Fred van Kan

Haagse Elite

tot 1572

SANDELIJN - SYBRANTSZ.

SANDELIJN, CORNELIS

geb./ovl.

ovl. 9 nov. 1558, beluid 8-10 nov., begr. St.-Jacob (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 60 en 32)

functie(s)

kerkmr. 1542/'43, 1543/'44 en 1547 (F. Beelaerts van Blokland, Het geslacht Sandelijn, Ned. Leeuw 1903 kol. 273), secretaris van het Hof van Holland 1540-1558 (onbezoldigd, Memorialen Rosa LXIII).; ontvanger van de tol te Gorinchem (Nationaal Archief, Archief van de Rekenkamer, Registers 494 fol. 192 en 286vo.).

beroep

-

overige gegevens

Zoon van Pieter Sandelijn te Dordrecht en Maria Oem (Beelaerts kol. 272-3). bezit: losrente te DH 5 nov. 1538 (Hyp nr. 21), is dan secretaris Nationaal Archief, Archief Hof van Holland . Zie Van Uytwyck. Tr. jvr. Jacomyne van der Meer, verm. als wed. 22 apr. 1559; Cornelis was op dat moment 'in leven pachter te DH vd tol te Dordrecht' (Gemeentearchief Dordrecht, Stadsarchief 551); Jacomyne was een zr. van Willem van Berendrecht, secretaris van het Hof van Holland en ovl. na 16 nov. 1565 (551 (16) en (14)); dochter van Frank van der Meer (Beelaerts, Sandelijn kol. 273). 10 jan. 1559 begr. van kind van Cornelis (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 60). Zuster van Cornelis (Beelaerts, Sandelijn, kol. 273): Luitgard Sandelijn, wed. van mr. Rombout van Steynemolen, ovl. 2 aug. 1557, begr. St.-Jacob (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 25-26, 56, vgl. Van Buchell, Wapens Den Haag p. 99); Rombout was substituut-griffier van het Hof van Holland in 1532 (Memorialen Rosa LIX), secretaris onbezoldigd 1531-1541 (Memorialen Rosa LXIII). Volgens Beelaerts ovl. zij 31-07-1547, zal 1557 moeten zijn (kol. 273). Halfbroer van Pieter, de vader van Cornelis (Beelaerts kol. 272): Mr. Arend Sandelyn, van Dordrecht, heer van Sandelingenambacht, griffier; broer van heer Hieronymus S. ridder (Van Gouthoeven, Chronycke p. 105, Beelaerts kol. 272-3); hij bezit 18 juni 1546 een huis aan de Nobelstraat (Veldhuijzen, Repertorium Rekenkamer 1453); raad 2 apr. 1530-18 sept. 1535; onbezoldigd 1528-1530 (Memorialen Rosa XLVI). Tr. Machteld de Jonge, dochter van Cornelis en Machteld van de Merwede (Beelaerts kol. 272). Een Adrianus Sandelin studeerde, afkomstig van Den Haag te Orléans, verm. ald. vanaf 1536 (H. de Ridder-Symoens, `Studenten uit het bisdom Utrecht aan de rechtenuniversiteit van Orléans 1444-1546. Een overzicht', in: M. Bruggeman e.a., Mensen van de Nieuwe Tijd. Een liber amicorum voor A.Th. van Deursen (Amsterdam, 1996) 70-97, p. 91).

SAY, BENGARD JANSZ.

geb./ovl.

ovl. na 6 dec. 1447 (Mem. Bossaert fol. 3vo)

functie(s)

baljuw van Haagambacht 1436-1437 (R.I.A. Nip, 'Bengaert Say, een 15de eeuws ambtenaar', Holland 15 (1983) 69; Mem Rosa 2 fol. 123vo, 142 en 200)

beroep

-

overige gegevens

Vgl. geslacht Say in omgeving Rotterdam. Zie over hem: Nip, Bengaert Say). Tr. Pieternel van Egmond van Merenstein, dochter van Otto en Machteld (Ibidem 65 en Dek, Egmnond, 83).

SCHOEMAKERS, HUGE

geb./ovl.

-

functie(s)

huiszittenmr. 1476; 1437 een Huge Schoenmakers geestmr. van Scheveningen

beroep

-

overige gegevens

-

SCHOUTEN, WILLEM JANSZ.

geb./ovl.

Ovl. 1524/'25 (Joris ontving slechts gering bedrag 'alzoe hij noyt schutter gedoopt en was dan heeft alleenlick twee mael presentie inden ommeganck gehadt, Archief Confrérie Sint Joris 29 fol. 3)

functie(s)

schepen 1511/'12, 1512/'13, 1513/'14, 1517/'18, 1518/'19; vroedschap 1516/'17, 1517/'18

beroep

-

overige gegevens

Zie voor het geslacht Schouten ook Ned. Leeuw 2003 kol. 92-93. Verwant met Jan Scout IJsbrandsz., schutter in de vijftiende eeuw? (Archief Weeskamer 91 ongefol.). 18 nov. 1547 Pieter en Marie Willem Schoutenz. en dr.; Marie tr. Joachim Corn. van Nyerop (die bewijs van haar kinderen deed); zijn dr. Neelgen tr. Jan Cornelisz. Cammaecker en zij ovl. voor 6 sept. 1508, dan treedt haar vader op als maag van moeders zijde van haar zoon Pieter (Archief Weeskamer 117 fol. 109 en vo). Jacob deed memorie van Mr. Sebastiaan Wsz. Schouten, pr., ovl. 11 mei 1567 (Archief Memoriemeesters 1 fol. 24); memorie van Willem Jansz. Schouten en echtg. Maritgen Gerritsdr. voor 20 sch. p.j. op land te Eikenduinen (Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 8vo); memorie van Willem Schouten kanunnik op het Hof; tekens leverde Sebastiaan (Ibidem fol. 16) Aanstelling van een vicaris op Andreasaltaar in St. Jacob 1567/68 na dood van heer Sebastiaan Schouten (Grijpink, Registers Delflandia V 129; zie voor Sebastiaan ook Jan Vos) Kanunnik ten Hove was Willem Wsz. Schouten, hiervoor gaf mr. Sebastiaan 12 p. gr. Vl. d.d. 24 dec. 1520 (Archief Memoriemeesters 1 fol. 56) Grijpink, Registers Delflandia p. 161 1503/4 aanstelling mr. Sebastiaan Wsz. op vicarie in Elisabethsconvent, vacant na dood van mr. Willem Jansz. Verm. memorie van Mr. Cornelis Wsz. Schouten (Archief Memoriemeesters 1 fol. 69) 1515/'16 aanstelling Mr. Cornelis Schouten tot vicaris op St. Andreasaltaar in St. Jacobskerk, vacant na dood van Heer Floris Toll (Grijpink, Registers Delflandia V 127); 1514/'15 deed Cornelis Schouten afstand van Elfduizendmaagdenvicarie (Ibidem 155) Mr. Cornelis Schouten, kannunnik in de Hofkapel (De Riemer, I 253 254, II 823). 13 juni 1515 bewees Willem Jansz. Schouten zijn kinderen bij ..., te weten Katrijn, 16, Marytgen, 14, Cornelis, 12, z, Jan Willemsz., 11 j., z, Pieter, z, 10, Annetgen, 7, Neeltgen, 6, Ariaantgen, 4 1/2 hun moederlijk erfdeel in bijzijn van Adriaan Gerritsz. - dit moet Paert zijn, vgl. verkoop van diens huis -, oom en Gijsbrecht Jacobsz. met zijn vrouw, tante van de kinderen (Archief Weeskamer 118 fol. 79-81) W.J. Schouten treedt 7 dec. 1520 evenals Adriaan Gerritsz. op als maag bij bewijzing door Zuetgen Jansdr. aan kinderen bij Adriaan Claasz. (Geertgen, 4, dr., en Gerrit, 3, zn.); grootouders der kinderen: Claas Ariaensz. en Machteld Cornelisdr. (Ibidem 119 fol. 18) Lijsbeth Cornelisdr. (van Montfoort) bewees, vergezeld van vader Cornelis Jansz., 2 nov. 1530 haar zoon bij wijlen Jan Willemsz., Willem Jansz., oud ca. 2 1/2 jaar de som van 600 car. gld.; in bijzijn van oom van het kind Pieter Willemsz. en behuwdooms Pieter Oellefsz. en Jonge Jan Hendriksz. Nachtegael Als behuwdooms, Jan Cornelisz. Cammaker uit naam van zijn zoon Pieter Jansz. als maag van vaders zijde van de kinderen, Arent Pietersz. als overgrootvader en Cornelis Jansz. als grootvader van moederszijde (AWK 120 fol. 45 en vo); 6 okt. 1531 bracht Pieter Willemsz. (later Schouten genoemd o.m. 1540, Ibidem 120 fol. 230 en vo) als oom van Willem Jansz. voor de weeskamer hetgeen het weeskind was aanbestorven van zijn tante van vaders wege Neelgen Willemsdr. (32 pd. groten 1 sch 4 penn) (Ibidem fol. 45vo). 18 jan. 1549 verklaarde Willem Jansz. Schouten voldaan te zijn door Michiel Louffsz., man van zijn moeder (Ibidem 120 fol. 45vo). 18 nov. 1547 overlegde Joachim Cornelisz. van Nyerop akkoord gemaakt tussen hem en Pieter Wsz. Schouten voor de kinderen van wijlen Maritgen Willem Schoutendr., mede namens de andere voogden, alsmede de daarop volgende akte van condemnatie van het HvH In akkoord (van 11 juli 1546) vermelding van de andere voogden: Huych Olesz. en Jan Gerritsz., poorters van Dordrecht; hierbij bepaling dat de kinderen ontvangen 1930 car. gld. van 40 groten t stuk, het meubilair zal verdeeld worden; overige is voor Joachim; mag de som uitkeren contant of in renten, i.h.b. gevestigd op land te Charlois, afkomstig van de moeder; daarnaast neemt hij op zich 600 car. gld. te betalen cf. akkoord van uitkoop aan de oudste dochter van Maritgen; 14 juli 1546 condemnatie (bevestiging) door het Hof van Holland (Archief Weeskamer 122 fol. 27 28vo) Het betreft de kinderen Pieterken, dr. waar Pieter Oelenz. vader van was, 16 j. oud, Vincent, 14 j., en Cornelis 9 j. (zijn kinderen); verdere verzekering op 2 morgen land achter St. Elisabethsconvent (Archief Weeskamer 122 fol. 28vo) Conflict omtrent Pieterken, haar onderhoud was niet betaald uit moeders maar uit vaders goed (Ibidem fol. 29vo 30) 4 mei 1552 verkreeg Vincent Joachimsz. met Christoffel van Nyerop Cornelisz., oom, zelf als achttienjarige administratie van zijn goederen volgens akte der weesmrs. (Ibidem fol. 31).

