Fred van Kan

Haagse Elite

tot 1572

PAEP - PURTIJCK

PAEP, J. DE

geb./ovl.

-

functie(s)

vroedschap 1568/'69 (alleen bij De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage)

beroep

-

overige gegevens

-

PAERT, ADRIAAN GERRITSZ. (IN ST.-JORIS)

geb./ovl.

ovl. 1535/'36 (ontvangst van zijn doodschuld, Archief Confrérie Sint Joris 40 fol. 3)

functie(s)

schepen (voor Scheveningen, t´Hart, Kerk Scheveningen, 17) 1515/'16, 1516/'17, 1519/'20, 1520/'21, 1525/'26, 1526/'27, 1527/'28, 1528/'29, 1529/'30; vroedschap 1517/'18 (Adr. Gerritsz.); weesmr. 1524-'25 (Adr. Gerritsz.)

beroep

-

overige gegevens

Gijsbrecht Jacobsz. en de andere erfgenamen van Adriaan Gerritsz. Paert contra mr. Hendrik Bicker, ex.-test. van Maritgen Jacobsdr., wed. van Adriaan, voor zich en voor de overige erfgenamen van Maritgen; beroep tegen vonnis Hof van Holland dat anders dan het Haagse gerecht verdeling van de nalatenschap beval van Adriaan en Maritgen, volgens de door hen gesloten huw.vw. en niet volgens een door hen gesloten contract, zoals de eisers wilden; beroep ongegrond verklaard 2 mrt. 1538 (De Smidt e.a., Chronologische lijsten van de geëxtendeerde Sententiën III 331). Adriaan Gerritsz. was collator van de door zijn vader gestichte vicarie; stichtte zelf op altaar van S. Theobald in O.K. Scheveningen een vicarie; erfde het collatierecht van een door Hugo Jansz. op het altaar van Maagd Maria, Petrus en Alle Heiligen ald. gevestigde vicarie; ovl. zonder nagesl. (Nijgh, Van Schilperoort, Jaarboek Centraal Bureau voor Genealogie 132). Tr. (wsl. 1e) Marijken Jacobsdr.; zij bezat in leen van hr. van Wass. 2 morgen land bij het huis Raephorst, sinds 28 aug. 1501, na de dood van vader Jacob Willem Dammasz.z., was toen zelf geh.m. Claas Cop Jonghe Jacobsz.; zij ovl. voor 3 febr. 1537, dan belening van hr. Willem Jansz. van Leeuwen, pr., neefzegger van haar (Hoek, Leenkamers Wassenaar, Ons Voorgeslacht 1978 605/6); tevens beleend met een woning met 10 morgen te Zuidwijk (Rijksdorp), na dood van vader Jacob Willemsz., burgemeester van Amsterdam, zelfde overgang naar neefzegger (Ibid. 612). ? Anthonis Aerntsz. 'in 't Paerdeken' Tr. (wsl.) 2e Beatris Brunen, begr. St.-Jacob, daar werd haar memorie gedaan, tekens leverde 1560 Katrijn Brunen (Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 9vo). Jan Pairt ovl. voor of in 1458; zijn zoon droeg 1 morgen land in het Noordveen die Jans erfgenamen toebehoorde apr. 1465 over aan de HG van Scheveningen (Pabon, Hofboeken 60). ca. 1476 fundeerde Gerrit Jansz. Paert [lid St.-Joris 1485/'86 (Archief Confrérie Sint Joris 10 fol. 5], uit Scheveningen vicarie ald. op altaar van Maria, S. Ursula, S. Petrus, S. Hubertus en alle Heiligen; hij ovl. 1486 voor 29 mei ('t Hart, Oude Kerk Scheveningen 16-17); is hij de kerkmr. van Scheveningen van 1437, Gerrit Jansz.?; [Nationaal Archief, Archief Geestelijk Kantoor Delft 593: fundatiebrief uit 1476, betreft renteinkomsten van 6 ponden Holl., gevestigd op landerijen te Wassenaar; bijbehorend 4 rentebrieven resp. d.d. 6 jan. 1462, 9 aug. 1468, 8 mrt. 1472 en 30 nov. 1473]. Ingevolge Gerrits laatste wil 29 mei 1486 verrijking van deze vicarie door weduwe Adriana, dr. van Gerrit Andriesz. [G. Andr. bezat 1 morgen land in het Noordveen; na zijn dood mrt. 1481 aanbestorven aan Gerrit Paert (); Gerrit Andriesz. 1437 geestmr. Schev. wsl. ident.], en hun zn. Adriaan, met rente van 6 pd. op land te Zuidwijk; bediening door Arent Jacobsz. (Hart 17). Fundeerde tevens met vrouw vicarie op altaar van St. Theobald, samen met Bertelmeeus Claasz. en vrouw Elisabeth (Hart 17). 13 febr. 1540 collatrix van beide: Machteld Gerritsdr. Paert, stelde kleinzn. Hubrecht (Duyfhuys) aan ('t Hart, Oude Kerk Scheveningen 17); vicarie was inmiddels verrijkt (5 aug. 1504) met mis aan het altaar van de Maagd Maria, zoals voornoemd altaar kortheidshalve heette door Adriaan G. Paert, dan reeds wonend te DH (Ibidem); de Scheveninger Hugo Jansz. fundeerde een vicarie op altaar van Maagd Maria, Petrus en Alle Heiligen, met land te Wassenaar, Luytgescamp, collatie na zijn dood voor Adriaan (kwam via hem aan Machteld) (Ibidem) [Nationaal Archief, Archief Geestelijk Kantoor van Delft 593: fundatiebrief van St.-Pietersprove: notarisakte van notaris Willem Stael en twee eigendomsbewijzen op perkament d.d. 19 mrt. 1444 en 9 mei 1457, wsl. resp. 14 hond land, Luytgescamp en een rente van 1 pond Holl. p.j., beide te Wassenaar] Mr. Arent Pietersz., kapelaan van Scheveningen, begr. Ok., ovl. 29 juni 1484, vicaris aan altaar Maria, Ursula enz.; in zijn plaats 1484/85 wegens ovl. Arent Jacobsz. benoemd ('t Hart, Costumen 49). Toen zijn huis en erf aan de Spuistraat was verkocht, kreeg Willem Jansz. Schouten (was 1538 verkocht) een deel van de hem toekomende opbrengst (Archief Weeskamer 120 fol. 230); vgl. ook Adriaans verm.ing als oom van moederszijde (moet broer van moeder zijn) van de kinderen Schouten. ? Jacob Ewoutsz. te Scheveningen treedt op als man en voogd van Margriete Gerritsdr., erfgename van Adriaan Gerritsz. en verkoopt 8 hond land te Naaldwijkerbroek (F.J. van Rooyen, Akten betreffende Honselersdijk in het archief van de Nassause Domeinraad, Ons Voorgeslacht 47 (1992) 404. Wijsenbeek, Lange Voorhout 246 p. 268: LV 50 (deel) `Het Witte Paert' bewoond 1445-1485 door o.m. Gerrit Paert.

