543/'44, 1544/'45; vroedschap 1517/'18, 1525/'26; weesmr. 1531-'37; geestmr. 1540, schotvanger 1513 (Archief Nicolaasgasthuis 18 fol. 338)

beroep

-

overige gegevens

Zie Ned. Leeuw 2003 kol. 91-92.

MONTFOORT, JAN VAN

geb./ovl.

-

functie(s)

weesmr. 1492-'93; gasth.mr. van St.-Nicolaas 1492

beroep

-

overige gegevens

Jan van Montfoort kocht 23 mei 1483 een niet nader omschreven stuk land (Hooftshofje 5 (2e omslag)). ? Jonge Jan van Montfoirde verklaart 13 mei 1412 H. Geest schuldig te zijn 36 sch. Holl. rente op zijn h.en e. aan de Heerstraat, Haagambacht (Archief Heilige Geest 2 fol. 251vo) ? Jonge Jan van Montfoorde wielmaecker verklaart rente op een huis en erf schuldig te zijn, aan zuideinde Delfwech (Wagenstraat), 7 sept. 1414 (Archief Heilige Geest 1 fol. 12vo) 9 apr. 1421 in Spuistraat woont Jonge Jan van Montfoirde (Archief Heilige Geest 1 fol. 12vo) ? Jan van Montfoirde 24 jan. 1406 verm. (Hofkapel reg. 118) Wijnen Jacob van Montfoirden wed. gaf 18 dec. 1452 in erfhuur: 1/2 van huis en erf c.a. en 1/2 van 2 morgen land in het Westambacht (alles minus 1/9) (Archief Heilige Geest 810) Andere helft minus 1/9 was in handen van Jacob Coppier (Archief Heilige Geest 811) Zie over een Wijnen van Montfoort ook sub Adriaan Claasz. de Milde. Wijnen van Montfoort tr. Adriaan van Reygersberghe (zie ald.) Jan van Montfoirden erfgenamen: 4 dec. 1459 verm. in belending te Zuidwijk (Archief Heilige Geest 838) Jan van Montfoirde kocht 11 juni 1482 een tuin en erf, westwaarts van St.-Elis. convent (Kloosters Delfland reg. 62 p. 29) Jan van Montfoirde bewees zijn kinderen Lijsbeth (oud 17), Maryeken (ca. 13) en Cornelis (ca. 9) 31 mrt. 1486 hun moederlijk erfdeel (totaal tezamen 100 ponden Holl. paym., die hij tot 50 s? zal vermeerderen als zij handelen cf. zijn raadgevingen, alsmede de juwelen van moeder afkomstig); zal hen opvoeden (Archief Weeskamer 116 fol. 49); Maria van Montfoort, dr. van Jan van Arckel van Montfoort(??) en van Boetzelaer (??) tr. 1518 Jacob Adriaansz. Stalpert (Hooftshofje 5 (2e omslag), vgl. rentebrief van Jan tussen archivalia Stalpert) Een Lijsbeth Jansdr. van Montfoort tr. 2e Andries Pietersz., brouwer te Delft (verm. 1544-'45) (Die van Delf en Delfland voor de Grote Raad B.H. doss. 445).

MOONS, MR. REINIER PIETERSZ.

geb./ovl.

geb. 1523 (vgl. 't Hart, Costumen 38), ovl. 1573 (Fölting, Vroedschap 51; vgl. hs GAL: sept. 1571 Antwerpen!)

functie(s)

kerkmr. 1557/'58, 1558/'59, 1559/'60; hoofdman van St.-Joris 11 mrt. 1543 (Archief Heilige Geest 65 fol. 1); onbezoldigd raad 1560-1571; 3 jan. 1560-dood 6 sept. 1571 proc.-gen. en advocaat-fiscaal het Hof van Holland (Memorialen Rosa XLVIII, LVI-LVII); advocaat, procureur-generaal bij het Hof van Holland (Hardenberg, Burgerweeshuis 51, 60)