SCILPEROORT, ADRIAAN COENEN (COENRAADSZ.) VAN

geb./ovl.

geb. Scheveningen ca. 1514 ('t Hart, Costumen 113), ovl., wsl. te Leiden, tussen 21 nov. 1582 en 5 aug. 1587 (Van Leeuwen, De Heerlijkheid van Scheveningen, z.pl., z.j., 154, op grond van akte notaris Oudevliet te Leiden en Haags Gemeentearchief, Archief Weeskamer 129 fol. 129).

functie(s)

schepen 1563/'64, 1564/'65, 1565/'66, 1566/'67 (Schev.), afslager van de vis te Scheveningen en strandvonder (Nijgh, Van Schilperoort 123, Centraal Bureau voor Genealogie 1970), geestmr. Schev. 1559, 1562; kerkmr. Scheveningen verm. 30 mei 1564 (Van der Horst, Bijdr. Bisd. Haarlem III (1875) p. 106 -107), 1565, '66, '67, '68

beroep

-

overige gegevens

Tr. 2e Immetje Arendsdr., weduwe 5 aug. 1587 (Van Leeuwen 154); Zij testeerden 12 nov. 1582 te Leiden (Ibid); voor hun zoon trad 5 aug. 1587 Jan Coenen te Scheveningen, zijn oom, op als voogd (Ibid). Woonde te Scheveningen Jongeneelstr.-zuidz. en te Leiden aan de Broertjesgracht (Nijgh, Van Schilperoort 123). Huis en erf op het Spui verm. 30 juni 1544 (Hyp nr. 448). Trad, op dat moment schepen, 12 febr. 1566 op t.b.v. Anna Matheusdr., wed. van Valck Coenen, bij een verkoop door haar van een huis en erf in de Nieuwstraat (Eigendomsbewijzen van Particulieren 110 nr. 3). Auteur van het 'Visbouck', 1577-'79 (Fölting, Vroedschap 299). OUArchief 6313 rek. van A.C. van S. over het wegruimen van zand uit de Thoornstr. en Wassen.str. en reparaties aan de zeedijk (1565-'66). Zwager van hem: Cornelis Ewoutsz. Langeveld (T.J. van Leeuwen, De Heerlijkheid van Scheveningen, z.pl., z.j., 12). ? Jacob Ewoutsz. te Scheveningen treedt op als man en voogd van Margriete Gerritsdr., erfgename van Adriaan Gerritsz. en verkoopt 8 hond land te Naaldwijkerbroek (F.J. van Rooyen, Akten betreffende Honselersdijk in het archief van de Nassause Domeinraad, Ons Voorgeslacht 47 (1992) 404.

SCOENMAICKER, CORNELIS

geb./ovl.

voor 27 dec. 1561 (´t Hart, Costumen 99-100)

functie(s)

1561 voormalig schout van Scheveningen (´t Hart, Costumen 99-100)

beroep

-

overige gegevens

-

SIMON FREDERIK

geb./ovl.

-

functie(s)

baljuw van Haagambacht 1423 (24 mei) verm. (Van Mieris, Groot Charterboek IV 680). Is hij de schout van Scheveningen die 27 juni 1435 werd benoemd tot wederopzegging door de graaf of de Haagse baljuw? (HL Comm. Bourg. 1428/1453 fol. 60), burgemeester van Leiden 1410-'11, baljuw en rentmeester van Woerden sinds 1420 (Van Kan, Sleutels tot de macht, bijlage 8 sub Gerrit Emmenz. c.s., Bos/Rops, 200), tollenaar van Gorinchem 1426/1433 (Bos-Rops, Graven op zoek naar geld, 301 nt. 103), schepen van Leiden 1436/37, 1443/44-1444/45, schout ald. 1445-46 (Van Kan, ´Van Zwieten´, Jrb. Centraal Bureau voor Genealogie 1983 p. 44)

beroep

-

overige gegevens

Alias Simon Frederik van Zwieten Gerritsz. Over hem en zijn familie Van Kan, Sleutels tot de macht, bijlage 8 sub Gerrit Emmenz. c.s. en ´Van Zwieten´, Jrb. Centraal Bureau voor Genealogie 1983 44, vgl. ook J.C. Kort, Repertorium op de lenen van de hofstede De Ham, 1351-1662 (Ons Voorgeslacht 48 (1993) 143).

SIMON(SZ.), JAN

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1464/'65

beroep

-

overige gegevens

-

SIMONSZ., CORNELIS

geb./ovl.

Geb. ca. 1508 ('t Hart, Costumen 57)

functie(s)

schepen 1549/'50, 1550/'51; vroedschap 1553/'54, 1554/'55, 1555/'56, 1556/'57, 1557/'58, 1558/'59, 1559/'60; weesmr. 1549-'50, huiszittenmr. 1558/'59, leproosmr. 1556/'57

beroep

tinnegieter (Mensonides en Archief Weeskamer 122 fol. 24)

overige gegevens

Tr. Neeltgen Jorisdr.; hij bewees 8 okt. 1547 zijn kinderen bij haar (Simon Cornelisz., 14 j., Zanna Corndr. 12 j.) samen 1000 car. gld. van 40 groten; verzekerd op zijn woonhuis in de Papestraat-zuidzijde en bovendien op 1/6 van 2 woningen afkomstig van Neeltgens moeder Marytgen Jacobsdr. gelegen resp. te Wassenaar in de Ashoop of Waalsdorp en in het Bezuidenhout onder Haagambacht; present: Jacob Jorisz., oom, mr. Frans van Geersberge procureur postulant voor het Hof van Holland (man van Jutgen Jorisdr.), Gerrit Bartoutsz., deurwaarder van het Hof van Holland (man van Yde Jorisdr.) en Sanna Jorisdr. tante der kinderen (Archief Weeskamer 122 fol. 24 en vo). Een Simon Jansz., tinnegieter 6 mei 1519 verm. (Ibidem 118 fol. 242); zijn echtg. Martijn ovl. 1502, voor 8 juni, zij woonde in de Papestraat (Archief Nicolaasgasthuis 18 fol. 117). Cornelis Simonsz., oud-schepen en weesmr. van DH, trad 19 juli 1553 op als maag van Appolonia Job Cornelisz.dr. (Archief Weeskamer 123 fol. 67, zie Jongeneel). Een Cornelis en Lenaard Simonsz. verm. 1558 (Ibidem 124 fol. 72 en vo).

SIMONSZ., HENDRIK (I)

geb./ovl.

ovl. tussen 10 febr. en 11 mei 1517 (Archief Sacramentsgasthuis184=Archief Leprooshuis 166 fol. 16)

functie(s)

klerk verm. 22 mei 1515-10 febr. 1517 (`t Hart, Costumen XII, Archief Sacramentsgasthuis 183= Archief Leprooshuis 166 fol. 16vo)

beroep

-

overige gegevens

Belender aan twee zijden van 3 aaneengelegen huizen en erven op het Voorhout (Ibid., 10 febr. 1517); 11 mei 1517 is sprake van zijn weduwe ald. (Archief Sacramentsgasthuis 184= Archief Leprooshuis 166 fol. 16).

SIMONSZ., HENDRIK (II)

geb./ovl.

-

functie(s)

substituut-secretaris 1559-1565 (Fölting, Vroedschap 5)

beroep

-

overige gegevens

Tr. Margariete, dr. van Jan Jansz. Wolff (zie ald.)

SIMONSZ., JACOB

geb./ovl.

geb. ca. 1488, ovl. 6 jan. 1557, begr. O.K. Schev. ('t Hart, Costumen 42 en 't Hart, Oude Kerk Scheveningen, 77)

functie(s)

schepen 1524/'25, 1529/'30 (voor Scheveningen), 1539/'40 (Ibid.), 1541/'42 (Ibid.), 1542/'43 (Ibid.), 1543/'44, 1544/'45, 1545/'46, 1550/'51, 1551/'52, 1552/'53, 1553/'54, 1554/'55, 1555/'56, 1556/'57; geest.mr. Schev. 1535; schout van Schev. 1539 (A.J. Teychiné Stakenburg, Hubert Duyfhuis (c. 1515-1581). Laatste pastoor der St. Laurenskerk, Rott. Jaarboekje 7e rks, 1 (1963) 217, een der hoofdmans van St.-Anthonisgilde ald. verm. 1552 ('t Hart, Costumen 77), 1543/44 schout van de Beide Katwijken en Valkenburg verm. 1543-'44 Ibidem en vgl. 57 en Hüffer, Abdij Rijnsburg I p. 571)

beroep

haringreder, samen met Adriaan Coenen van Scilperoort (zie ald.) (Nijgh, Van Schilperoort, 131); hield zich met visnering bezig (Hart, Oude Kerk Scheveningen 77)

overige gegevens

Zijn huis 1559 verm. naast het gasthuis (nu Jacob Pronkstraat) in de Pastoersstraat, bijna hoek Keizerstraat ('t Hart, Costumen 77); woonde enige tijd in de Kerkstraat (Ibidem). Kocht 29 jan. 1544 een losrente van 6 Car. gl.d op 4 morgen land bij de Noordmolen, benoorden DH (Ibidem). Zn. van Simon Jansz. (Nijgh, Van Schilperoort 129), tr. 1e N.N., dr. van N.N. en Machteld Gerrit Janszdr. Paert (zie Paert), ovl. 2 juli 1526 ('t Hart, Costumen 76-77), tr. 2e Lysbeth Gijsbrechtsdr., geb. wsl. Zandvoort, ovl. Rotterdam 1577/'78 (Rotterdams Jaarboekje 217) [attentie: Jacob Adriaansz. tr. ca. 1525 Maritgen Gijsbrechtsdr., geb. van Zandvoort! broer of zwager van haar is Jacob Simonsz.; moet zwager zijn gezien zijn patronym; zie onder Lennart Jacobsz.]. Kinderen: 1. Adriaan Jacobsz. 2. Mr. Hubrecht Jacobsz. Duyfhuys, geb. Scheveningen 27 okt. 1515 (?), kapelaan in het gasthuis te Delft, pastoor der St.-Laurens Rotterdam 11 sept. 1556, vluchtte apr. 1572 uit Rotterdam, pastoor van het half gedeelte der St.-Jacobskerk te Utrecht sinds 1574, kerkhervormer, ovl. Utrecht 3 apr. 1581, begr. St.-Jacobskerk ald.; vicaris der vicarieën gesticht door de familie Paert (Rotterdams Jaarboekje 206, 209, Nijgh, Van Schilperoort 134, voor laatste ook Grijpink, Register op de parochiën V 183); tr. Krijntje Pietersdr., geb. Rotterdam, ovl. Keulen 26 juli 1574, man bij haar begr. (Nijgh, Van Schilperoort 135) 3. Simon Jacobsz., leefde 29 jan. 1583 te Scheveningen (Ibidem 133) 4. Lennart Jacobsz. van Schilperoort, zie Schilperoort. 5. Pleuntje Jacobsdr., tr. Claas de(n) Bout 6. Katrijn Jacobsdr., ovl. Rotterdam voor 15 jan. 1561, tr. Adriaan Isaäcx, kuiper, ovl. Rotterdam voor 21 nov. 1565 (Ibidem). N.B. T.J. van Leeuwen, De Heerlijkheid Scheveningen, p. 96 meldt dat Jannetje Jacobsdr., geb. ca. 1518 een dochter was van Jacob Simonsz. en Pleuntje (?niet bewezen) Hubertsdr. en tr. Adriaan Cornelisz. de Jager (vgl. regelen nalatenschap Jacob Simonsz. door Adriaan en zwager Huibert Jacobsz. Duyfhuis, transp.reg. 12 mei 1578). Nageslacht: Ibidem 96 e.v.