PAEU, AARND

geb./ovl.

-

functie(s)

vroedschap 1570/'71, 1571/'72

beroep

-

overige gegevens

Zie Van Kan, `Nageslacht Arend Pietersz., Ned. Leeuw 2003, kol. 91.

PAUW, DIRK JANSZ.

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1568/'69, 1569/'70, 1570/'71, 1571/'72; waarnemend baljuw 1571, 1572 (De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage II 43, Fölting, Vroedschap, 35), vroedschap 1567/'68, buitenvader Burgerweeshuis 1569-1573 (Hardenberg, Burgerweeshuis 283), substituut-baljuw vanaf 26 apr. 1571 (zie Guillaume le Grandt)

beroep

-

overige gegevens

verm. als administrateur voor Jonge Jacob van Duvenvoorde, bezitter van een vicarie op O.L.V.-altaar in de kerk van Voorburg verm. 1568 (Die van Delf en Delfland voor de Grote Raad E.A. doss. 779) (vgl. ald.: rek. van Jan Pauw Claasz. en vervolgens van hem over de periode 14 aug. 1547 tot in 1567); verm. als optredend voor Jan van Duvenvoorde, heer van Warmond, 17 jan. 1575 en 5 juni 1581, woonde 1575 te Utrecht ( Rept. Voorburg, Ons Voorgeslacht 1986 354) huis: woonde in de Torenstraat Zn. van Mr. Jan Pauw Claasz. [deurwaarder bij het Hof van Holland verm. febr. 28, 1544, Klapper Hypotheken nr. 418] [Jan P., deurw., werd 7 jan. 1560 begr. in St.-Jacob, 6 en 7 jan. beluid, Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 63 en 38], en Gooltgen Jansdr. (Ned. Leeuw 2003 kol. 91), zijn zr. Maria tr. Mr. Jacob S. vd. W., ovl. na 1607, vroedschap en schepen van DH (Fölting, Vroedschap 34/35); een andere zr. tr. Jan S. vd. W., vroedschap, schepen en burgm., zie ald.; een andere zr. tr. Cornelis Fransz. van Geesdorp (Fölting, Vroedschap 8 en 115).

PENNE, JACOB

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1446/'47

beroep

-

overige gegevens

-

PERSOENRESSONE, PHILIPS

geb./ovl.

-

functie(s)

rentmeester van Noordholland 1349-.. en 1351-'52 (Brokken, Hoekse en Kabeljauwse twisten (Zutphen, 1988) 526 en Nationaal Archief, Archief Graven van Holland 1439)

beroep

-

overige gegevens

-

PHILIPSZ., FLORIS

geb./ovl.

-

functie(s)

gasth.mr. St.-Nicolaas 1437, '40, '41, '42

beroep

? schoenmaker (Archief Sacramentsgasthuis 153: F. Ph. schoenm.)

overige gegevens

-

PHILIPSZ., HUGE

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1446/'47

beroep

-

overige gegevens

-

PHILIPSZ., WILLEM

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1455/'56, hoofdman sacr.gasth. 1453

beroep

-

overige gegevens

'Hogenhouck'. Pieter van der Goes tr. Margaretha Willem Philipsz.dr, verm. 6 juni 1465 (Kort, Rept. Rijnland, Ons Voorgeslacht 1987 p. 714).

PIETERSZ., AARND

geb./ovl.

geb. ca. 1454 (Van Kan, `Nageslacht Arend Pietersz.', Ned. Leeuw 2003 kol. 85)

functie(s)

schepen 1512/'13, 1513/'14, 1515/'16, 1516/'17, 1520/'21, 1521/'22, 1522/'23, 1523/'24, 1524/'25, 1525/'26, 1526/'27, 1527/'28, 1528/'29, 1530/'31, 1531/'32; vroedschap 1517/'18, 1526/'27; weesmr. 1492-'93, 1498, 1518-'20, 1526

beroep

-

overige gegevens

Zie Van Kan, `Nageslacht Arend Pietersz.', Ned. Leeuw 2003 kol. 85.

PIETERSZ., BERTELMEEUS

geb./ovl.

Geb. ca. 1444 (Fruin, Enqueste, 256) of ca. 1439 (was 28 jan. 1472 ca. 32 jaar oud (Grote Raad Mechelen, Beroepen uit Holland nr. 1).

functie(s)

kerkmr. 1486; weesmr. 1485-'88; schepen 1492/'93, 1493/'94 (Fruin, Enqueste, 256)

beroep

drapenier 1468 (Van Gelder, Draperye, Die Haghe 1910 286)