beroep

-

overige gegevens

Droeg 16 nov. 1548 als gemachtigde van de weduwe en erfgenamen van Pieter Moons Willemsz. 7 gemeten land te Capricxhoek over (Haags Gemeentearchief, Bibliotheek Vf 14 nr.23). Droeg 23 febr. 1550 als voren 5 gemeten lands onder Geervliet over (Vf 14 nr. 24); verkocht 18 nov. 1564 met zijn schoonzr. Cornelie van Essche, weduwe van mr. Hendrik van der Haer, een huis en erf in de Warmoesstraat (Fölting, Vroedschap 7). Tr. (3 sept. 1549, vgl. Gemeentearchief Leiden, Oud Rechterlijk Archief Bibl 6181 pf, wsl. naar Batavia Illustrata 1472, 1476 en 1480) Cunera van der Haer Hendriksdr.; hun zoon Hendrik Moons, geb. Den Haag 25, ged. 27 dec. 1551 Gr.K., ovl. ald. 19 juni 1618, was vroedschap (Fölting, Vroedschap 51). Zn. van Pieter Moons, advocaat-fiscaal voor het Hof van Holland en Margriete Reiniersdr. de Jonge (Ibidem 11), broer van Magdalena Moons, geliefde van Valdez (Ibidem). Gemeentearchief Leiden, Oud Rechterlijk Archief Bibl 6181 pf: Pieter Moons, geb. 9 okt. 1488, ovl. Den Haag 31 okt. 1545, tr. 1e 1517 Agatha Deym, tr. 2e 15 febr. 1521 Margaretha de Jonge, ovl. Den Haag 20 juli 1523, tr. 3e Johanna van Sompeke, dr. van Jan, schepen van Antwerpen; uit 1e huwelijk: Anna, geb. 28 mrt. 1519, tr. 8 nov. 1536 Albrecht van der Aa; uit 3e huwelijk: Magdalena Moons, geb. 24 jan. 1541, ovl. Utrecht 24 juni 1613; tr. 1e 16 aug. 1578 Jan de Cues te Antwerpen, tr. 2e Willem de Bie te Rijswijk, tr. 3e 1597 Jhr. Jurriaan van Lennep, te Voorburg, weduwnaar; Pieter Moons zou de zoon zijn van Willem van Moons of Moons, ovl. 23 sept. 1512 te Geervliet, zn. van Willem van M., hr. van Chastre en Henrietta van der Maze, ovl. 3 okt. 1514 te Geervliet]. Pieter Moens Willemsz. was raad en ontvanger-generaal van de bede, ovl. 30 okt. 1545 (J.P. de Man, 'Sprokkels uit de registers van de Rekenkamer van Holland', Centraal Bureau voor Genealogie 1 (1947) 110); hij ontving 9 apr. 1543 commissie als ontvanger-gen. van de beden in Holland (Nationaal Archief, Archief van de Rekenkamer, Registers 494 fol. 55vo). Zijn broer Willem Moons, geb. DH 26 nov., ged. ald. Gr.K. 27 nov. 1525, ovl. na 26 mei 1574, burgemeester DH 1572/'73 en 1574, rentmr. van het kapittel van de Hofkapel, tr. dr. van Engelbrecht Jorisz. (Fölting, Vroedschap 11) Kind van Reinier Moons begr. 1 juli 1558 (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 59). Johanna van Sombeecke, wed. van Pieter Moons Willemsz., in leven ontv.-gen. van de beden in Holland, met Willem Moons, rentmr. van het kapittel in DH, verkoopt 18 jan. 1561 aan burgemeesters van DH twee rentebrieven, van 6 dec. 1450 [Pieter Jansz. verkl aart Willem Reyster 4 pond 10 sch. schuldig te zijn op een stuk land, zuidzijde van DH, waar hij 18 ramen gezet heeft] en 24 mei 1454 [Dirk Evertsz. en IJsbrand Tielmansz. verklaren S.Elisabethszusterhuis 3 pond Holl. rente schuldig te zijn op land aan de zuidzijde van Den Haag, waarop 12 ramen stonden] (Oud Archief 180 fol. 50vo). Gerrit Deym verschijnt 6 juli 1508 met broer Claas, in aanwezigheid van Jonge Fye Airnt Wolbrandsdr. met heer Dirk, haar zoon en mr. Wolbrand en Huge Arntsz. als ooms van Aagte [Deym] Pietersdr.; hij draagt over t.b.v. Aagte een aantal rentebrieven op h uizen en erven in Den Haag (vaderlijk erfdeel) (Archief Weeskamer 117 fol. 111-112); 8 nov. 1508 verscheen voor weesmrs. Fye met dr. Aagte (bij Pieter Deym), met zoon heer Dirk, mr. Wolbrand Airntsz., mr. Anthonis, haar rentmr. enerzijds en Gerrit en Claas Deym met Pou wels die Vriese anderzijds; Gerrit Deym legt rekening en verantwoording af van de goederen van zijn nichtje; wordt akkoord bevonden; zelfde dag legde Claas Deym verantwoording af over gelden die hij onder zich had gehad. Gerrit Deym loste bij de weesmrs. 14 mrt. 1515 schuld af spruitend uit voornoemd beheer (Archief Weeskamer 117 fol. 112 en vo); 13 aug. 1518 verscheen Pieter Willemsz., man van Aagte Pietersdr. en erkende de rentebrieven die Aagte toekwamen, ontvangen te hebben (Archief Weeskamer 117 fol. 113) Op 20 jan. 1522 verscheen Pieter Willemsz. van Geervliet en bewees zijn dr. Anna Pietersdr., 2 jr. oud, gewonnen bij Aagte Pieter Deymendr. haar moederlijk erfdeel (25 p. Holl. groten erfrenten); 22 juni 1537 verklaarde Anna's man Albrecht Jansz. voldaan te zijn (Archief Weeskamer 117 fol. 113vo) Mr. Reinier werd 7 nov. 1558 aangesteld tot een der ex.test. van Agniese, wed. van Chrispijn van Boschuysen (Vf 14 nr. 59); betaalde bij leven zijn doodschuld aan St.-Joris (Archief Confrérie Sint Joris 57 fol. 3, 1561/'62).