SIMONSZ., JOOST

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1499/1500; gasth.mr. St.-Nicolaas 1500, '01

beroep

wsl. tapper, herbergier 1503 (Archief Confrérie Sint Joris 62 fol. 2)

overige gegevens

Kocht 22 jan. 1508 een erfelijke rente van het gerecht (Archief Nicolaasgasthuis 94 fol. 58vo/59vo). ? Simon Jansz. de drapenier in 't Zuideinde bewees (1485 wsl.) zijn zoon Joost in aanwezigheid van diens ooms Odzier Claasz., Willem en Dirk Claasz. en Pieter Jansz. een lijfrente op Vlaardingen, een erfl. rente op 18 1/2 morgen land te Voorschoten, een rente op Leiden en een som gelds; verder onderhoud tot mondigheid (Archief Weeskamer 116 fol. 30). St.-Jacob deed de memorie van Pieter Gerritsz., Geertruud diens echtg., Joost Simonsz. en Katrijn zijn echtg. (Archief Memoriemeesters 1 fol. 21vo; vgl. Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 6; zie Pieter Gerritsz.).

SIMONSZ., PIETER

geb./ovl.

-

functie(s)

hoofdman sacr.gasth. 1478 en ca. '84; identiek met de raammr. van 21 febr. 1491? (Oud Archief 4206)

beroep

-

overige gegevens

Dezelfde? memorie van Pieter Simonsz. en echtg. Ada, voor rente van 8 pond (actum 5 mei 1495); 1560 gaf Pieter Cornelisz. Groen, schoenmaker, op het Spui, met zijn broer Simon Cornelisz., naast 't Ossehooft, de tekenen (Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 7vo).

SONDERDANCK, WILLEM FRANSZ.

geb./ovl.

ovl. 1525, na 10 jan. (Archief Confrérie Sint Joris 29 fol. 3, Ons Voorgeslacht 1962 Rept. Honingen p. 73)

functie(s)

schout 1513-'18 (commissie m.i.v. 1 mrt. 1513 hoewel Pouwels Dirksz. hem zijn ambt had betwist, Nationaal Archief, Archief Rekenkamer, Registers 492 fol. 104vo; nieuwe commissie m.i.v. laatste febr. 1516, voor 3 jaar, Ibidem fol. 178, verm. 20 mrt. 1515, Archief Heilige Geest 552, 29 juni 1515, Delfse Statenkloosters reg. 424 p. 218, 24 aug. 1515, Archief Weeskamer 117 fol. 140vo en 1517-'18 (Oud Archief 893, 4 apr. 1517, De Smidt e.a., Chronologische lijsten van de geëxtendeerde Sententiën sententiën II p. 187, 1518, Archief Nicolaasgasthuis 19 fol. 42; was 2 dec. 1522 voormalig schout, Nationaal Archief, Archief Hof van Holland 497, jaar 1522, akte 135, med. drs. J.F. Jacobs te Rijswijk), weesmr. 1522, 1524-'25

beroep

-

overige gegevens

Beleend 21 mei 1516 met 10 morgen land in Rijswijkerbroek, geheten Crayennest, hem aangekomen van wijlen zijn broer mr. Frans (Nationaal Archief, Archief Nassause Domeinraad 46 fol. 104vo) beleend 10 jan. 1525 met 3 morgen land te Beukelsdijk (Ons Voorgeslacht 1962 Rept. Honingen p. 73) [na zijn dood wanverzoek door Baarte Pietersdr., zijn wed. en Willem S. Wsz., zijn zoon en 30 mei 1531 belening van een derde) (Rept. Honingen p. 73, Ons Voorgeslacht 1962). verkocht tegen een rente van 2 pd., die later in handen was van het Archief van het Hofkapittel , een huis en erf in DH (Archief van het Hofkapittel inv.nr. 147) Woonde 1505 in de Veenstraat (Archief Weeskamer 117 fol. 101vo) 18 apr. 1517 verm.ing van zijn huis aan de Nieuwstraat (Ibidem 118 fol. 64vo) varia: zijn zoon Willem S. Wsz. beleend met zijn Leks leen 30 mrt. 1530; dit leen na opdracht 3 juli 1481 in handen van Franciscus S. (Nationaal Archief, Archief Nassause Domeinraad 45 fol. 69), deze tochtte echtg. Gerytken Floris Jacobsz.dr. aan, 9 juni 1506 (Nationaal Archief, Archief Nassause Domeinraad 46 fol. 15vo); 24 mei 1509 belening van Mr. Frans S. Frsz., na dood van broer Jan, ovl. binnen jaar nadat hij het van vader had geërfd; voor Mr. Frans, geestelijke, deed broer Willem hulde (Nationaal Archief, Archief Nassause Domeinraad 46 fol. 46); Frans ovl. voor 21 mei 1516, was kartuizer (Nationaal Archief, Archief Nassause Domeinraad 46 fol. 104vo) De opvolger van baljuw Willem Oem ging tegen hem, schout, van een vonnis van het Hof van Holland in beroep (dat eisers vordering tot ontslag met boete van Willem afwees). Op grond van een ordonnantie moesten alle burgemeesters en schepenen opnieuw de eed afleggen de mu ntordonnatie na te leven. Verweerder had dit niet gedaan. De schout zei niet aan de baljuw maar aan de rekenmrs. van DH ondergeschikt te zijn, zodat hij zijn eed voor het Hof van Holland had afgelegd. Beroep 4 apr. 1517 ongegrond verklaard (De Smidt e.a., Chronologische lijsten van de geëxtendeerde Sententiën II p. 187). fam.: zoon van Frans Sonderdanck; schepen van Delft verm. o.m. 4 okt. 1496 (Ons Voorgeslacht 1987 p. 461, Acten Schieland). De weduwe van François Sonderdanck procedeerde tegen Jan Vos inzake achterstallige rentebetaling - land onder Wateringen ws. - (1507, 1508, 1509) (De Smidt e.a., Chronologische lijsten van de geëxtendeerde Sententiën II 334) Beluid 5 apr. 1561 Baartgen Willem S. weduwe (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 41) Nationaal Archief, Archief Memorie en stichtinge in de Sint Jacobs kerk 82Archief Heilige Geest 2 fol. 14-20 en 47-54: testament van (Ave)zoete Hugen, wed. van Willem Sonderdanck, verm.ing van haar kleinzn. Willem Willemsz., clericus (22 dec. 1466); tot de vrienden van Pieter Jansz. Duyc's kinderen behoorden Mr. Cor nelis Hoen en Willem Sonderdanck (Archief Weeskamer 117 fol. 135, 12 juli 1513) Geertruid Willemsdr. S. tr. Jan Willemsz. van Dorp (vgl. genealogie) 7 sept. 1520 bewijzing door Maritgen Claasdr., weduwe van Jan Vos; namens zijn Leidse evenknieën treedt daarbij W.S. op (Archief Weeskamer 119 fol. 3) Willem was behuwd oom van vaders zijde van Martine Dirk Hoogstraatsdr. (Ibidem) Zie over de Sonderdancks te Delft Ons Voorgeslacht 1987 p. 458 Delft: memorie van Jan S. Willemsz., Frans S., jvr. Katrijn, vrouw van Jan S. en Gerrit S.; ook die voor Mr. Willem S., sacerdos van de kerk (Memoriediensten in de Oude Kerk te Delft, C. Hoek, Ons Voorgeslacht 1987 resp. p. 255 en 258) Pieter Pietersz. Sasbout, mede namens Jan Willemsz., geh.m. Geertgen Wsdr. S. en zijn broer Jan Willemsz., mr. Jan Monee, geh.m. Maritgen Lucas du Pontendr., en mr. Cornelis van Hogelande, geh.m. Cathryne Rammelcoert, allen erfgenamen van Gerritgen, wed. van Frans S., verkopen 8 febr. 1541 een huis aan de Oude Delff te Delft (Acten betr. Schieland Ons Voorgeslacht 1987 p. 458). Avezoete, wed. van med. Willem Sonderdanck, sticht kapelanie in St.-Jacob (De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage I 316) Te Gouda: 18 nov. 1396: Mr. Godevaert Zonderdanc met zr. Margriete; verm. van wijlen vader Mr. Willem Z. (J.E.J. Geselschap, Archieven van het Verenigd Wees- en Aalmoezeniershuis te Gouda. Regesten 1314-1572 (Gouda 1960) reg. 173) Mr. Godevaard, grfl. chirurgijn, kreeg van graaf Willem VI 5 febr. 1409 toestemming een S. Cosmas en S. Damiaan in St.-Janskerk te stichten (J.E.J. Geselschap, Archieven van de St.-Janskerk te Gouda. Regesten 1315-1572 (Gouda 1961) reg. 244) 17 dec. 1446 verm. Dirk Sonderdanck (Ibid reg.383) J. Taal, De archieven van de Goudse Kloosters (Gv 1957) reg. 521: Dirk Sonderdanck met schuldbrief d.d. 9 sept. 1462; reg. 352 ovdr. rentebrief op Lourijs S. (7 okt. 1441); reg. 384: idem 20 juli 1447; reg. 368: Martijn S., schepen van Gouda, 7 dec. 1443; reg. 374 ovdr. rentebrief op Martijn S. (13 apr. 1445) Zegelde een schildhoofd beladen met een vis, daaronder 6 blokken (3,2,1), in het hart een zespuntig sterretje (Ons Voorgeslacht 1991 p. 36).