overige gegevens

Volgens van Rooyen maag van de kinderen van Bartholomeus Claesz. (van Segwaart) alias Meeus Claes Meynertsz. (ovl. 1489/95). Lid van St.-Jacobsbroederschap, w. in het Zuideinde (Archief Ned. Herv. Kerkvoogdij 28 fol. 16). Kocht 22 okt. 1479 1 morgen land bezuiden DH (Kloosters Delfland p. 108 reg. 3; 8 okt. 1492 ca. 13 hond land bezuiden DH (Ibidem 109 reg. 5). Zijn vrouw Janna Simonsdr. gaf als weduwe klooster Bethlehem voornoemd land alsmede 5 pd. VL. die zij het geleend had alsmede 13 pd. Holl. (7 sept. 1517) (Ibidem 110 reg. 10, schepenbevestiging 11 okt., reg. 11). Hij stichtte voor zielheil van hem en vrouw Janna, hun ouders en kinderen eeuwig officie van 6 wekelijkse missen in St.-Jacob op St.-Jacobsaltaar, regelt collatie van de twee priesters (6 juli 1497, biss. bevestiging 3 aug. 1497, Archief Ned. Herv. Kerkvoogdij 14). Bij renten in cartularium HG verm.: Deze renten zijn gekomen van Machteld, wed. van Pieter Jansz., moeder van Bertelmeeus Pietersz., t.b.v. haar herdenking (Archief Heilige Geest 2 fo. 179vo); attentie: zie Pieter Jansz. Bertelmeeus en zijn vrouw Johanna Simonsdr. testeerden 20 okt. 1492 in het Zuideinde, hun drs. zijn Cornelia en Barbara. De laatste zal alles erven, m.u.v. een lijfrente van 6 pd. groten Vl. p.j. voor Cornelia of haar kinderen; 18 okt. 1517 een aanvulling op het testament t.b.v. Cornelia en haar dr. Marijken Dammasdr.; Vincent Dammasz. [zie over hem: Joachim Cornelisz.], secr. van de keizer in de rekenk. van Holl., schoonzn., wordt ex.-test. (man van wijlen Barbara), samen met Jacob Coenen - fam.band blijkt lager - (Personalia 1; 1492/'93 en 18 okt. 1517) Was broer van Martijn Pietersz.; diens weduwe Clemeynse (Claasdr.) bewees haar kinderen Cornelis Mdr. (13 j.), Claas (12), Berber (11), Jacob (5) en Grietkin (2) vaderlijk erfdeel 29 nov. 1486, betreft landbezit te Berkel, Rodenrijs, Pijnacker alsmede renten en de helft van het woonhuis aan de Spuistraat en de helft van drie ramen te DH, daarnaast de nodige contanten; voogdijrekening werd van jaar tot jaar gedaan door Bertelmeeus; 5 juni 1501 ontvingen Jacob en Grietgen hun deel, in bijzijn van hun moeder Cl. Claasdr. (Archief Weeskamer 116 fol. 80-81, vgl. 117 fol. 9 en vo); ca. 1501 kwitantie voor ontvangst van erfdeel afkomstig van vader Martijn Pietersz. door Jacob Pietersz., voor zijn vrouw Barber Martijnsdr. (Archief Weeskamer 1889) Op 22 mrt. 1510 bewees Barber Jacob Martijnsz. wed. met haar oom en voogd Huge Arntsz. haar kinderen Ariaen (dr, 4 j.) en Cornelis (z., 20 w.) vaderlijk erfdeel, te weten 1/2 van 15 1/2 hond land, gemeen met Kerstant Pietersz.; aanwezig waren Meynsgen J acob Pietersz. wed., grootmoeder, Jacob Pietersz. en Kerstant Pietersz. [d.i. Cors Pietersz. van der Beeck, zie ald.] als getrouwd hebbend de tanten van de kinderen (Archief Weeskamer 117 fol. 120); 12 sept. 1523 verklaarde Jan Ottenz. te zijn voldaan namens Adriaan, zijn vrouw, in presentie van Kors Pietersz., Huge Arent en de moeder van Adriaan (Archief Weeskamer 117 fol 120vo) 4 okt. 1514 bewees Berber Martijnsdr. haar kinderen Pieter Jacobsz., 21 j., Claartgen Jdr., 13 jr., Claas Jsz., 12 j., Cornelis Jsz., 11 jr. bij wijlen Jacob Pietersz. 25 pd. groten Vl. als vaderlijk erfdeel, verzekerd op huis, kameren en erven over St. -Anthonisbrugge aan de oostzijde van de straat, in bijzijn van oudoom Pieter Jansz. en Kers Pietersz. als man van de tante van de kinderen (Archief Weeskamer 118 fol. 72). Oom van Margriet Bruunsdr. (tr. Claas Deym), verm. als oudoom van haar nagelaten zonen 5 mei 1489 (Archief Weeskamer 116 fol. 105). St.-Jacob deed memorie van een Pieter Martijnsz., Lijsbeth zijn vrouw en heer Dirk Pietersz., kanunnik ten Hove; 18 okt. 1522 verklaarde Dirks broer Martijn Pietersz. 'inden Houttuijn' jaarlijks 4 pd. Holl. te zullen betalen tot hij een rente zou hebben overgedragen; verklaarde later een rente van 4 pd. te zullen vestigen op het huis van zijn broeder heer Dirk achter het Sacr. gasthuis; gebeurde niet; Lijsbeth, Coman Hillebrands wijf betaalde (Archief Memoriemeesters 1 fol. 47vo) [N.B. lid van St.-Jozef en St.-Ewoutgilde 16 nov. 1483: Pieter Maartensz., Gilden 85)] Attentie: tot deze familie behoort Pieter Martijnsz. verm. bij Martijn Pietersz.! Matthijs Benninck trad 15 juli 1559 op als gekoren voogd voor heer Pieter Martijnsz. Houttuyn (Archief Leprooshuis 166 fol. 139vo-140). Jannetgen Simonsdr. had een zr. Margriete die tr. met Coen Jacobsz. en ovl. voor 14 juni 1494 (zie Coninck) (Archief Weeskamer 117 fol. 33). Hij bezat met dochter Barbara een lijfrente op de stad Gouda; ook zijn dochter Cornelia bezat een lijfrente op die stad (verm. 1490) (Haags Gemeentearchief, Bibl. Du5 23).

PIETERSZ., CLAAS (I)

geb./ovl.

-

functie(s)

gasth.mr. St.-Nicolaas 1468, '70

beroep

-

overige gegevens

? lid St.-Jacobsbroederschap verm. 10 aug. 1452 (Archief Ned. Herv. Kerkvoogdij 28 fol. 5vo-6vo).

PIETERSZ., CLAAS (II)

geb./ovl.

geb. ca. 1456 (Fruin, Informacie 339/340)

functie(s)

schout van Scheveningen verm. 12 dec. 1500 (Nationaal Archief, Archief van de Rekenkamer, Registers, zwartbonte register fol. 116, Pabon, Den Haag als ambacht, 147), schepen 1513/'14 en als zodanig schout van Scheveningen (Fruin, Informacie, 339-340, vgl. Archief Weeskamer 118 fol. 62)

beroep

-

overige gegevens

Bewees 28 apr. 1514 Vincente Claasdr., zijn dr. bij Ghijsselt Hugendr., 7 j., haar moederlijk erfdeel van 6 pd. groten Vl. alsmede een rente van 1 pd. Holl. op zijn huis en erf binnen het dorp van Scheveningen (Archief Weeskamer 118 fol. 62).