MORSSELE (MOERSSELE), GREGORIUS VAN

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1568/'69; vroedschap 1567/'68; geestmr. 1569, '70, '71

beroep

apotheker, verm. 9 febr. 1571 (Archief Heilige Geest 879)

overige gegevens

Geboortig van Brabant; Staten van Holland meenden dat hij daarom niet bevoegd was het ambt van schepen uit te oefenen (resolutie van 20 apr. 1569, waarbij provisie poenaal van het Hof van Holland werd gevraagd, zonder resultaat) (De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage II 118); 1567 hoofdman van het H. Kruisgilde. Tr. Geertruid van de Bilt Jacobsdr. (Transportregister 1572 p. 37); kocht 1560 een tuin en erf in het Achterom (Ibidem 12vo); tevens eigenaar van een ledig erf op de Geest (Hofboek 1561). Woonde o.a. in 1562 in de Hoogstraat in het huis gen. 't Hart (Transportregister 48). Huurde van de gemeente in 1570 voor zes jaar het derde huis in de Halsteeg (Tres.rek. 1570/71 fol. 3vo, Nationaal Archief). Zijn zoon Nicolaas van M. tr. een dochter van mr. Adriaan van Heythoven (Th. Morren, `Eenige Haagsche doctoren, chirurgijns en apothekers in de 16e eeuw', Die Haghe. Bijdragen en mededeelingen 1901, 263-264). Een kind van hem begr. 2 aug. 1561 en 4 aug. 1563 (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 66 en 70). Zijn apotheek stond aan de oostzijde van de Hoogstraat, waar 't Hart uithing, tegenover het Gulden Hoofd (uit: Zo leefden de Hagenaars, 13 juni 1959).

MOUWERIJNSZ., JAN

geb./ovl.

-

functie(s)

hoofdman sacr.gasth. 1478, '84

beroep

-

overige gegevens

-

MUYS, CORNELIS CLAASZ. ALIAS

geb./ovl.