SOUTELANDE (ZOUTELANDE), PIETER VAN

geb./ovl.

Geb. 1524/'25 ('t Hart, Costumen 50) Ovl. DH, begr. St.-Jacob 16 feb. 1584 (Dólleman, Jb. Centraal Bureau voor Genealogie, 151)

functie(s)

schepen 1553/'54, 1554/'55, 1555/'56; werd 1555 schout van Haarlem en als schepen vervangen, bleef dit tot in 1559 [M. Thierry de Bye Dólleman, 'Het geslacht Van Soutelande', Centraal Bureau voor Genealogie 19 (1965) 151, Nationaal Archief, Archief van de Rekenkamer, Registers 494 fol. 208]; kerkmr. 1560/'61, 1561/'62, 1562/'63

beroep

-

overige gegevens

Tr. Anna van St. Pieter, dr. van mr. Pieter, leengriffier van Gelre (en - Dólleman 147 - secretaris Hof van Holland , later raad, mr. van de rekeninge); zn. van de jurist (p. 144) mr. Jelys van S. (Gillis) (Haarlem ca. 1490-Den Haag 12 mrt. 1547), die zich te DH vestigde, en (huw.vw. 24 nov. 1522, 1e huw.) Geertruid Plumeon, ovl. feb. 1535 (dr. van Pieter en Alijd Jansdr.)[Gillis tr. 2e huw.vw. 8 aug. 1535 Johanna van der Mersch, na hem ovl. (Dólleman 151). 3 mei 1564 verkocht hij met de zoon van mr. Pieter van Sinte Pieters, wiens schoonzn. hij was, het huis die Oude Lombart, met volmachten van de overige erfgenamen (Hardenberg, Burgerweeshuis 63); Johanna van den Mersche, wed. van mr. Gillis van Zoutelande d.d. 5 sept. 1565 (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 963). Willem van Zoutelande te Leiden verkocht 29 febr. 1564 de 'Cleyne woninghe' te Wassenaar tegen een rente van 36 car. gl. p.j.; had de woning geërfd van zijn moeder [6 jan. 1552 reeds wijlen Geertruid Plumeon, geh.m. Gillis van Zoutelande, Archief Oostduin 61] [Gillis Willemsz. van S. studeerde, afkomstig van Den Haag te Orléans, verm. ald. vanaf 1510 (H. de Ridder-Symoens, `Studenten uit het bisdom Utrecht aan de rechtenuniversiteit van Orléans 1444-1546. Een overzicht', in: M. Bruggeman e.a., Mensen van de Nieuwe Tijd. Een liber amicorum voor A.Th. van Deursen (Amsterdam, 1996) 70-97, p. 91).

SPIERINCK, WOUTER

geb./ovl.

-

functie(s)

hoofdman sacr.gasth. 1484

beroep

-

overige gegevens

-

SPIERINXHOEK, JAN VAN

geb./ovl.

-

functie(s)

baljuw van Haagambacht 1493? (Nationaal Archief, Archief van de Rekenkamer, Registers 492 fol. 13vo)

beroep

-

overige gegevens

Zijn familie bekleedde volgens 't Hart in begin vijftiende eeuw bestuursfunkties te Scheveningen ('t Hart, Kerk Scheveningen, 66-67). Mr. Willem Jacobsz. van Spierinxhoek, chirurgijn, wordt 10 nov. 1557 aangesteld tot pestmr. en chirurgijn van Den Haag (Oud Archief 5927). Een ´Spierinckxhouck´ 27 dec. 1561 verm. als wijlen voormalig schout van Scheveningen (´t Hart, Costumen 99-100).

SPIERINXHOUCK, ...

geb./ovl.

-

functie(s)

27 dec. 1561 verm. als wijlen voormalig schout van Scheveningen (´t Hart, Costumen 99-100)

beroep

-

overige gegevens

Zie Jan van Spierinxhoek.

SPLINTER, JACOB

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1543/'44, 1544/'45 (zie ook Fölting, Vroedschap 58/59), geestmr. 1544

beroep

-

overige gegevens

28 mrt. 1564 werd een graf in St.-Jacob geopend voor Jacob Splinter Jansz., auditeur van de rekenkamer, beluid ald. (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 71 en 48).

SPLINTER, JAN CLAASZ.

geb./ovl.

-

functie(s)

vroedschap 1513/'14, 1517/'18; geestmeester 16 sept. 1516 (Archief Heilige Geest 42); tresorier 1513 en 1518, samen met Dirk Jansz. Duycker (De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage III 37=Oud Archief 753 fol. 129vo); weesmr. 1522

beroep

-

overige gegevens

Gerrit Willemsz. Deym (in den Roester) droeg hem 21 apr. 1533 een rentebrief d.d. 11 aug. 1490 over (destijds in handen van mr. Claas Pietersz. barbier, t.l.v. Den Haag) (Oud Archief 2172).

STAASZ., JAN

geb./ovl.

-

functie(s)

hoofdman sacr.gasth. 1478; ook op een moment tussen 1469 en '79

beroep

-

overige gegevens

-

STALPERT VAN DER WIELE, AUGUSTIJN JACOBSZ.

geb./ovl.

-

functie(s)

hoofdman sacr.gasth. 1551/'52, '53/'54, '55/'56, '61/'62, '62/'63, '63/'64

beroep

-

overige gegevens

Bezat een huis in het Noordeinde verm. 4 apr. 1541 (Veldhuijzen, Repertorium Rekenkamer 1479). Gunning van het graf, afkomstig van Jacob, in de kapel in de Grote Kerk, aan Augustijn Stalpert d.d. 20 nov. 1538 (Ibid). Augustijn tr. Oedetie Jacobsdr. de Bye [Joris Dirksz. de Bye thesaurier van Delft 1519, Boitet 120] (haar grootvader was Cornelis Aartz. van der Hooch) [ovl. 9 apr. 1535, veertig, burgemeester, weesmr., thesaurier van Delft (Boitet 81, 118, 120, 121, 123)], dr. van Jonge Jacob Joostenz. (Ibidem); hij kocht 18 juli 1541 van zijn schoonzr. [d.w.z. noemt hem zwager] Maartje Jacobsdr., begijn, 8 morgen land en de helft van 6 gld. rente (Ibidem), nog meer aankopen verm. uit boedel schoonvader (Ibidem). Augustijns kind begr. 4 mrt. 1559 (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 61); zie ook Ballemaker. Augustijn S. bezat sinds 8 aug. 1554 rente van 4 pd. op corpus van DH (Hooftshofje 5 (2e omslag)). Augustijn Jacobsz. Stalpert vd W. verkoopt rente van 12 car. gld. op woonhuis en erf aan Noordeinde-oostzijde (26 aug. 1548, Archief Leprooshuis 166 fol. 14) Augustijn bezat 1557 een huis en erf op de hoek van de Heulstraat (Archief Heilige Geest 2 fol. 155vo) Augustijn en zijn zoon Jan verkochten 24 juni 1566 een rente van 12 car. gl. 40 groten Vl t stuk; Augustijn verzekerde de rente op zijn woonhuis en erf gen. 'De halve Maen', in het Noordeinde hoek Heulstraat, alsmede op 8 hond land aan het einde van het Zuideinde (Archief Leprooshuis 166 fol. 123vo-124vo) Beleend 2 okt. 1538 met 25 gouden karolusguldens op 1 morgen 73 roeden land te Zoeterwoude bij Cronesteyn, grfl. leen, na opdracht door zijn broer Adriaan (Ons Voorgeslacht 1990 p. 167) Een Augustijn Jacobsz. Stalpert was 1568 of later leerling in St.-Lucasgilde als beeldensnijder of borduurwerker? (Archieven van de Gilden 111 fol. 5=Bredius, ‘Sint Lucasgilde’, Archief Ned. Kunstgesch. dl. 4, p. 12). Cornelis Augustijnsz. Stalpert van der Wiele; goudsmid te DH (Voet, Goudsmeden 110); tr. Neeltgen Pietersdr. (Oud Rechterlijk Archief 335 fol. 203, 3 okt. 1582).

STALPERT VAN DER WIELE, CORNELIS JACOBSZ.

geb./ovl.

ovl. tussen 13 dec. 1570 en 15 dec. 1571 (zie hierna)

functie(s)

schepen 1538/'39, 1539/'40; rentmr. en klerk van de wildernissen en de houtvesterij van Noordholland bij cie. van 20 mrt. 1537 i.p.v. zijn broer Francois (Nationaal Archief, Archief van de Rekenkamer, Registers 493 fol. 299vo-300); rentmeester van de vroonlanden in West-Friesland en buiten Alkmaar bij cie. van 11 dec. 1539 (Ibidem fol. 297vo) en cie. van ... (Ibidem 494 fol. 182), verm. 12 juni 1545 (Leenkamers Wassenaar, Ons Voorgeslacht 78 p. 86); raad van de koning verm. 13 dec. 1570 (Hooftshofje 5 (2e omslag) en rentmeester-generaal van Kennemerland en Westfriesland (Ibidem en Nationaal Archief, Archief van de Rekenkamer, Registers 494 fol. 170vo, 181vo en 211vo)

beroep

-

overige gegevens

Zoon van Jacob Adriaansz. Stalpert van der Wiele; 21 jan. 1538 beleend met 5 morgen land onder Rijswijk (in de Noordpolder) tussen Brede weg en Laaksloot, na overdracht door broer Adriaan (leen van de Leidse burcht; Ons Voorgeslacht 1978 85-86). Hield van de Lek 5 morgen land onder Zoeterwoude in leen, 15 dec. 1571 belening van Mr. Herbert S. vd. W., rentm.-gen. van Kennemerland, na dood van vader Cornelis, in leven eveneens rentm.-gen. (Nationaal Archief, Archief Nassause Domeinraad 47 fol. 123vo) [over Herbert als rentm.: Nationaal Archief, Archief van de Rekenkamer, Registers 495 fol. 170vo). Na overdracht door hem werd 12 juni 1545 zijn zr. jvr. Aagte, weduwe van Tielman Gerritsz., beleend; zij ovl. voor 4 jan. 1575 toen haar zn. Mr. Jacob Boll werd beleend (Ons Voorgeslacht 1978 p. 86) Belender met weide aan tuin in het Noordeinde 27 mrt. 1551 (Archief Nicolaasgasthuis 246). Beleend 2 okt. 1538 met 29 pond op 1 morgen 73 roeden land te Zoeterwoude, bij Cronesteyn, grfl. leen, na opdracht door zijn broer Adriaan (Ons Voorgeslacht 1990 p. 167).