PIETERSZ., CLAAS (III)

geb./ovl.

geb. ca. 1523 ('t Hart, Costumen 87)

functie(s)

vroedschap 1558/'59, 1559/'60, 1563/'64, 1567/'68; gasth.mr. St.-Nicolaas 1570-'72, tresorier 1 mei 1568- 1 mei 1573 (Oud Archief 983); geestmr. 1560-'67 ('68 ontbr.); huiszittenmr. 1556/'57 en 1558/'59

beroep

goudsmid (23 nov. 1558, Oud Archief 913, 29 sept. 1564, 't Hart, Costumen 87, vgl. ook toenaam, Oud Archief 1015 (2 en 3) )

overige gegevens

Ook wel geheten Claas Pietersz. Dou (Oud Archief 983)
Huis: 'in den Helm', op de hoek van de Lapstraat (23 nov. 1558, Oud Archief 913). Is hij de belender in het Zuideinde van 17 nov. 1548? (Archief Heilige Geest 2 fol. 249/250). 8 jan. 1504 verkochten Nicolaasgasthuismrs. aan Machteld, wed. van Pieter Claasz., een huis en erf in de Gasthuisstraat aan de w.zijde, naast 'De drie haringen'; opschrift boven folio: 'in de Lapstraat' (Archief Nicolaasgasthuis 95 fol. 17vo). Memorie in Jacob voor een Claas Pietersz. en vrouw Hillegond (Archief Memoriemeesters 22); bij Vredenburch stond eerst Machteld, later doorgehaald; 1560 gaf Simon de Tinnegieter in de Papestraat de tekens (Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 6). Een Claas Pietersz. in Archief Weeskamer 117 fol. 27 verm.

PIETERSZ., ENGEL

geb./ovl.

ovl. in of kort voor 1420, begr. St.-Jacobskerk (Archief Heilige Geest 956, Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 5vo)

functie(s)

schout 1389-1420 (ca.); voor het leven, op verzoek van Willem van Oostervant, bij commissie d.d. H.Kruisavond in juni 1389 (Nationaal Archief, Archief Graven van Holland 226 fol. 512=De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage II 59, vgl. Archief Heilige Geest 956; 23 jan. 1405 bevestigd in ambt (Nationaal Archief, Archief Graven van Holland 237 fol. 1vo=De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage II 60); Pabon, Die Haghe van ambacht, 141)

beroep

-

overige gegevens

Tr. ca. 1407 Machteld Dirk Hoochstraatsdr. 237 fol. 68: 31 mei 1407 mag Engel Pietersz., schout, zijn kinderen uit zijn eigen goed zoveel nalaten als hij wil; ook versterf van het ene op het andere kind is toegestaan; Ibidem fol. 206: Engel mag een bastaard laten erven als hij zonder wettige kinderen sterft (16 apr. 1414). Hij schonk de H Geest versch. renten op huizen en erven in Den Haag, totaal 20 pd. 4 sch .p.j. voor het lezen van wekelijkse missen en memoriediensten `om zalicheyt zynre siele'; o.m. ook diensten voor zijn zoon Hendrik, vrouw Machteld en kinderen Pieter en Aagte: dan `zal die priester begeren een pater noster te lezen voor levende ende voor doden ende dan sal die prochypaep lesen op Engels graf voor dese personen een miserere ende een de profundis mit een collect pro defunctorum' (Archief Heilige Geest 2 fol. 70-71vo= inv.nr.956) Belender Andriesavond 1394 aan Hanne Wittestraat (De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage I 74-75) Memorie voor Engel Pietersz. en echtg. Machteld werd gedaan door St.-Jacob, 1560 leverde Maritgen Jan Hugenwed. de tekenen (Archief Memoriemeesters 1 fol. 20, Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 5vo). Machteld, geh.m. Engel Schoute in Den Haag, kocht 7 sept. 1413 3 morgen land te Wateringen van Dirk Woutersz. uyten Broeck; 24 juni 1414 verklaarde Jan van Egmond, heer van Wateringen, dat dit land niet aan zijn hofstede leenroerig was (C. Hoek, Acten betreffende Naaldwijk, Ons Voorgeslacht 1989, 281-282). zn. Pieter Engelsz. ontving 29 jan. 1416 comm. tot schoutambt van 's-Gravenzande, opnieuw 1 febr. 1416 (Scheffer, Beveelboeken II 37= Nationaal Archief, Archief Graven van Holland 893 fol. 57), 19 apr. 1416 beveling t.b.v. een ander (Ibidem). Machteld, Engels weduwe (van Alkemade!), bezat (zonder verlij) 1/3 van 1/8 van ambacht en ambachtsgevolg van Natendaal (Rockanje) (aangekomen van Adriaan van der Hoorne, die 16 mrt. 1420 met het gehele 1/8 was beleend, waarvan later 2/3 in bezit was gek omen van Machteld Dirk Hoogstraatsdr., weduwe Engel ...), na haar was dit in handen van Pieter Engelsz., haar zn., die het leen overdroeg aan Bartholomeeus van Eethen, die 6 mrt. 1438 werd beleend (Kort, Voorne, Ons Voorgeslacht 78 p. 427). Pieter Engelsz. kinderen belenders in Kortenbosch 10 okt. 1423 (Archief Archief Sacramentsgasthuis 173, = Archief Memoriemeesters 2 fol. 64). De kinderen van Pieter Engelsz., Willem, Claas, Pieter, Louwe, Alverairt, Machteld en Ermgard kopen 24 mei 1424 een rente van 14 pd. op 18 1/2 morgen land op 't Woud (Delftse Statenkloosters 160 reg. 135=Ons Voorgeslacht 1984 p. 524). Machteld Engels weduwe belendde 31 juli 1431 aan het Noordeinde (Archief memoriemeesters 2 fol. 27). 31 okt. 1420 rente van 1 pd. Holl. op hofstede in het Zuideinde, t.g.v. Pieter Engelsz. (Archief Leprooshuis nr. 212). 1450 op Pieter Engelsz.' vicarie een verwant, Floris Jacobsz. van Alkemade (De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage I 316). Pieter Engelsz. 1458 en later verm. als collator van een vicarie in St.-Jacob, waaraan ca. 8 hond land aan het westeinde van het Kortenbosch behoorde ((Pabon, Hofboeken p. 63). ?? Engel Pietersz. , geh.m. Beatrijs Dirk Smeetsdr., 17 apr. 1382 beleend met 20 morgen onder Maasland, na ovdr.; 8 mrt. 1401 ontvangen ten eigen (Ons Voorgeslacht 1970 Rept. Maasland p. 119). Archief Heilige Geest 2 fol. 27vo-29vo: 29 sept. 1420: Geestmrs. verklaren dat E.P. 12 pd. Holl. voor 3 missen op altaar van de HG in St.-Jacob schonk, t.b.v. hem en zijn weldoeners; als collatores wezen de mrs. Jacob Schout tot priester aan - verm. als getuige 23 aug. 1421 (Archief Heilige Geest 965) -; eronder: Machteld Schouten deed schenking tot uitbreiding. Laatste possesseur: heer Cornelis Wsz. op 't Spui; 7 juli 1574 wees het Hof heer Floris van Geelhem aan.