-

functie(s)

leprooshuismr. 1550

beroep

-

overige gegevens

-

MYE (VERMIJ), JACOB VAN DER (WILLEMSZ.)

geb./ovl.

geb. 1519/'20 ('t Hart, Costumen 50) ovl. 21 mei (Buchell kopie p. 101); begr. 23, beluid 22 mei 1561, liet een wed. na (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 41 en 65; betaling van zijn doodschuld: Archief Confrérie Sint Joris 57 fol. 3)

functie(s)

(eerste) burgemeester van Den Haag (vgl. Bibl. Haags Gemeentearchief, Kopie Hs. Van Buchell, Wapens Den Haag p. 101) 1560/'61; schepen 1550/'51 (ws. i.p.v. ander), 1552/'53, 1553/'54, 1554/'55, 1555/'56 (in de plaats van Pieter van Soutelande), 1556/'57, 1557'58, 1558/'59, 1559/'60; vroedschap 1555/'56; kerkmr. 1560/'61; hoofdman sacr.gasth. 1553/'54, '55/'56, '56/'57

beroep

herbergier In den Burch (Archief Confrérie Sint Joris 51 fol. 19, 1549 en '51; vergl. Mem 2 fol. 86vo - 1 juli 1553 -); zijn wed. als waardin verm. 16 mei 1564 (Sv. E. Veldhuijzen, Repertorium Rekenkamernr. 0375)

overige gegevens

Kocht 15 juli 1559 rente van 1 pd. groot Vl. op een huis en erf aan de oostzijde op de hoek van de Vijverberg, bel. n. Hoge Nieuwstraat, o. Voorhout (Archief Leprooshuis 166 fol. 139vo-140) Opening van een graf voor zijn moeder 23 nov. 1563, beluid 30 nov. d.a.v. (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 70-71, 47). Jacobs weduwe Aagte Pietersdr. verklaarde 4 dec. 1563 dat Jacob bij testament van 17 mei 1561 had vastgelegd als medevoogd van de weeskinderen dat Dirk van Alkemade de goederen moest administreren; deze was echter weesmeester en ook om andere redenen zag hij ervan af om als voogd op te treden; de weesmrs. wezen daarop Adriaan Bennink, secr., en mr. Adriaan van der Houff, raad-ord. in het Hof van Holland , aan (Archief Weeskamer 125 fol. 214vo-215) Hof van Holland beveelt Aagte, wed. van Jacob, waardin in de Burch in DH, haar achterstallige schuld wegens huur van het pastoorshuis aan deken en kapittel vh Hof te voldoen, en dagvaardt haar ingeval van oppositie (Archief van het Hofkapittel inv.nr. 69); haar werd door deken en kapittel 27 febr. 1562 vergunt een deur te maken tussen haar huis en het pastoorshuis op het Nederhoff, waarvan zij echter alleen ingeval van brand gebruik zal mogen maken (Archief van het Hofkapittel Ibid.) Nationaal Archief, Archief van de Rekenkamer, Registers 155 fol. 354vo-355vo: toestemming voor Aechgen Pietersdr., wed. van Jacob Willemsz. van der Mijde, bgm., waardin in den Burch, om 'achter des pastoors huysinge staende opt Nederhoff ... op haeren coste in den achtermuyr van denzelven huyse ... eenen dubbelde deure' te plaatsen (16 mei 1564). Agatha Pietersdr., wed. van Jacob van der M. Wsz., geeft volmacht (Nationaal Archief, Archief Hof van Holland 1677 akte van 16-11-1563). Een Willem van der Mije had een natuurlijke dochter (med. van drs. J.F. Jacobs, Rijswijk). Jan van der Myde, glasmaker, was 18 jan. 1542 een der voogden (met Aarnt Jacobsz. en Joris Ottenz.) van de kinderen van wijlen Adriaan Ewoutsz. in de Zwan (getr.m. Barbara Gerritsdr.) (Archief Weeskamer 121 fol. 150) Jan van der Mij, borduurwerker en glaesmaker, meester in St.-Lucasgilde (Archieven van de Gilden 111 fol. 5=A. Bredius, ‘Sint Lucasgilde’, Archief Ned. Kunstgesch. dl. 4,, Mededeelingen uit het Haagsche Gemeentearchief, Archief voor Ned. Kunstgeschiedenis IV p. 11). Archief Weeskamer 125 fol. 216: 5 juli 1562 Adriana van Compostelle testeert ten huize van haar schoondr., wed. van Jacob Vermy; zij was eerst wed. van Willem Jacobsz. Vermy, vervolgens van Cornelis Gerritsz. van Perchijn; zij woonde DH, was ziek; herriep alles, ook hetgeen in de huw.vw. van wijlen haar dr. Machteld was bepaald; maakte tot haar erfg. de kinderen van wijlen haar zoon Jacob Willemsz. Vermij; dezen dienden wel 800 car.gld. van 40 groten het stuk uit te keren aan de twee kinderen van haar dr. Machteld. ?? Nationaal Archief, Archief Hof van Holland 1703 akte van 11-10-1600: Willem van der Mije en zijn zusters Aafgen en Neeltgen van der Mije zijn samen erfgenamen onder beneficie van de inventaris van mr. Jan van der Mije, hun broer; geven volmacht.