STALPERT VAN DER WIELE, JACOB ADRIAANSZ.

geb./ovl.

geb. ca. 1466 (Fruin, Informacie, 339), ovl. 7 okt. 1537 (Hooftshofje 5 (eerste omslag) fol. 129, doodschuld Archief Confrérie Sint Joris 42 fol. 3), begr. Kloosterkerk in volle harnas (De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage III 37)

functie(s)

hoofdman sacr.gasth. 1532/'33; weesmr. 1498-1513; schepen 1504/'05, 1507/'08, 1508/'09, 1512/'13, 1513/'14, 1517/'18, 1518/'19, 1519/'20, 1521/'22, 1522/'23, 1523/'24; tresorier verm. 1504-22 mrt. 1507 (Archief Weeskamer 116 fol. 104vo, Nic 18 fol. 149, Van Gelder, Excerpten, Die Haghe 1919/20 78), schout sinds 1 mrt. 1530 (vgl. comm. in Hooftshofje 5 (2e omslag)), per 1 maart 1533 opnieuw voor 3 jaar en per 1 mrt. 1536 [37?] opnieuw; vgl. tevens Nationaal Archief, Archief van de Rekenkamer, Registers 493 fol. 191, 268vo: cie van 13 mrt. 1537); vroedschap 1516/'17, 1517/'18; gasth.mr. St.-Nicolaas 1498, '99, 1500; baljuw van Wassenaar verm. 22 jan. 1508 en 4 apr. 1525 [einde van een rek.jr. - Hooftshofje 5 (eerste omslag) fol. 135vo], heemraad van Delfland 1519-1537 (Postma, Delfland 414)