PIETERSZ., MARTIJN

geb./ovl.

-

functie(s)

hoofdman sacr.gasth. 1478; getijdenmr. van St.-Jacob 1482

beroep

-

overige gegevens

Misschien dezelfde: Pieter Martijnsz., ovl. 1485 in of voor april, liet zes kinderen na: Martijn, Aarnd, Vincent, Machteld, Katrijn en Dirk (Pabon, Hofboeken p. 135); zie ook Aarnd Pietersz.

PIETERSZ., MICHIEL

geb./ovl.

-

functie(s)

trad 13 mei 1421 op t.b.v. de H. Geest (Archief Heilige Geest 2 fol. 251vo)

beroep

-

overige gegevens

-

PIETERSZ., PAULUS

geb./ovl.

Was 25 juni 1502 ca. 40 jaar (Van Gelder, Draperye, Die Haghe 1910 II.', 217).

functie(s)

kerkmr. 1508; verm. als lid van de 'rijcdom' 9 nov. 1509 (RAZH, Nationaal Archief, Archief van de Rekenkamer, Registers 30 fol. 50)

beroep

drapenier 1502 (Van Gelder, Draperye, Die Haghe 1910 II 217)

overige gegevens

Afkomstig van Schiedam (Van Gelder, Draperye, Die Haghe 1910, II 217).

PIETERSZ., PIETER

geb./ovl.

-

functie(s)

-

-beroep

-

overige gegevens

zie Pieter Pieter Baertsz.

PIETERSZ., WILLEM

geb./ovl.

-

functie(s)

hoofdman sacr.gasth. 1450; substituut-baljuw verm. 28 sept. 1452-26 okt. 1453 (Nationaal Archief, Archief Hof van Holland 4e memoriaal Bossaert fol. 79vo-80, Memb Sentent. E fol. 143vo en Nationaal Archief, Archief Hof van Holland 4 nr. 126 fol. 143vo) en 29 jan. 1465 (De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage II 31)

beroep

-

overige gegevens

25 juli 1464 arbiter in geschil tussen gilden van St. Sebastiaan en St. Chrispijn en St. Chrispiaan (Oud Archief 5491).

PIJL, JAN

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1465/'66, 1467/'68

beroep

-

overige gegevens

-

PIJNSZ., PIETER

geb./ovl.

-

functie(s)

schout 1526-'31 (Archief Confrérie Sint Joris 92 (4), 't Hart, Costumen nr. 67)

beroep

-

overige gegevens

De doodschuld van Jacob Pynss werd 1558/'59 aan St.-Jorisschutterij betaald (Archief Confrérie Sint Joris 55 fol. 3vo). Pieter zal broer zijn van Willem Pijnsz., raad, Frank Pijnsz., mr. Dirk Pijnsz. en Albrecht Pijnsz. (Ons Voorgeslacht 1997 Delfland, Hoek, p. 779).

PLUMEON, MR. JAN.

geb./ovl.

Geb. ca. 1490/'92 ('t Hart, Costumen 38, 20) Ovl. 1550/'51 (Archief Confrérie Sint Joris 50 fol. 3vo)

functie(s)

substituut-klerk verm. 4 nov. 1525, klerk ca. 1527-1550 ('t Hart, Costumen VII en XII, Archief Confrérie Sint Joris 50 fol. 3vo); weesmr. 1538-'46, hoofdman sacr.gasth. 1532/'33, '38/'38, '38/'39, '42/'43, '43/'44, '45/'46, '46/'47, '47/'48, '48/'49, '49/'50, rentmr. 1536-'39; re ntmr. H. Geest 1544-'50 (ontbr.: '46-'47, '49)