MYE, GIJSBRECHT VAN DER

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1468/'69; secretaris van het Hof van Holland 29 juli 1456-30 juni 1463; 12 april 1477-30 mei 1480; onbezoldigd 1449-1454 en 1463, 1469-1477 (Memorialen Rosa LXI) alsmede 11 mrt. 1482 (Oud Archief 2839).

beroep

-

overige gegevens

Een Gijsbrecht van der Mye studeerde, afkomstig van Den Haag te Orléans, verm. ald. vanaf 1502 (H. de Ridder-Symoens, `Studenten uit het bisdom Utrecht aan de rechtenuniversiteit van Orléans 1444-1546. Een overzicht', in: M. Bruggeman e.a., Mensen van de Nieuwe Tijd. Een liber amicorum voor A.Th. van Deursen (Amsterdam, 1996) 70-97, p. 90). 5 apr. 1473 beleend met een huis en hofstad aan de Plaats, leen van Blois, na koop van zijn neef Dirk Potter van der Loo; kocht tevens een tuin in het Noordeinde; 8 mrt. 1478 ontving hij het huis ten eigen (Ons Voorgeslacht 1985 Blois p. 36-37). 23 juni 1468 verkoop bij decreet van het huis dat behoorde aan Dirk Potter van der Loo aan Gijsbrecht (Nationaal Archief, Archief Hof van Holland reg. 11 nr. 13 fol. 12vo) 19 mei 1474 beleend, na ovdr., met 1/2 van 4 hond en van 4 morgen 1 hond land te Monster; 5 febr. 1529 belening van Engebrecht van Sceyden, na de dood van zijn oom mr. Gerrit van der Mye (Ons Voorgeslacht 1982 De Lek p. 188) okt. 1475 een huis en erf, bij verkoop bij decreet van het Hof van Holland verworven (Pabon, Hofboeken 138). Deed 20 mrt. 1481 leenhulde voor zijn neef Gijsbrecht van der Does van der Goude, zoon van Willem van der D. van der G. (Ons Voorgeslacht 1985 p. 383, Arkel in Holl.) en 27 juni 1460 voor Hugo van der Burch, priester (Ons Voorgeslacht 1985 p. 741, Heemskerk); 13 febr. 1485 hetzelfd voor mr. Gerard van der Mye voor mr. Gerard Hermansz., priester (betreft zelfde leen; Heemskerk p. 742). Zegelde 6 apr. 1467 met 3 palen (Ons Voorgeslacht 1987 p. 223, Grfl. lenen Albrandswaard)

MYE, JAN VAN DER

geb./ovl.

ovl. voor 2 apr. 1448 (Ons Voorgeslacht 1988 Rijnl. p. 343)

functie(s)

rentmr. van St.-Nicolaasgasth. tot in 1438 (Archief Archief Nicolaasgasthuis 22 fol. 62); 8 apr. 1438 verm. als rentmeester van Noord-Holland (Ons Voorgeslacht 1986 Rept. lenen Bleiswijk 155); raad 1434-44 (onbezoldigd) (Memorialen Rosa XXXVIII).