beroep

-

overige gegevens

Kocht 1526 de (aangetrouwde) kinderen van Dirk Deym uit voor wat betreft hun helft van het woonhuis op de Vijverberg afkomstig van zijn moeder Evertgen Pouwelsdr. (Hooftshofje 5 (1e omslag fol. 136)). 14 dec. 1527 rente van 24 gld. en 24 sept. 1529 rente van 12 car. gld. (Hooftshofje 5 (2e omslag)). 30 aug. 1527 beleend met 5 morgen land onder Zoeterwoude (Nationaal Archief, Archief Nassause Domeinraad 46 fol. 171vo-172), 26 okt. 1504 beleend met een tiende te Alphen (met zwanen, zie zijn zn) (Ons Voorgeslacht 78 Wass. p. 508/09) 17 juli 1505 beleend met 5 morgen land onder Rijswijk (in de Noordpolder) tussen Brede weg en Laaksloot (er staat Jan!), leen was t.b.v. Jacob 4 jan. 1504 en 31 mrt. 1505 belast met een rente van 1 pd. (leen van de Leidse burcht; Ons Voorgeslacht 1978 85-86) Beleend 9 juli 1520 met het ambacht Ruyven met 50 morgen land en een rente van 6 pd. groot Vl.; droeg daarvan 17 aug. 1527 21 1/2 morgen met de amb. hrhl. over t.b.v. Mr. Vincent Cornelisz. (Ons Voorgeslacht 1983 p. 147) 22 jan. 1508 rentebrief van 6 gld. p.j. op corpus van DH (Hooftshofje 5 (2e omslag)). 4 okt. 1512 na overdracht door Claas Willemsz. rente van 1 pond (los) t.l.v. Den Haag (Oud Archief 2170). 14 mei 1521 beleend met 18 morgen land te Leiderdorp, leen van de domproostdij, hulder: mr. Willem Willemsz.; 15 jan. 1523 weer opgedragen (Ons Voorgeslacht 1971 p. 20) Kocht 25 aug. 1537 de 'Kanasye', Bezuidenhout, 8 morgen 52 roeden land (Archief Oostduin, Arentsdorp en Waalsdorp 133) 26 apr. 1531 Archief van het Hofkapittel vestigt t.b.v. Jacob S. alias van der Wiele 2 pd. rente op hun land te Piershil om te voorzien in de kosten veroorzaakt door de doorbraak van de dijk ald. (Archief van het Hofkapittel inv.nr. 140) 25 gouden car.gld. rente op 1 morgen, 73 roeden land te Zoeterwoude bij Cronesteyn, Holl. leen, 15 apr. 1531 beleend (Ons Voorgeslacht 1990 167); 8 nov. 1534 beleend met 29 pd. op zelfde leen (Ons Voorgeslacht 1990 167). Testeerde met echtgenote 13 aug. 1510 (Hooftshofje 5 (1e omslag fol. 138) het goud en zilver uit zijn nalatenschap werd 22 okt. 1537 t.o.v. schepenen v.erdeeld (Hooftshofje 5 (2e omslag) 6 juni 1538 akkoord tussen voogden van de nagelaten kinderen van Jacob S., raad te Mechelen en ... [overige erfg.] inzake nalatenschap van Jacob Adriaansz., gen. Stalpert en Maria van Montfoort gez. van Arckel, hun grootouders (Hooftshofje 5 (2e omslag)) Deling van Jacobs nalatenschap 7 juni 1538 in bijzijn van Cornelis Jansz. van Montfoort als oom, voogd en naaste maag van Augustijn Jacobsz. Stalpert (Hooftshofje 5 (2e omslag) en 1e omslag fol. 145). Zou stammen uit het geslacht van Rutgert van der Wijel, 1382 rechter te Opalme, Land van Altena (B.A. Mensink, Jan Baptist Stalpart van der Wiele Advocaat, priester en zielzorger 1579-1630, Bussum 1958 p. 7-8, vgl. Hooftshofje 5 (2e omslag). Jacob verkocht met Pieter Pietersz. als voogden voor de onmondige kinderen van Willem Bertelmeeusz. (zie ald.). Aagte Jacobsdr. Stalpert van der Wiele; dochter van Jacob Adriaansz. Stalpert; wed. van Tielman Gerritsz. aan de Korenmarkt 8 juli 1546 (Archief Heilige Geest 596); wed. in 2e echt van Tielman Gerritsz. van Delft, ging tevergeefs 21 febr. 1551 in beroep voor de Gr. Raad van vonnis van het Nationaal Archief, Archief Hof van Holland d.d. 13 nov. 1549 waarbij zij werd veroordeeld tot nakoming van de arbitrale uitspraak van president en twee raadsheren van het Hof d.d. 3 april 1542 betr. de scheiding en deling van de huwelijksgemeenschap; zaak tegen Frans Duyst van Voorhout Dirksz., Anthonis Matthijsz. namens mr. Lambrecht Willemsz. proost van Namen en pastoor van de Oude Kerk te Delft, Jacob Willemsz. Brouwer en Jan Simonsz. Olislager, als voogden van de kinderen van Gerrit Tielmansz., stiefzoon van Aagte; zij vorderde 5 dec. 1562 voor de Gr. Raad vernietiging van voornoemd vonnis, wegens een fout in de grosse van de huw.vw. waarop het vonnis was gebaseerd (verweerders Machteld Gerrit Tielmansz.wed. en de voogden van diens kinderen); arbitrale uitspraak van 3 apr. 1542 en vonnis van het Hof van Holland d.d. 13 nov. 1549 en vonnis van de Gr. Raad a quo werden gecorrigieerd; de door Aagte bij haar huwelijk ingebrachte en tijdens haar huwelijk verworven goederen werden haar toegewezen (Die van Delf en Delflant voor de Grote Raad sent. 851.156 en sent. 863.86). Een zoon van A. en Tielman was François Tyelmansz. de Coninck, geb. Delft ca. 1539, ovl. DH ca. 1605, vroedschap van DH (Fölting, Vroedschap 35). Jacob deed memorie voor haar en haar man, door haar bij leven besproken (Archief Memoriemeesters 1 fol. 25vo) = Aagte Jacobsdr. Stalpert tr. Thielman Koninck; hij is dan dood; zij levert 1560 de tekens (Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 9) 19 aug. 1552 bewijzing door Aagte, wed. van Tielman Gerritsz. aan kinderen Marytgen 16, Maarten 14, en Frans 13 j. van 3/4 van de helft van nader te noemen goed (1/4 van de helft is voor Gerrit Tielmansz. [te Delft, nakomelingen heten Block, med. drs. J.F. Jacobs], haar mans voorkind); rente van 18 R gld. (hoofdsom 288 Rgld); 24 Rgld (384); ibidem; 6 (96); ibidem; 15 (240); 6 (96); ibidem; een woning te Wassenaar (36 Rgld pj, waarvan 2 Rgld 10 stuiv. voor St.-Jan te Haarlem) (waarde 505 Rgld); 11 hond te Escamp (12 Rgld pj) (200 Rgld); 8 morgen 5 hond te Hof van Delft (30 Rgld) (530); 14 m. in het land van Arkel (het Kyflandt) (per morgen 6 schild 14 stuiv.) (1400 Rgld); Wassenaars leen te Rijswijk (28 Rgld) (600); 1 1/2 morgen te Rijswijk (Stufacker) (3 Rgld) (48 Rgld), 5 hond te R. in de Schaepsweyde (3 Rgld) (48); huisraad ter waarde van 184 Rgld; zilverwerk (61 Rgld 11 1/2 stuiv.); huis aan de Korenmarkt te DH 'In Sinte Anna'), destijds door man gekocht voor 2600 Rgld.; lasten: 3 Rgld. 1 /12 stuiv. rente p.j. en, t.b.v. de drie natuurlijke kinderen van wijlen heer Jan Stalpart 21 Rgld. (Archief Weeskamer 122 fol. 187-189); haar man verkocht of tapte wsl. wijnen (vgl. Archief Weeskamer 122 fol. 189vo) Agatha S. vd. W. tr. 1e Maarten Bol, uit welk huwelijk Maarten Bol, landsheerlijk ontvanger van de beden en 1568 gemenelandsontvanger, koos 1572 voor Philips II, ovl. 1580; zn.: Jacob Bol (zie ald.) Aagte Jacob Stalpertsdr. schonk land en renten t.b.v. een beneficie op het hoogaltaar in St.-Jacob (voor of in 1556); vicarie werd ald. gesticht 21 aug. 1556, possesseur werd haar zoon Maarten Tielmansz. (1557) (Archief Ned. Herv. Kerkvoogdij 18 fol. 4 en 41vo, Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 95) Na overdracht door haar broer Cornelis werd 12 juni 1545 jvr. Aagte, weduwe van Tielman Gerritsz., beleend; zij ovl. voor 4 jan. 1575 toen haar zn. Mr. Jacob Boll werd beleend (Ons Voorgeslacht 1978 p. 86). Tielman werd begraven in de St-Jacobskerk; Van Buchell, Wapens Den Haag meldt dat op de zerk stond: 'Hier leyt Thiman Conincks van Harderwyck Gerritsz.', ovl. 3 jan. 1541; tevens ald. begr. zijn vrouw Agatha van der Wiele Jacobsdr., ovl. 27 jan. 1574 en hun dochter Maria Tielmansdr., ovl. 16 juli 1559, geh.m. Joost van Ryswijck (Wapens, grafsteenen en geschilderde ramen in de kerken van den Haag, Scheveningen en Rijswijk 1604 (kopie naar het origineel in UB Utrecht), p. 100). Raad (onbezoldigd) 1442-1443 Mr. Thyman Coninck (Memorialen Rosa XLI). Anna Jacobsdr. Stalpert van der Wiele; tr. (huw.vw. 20 sept. 1520) Mr. Willem Willemsz. van Alkmaar, lic. in de rechten en advocaat bij het Hof van Holland, raad en procureur-generaal van Holland (comm. d.d. 1535) (Hooftshofje 5 (2e omslag))(vgl. 2e Mem JdJ fol ..: 22 febr. 1536 commissie; was raad en procureur-generaal in Utrecht; ovl. tussen 4 en 24 sept. 1543 (Nationaal Archief, Archief Hof van Holland, 1e memoriaal J. v. Dam fol. 1 en 4vo). 29 mei 1559 belendde Anna Stalpaerts te Escamp (wed. van Mr. Willem Willemsz., proc.-gen. van Holland) (Archief Leprooshuis 166 fol. 93-94) Anna S vd. W, zr. van Agatha, tr. Willem van der Meer uit Delft, met zonen Pieter en Willem (Koopman 275). François Jacobsz. Stalpert van der Wiele rentmr. en klerk van de wildernissen en de houtvesterij van Noordholland bij cie. van 15 mrt. 1536 (Nationaal Archief, Archief van de Rekenkamer, Registers 493 fol. 266); in zijn plaats 20 mrt. 1537 cie. voor broer Cornelis (s.c.? in 18e jaar keizerschap Karel V) (Nationaal Archief, Archief van de Rekenkamer, Registers 493 fol. 299vo-300). Catharina Cobels, wed. van François van der W., verm. 4 mei 1541 (Klapper Hypotheken nr. 199). Catharina, wed. van François van der Wiele, verm. 22 mei 1570 (Ibidem nr. 842). Frans Jacobsz. vd W tr. (huw.vw. 22 juli 1533) Catharina Mr. Frans Coebelsdr. (Hooftshofje 5 (1e (fol. 137 en 2e omslag)). Catharina Cobel van der Loo, dr. van N.N. en Christina Dirksdr. van Rijswijk, 26 mei 1536 beleend met 20 morgen land te Rijswijk, grfl. leen, na opdracht door broer; hulde door man François vd. Wiele; droeg hiervan als weduwe 2 morgen (Geertje) 10 juli 1561 over en de overige 18 op 19 jan. 1561 t.b.v. haar zn. Nicolaas vd. Wiele (voor haar trad toen zn. Willem van de Werve op) (Ons Voorgeslacht 1984 p.555/6). Nicolaas Stalpert van der Wiele; zoon van François Stalpert; ontvanger van de abdijgoederen van Egmond in Rijn-, Delf- en Schieland (Koopmans, De Staten van Holland en de Opstand 162). Zijn moeder Catharina Cobel van der Loo droeg 19 jan. 1561 18 morgen land te Rijswijk, grfl. leen op t.b.v. hem; voor hem trad Jacob Stalpert Augustijnsz. op, die Nicolaas neef noemde) (Ons Voorgeslacht 1984 p.555/6). Zijn zoon François van der Wiele Claasz. 24 okt. 1601 verm. als patroon van vicarie van de Moeder Gods gefundeerd door Belie, wed. van Johan van Goch; deze vicarie was begiftigd met 10 morgen land onder Voorschoten (Veurcapel), bij Schakenbosch en 2 morgen in het Westambacht van DH (...?). Geertruid Stalpert van der Wiele verkocht (via man Jacob Pietersz.) rente van 12 pd., met het recht genoemd in brief van 26 apr. 1531 [kapittel vestigt t.b.v. Jacob S. alias van der Wiele 2 pd. rente op hun land te Piershil om te voorzien in de kosten veroorzaakt door de doorbraak van de dijk ald.] (Archief van het Hofkapittel inv.nr. 140). mr. Adriaan Stalpert van der Wiele; ovl. 12 febr. 1557 (J.P. de Man, 'Sprokkels uit de registers van de Rekenkamer van Holland', Jrb. Centraal Bureau voor Genealogie 1 (1947) 111) Rentm.-gen. v. Kennemerland en Friesland (Nationaal Archief, Archief van de Rekenkamer, Registers 493 fol. 104vo, 494 fol. 181vo, Ons Voorgeslacht 78 594); rentmeester van de geconfisceerde Friese goederen in Kennemerland 20 juli 1536 (Nationaal Archief, Archief van de Rekenkamer, Registers 493 fol. 251vo), raad in het Hof van Holland (Ibidem 494 fol. 244), heemraad van Rijnland en bewaarder van het bos buiten Haarlem 13 okt. 1524 *Ibidem 493 fol. 117vo); raad en rekenmr.-ordinaris van de rekenkamer (De Man 111, Nationaal Archief, Archief van de Rekenkamer, Registers 494 fol. 179 en 219vo). Beleend 12 dec. 1535 met de Doncktienden bij Rosenburch, Voorschoten, burchtleen, droeg het leen over aan zijn broer mr. Jan Stalpert (Ons Voorgeslacht 78 p. 594) Adriaan werd 5 apr. 1530 beleend met 40 morgen land te Noordwijk (Ons Voorgeslacht 1989 p. 360 Rijnland) en 2 okt. 1538 met 25 gouden karolusguldens op 1 morgen 73 roeden land te Zoeterwoude, bij Cronesteyn, grfl. leen, droeg direkt op t.b.v. broer Augustijn; ibidem met 29 pond daarop, droeg direkt over op broer Cornelis (Ons Voorgeslacht 1990 p. 167). Adriaan Stalpart 2 okt. 1538 beleend met 5 1/2 morgen land te Kedichem, Land van Arkel, na zijn vaders dood (Ons Voorgeslacht 1984 p. 223). Adriaan S., rekenmr, belender 16 juni 1554 aan een huis en erf in Voorhout-zuidzijde (Archief Leprooshuis 166 fol. 139 en vo). Zijn wed. belendster onder Rijswijk bij de Hoefkade 27 febr. 1561 (Archief Leprooshuis 166 fol. 107-108vo) en met huis aan het Voorhout verm. 4 okt. 1565 (Veldhuijzen, Repertorium Rekenkamer 2181). Rentmr. van Kennemerland, 3 nov. 1537 beleend met een tiende te Alphen met zwanen, na zijn vaders dood (Ons Voorgeslacht 78 Wass. p. 508/09) rentmr. van Kennemerland, die de zwanen die zijn vader naar Den Haag overbracht moet terugzetten in de Rijn (Ibidem); 3 febr. 1559 belening na diens dood van diens zn. Mr. Jacob S., die voor 21 okt. 1573 ovl. (Ibidem) 21 jan. 1538 beleend met 5 morgen land onder Rijswijk (in de Noordpolder) tussen Brede weg en Laaksloot, droeg direkt over t.b.v. broer Cornelis (leen van de Leidse burcht; Ons Voorgeslacht 1978 85-86) Ons Voorgeslacht 1984 p. 312: Eva van Mierop tr. Adriaan S. vd. W., rekenmr. van Holland (vgl. Koopmans, De Staten van Holland en de Opstand, 63); voor relatie met Ruyckrock van de Werve ook Ons Voorgeslacht 1984 p. 552 Hij maakte 1518 huw.vw. met Aafge Vincentsdr. (Hooftshofje 5 (2e omslag)) 26 sept. 1550 belening van Aafgen Vincentsdr. met het ambacht Ruyven met 21 1/2 morgen land, dan geh.m. Adriaan S. vd. W., raad en rentmr. van Kennemerland en Friesland, bij dode van haar vader Vincent Cornelisz.; na Eva's dood 20 nov. 1573 belening van jvr. Cornelia A.Sdr., geh.m. Gerrit de Witte (Ons Voorgeslacht 1983 p. 147-148); 28 1/2 morgen land onder Ruyven, beleend 5 nov. 1537 Adriaan Stalpert, raad van de keizer, rentm.-gen. van Kennemerland en Friesland, na dood van zijn vader (Ons Voorgeslacht 1983 p. 149); na Adriaans dood (raad vd. rekening in DH) 3 febr. 1557 diens zn. Mr. Jacob beleend 21 sept. 1518 Adr. vd. Wiele Jacobsz. beleend met 1/2 van de erfenis van jvr. Agatha in Stollaarsdijk en de westtiende van Spijkenisse, Puttens leen, voor Aaf dr. van Mr. Vincent Cornelisz. (Ons Voorgeslacht 1979 p. 142); na haar dood 16 juni 1573 belening van haar dr. Maria (Ibid). 2 okt. 1538 Adriaan draagt 29 pd. rente op Cronesteyn op t.b.v. broer Augustijn, evenals 25 car.gld. op ..., Holl. lenen (Ons Voorgeslacht 1990 167?). Joost Augustijnsz. Stalpert van der Wiele; aangesteld tot vicaris op St.-Jacobskapelanie in S. Jacob 1567/'68 na dood van hr. Thomas Gyzenburch (Grijpink, Register op de parochiën V 141-142). 1563/64 Cornelis Jaspersz. tot vicaris van S. Crucis in St.-Pieter te Leiden na huwelijk van Vincent Adriaansz. Stalpert (Grijpink, Register op de parochiën). mr. Jacob Stalpert van der Wiele, zoon van Adriaan Stalpert Jacobsz.; (of andere Jacob) klerk van de gemenelandsontvanger Jacob Bol (Koopmans, De Staten van Holland en de Opstand p. 106). Na zijn vaders dood 3 febr. 1557 beleend met 28 1/2 morgen land te Ruyven en 27 okt. 1573, na diens dood, diens broer Mr. Johan, advocaat in de Grote Raad te Mechelen (Ons Voorgeslacht 1983 p. 149). Belening van hem 3 febr. 1558 met 5 1/2 morgen land te Kedichem, Land van Arkel, na dood van vader Adriaan; hij droeg, wonend te Den Haag, het leen op, waarna 29 apr. 1566 belening van een derde (Ons Voorgeslacht 1984 p. 223); zelfde datum beleend met 40 morgen land te Noordwijk, droeg direkt over t.b.v. Otto S. v.d. W.; opnieuw beleend na de dood van zijn broer Otto 31 juli 1564 (Ons Voorgeslacht 1989 Rijnland p. 361-362). Otto Adriaansz. Stalpert beluid 15 aug. 1563 (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 47). 1551/2 aanstelling Otto Adriaansz. Stalpert, cler. tot vicarie van S. Crucis in St.-Pieter na dood of huwelijk van Jan Adriaansz. S. (Grijpink, Register op de parochiën 4, p. 34); op dit altaar 1563/64 Cornelis Gerritsz. Witte na dood van Otto Adriaansz. Stalpert (Grijpink, Register op de parochiën 4 p. 35); werd 3 febr. 1558 beleend met 40 morgen land te Noordwijk, na ovdr. door mr. Jacob Stalpert (hulde: Cornelis S v.d. W., voor deze: Jan S. v.d. W.) (Ons Voorgeslacht 1989 p. 360 Rijnland). Jan Adriaansz. Stalpert van der Wiele, priester. Hr. Vincent Cornelisz., keizerlijk tresorier, draagt Johan S. voor tot een kanunniksprebende in de Leidse St.-Pancras (27 apr. 1546, Gemeentearchief Leiden, Archieven van de Kerken 431) 1551/2 aanstelling Otto Adriaansz. Stalpert, cler. tot vicarie van S. Crucis in St.-Pieter na dood of huwelijk van Jan Adriaansz. S. (Grijpink, Register op de parochiën 4, p. 34) Jan bezat de Doncktienden bij Rosenburch, Voorschoten, burchtleen, na overdracht door broer Adriaan (Ons Voorgeslacht 78 p. 594). Heer Jan Stalpaert testeerde d.d. 17 juni 1538 (Archief Weeskamer 123 fol. 38vo). Kinderen van heer Jan Stalpert: Pouwel, Jan en Maria, ovl. na 13 mrt. 1553 (Ibidem 122 fol. 267); Ibidem 123 fol. 11 e.v.: scheiding heer Jans nalatenschap tussen zijn kinderen bij Agnieta Dirksdr. (fol. 11vo); Pouwels werd het kleermakersvak geleerd (fol. 12); Jan leerde het vak van metselaar (fol. 26vo); 28 apr. 1553 keurden de broers, mede voor onmondige zuster en in bijzijn van moeder, de afrekening van de weesmeesters goed (Ibidem 123 fol. 36 en vo); 20 mei 1553 verklaarden de broers dat de weesmeesters op juiste wijze rekening en verantwoording hadden gedaan (Ibidem fol. 36vo-37); 19 juli 1553 verklaarde Adriaan Gerritsz. voor vrouw Maria Jansdr. Stalpaert voor haar portie twee losrentebrieven te hebben ontvangen; 8 nov. 1553 verkocht Jan zijn zwager Adriaan, bode bij het Hof van Holland, zijn aandeel in een rentebrief van 2 car. gld. op een huis en erf in de Veenstraat (Ibidem fol. 37vo-38). Pouwels Stalpert, deurwaarder 1561/'62 (kohier nr. 1446). Jan Stalpert, deurwaarder, beluid 6 en 12 apr. 1567 (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 53). mr. Jacob Stalpert van der Wiele, ovl. voor 26 sept. 1530 (Ons Voorgeslacht 1984 295). Onbezoldigd raad 1520-1522 (Memorialen Rosa XLVI), advocaat-fiscaal bij het Hof van Holland 20 sept. 1520-5 okt. 1522 (Ibid LVII); een opvolger werd benoemd omdat hij was bevorderd tot raad en mr. van de requesten van de Grote Raad (Nationaal Archief, Archief van de Rekenkamer, Registers 493 fol. 144vo). Raad en procureur-generaal in de Grote Raad te Mechelen, verm. 1e functie 1522, beide 29 okt. 1527 (?) (Hoofsthofje 5 (2e omslag), Ons Voorgeslacht 1984 295; zie ook A.J.M. Kerckhoffs-de Heij, De Grote Raad en zijn functionarissen 1477-1531, 2 dln. (Asd 1980) II 138); proc.gen. bij de Grote Raad verm. 3 jan. 1529 (Andries, Beroepen I doss. 47 (5) ); raad in het Leenhof van Holland sinds 1520 (Van Nierop 196). Zoon van Jacob Adriaansz. Stalpert alias van der Wiele. Maria Stalpert van der Wiele, dochter van Mr. Jacob Stalpert; 26 sept. 1530 beleend met een hofstede en 8 hont land alsmede 2 morgen land te Schelluinen (Arkels leen), na haar vaders dood, hulde deed haar grootvader Jacob Adriaansz.; 22 okt. 1543 Jan (later Jacob!) Grammaye voor zijn vrouw; deze droeg 24 mrt. 1546 voor haar over (Ons Voorgeslacht 1984 p. 295). [Jacob Grammaye: landsheerlijk ontvanger van de beden 1545-1558, koopman en financier uit Antwerpen, Koopmans, De Staten van Holland en de Opstand p. 59, 78, 104; ontv. van de Staten van Brabant verm. 20 sept. 1560, Hart Costumen 75)] Zij werd 29 okt. 1527 beleend met een hofstede en 8 hont land alsmede 2 morgen land te Schelluinen (Arkels leen). Jacob van der W. Jacobsz., raad in de Grote Raad te Mechelen, tr. (huw.vw. 1522) Anna Jansdr., dr. van Jan Gijsbertsz. (Hooftshofje 5 (2e omslag)); Jan Gijsbrechtsz. was inwoner van Haarlem en trad bij overeenkomst inzake deling nalatenschap Jacob S. op als voogd van zijn dochter (Ibid., 1e omslag fol. 140). mr. Jan Stalpert van der Wiele, ovl. voor 18 juli 1594 (Ons Voorgeslacht 1989 Rijnland p. 361). Zoon van Jacob Stalpert Adriaansz., advocaat in de Grote Raad te Mechelen verm. o.m. 27 okt. 1573 (Ons Voorgeslacht 1983 149). Beleend 21 okt. 1573 met een tiende te Alphen met zwanen, afkomstig van broer mr. Jacob Stalpert (Ons Voorgeslacht 78 508-509), alsmede met 40 morgen land te Noordwijk, grfl. leen (Ons Voorgeslacht 1989 Rijnland p. 361); 27 okt. 1573 na dood van broer Jacob beleend met 28 1/2 morgen land te Ruyven (Ons Voorgeslacht 1983 p. 149); 26 okt. 1573 beleend met leen van de Lek van 18 morgen land met woning bij Steenvoorde te Rijswijk (...). Jacob Adriaansz. Stalpert van der Wiele was een stiefzoon Jacob Adriaansz. Stalpert van der Wiele was een stiefzoon van: Mr. Jan Stalpert, ovl. voor 30 aug. 1510 (Nationaal Archief, Archief Rekenkamer, Registers 492 fol. 77vo), klerk van de rentmr. generaal van de beden in Holland, Zeeland en Friesland verm..... (Ibidem fol. 40vo); rekenmr. van de rekenkamer van Holland bij cie van 28 jan. 1508 (s.c.?); was 30 aug. 1510 ovl (Ibidem fol. 77vo); 1494 plv. voor rentm. gen. Thomas Beuckelaer (H. Kokken, Steden en Staten 226); 'clerck houdende die rekeninge van 's gemeene lands wapeninge', in dienst der Staten van Holland (Nationaal Archief, Archief Staten van Holland 1605 en 1607: 1488 '91, rekening van de omslagen op de mantalen t.b.v. de Utrechtse oorlogen en de huishouding der Staten); hij had enkele posten 'vals' geboekt, volgens zijn biecht aan einde van zijn leven bij mr. Pieter van der Goude, pastoor van de Hofkapel, verklaring d.d. 1 okt. 1514 (in 1605); mr. in de rekenkamer verm. 13 aug. 1507 (Andries, Beroepen I doss. 25 (1) ). Tr. Everharda van Poelenburgh [Poelenburg: kasteel onder Heemskerk, vgl. ook familie in Haarlem e.o.]; keizer Maximiliaan gaf beiden 7 juli 1495 toestemming tot testeren m.b.t. leen en andere goederen t.b.v. kerken en kloosters (Hooftshofje 5 (2e omslag)) [Willem Gerritsz. van Poelenburch, pachtte baljuwsambt van Schoonhoven 1475 1477 (Van Gent 474)] Hij, Mr. Jan Adriaansz., kocht, uit hoofde van zijn vrouw 1 aug. 1489 14 morgen land (Hooftshofje 5 (2e omslag)). Beiden bezaten een lijfrente op de stad Gouda (verm. 1490) (Haags Gemeentearchief, Bibliotheek Du5 23) Zij testeerden 19 sept. 1494 (zij dan Evertje Poulusdr. genaamd); daarbij maakte hij zijn vrouw tot erfgename (Ibid.) Evertje Pouwelsdr. van Poelenburch, wed. van Mr. Jan S., rekenmr., testeert en maakt behoudens enkele legaten haar zoon Jacob Adriaansz. van der Wyel tot erfgenaam (23 okt. 1523); herriep dit testament 22 aug. 1525 en testeerde opnieuw (Ibid.). Evertje trouwde eerder Adriaan van der Wyel (zie Deym), die volgens Hooftshofje 5 (2e omslag) een zoon zou zijn van Jacob van der Wyel en Anna Verduyn en als broers en zrs. had: Dirk, Adriaan, Thomas, Catharina en Josina. Haar voorkinderen namen naam en wapen Stalpert over (Ibid.) Evertgen overleed 1526 (Archief Nicolaasgasthuis 19 fol. 237) Jan Stalpert tradt 10 mei 1485 op inzake verheffing van een leen bij de grafelijkheid (Voorne) (Ons Voorgeslacht 1977 p. 198). Beleend 17 juli 1505 met 5 morgen land in de woning van Jan over Voert met de er binnen gelegen hofstad te Rijswijk. Dit leen was 4 jan. 1504 door Jan Pieter Kerstantsz. belast het leen met 1 pond groot Vlaams per jaar ten behoeve van Jacob Adriaensz. en 31 mrt. 1505 ten behoeve van dezelfde opnieuw met 1 pond (Ons Voorgeslacht 1978, Wass/Burcht p. 85). N.B. ca. 1440 te Middelburg verm. Jan Stalpaert (Rijks Geschiedkundige PublikatiŽn 66 nr. 1138).