beroep

-

overige gegevens

Studeerde te Orléans rechten Studeerde te Orléans rechten vanaf 1509.
Vanaf 1509 (H. de Ridder-Symoens, `Studenten uit het bisdom Utrecht aan de rechtenuniversiteit van Orléans 1444-1546. Een overzicht', in: M. Bruggeman e.a., Mensen van de Nieuwe Tijd. Een liber amicorum voor A.Th. van Deursen (Amsterdam, 1996) 70-97, p. 90). Verklaarde 1 febr. 1549 op 24 juli 1548 met zijn zuster en haar kinderen, als erfgenamen van hun ouders Pieter Plumeon en Alijd Jansdr., de boedel in vieren te hebben verdeeld, voor Jan was de woning met land te Wassenaar en Zuidwijk, voor de kinderen van zijn zuster Geertruid 'de Cleyne woninghe'(Archief Oostduin, Arentsdorp en Waalsdorp 61, over de aankoop door Pieter vgl. eveneens ald.) 29 apr. 1553 verkochten zijn zoon en schoonzoon, namens verdere kinderen en erfgenamen, 5 morgen 1 hond land te Zuidwijk, belast met verschillende renten (Archief Oostduin 40). 3 nov. 1554 verdeling van de nalatenschap van Jan, secr., en Marytgen Philipsdr. van Hoegendans, onder Anthonis, Cornelis en Alijd Plumeon. De derde zoon, Jacob Plumeon verblijft in het buitenland. Adriaan Benninck is man van Alijd, Daniel Jansz. van Alkmaar beheert de goederen van Cornelis Plumeon; het betreft een woning te Wassenaar, gemeen bezeten met Marie Plumeon, Cornelis van Soutelande en de kinderen van Grietgen Plumeon, een huisje aan de Gevangenpoort en 2 rentebrieven; 5 okt. 1557 vindt een herverdeling plaats wegens de terugkeer van Jacob Plumeon; 20 nov. 1559 wordt Anthonis Plumeon benoemd tot deurwaarder extraord. van het Hof van Holland (Personalia 1) Alyd Plumeon, tr voor 6 jan. 1552 (Archief Oostduin 62) Adriaan Matthijsz. Benninck (Ibidem 40), zij ovl. DH 27 febr. 1590, begr. ald. Gr.K. (Fölting, Vroedschap 2) Jan erkende van de kerkmrs. van St.-Jacob de som van 250 pond ontvangen te hebben voor 10 jaren lijfrente, staande ten lijve van zijn zr. Van Hoogelande, Marie Plumeon, hem ten deel gevallen bij de boedelscheiding van zijn ouders op 24 juli 1548 (Archief Ned. Herv. kerkvoogdij 5); uitkering kwam in werkelijkheid niet tot stand, zie Benninck; Pieter Plumeon en echtg. Alijd gaven Jacob 100 R. gld. om daarvoor samengesteld feest van de zoete naam van Jezus te vieren, ook o.m. daar beider memorie verm. (Archief Memoriemeesters 3). Later is sprake van vicarie ter ere van de Soete naam Jesu, door Pieter en Alijd Jansdr. gesticht, en later uitgebreid door zoon Jan, deze was begiftigd met inkomsten uit een woning onder Wassenaar; tot na de reformatie bezeten door Matthijs Benninck (Nationaal Archief, Geestelijk Kantoor Delft 589, 's-Gravenhage) (Vgl. ook de stichting van een altaar gewijd aan de Zoete Naam van Jezus e.a., door de rederijkerskamer ´Van Genuchten´, M. Vandecasteele, ´De Haagse rederijkerskamer `Met Ghenuchten`in 1494`, Jaarboek 1985/1986, XXXV-XXXVI Kon. Soevereine Hoofdkamer van Retorica ´De Fonteine´te Gent, 139/140 en vgl. 135 noot 38). Verm. als een van de stichters van de genoemde rederijkerskamer (Laurensbroederschap) 1494 (Ibidem, 137) Bedienaar van een eeuwig officie op altaar Dulcis Nomini Jesu 1525/'26- hr. Nicolaas Jacobsz., na dood van Gerard Pietersz. Vermeer (Grijpink, Register op de parochiën 138) Pieter P. was door St. van Holland belast met ontvangst en verantwoording van de omslagen voor het beleg van Weesp, 1508 (Nationaal Archief, Archief Staten van Holland 1747); m.i.v. 29 mei 1508 benoemd door de Staten van Holland tot ontvanger en klerk om de rekening te houden van de wapen ing tegen Weesp en Muiden, bleef in augustus nog in funktie (Ibidem). Hield van de hofstad Raephorst de tienden van Walincxdorp in leen (verm. 27 dec. 1509); na zijn dood 5 nov. 1515 belening van Jan Plumeon Pietersz.; op deze volgde wegens diens dood zijn zoon Pieter Plumeon Jansz. (21 mei 1551); hij droeg het leen op t. b.v. Adriaan Benninck; diens zoon Matthijs B. werd 27 apr. 1590 na zijn vaders dood beleend (Repertorium Raephorst, Ons Voorgeslacht 1974 96) Zie over het bezit van 1 hoet haver op huis vd rentmr. te DH: Ons Voorgeslacht 1985 p. 25: belening 22 aug. 1492 van Pieter Plumeon daarmee (Holl. leen) t.b.v. zijn neef Joost Robbe (na de dood van Pieter Robbe), 24 dec. 1499 Pieter zelf bij overdracht door zijn neef Joost Robbe Pietersz.; Mr. Jan Plumeon bij dode van zijn vader 12 okt. 1515 beleend; droeg het leen 23 okt. 1525 over. [Hardenberg, Burgerweeshuis 50: broer van Agniese was Joost Robbe!, vgl. arch. Weeshuis 478 en 35 fol.6-7vo); vgl. ook: Francois Roobe en Agatha van Eynden huw.vw. 7 sep. 1539, HRvAdel Van Beveren deel 51, zie prosop. Dordrecht] Kinderen van Pieter: Jan, Marie, Geertruid (tr. Gillis van Zoutelande) en Margriet (Archief Oostduin enz. 61). Philips Plumeon verklaarde 28 dec. 1546 Adriaan Hugenz. 10 pd. groten Vl. schuldig te zijn voor geleverd goud en zilver en geleend geld (Archief Weeskamer 122 fol. 104). Geertruid Plumeon tr. huw.vw. 24 nov. 1522 Gillis van Soutelande (zie ald.), zij ovl. febr. 1535, dr. van Pieter en Alijd Jansdr. (Dólleman 151) memorie van Pieter Plumeon werd door St.-Jacob gedaan; hij werd ald. begr. (...). Pieter was rentmr. van Noord-Holland 1498/'99 (Archief Confrérie Sint Joris 20 fol. 2vo); rentmeester van het Bosch van Die Haghe 1 apr. 1493-31 mrt. 1495 (RekRek 1984). Gousset: 30 nov. 1498 belening van Pieter met o.a. 18 morgen land te Alphen ('Egmonts land'), zie onder Loosduinen Pieter inde 1488-1490 en 1510 gelden voor het hof van Voorne te 's-Gravenzande (Nicolaas 18 fol. 8, 22, 37, 272). Maria Pietersdr. Plumeon, tr. Balthasar heren Lievensz., die ovl. voor 20 juli 1550 (Ons Voorgeslacht 1984 P. 381); Maria ovl. voor 9 sept. 1570; onder haar erfgenamen was Melchior van Berendrecht (Gemeentearchief Leiden, Archieven van de Kloosters 333). Overdracht 12 sept. 1562 door Anthonis Plumeon op Cornelis P., zijn broer, van een rente op zijn helft van de huizen en erven aan de Gevangenpoort, waarvan helft aan Cornelis toebehoort (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 643) Obligatie gevestigd op het Gulden Huys in de Hoogstraat, destijds op naam van Isabelle de Goes, echtg. van Philips Plumeon; nu, 28 nov. 1563, overdracht door Catharina Bertelmeeusdr., wed. van Cornelis Adriaansz. van Ameijde (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 684b). Jan trad 25 aug. 1537 op als ex.-test. van wijlen Pouwels Dirksz. (Archief Oostduin, Arentsdorp en Waalsdorp nr. 133); trad 28 juni 1536 op als voogd voor Catharina Albrechtsdr. bij verkoop van een huis en erf (Oud Archief 180 fol. 33).