beroep

-

overige gegevens

Zijn zoon Jan schaakte Lijsbeth, dochter van Willem de Grebber, zij was op moment van schaking wees (wsl. uit Amsterdam afkomstig) tussen Hagehout en Wassenaar (1447 of 1448, proces voor Hof van Holland, 6 mei 1448 sententie (verwijzing naar andere rechtbank), Schadee, Sententiën van het Hof van Holland 1447/1448 (Haarlem, z.j.) 62-71 (neem tenminste aan dat niet deze Jan betreft). Is hij identiek met de belender te Monster in de Oestmade 31 mei 1437? (NH Archief Ned. Herv. Kerkvoogdij 1) 12 dec. 1424 beleend met huis en hofstede van der Mye te Nieuwkoop met 100 morgen land, zoals zijn vader (die 1390 te Nieuwkoop woonachtig was); 28 nov. 1429 opnieuw beleend, dan dienaar van de leenheer genoemd; wederom 31 jan. 1429 (Ons Voorgeslacht 1988 Rijnl. p. 341) 28 mrt. 1429 beleend met 45 morgen te Nieuwkoop (na overdracht), grfl. leen; opnieuw beleend 7 aug. 1434 en 9 jan. 1447 (Ons Voorgeslacht 1988 Rijnl. p. 343). 8 apr. 1438 beleend met de helft van de visserij in de Rotte onder Hillegersberg als neef van en na overdracht door Pieter van Delf, zoon van wijlen Jacob Leeuwe (bezegeld door diens oom Gerrit van Zijl, heer van Purmerend); droeg 5 dec. 1439 weer over (Ons Voorgeslacht 1986 Rept .lenen Bleiswijk enz. p. 155). Jan van der Mye bezit 1458 7 hond in Benoordenhout, 1461 Tyman van der Mye; na deling; 1461 jvr. Potter vd Loo; 1466 Tyman, doorgehaald en dec. 1466 Aarnd Buys (dwz. wsl. vervreemd) (Pabon, Hofboeken p. 41/42). Idem Jan ald. 1458, 1 morgen, nov. 1465 Mr. Hendrik vd M. bij deling, juni 1468 Cosse van der Beeck (Pabon, Hofboeken p. 42). Idem Jan ald. 1 morgen 33 gaard 1458, nov. 1465 Mr. Hendrik vd M., 1468 Jacob Jansz. te Leiden (Pabon, Hofboeken 43). Zoon van Jan van der Mye te Nieuwkoop (zie hoger); tr. Leeuwe, die hij 28 mrt. 1429 tochtte aan de mindere helft van 45 morgen land te Nieuwkoop (zie hoger). Kinderen: 1. Jonge Jan van der Mye, ovl. voor 25 sept. 1458 (Ons Voorgeslacht 1988 p. 343-4), 2. Mr. Hendrik van der Mye (zie ald.) Elisabeth, dr. van Willem die Grebber, tr. Jan van der Mye; zij ontving 11 apr. 1451 een lijftocht aan een huis en hofstad aan de Plaats, leen van Blois (wsl. in leenbezit van Gerrit Potter van der Loo, haar schoonzn.) (Ons Voorgeslacht 1985 p. 36). Jans vrouw ovl. in of na 1461 (Pabon, Hofboeken p. 48). Timan Jansz. van der Mye .... beleend met 3 1/2 morgen land te Maasland en 5 hond land in het veen bewesten DH (later: aan het einde van het Noordeinde), grf. lenen, na ovdr.; 10 dec. 1480 belening van Jan van der Mye, uitlandig, die reeds een jaar eerder verzocht, na zijn vaders dood (Ons Voorgeslacht 1970 Maasl p. 88 en 1985 DH p. 23); Maasland: 30 aug. 1488 een derde (na ovdr.) (p. 89); DH: 3 nov. 1531 belening van Timan van der Mye na zijn vaders dood; hij ovl. voor 18 sept. 1563 (p. 23). Timan van der Mye Jansz. tr. 1e Syburch Jacobsdr. van der Coulster en 2e Janna Adamsdr. van Cleve; uit 2e huwelijk: Jan van der Mye Timansz., ovl. 1530/'31, voor 8 juli 1531, bgr. Haarlem, Carmelietessenklooster, tr. huw.vw. 27 okt. 1517 Clara, dr. van IJsbrand van Spaernwoude Gerritsz., schepen van Haarlem, en Haze, dr. van Jacob van Poelenburch Gerritsz. en Dirk Reiniersdr. van der Does; zij geb. 13 juni 1495, ovl. zomer 1528, zij test. 9 juni 1528, begr. Haarlem, Carmelietessenklooster (J.F. Jacobs en M. Thierry de Bye Dolleman, Het familiekroniekje van Ysbrand van Spaernwoude Gerytsz. (1432-1509), Jrb Centraal Bureau voor Genealogie 18 (1964) p. 106). Kerstine, dr. van Jan van der Mye, door man Gerard Potter van der Loo 28 okt. 1445 getocht aan een huis en hofstad aan de Plaats, leen van Blois (Ons Voorgeslacht 1985 p. 36). Graswinckel, Kneuterdijk: Jan van der Mye, rentmeester van Noord-Holland, oud-raad in het Hof van Holland, 1458 bewoner van de huizen grenzend aan de huizen van Raad van State (Oldenbarnevelt); tr. Lijsbeth Willemsdr. de Grebber; een huis daarvan 1466 in handen van zoon Timan, andere reeds in 1461 in handen van Timan na overgifte door zijn moeder. Timan was in 1454 lid van St.-Jorisschutterij. Later in beide huizen resp. Anthonis Michielsz. en Lambrecht Gijsbrechtsz. (1) en Gerrit Potter (2).