STALPERT VAN DER WIELE, JAN ('IN DEN BONTEN HONT')

geb./ovl.

ovl. tussen 1620 en 1627 (Fölting, Vroedschap 8)

functie(s)

vroedschap 1570/'71, 1571/'72

beroep

-

overige gegevens

Zoon van Augustijn Stalpert. Jan Stalpert Augustijnsz., met vader Augustijn Stalpert Jacobsz. van der Wiel en Gooltgen Jacobsdr., wed. van Jan Paeu [zijn schoonmoeder], draagt 9 mrt. 1566 weesmeesters van DH op t.b.v. het kind van Cornelis Pouwelsz., alias Cornelis Bruunsz., een losrente op Jans huis en erf waar hij woont met het huis gen. De Halff Maen, gelegen aan Noordeinde en Heulstraat (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 1004); bewoonde 'De Bonte Hond', Hoogstraat-oostzijde (Fölting, Vroedschap 8); Jan verkocht met zijn vader Augustijn 24 juni 1566 een rente van 12 car. gl. 40 groten Vl t stuk; Augustijn verzekerde de rente op zijn woonhuis en erf gen. 'De halve Maen', in het Noordeinde hoek Heulstraat, alsmede op 8 hond land aan het einde van het Zuideinde (Archief Leprooshuis 166 fol. 123vo-124vo). Tr. Sybilla Pauw, ovl. na 1627, dr. van Mr. Jan Claasz., advocaat voor het Hof van Holland en Goedele Jansdr. de Nobelaer (Fölting, Vroedschap 8).