Schoonvader van Jan Plumeon was Philips van Hoegedans, bewaarder van de Voorpoort van den Hove (Van Gelder, Jrb. Die Haghe 1916 40). Philips was lid van St.-Jorisschutterij, reed 14.. in de 'ommeganck van mey' 'te peerde ende als man van wapen' 'ende oick der draeck gesteecken' (Archief Confrérie Sint Joris 21 fol. 10vo); Martijn Hogedans, bewaarder van de Voorpoort van den Hove 30 apr. 1464 (Archief Confrérie Sint Joris 70); Martijn Hogendans, cipier van de Voorpoort, had geschil met St.-Jorisschutterij inzake de schuttap, hij werd 30 apr. 1464 in het ongelijk gesteld (Hof van Holl. 6 fol. 89 nr. 70). Verm. ook als cipier 6 aug.-14 okt. 1476 (Hof van Holl. 1781, vgl. diss. C. Glaudemans).

POEL, JACOB VAN

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1467/'68

beroep

-

overige gegevens

Bezat het Gouden Hooft 1466 (Pabon, Hofboeken p. 229). Jacob van Poel verm. juli 1482 als man van Truijkin van Poel Aarndsdr. (wsl. dr. van Aarnd Allardsz. (Pabon, Hofboeken p. 184); Truijkin was erfgename van de dr. van Gerrit die molenaer (Ibidem 52).

POTTER, DIRK

geb./ovl.

-

functie(s)

klerk van den bloede verm. 31 jan. 1406, baljuw, comm. 29 aug. 1408, in dienst t.e.m. 4 sept. 1416 (Van Riemsdijk, Tresorie 225; voor zijn substituten zie zijn broer Pieter en Hugo heren Gerritsz.)

beroep

-

overige gegevens

Zoon van Gerrit Potter, grfl. klerk, die 21 jan. 1378 werd beleend met 5 1/2 morgen land in het Westambacht, 1402 zijnde 4 morgen aan de Leyweg en 8 hont bij Kranenburger boomgaard, welk leen na zijn dood zou komen aan zijn zoon Wouter; 1390 opnieuw beleend met ledige hand; 29 juli 1400 belening van Dirk Potter bij dode van zijn broer Wouter; ontving e.e.a. 5 mrt. 1402 ten eigen (Kort, 's-Gravenhage, Ons Voorgeslacht 1985 p. 18/9). Gerrit Potter van der Loo (Ons Voorgeslacht 1973 111). Ons Voorgeslacht 1989 86: Broers Philips en Dirk Dirksz. Potter; Het huis Ter Loo (Ons Voorgeslacht 1986 359/360) 27 mrt. 1415 Dirk P. in ruil voor renten te Geervliet en Iersekeroord; opnieuw 20 nov. 1417, 28 dec. 1420, 28 febr. 1425; 13 aug. 1428 Gerrit; 30 mei 1459 Dirk bij vaders dood; 23 nov. 1461 Dirk zal vrouw, Catharina, dr. van Jacob Buser, tochten; 11 apr. 1472 Jan Potter de Jonge bij koop na decreet van zijn broer Dirk; 20 sept. 1481 belast; 14 apr. 1488 mr. Dirk van Rijswijck na overdracht; zie over fam. ook p. 362. Mr. Jacob Potter van der Loo raad zonder wedde 1440-1447 (Memorialen Rosa XL)

POTTER, GERRIT [DE]

geb./ovl.

-

functie(s)

Was reeds juli 1361 in dienst van Albrecht (Riemsdijk 123). Ondertekenaar van grfl. brieven mei 1363 (Riemsdijk 123), aug. 1364-mrt. 1372, mei 1373, febr. 1377, mei 1379, jan. 1380 (Ibidem 156), dec. 1385 (Ibidem 158).

beroep

-

overige gegevens

-

POTTER, PIETER (I)

geb./ovl.

-

functie(s)

geestmr. 1403 (Archief Heilige Geest 2 fol. 22); baljuw, tot wederopzegging van zijn broer, comm. d.d. 25 febr. 1409 (Scheffer, Beveelboeken II 7= Nationaal Archief, Archief Graven van Holland 893 fol. 10vo), opnieuw, comm. 25 aug. 1412 (Ibidem 24= Nationaal Archief, Archief Graven van Holland 893 fol. 34vo, Van Riemsdijk, Tresorie 225); 1418-'19 klerk van de klerk van het register (Van Riemsdijk 243-244, 254); ondergeschikt klerk ter kanselarij onder Jan van Beieren, 1423-1424 met geldelijk beheer belast (Ibidem 287).

beroep

-

overige gegevens

woonhuis: Den Haag, wsl. Hoogstraat (Archief Heilige Geest 2 fol. LXX-LXXIvo). Hendrik van der Goes, secretaris, ovl. voor 16 jan. 1462, tr. Catharina Pieter Pottersdr., die hij 25 okt. 1440 tochtte (Ons Voorgeslacht 1987 Rept. Rijnland p. 714).

POTTER, PIETER (II)

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1446/'47

beroep

wijnkoper (tapper) verm. 1458, kocht in Dordrecht (De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage III 321)

overige gegevens

Pieter Potter: Archief Ned. Herv. Kerkvoogdij 28 fol. 1-2: broeder van St.-Jacobusbroe- derschap 4 nov. 1453; vestigde toen t.b.v. stichting met medebroeders van een officie op altaar van St.-Jacobus in de parochiekerk een rente van 1 pond op zijn huis aan de Plaats; ook als broeder verm. 10 aug. 1452 (Id fol. 5vo-6vo). Zijn huis lag op de hoek van de Plaats en ... (1466) (Pabon, Hofboeken p. 249).

POTTER, PIETER (III)

geb./ovl.