MYE, MR. HENDRIK VAN DER

geb./ovl.

ovl. voor 10 dec. 1491 (Ons Voorgeslacht 1988 p. 342)

functie(s)

deken van sacr.gilde 1450 (De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage); grfl. raad (bezoldigd) 10 dec. 1454-30 juni 1463 en 27 mei 1468-17 juni 1474; (onbezoldigd) 1465, 1475 en 1480 (Memorialen Rosa XLII); advocaat verm. 18 juni 1465 (De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage III 333)

beroep

-

overige gegevens

Dr. in de beide rechten (Archief Heilige Geest 537 en Ons Voorgeslacht 1987 p. 223). Werd 25 sept. 1458, bij dode van zijn broer Jonghe Jan van der Mije beleend met een huis en erf aan de Plaats (1497: vroeger St.-Joris), Arkels leen; 10 okt. 1459 beleend met ledige hand, na opdracht door hem 13 juni 1460 belening van Jan Duuck Gillisz. (Ons Voorgeslacht 1976 p. 271, Rept. Arkel). Studeerde, afkomstig van Den Haag te Orléans, verm. ald. vanaf 1444 (H. de Ridder-Symoens, `Studenten uit het bisdom Utrecht aan de rechtenuniversiteit van Orléans 1444-1546. Een overzicht', in: M. Bruggeman e.a., Mensen van de Nieuwe Tijd. Een liber amicorum voor A.Th. van Deursen (Amsterdam, 1996) 70-97, p. 90). Mr. Hendrik van der Mye, dr. in beide rechten, zegelt 31 mei 1465 t.b.v. zuster Kerstine, weduwe van der Loo (die als oudste zoon heeft Dirk Potter) (Archief Heilige Geest 537). Verklaarde 10 jan. 1467 St.-Nicolaasgasthuis 40 sch Holl. schuldig te zijn op zijn woonhuis en erf aan de [Lange] Vijverberg, bel. Willem van Zwieten (w), de Nieuwstraat (n), Willem Hendriksz. (o), de Vijverberg (z). Een huis en erf, afkomstig van Gerrit die Proest, kwam in zijn bezit en werd door hem mei 1480 overgedragen op zijn dochter Agniese van Loenresloot, in aanwezigheid van Jan van der Mye Jansz., bastaard (Pabon, Hofboeken p. 128). 25 sept. 1458 beleend met 45 morgen land te Nieuwkoop, bij dode van zijn broer Jonge Jan van der Mye (Ons Voorgeslacht 1988 p. 343). 14 nov. 1469 beleend met huis en hofstede van der Mye met 100 morgen land te Nieuwkoop, grfl. leen, na de dood van zijn neef Jan van der Mye (Ons Voorgeslacht 1988 p. 342, Rijnl.). Zijn dr. Agnes werd 10 dec. 1491 beleend met haar vader leengoed te Nieuwkoop (hulde deed Mr. Willem van Berendrecht); zij ovl. voor 15 juni 1522 (Ons Voorgeslacht 1988 p. 342, 344). Zegelde 6 apr. 1467 met 3 palen, waar overheen een hoofdbalk (Ons Voorgeslacht 1987 223, Grfl. lenen Albrandswaard).

Top Of Page

 

Auteur

Fred van Kan

Publicatie

Haagse Elite tot 1572

Home

Haags Gemeentearchief