STARK, JAN

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1462/'63 (Pabon, Hofboeken 72)

beroep

-

overige gegevens

Stond borg toen Philips van Wassenaar 26 sept. 1469 het baljuwsambt van Den Haag pachtte (De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage III 32). Verkocht 26 mrt. 1450 St.-Elisabethsconvent zijn tuin, gelegen in de boomgaard van het convent (Kloosters Delfland reg. 26 p. 21). 6 apr. 1470 beleend met 1 1/2 morgen land te Monster, strekkend tot de duinen, leen van de Lek; droeg 20 mei 1482 op t.b.v. een derde (Jan Stark Jansz.) (De Lek Ons Voorgeslacht 1982 p. 183). Wijsenbeek vermeldt hem 1461-1489 als eigenaar van het huidige Lange Voorhout 46 (Lange Voorhout, p. 266).

STEYNEN, ANDRIES VAN

geb./ovl.

-

functie(s)

getijdenmr. 1568 (De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage)

beroep

-

overige gegevens

-

STIENHOVEN (STEENHOVEN), MR. JAN VAN

geb./ovl.

-

functie(s)

schepen 1509/'10

beroep

-

overige gegevens

Kocht 27 jan. 1504 van Cornelia, wed. van Jan Duyker, 1/2 huis en erf aan de Coornmarkt (Oud Archief 180 fol. 166vo). Tr. Anna Jansdr. van Steenhoven, wed. van Dirk Deym, zie Deym.

STREVELANT, DIRK JOOSTENZ. VAN (JOOSTENZ., DIRK)

geb./ovl.

geb. ca. 1471 ('t Hart, Costumen 58, 78)

functie(s)

vroedschap 1553/'54, 1556/'57, 1560/'61; verm. als tresorier 12 juli 1557 (Oud Archief 609 fol. 3= 't Hart, Costumen 58), in functie 1557/'58 (electiebrief nov. 1557, Oud Archief 905, als tresorier verm. 11 febr. 1558, Archief Weeskamer 124 fol. 9), opnieuw 1564/'65-1565/'66 (De Riemer, Beschrijving van ’s-Graven-Hage III 117); huiszittenmr. 1556/'57; rentmr. sacr.g asth. 1559-'63; pachtte van de commissarissen van de Staten van Holland voor 2 jaar, ingaande 1 mei 1562, de impost op wijnen en bieren in Den Haag en Haagambacht, dit voor 3995 pd. p.j.; borgen: Andries Huybrechtsz., smid op het Hof, Cornelis van der Heyde, bode, Adriaan Benninck secretaris van DH (Nationaal Archief, Archief Staten van Holland 2307)

beroep

goudsmid (Voet, Goudsmeden 112, vgl. Pabon, Hofboeken 1561)

overige gegevens

? zn. van Joost Dirksz., messemaker en Lijsbeth Jansdr., 11 mei 1519 1 jaar oud ? (Archief Weeskamer 118 fol. 242); Lijsbeth Jansdr., zijn moeder, trad 7 nov. 1535 voor hem op (Archief Weeskamer 120 fol. 84vo) Tr. (wsl. identiek) voor 26 jan. 1543 Magdalena, dr. van mr. Frans Woutersz. van der Goude (van Alphen) en Jannegen Wermbrechtsdr., [stief]broer van haar Jacob Sandelyn werd door Dirk Joostenz. ambacht van goudsmid geleerd (Ibidem fol. 51vo-52). Archief Weeskamer 120 fol. 46 e.v.: Jannegen Wermbr.dr. tr. 1e mr. Frans Woutersz. van der Goude; tr. 2e Mr. Arent Sandelijn, waaruit Jacob S.; zrs. van Jannegen: Marrigen en Aafgen Wermb. dr., laatste tr. Quiten Jansz. Hij trad op als voogd voor Jacobmyne van der Heyde, w. te Breda (5 mrt. 1562, Archief Heilige Geest 999).

SYBRANTSZ., CORNELIS

geb./ovl.

ovl. 1526, voor 21 nov. (wijlen onze rentmr., Archief Nicolaasgasthuis 19 fol. 237)

functie(s)

weesmr. 1493-'96; vroedschap 1516/'17, 1517/'18; rentmr. Archief van het Hofkapittel verm. 6 febr. 1488 (Archief Weeskamer 116 fol 53); rentmr. van St.-Nicolaasgasthuis 1499 en later

beroep

-

overige gegevens

Bezat een rente van 3 pd. van 40 groten (Hooftshofje 5 (2e omslag)), 10 juli 1523 rente van 3 pd. 10 sch. (Ibid). Tr. Marie Bertelmeeusdr., ovl. 29 juni [in of voor St.-Jansmis 1557, Archief Ned. Herv. Kerkvoogdij 18 fol. 27vo], beider memorie op twee dagen in Jacob, Cornelis gaf daarvoor resp. rente van 2 R. gld. op huis en erf aan de Warmoesmarkt, een som gelds om rente van 1 R. gld. te kopen, en 4 pd. Holl. op kameren in de Lapstraat en op een huis en erf in de Papestraat; tweede overdracht door Cornelis 14 apr. 1511; Cornelis ovl. op St.-Severijn (Archief Memoriemeesters 1 fol. 4vo en 53, vgl. Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248fol. 9vo), voor 29 sept. 1539, dan verm. van vrouw Maritgen als weduwe (Klapper Hypotheken nr. 87) Verm. 1506 (Ons Voorgeslacht 1987 p. 487). Cornelis Sybrandsz. verkocht 30 jan. 1515 met Jan Hugenz. glasmaker (zie Croock) jrlkse losrente van 8 pd. op Den Haag, hen aanbestorven van hun tante Dirksgen Dirksdr. (Oud Archief 2076). Zoon (wsl): Sybrand Cornelisz. Zijn echtgenote begr. St.-Jacob 2 jan. 1560, beluid 1 jan. echtg. van S.C. 'in de Boot' (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 63 en 38). Sybrand Cornelisz. begr. 18 sept. 1561 (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 66), ook beluid (Ibidem 42) Sybrand bezat een huis in de Poten verm. 22 apr. 1550 en 9 apr. 1554 (Veldhuijzen, Repertorium Rekenkamer 1727-1728). Erfgenamen van Sybrand de tinnegieter bezitten huis en tuin in de Poten; waarde bevestigd door Cornelis Sybrands dr. (kohier 1561 nr. 2245) Zoon (wsl.): Cornelis Sybrandsz. Tynnegieter. Hij (Corn. IJsbrandsz. Tinnegieter in de Veenstraat) leverde 1560 de tekenen voor de memorie van Cornelis Sybrandsz. en Maritgen Meeusdr. (Nationaal Archief, Familiearchief Van Vredenburch 248 fol. 9vo). Renteoverdracht 11 okt. 1561 door Nicolaas Sybrantsz., mede voor Jan van de Winckele, man van Machteld Sybrandsdr., vervangende Alijd Sdr., op broer Cornelis S. (Klapper Hypotheken 1538-1570 nr. 577). Cornelis Sybrandsz. tynnegieter testeerde met vrouw Rochus Jansdr. 6 febr. 1553; zij was ziek; maakten elkaar wederzijds tot erfgenaam, behoudens de legitieme portie voor de kinderen Claas en Maritgen (ter presentie van Joost Jacobsz. en Dirk Joostenz., goudsmeden) (Archief Weeskamer 125 fol. 65-66); 7 apr. 1561 is Rocha ovl. (fol. 65) [begr. St.-Jacob 25 febr. 1561, Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 65]; inmiddels zijn er 6 kinderen: Marytgen (13), Claas (10), Aachgen (8), Maarten (6), Pieter (3) en Jan (1/2); zij zullen na hun vaders dood 1/4 van de boedel ontvangen als legitieme portie (= 760 car. gld. van 40 gr. Vl.), e.e.a. onder verband van vaders woonhuis en erf in de Veenstraat-westzijde; bewijzing in aanwezigheid van Adriaan Ymantsz. (geh.m. tante Catharina Jansdr.), Bertelmeeus Harransz. (geh.m. tante Anna Jansdr.) en Sebastiaan Hugenz., neef, alles van moeders zijde. Uit liefde gaf Cornelis is er na zijn dood nog 750 car.gld. bij (5 apr. 1566) (fol. 66-67). Wsl. zijn zoon: Sybrand Cornelisz., tinnegieter, tr. Catharina Thomasdr., daaruit: Cornelis Sybrantsz. van Brederode, ovl. 1602, lid vroedschap (Fölting, Vroedschap 9). Niet te plaatsen: Onder Zoeterwoude verm. 2 juni 1562 Sijbrand Cornelisz. van der Woerdt (Archief H. Geest Scheveningen 1 fol. 73). Neel tinnegieters beluid 18 mei 1558 (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 30). 10 sept. 1563 beluid: Cornelis Thynnegieter de lijndrayers zoons echtgenote (Wildeman, Rentmeestersrekeningen, Wapenheraut 1902 47).

Top Of Page

 

Auteur

Fred van Kan

Publicatie

Haagse Elite tot 1572

Home

Haags Gemeentearchief