-

functie(s)

-

-beroep

-

overige gegevens

Kort, Rept. Culemborg, Ons Voorgeslacht 1986 p. 137: Pieter Potter van der Loo tr. voor 25 jan. 1499 Adriana van Rijsoord, dr. van Jan Dedel, zij tr. 1e 1487, omstr. 11 mrt. Wolfert Albert Simonsz.z. Zie ook Ons Voorgeslacht 1985 p. 19, 21-23, 36. Hofboek: Zuidveen: 1/2 morgen 1458 Gerrit Potter - nu Jan Potter na deling - 1468 Lijsbeth Frank Jacobsz. 1476 Mr. Wolbrant Aarndsz. (p. 5); 2 morgen 1458 Gerrit Potter - 1465 Hr. Dirk van Remunde - 1467 Oude Jan Potter - 1471 Claas Pietersz. - mei 1481 Jacob en Marigjen, diens kinderen bij aanbesterven (p. 6); 8 morgen 1458 Gerrit Potter (p. 6); 4 1/2 morgen 1458 Gerrit Potter, 1462, okt. Bertout Nagel (p. 6); Gerrit Potter van der Loo verklaarde 28 juli 1475 Dirk Hoogstraat van Lipsen rente van 12 pond Holl. schuldig te zijn verzekerd op zijn woning en land bezuiden het Hout (ca. 40 morgen), tevens verzekerd op zijn akker land in het Nieuwe Veen (Archief Nicolaasgasthuis 94 fol. 84 en vo). Dirk Potter Gerritsz. de bastaard vestigt 20 apr. 1423 36 sch. 6 penn. Holl. op woonhuis en erf in de Hoogstraat (later gen. 'in de Roscam' (Ibidem fol. 15vo); Gerrit Potter kocht 26 okt. 1432 rente van 20 sch. Holl. op huis en erf in Jan Hendrikstr. (Ibidem fol. 43) 18 okt. 1384 sprake van huis en erf vroeger behorend aan Pieter Potters broer (Archief Heilige Geest 2 fol. 189-190) Mr. Jacob Potter heeft kameren, bel. Gerrit en Dirk Potter (Archief Memoriemeesters 2 fol. 29, 19 febr. 1437); Gerrit Potter van Loo ald. 1 febr. 1439; Kerstine wed. van Gerrit en oudste zoon Dirk (Archief van het Hofkapittel 282) Dirk en Gerrit Potter Kloosters Delfland p. 19; p. 57. 27 sept. 1485 bewees Dyftgen Potters met man Frederik van Horen, in aanwezigheid van Jan Potter de Oude en Jan Potter de Jonge, Mr. Hendrik van der Myede [oom van de kinderen] [raad in het Hof van Holland , vgl. Van Gent], Mr. Gerrit van der Myede, Dirk van Rijswijk als voogden, vrienden en magen, haar 8 kinderen bij haar voorman Gerrit Potter hun vaderlijk erfdeel, te weten de som van 600 pd. vrij gelds (Archief Weeskamer 116 fol. 38, vgl. Ons Voorgeslacht 1990 125, 127 Ons Voorgeslacht 1986 359/60) 1 sept. 1501 verklaarden Jan en Dirk Potter voldaan te zijn van vaderlijk erfdeel (Archief Weeskamer 116 fol. 38vo). 24 sept. 1505 verklaarde Catharina Gerrit Pottersdr. hetzelfde, werd voldaan door Jacob Stalpart die gelden schuldig was i.v.m. koop van land Teyndenhout (Ibidem). Memorie van Gerrit Potter, voor rente van 6 pd. op huis aan de Plaats; de tekens hebben Duyf Potter en heer Evert Potter, haar neef (1560) (Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 17). Memorie van Pieter Potter van der Loo geh.m. Hendrik in St.-Jacob door HG en van Dirk Potter van der Loo en echtg. Geertruid (Ibidem fol. 4 en vo). Margriete Pieter Pottersdr., wed. van Jan Jansz., verkoopt 26 juli 1443 haar neef Gerrit P. van der Loo 1 1/2 morgen land in Escamp, bel. o. Gerrit P. zelf, z. haar zn. Jan Jansz., w. Machteld Engebrechts erfg., welke morgen zij in erfscheiding met haar zoon Jan verkregen heeft; op verzoek zegelt haar oom Willem Engebrechtsz.; genoemd land had Jan Jansz. 2 jan. 1439 gekocht; Kerstine, zijn weduwe, verkocht het land 31 mei 1465 samen met haar oudste zoon en voogd Dirk; bezegeld op verzoek door haar broer Mr. Hendrik van der Mije, dr. in de beide rechten (Archief Heilige Geest 2 fol. 460vo-462). Jonge Jan Potter, schout van Naaldwijk 30 dec. 1490 verm. (Kon. Bibliotheek, Registrum capitulum Naeldwicensis fol. 98vo).

PROEST, GERRIT DIE

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1463/'64; 1458 substituut van baljuw Claas de Grebber (Nationaal Archief, Archief Hof van Holland , Memoriaal Bossaert 6, J 3 fol. 88vo)

beroep

-

overige gegevens

Tr. Barbara (Pabon, Hofboeken p. 121); haar zr. heette Margriet (p. 120).

PURTIJCK EVERTSZ., JOHAN

geb./ovl.

-

functie(s)

weesmr. 1566; substituut-griffier Hof van Holland 1545 (Memorialen Rosa LIX); 1546-1582 onbezoldigd secretaris (Ibidem LXIII); m.i.v. 27 okt., legde 2 nov. 1546 de eed af (Nationaal Archief, Archief Hof van Holland, 1e memoriaal J. v. Dam fol. 224vo).

beroep

-

overige gegevens

Een heer Johan Purtick treedt op voor kapittel van St.-Pieter te Utrecht inzake inning van gelden wegens verkoop van bomen onder Enschede (7 maart 1485) (S. Muller Fz., Regesten van het kapittel van St. Pieter. Bijdragen voor een Oorkondenboek van het Sticht Utrecht (Gv 1891), reg. 1487). 11-11-1553 Jan Purtijck, secretaris van het Hof van Hollant, koopt een jaar- rente van 6 karolus gulden, te lossen de penning 16, verzekerd op een huis, erf, schuur, berg, geboomte en 11 hond land, belend ten noorden en oosten: de heer van Gheysteren, ten zuiden: de Breede weg, ten westen: meester Dirck van Hallen, belast met een jaarrente van 4*/2 pond hollands en het recht van de heer. Cornelis Willem Aemsz. te Voorburch stelt zich borg ten overstaan van Louris Willemsz. schout-, Jan Reyersz. en Joachim Reyersz., buren te Stompick, met 3 morgen land in Teylingerbrouck achter het Cortelant in het ambacht Zoeterwoude en Stompick, belend ten oosten: de borg, ten zuiden: de Goy, ten westen: Jacob Pietersz., ten noorden: Cornelis Aertsz. Clickhamer. In dorso: 9-8-1573: Johan Purtijck, secretaris van het Hof van Hollandt, schenkt aan de arme weeskinderen in den Hage de verm.e rente (Ons Voorgeslacht 1988 p. 579).

Top Of Page

 

Auteur

Fred van Kan

Publicatie

Haagse Elite tot 1572

Home

Haags Gemeentearchief